“Losing my religion”

church-53194_1280De titel van dit lied van R.E.M. heeft me altijd aangesproken. Ik was er bang voor dat mij dat een keer zou overkomen. Ik heb het veel meegemaakt: kerkverlating en zelfs ‘evangelischen’ die hun ‘geloof’ kwijtraken. In allerlei varianten en maten. De laatste zes jaren is nu ook bij mij de betonrot toeslagen. Toen we meer dan twee jaar geleden in onze huidige stad kwamen wonen maakten we de drie laatste maanden van een voor ons geweldige predikant mee. In de zomer is hij plotseling overleden. In de vorige woonplaats waren we flink vervreemd geraakt van de plaatselijke PKN. Veel gedoe rond fusies en seksueel misbruik in de gemeente… Ik ging aan het eind nog wel een beetje naar de plaatselijke vrijzinnigen maar veel zei het me niet meer. Toen mijn pensioen en ons vertrek naar hier.

Dankzij die geweldige predikant, de vooral niet onaardige gemeente en de prachtige oude ‘kathedrale’ kerk gingen we best wel weer veel. Maar de opleving was van korte duur en ik kon geen ‘enthousiasme’ meer vinden in hetgeen daar vanaf de dood van die predikant gebeurde. Gedoe rondom een fusieproces (wat we voor de vierde keer meemaakten)… De wisselende predikanten en het uitstel van het echt beroepen van een nieuwe predikant deed mij geen goed. De wachtstand werd me teveel. In een van de diensten sprak ik mij openlijk uit over mijn dreigende geloofsverlies (Voordracht in een kerkdienst dec 2019).

plug-1859843_1920Wat zat en zit me dwars? Ik heb het idee dat ‘ons zijn en verlangen in deze wereld’ niet gehoord, begrepen en geduid worden in deze gemeente waarin ik verkeer. Op een enkele keer na… De bijbel, ‘de tijd’ en de mensen (en ikzelf) worden niet meer ‘gelezen’. Wat bedoel ik daarmee. Natuurlijk, de bijbel werd gelezen, een zeer verzorgde liturgie en er wordt gepreekt… Maar ik krijg niet het idee dat er sprake is van ‘verstaan’ van het een en het andere; laat staan dat ze verhelderend en inspirerend op elkaar betrokken raken. Ik krijg in de diensten geen contact meer met mezelf en hoe ik mezelf en mijn (on)geloof beleef, de wereld waarin ik leef herken ik niet in hetgeen er in de dienst gebeurt en met de gelezen bijbelgedeelten wordt geen bezielend verband gelegd met de eerste twee. En heel veel liedteksten hebben voor mij een archaïsch karakter gekregen. Er ontstaat geen nieuw verstaan van dit alles. De dood in de pot. God, wereld en wijzelf lijken uitgepraat met elkaar; hebben elkaar niets meer te zeggen. De oude woorden en beelden werken niet meer. En op god als man haak ik helemaal af. Een kerk die niet meer ‘bij de tijd is’. 

(Overigens is er ‘kwa stemming’ zeker een relatie met mijn pensionering…)

“Where are those forces of yesterday; why don’t they meet me here?” Bob Dylan

Maar ik moet duidelijker zijn: ze werken niet meer bij mij. De liturgie, de liederen, de gebeden en de uitleg raken mij niet meer. Het is een taal en het zijn beelden die zelfs bij momenten vervreemdend aanvoelen. Bij momenten is er zelfs sprake van irritatie en soms zelfs weerzin. Geen ontroering, geen verwondering en geen inspiratie. Kon ik mij hier in vinden? Heb ik hier uit geleefd? Maar ook in mijn persoonlijke en dagelijkse leven is de ‘geest’ er uit. Is dit de ‘demon van de middag’? De nacht? Is dit een gezond makende ziekte? Komt er met geduld nieuw leven? Moet is eerst weer alles kwijt raken om nieuw leven te vinden? Het zal niet de eerste zijn dat ik mijzelf opnieuw moet uitvinden. Mijn spirituele bibliografie is eigenlijk een lange geschiedenis van nieuw zien. Is er opnieuw sprake van ontmaskering?

imageIk vind bijna nergens meer voor mij geloofwaardige woorden en beelden voor de werkelijkheid van ‘God’ in relatie tot de werkelijkheid waarin wij nu leven. Laat staan tot de werkelijkheid van mijn persoonlijk leven. Ik vind zoveel niet meer geloofwaardig, overtuigend en/of inspirerend … Ik krijg er geen contact meer mee; soms irriteren ze mij zelfs. Ik ben het met Tomás Halík eens dat er een nieuwe reformatie nodig is. Een hele nieuwe manier van ‘lezen’ van de bijbel, wereld en ons leven is 41PCtpbtMHL._SX332_BO1,204,203,200_nodig. Thomas Merton gaf/geeft mij die nieuwe ogen en oren. Ik denk daarbij ook aan wat Dietrich Bonhoeffer in de gevangenis schreef over religieloze godsdienst. Ook een vriend van mij die ‘evangelist’ is in Zweden zoekt het langs heel andere wegen. Zou het kunnen zijn dat het ‘ontworden’ en ‘worden’ dit keer veel meer iets van ontvankelijkheid zou kunnen zijn? Een loslaten en overgave waarin ik geen regie meer heb/krijg? Ik vind dat eng. Dat vraagt overgave, loslaten en vertrouwen. Dat zijn niet mijn sterkste ‘eigenschappen’.

“Wat doe je als niets werkt?” 

image-1Nu ben ik mij inmiddels zeer bewust van de situationele, contextuele, historische en persoonlijke bepaaldheid van geloven en de verwoording en verbeelding daarvan. Het prachtige boek van John Barton maakt dat zeer duidelijke aan de hand van het ontstaan, samenstelling en vervolgens de receptie van de bijbel in allerlei tijden en contexten. Er is niet één lezing en ‘vertaling’. Natuurlijk gaat het mij niet om ‘iedere ketter zijn letter’ maar wel om het serieuze gesprek over wat de verhalen van de bijbel en de christelijke traditie ons nu te bieden heeft over God in onze tijd en situatie. Ik wil deel uit maken van een gemeenschap die dat steeds opnieuw bereid is te doen. Wat we nodig hebben ligt voor ons. Verder kijkend dan onze neus lang is… Ik denk ‘zelfs’ dat God zelf leert en zich ontwikkeld… imageWant laat ik duidelijk zijn: ik ben mijn ‘geloof in God’ niet kwijt. Maar ik ben wel wanhopig over mijn verbinding/verbondenheid met die werkelijkheid van God…( 2008_Oomen_Reflecties-bij-de-vraag-‘Bestaat-God’_Doorn_TEKST); met God zelf. Mijn kleinzoon zei aan tafel: “Ik hoor God nooit praten tegen mijn?”. Het is niet dat ik niet in God geloof maar het probleem lijkt te liggen in ‘vormen’ die mij raken. En dan gaat het om beelden, taal en wat er inhoudelijk gecommuniceerd wordt. Waar gaat het over en waar gaat het om. 

Hoe verder?

Ik moet denken aan het verhaal van de Emmausgangers. Jezus maakt hen duidelijk hoe ze moeten lezen… Waar het altijd al om gegaan is en waar het nog steeds om gaat. Maar blijkbaar is dat niet iets wat was maar wat zich steeds weer in het hier-en-nu realiseert met het oog op de toekomst. ‘Het Koninkrijk Gods‘. Maar wat dat betekent? Wat vraagt dat van mij? Waar is daar al iets van zichtbaar en hoorbaar? Hoe wordt dat leefbaar… Ook hier wil ik weer refereren aan mijn Zweeds-Nederlandse evangelist die deze week een rondzendbrief stuurde waarin hij zijn werk na-corona nieuw probeert te realiseren(Brief Rinus). Zelf proefde ik hier iets van de afgelopen tijd bij theologen als Anton Houtepen, Bert Hoedemakers, Erik Borgman en Edward Schillebeeckx… O ja en Palmyre Oomen (zie artikel eerder). Toch maar weer aan het lezen gaan?

imageimageimageimage

Gisteravond hadden we twee heel erg lieve vrienden op bezoek. Zij refereerde aan een liedtekst van Huub Oosterhuis naar aanleiding van een psalm:

Dan nog,
dan nog, klamp ik mij,
klamp ik mij vast aan jou, of je wil of niet.
Op ongenade of genade.
Ik zal red mij, red mij roepen
of zoiets als
heb mij lief !
 
We konden geen van vieren de tekst lezen zonden een brok in de keel en tranen in de ogen. Alsof wij nog steeds verlangen naar die onmogelijke Geliefde… Nog erger: het is niet eens alsof…
 

Ja het verlangen is er maar de onmacht niet minder… Het gevoel van schipbreuk blijft,

(Ik vond zojuist een brief van Thomas Merton aan een ‘ongelovige’ terug in mijn eigen archief. Was ik vergeten:Thomas Merton’s Brief over ongeloof. Hij is echt prachtig!)

(En hier een herkenbaar interview met Pauline Weseman)

 

In therapie (3) ‘Be-Vindplaats’ van ‘Gd’

“Is there a place we can go?” 

Dia1Nu restte mij de vraag nog: waarheen? Waar moest ik in al die ‘turmoil’ naartoe? Is er een plek, iemand, een ruimte waar ik naar toe kan gaan? Ik had de 5 modi beschreven/getekend als cirkels in de rondte in mijn dagboek. Moest ik mij verdiepen in mindfulness zoals mijn vrouw en mijn therapeut suggereerden? Op de een of andere manier kreeg ik daar geen affiniteit mee. Ik vond het te ‘afstandelijk’, te ‘gedissocieerd'(natuurlijk te kort door de bocht!). 1001004002726626Voor mijn gevoel stond ik er dan teveel naast/tegenover en niet genoeg middenin en te weinig er ‘doorheen‘. Hoe kon ik mij goed verhouden hiermee? Waar ben ik ‘Zelf’ in dit alles? Ik wist dat geen van die 5 stemmingen mijn ware Zelf konden zijn. Daarvoor waren ze of te negatief of te voorbijgaand van aard. Alles gaat voorbij, niets werkt, niets is blijvend. Alles is een voorbijgaande configuratie van situatie, moment, handeling en stemming. Achter alles staat een komma, Maar:

Is there a place we can go,
Is there anybody we can see?                 Bob Dylan

Eind september (28-29?) gebeurde er iets waardoor het weer ging stromen… Op de een of andere manier wist ik dat ik er ‘middenin’ moest zijn. Nu was het niet voor het eerst dat ik die kant op werd gestuurd, maar toch. Het is niet ‘buiten’ of ‘ergens anders’ of ‘niet dit’ of ‘wel dat’ of ‘boven’ of ‘beneden’ of ‘omheen’. Hoe kon ik hier ‘middenin’ zijn zonder ‘erin-op-te-gaan’? Want erin-op-gaan’ was ‘verzuipen’. Of moest ik erin-verzuipen; sterven…? Maar laat ik niet vooruit lopen op de feiten. Ik maakte een tekening met daarin een ‘kern’/’plek’/’ruimte’/’midden’. Het was een spontane ingeving (heeft volgens mij ook te maken met mijn nogal ‘exacte’ inslag; ik wil visualiseren/schematiseren).Dia1 In die middenruimte schreef ik wel meer dan 40 typeringen…Dia1

51T59TmD0FL._SX331_BO1,204,203,200_60Natuurlijk is die lijst van typeringen van de kern heel persoonlijk. En ‘natuurlijk’ is die lijst christelijk ingekleurd. Maar waarom wil ik mijn therapie voorzien van zo’n mystiek/spiritueel perspectief? Ik geloof dat dat niet anders kan & mag. Het gaat niet zonder. Hier is in de V.S. veel over geschreven en de KSGV in Nederland/Belgie houdt zich daar zeer nadrukkelijk mee bezig. Waarbij ik er van uit ga dat er ook een atheïstisch spiritueel perspectief is. Op basis van mijn levens-/leerweg kan ik het ‘karakter van mijn plek’ aan de hand van een paar beelden typeren. Beelden die voorlopig een ‘eenzaam’ kenmerk hebben. Op de rol van ‘een ander‘ kom ik nog terug. In dit blog heeft dat ‘midden’ een sterk individueel karakter. maar ik wil die plek wel in een bepaald licht & perspectieven zien…

Prefrontale cortex

Ik moet natuurlijk heel nuchter beginnen. In de allereerste plaats is dit ‘midden’ het domein van de prefrontale cortex. Dat is het deel van onze hersenen welke een cruciale rol speelt in onze emotionele huishouding en zelf-bewustzijn. natuurlijk moet ik hierbij ook de rechterhersenhelft als ‘woonplaats’ van het impliciete zelf. Zij maakt vooral gebruik van ‘beelden’ en niet van ‘taal’. Je zou het de cockpit kunnen noemen van waaruit wij mentaliseren en onze emoties reguleren. De eerste drie jaar van onze ontwikkeling en later in de puberteit krijgt dit deel zijn grootte, vorm en functie. 41Q6-WBFjML._SX331_BO1,204,203,200_Stress en hechtingsproblemen hebben in die periodes (inclusief de zwangerschap) een desastreuze invloed op de ontwikkeling daarvan. Hier hebben we het ook over het ‘onbewuste impliciete zelf’ welke huist in de rechterhersenhelft. Er is op dit moment een zeer belangrijke stroming  die de psychotherapie een sleutelrol toebedeeld in het herstel van die innerlijke huishouding/zelfregulering. In een heel groot deel van de psychopathologische aandoening speelt dit deel (rechterhersenhelft en de prefrontale cortex) van de hersenen namelijk een sleutelrol in het ontstaan en herstel daarvan. Als ik dus in dit blog allerlei religieuze metaforen een rol laat spelen moeten zij 9200000005537338essentieel zijn of in ieder geval een substantieel bijdrage leveren aan het herstel van dit fenomeen. Ja, ik geloof dat religie, als het goed is, een positieve bijdrage levert aan heelwording van de mens maar dat is verre van vanzelfsprekend. Overigens bevind zich hier de essentiële bijdrage van mindfulness / awareness aan de heelwording van de mens. Die acht ik inmiddels meer dan voldoende bewezen. Dat betekent dat alle onderstaande bijdragen ook een beetje mindful zullen moeten zijn.

(Tevens is dit het domein van het (ware) Zelf; de hof van de ‘wording’ van onze ‘identiteit’. Maar dat vraagt een geheel eigen blog)

De cel

NNVG8726In de eerste plaats heeft mijn ‘midden’ binnen spiritualiteit het karakter van ‘de cel‘. De plek waar je (ver)blijft. Je loopt niet weg; er is toch geen ontkomen aan. ‘Dat wat is’. Hier-en-nu. Ik was deze metafoor al tegengekomen bij de woestijnmonniken en later, in een andere vorm, in Zen. Je neemt geen wijk van jezelf en je omstandigheden. Je vlucht niet. Voor mij het meest scherp verwoord in relatie tot de wanhoop door Ton Lathouwers. Dus geen verzet meer tegen mijn stemmingen maar er middenin gaan zitten. ‘Houdt uw hart in de hel‘. Mijn stemmingen zijn heel reëel: ze hebben een fysiologie en bijbehorende verhalen. Ze hebben een grond/oorsprong.  Weglopen heeft geen zin. Ik kan ze alleen in de/onder ogen zien. Het heeft het karakter van een vurige oven die jou alleen niet verbrandt. 41K4qxzIdbL._SX324_BO1,204,203,200_Zitten/Zazen en rustig ademhalen. In de fysiologische zin gebeurd er dan echt wel wat met je! Het gaat voorbij; de bui trekt over. Ik kwam deze aanpak ook tegen bij Centering Prayer. In deze grondhouding verwelkom en omarm je alles wat van binnen uit in je opkomt. Je gaat de ‘confrontatie’ niet uit de weg maar verwelkomt hem/haar binnen in je cel. Je bent een lieve moeder/therapeut voor jezelf. De Trooster. Het is ook de plek van loslaten en overgave.

Omvorming / Schepping

Je kan deze chaos in jezelf laten zijn/gebeuren omdat je weet dat dit de weg/plek is van de omvorming. Langs deze weg word je gemaakt. God is aan deze plaats; zij is heilige grond! Kees Waaiman geeft aan dit moment vele woorden maar voor mij is dit maar een ding: wording/genesis/schepping. Dat kost tijd maar eindigt in ‘het is goed; zeer goed’. All shall be well. Dit geeft aan die plek het karakter van geduld. Het uithouden. Gelovig zonder te weten waar het op uitdraait of dat het in jouw ogen goedkomt. Maar je vertrouwd wel op een Geheim dat werkt. Het komt namelijk heel vaak niet goed. Een regenboog temidden van het kwaad. Het lied van de Schepping is geen verhaal over hoe het ging maar is iets waar wij midden in staan. De zesde dag gebeurt nu aan mij.

Godsgeboorte

51JcyEb+TqL._SX324_BO1,204,203,200_Deze invalshoek heb ik van Meister Eckhart geleerd. Natuurlijk kan ik dit niet in 1 alinea weergeven. Ik heb ooit onder leiding van Welmoed Vlieger de vier Godsgeboortepreken gelezen. Kern hierin is de realisering van de godsgeboorte in ons. Die er overigens allang is… Eckhart gaat daar heel ver in. Langs de weg van de ‘Gelassenheit‘, de ‘Abgeschiedenheit‘, het niets weten, niets kunnen, niets hoeven, niets doen vindt die godsgeboorte in ons plaats. In zijn beelden gesproken is het ‘midden’ dan de stal van Bethlehem, Golgotha en het open graf. Alles is opgenomen in die beweging! In zijn taal wordt dit midden ‘Seelengrunt’. Daarmee krijgt deze plek een hoogte, diepe, breedte en dynamiek die de kern is van alle mystiek. Deze plek, dit midden krijgt dat een heel andere glans en perspectief waarmee/-door alles gekleurd gaat worden. Gerelativeerd; in relatie (=religie) gebracht. Een prachtig ‘mensbeeld‘. “He not busy being born is busy being dying”

Sophia

41PCtpbtMHL._SX332_BO1,204,203,200_Voor mij heeft deze invalshoek alles met ons godsbeeld te maken. Ik geloof dat in die kern onze godsbeelden ook zwaar moeten worden bijgesteld. En daarmee ons zelf- en wereldbeeld. Vanuit het perspectief van Vrouwe Wijsheid/Sophia worden in ieder geval twee aspecten bijgesteld. Of zelfs getransformeerd. In de eerste plaats het dominante ‘transcendente’ godsbeeld. Een god boven en buiten alles. Er is een lange en rijke traditie die dat beeld aanvult en er een zeer immanent en intiem perspectief aan toevoegt (Augustinus: interior intimo meo superior summo meo). Een tweede correctie die hier wordt aangebracht is de aanvulling van het matriarchale beeld op het eenzijdig patriarchale beeld van god. 9200000043199594Hier komt een teder, inclusief, allesomvattend en ontfermend godsbeeld naar voren. Vooral het laatste boek van Ton Lathouwers is daar een prachtig voorbeeld van (een prachtig interview met hem: Je kunt er niet uitvallen).

hagiasophia-a2“Ontelbaar zijn de levende wezens, ik beloof ze allen te redden” de gelofte van de Boddhisattva

Ook over Ton Lathouwers heb ik al veel geschreven.

We vinden hier een ‘beeld’ van God waarin Hij/Zij maar op een ding bedacht is en dat is onze redding; iedereen en allesomvattend. En dat Hem/Haar dat nog lukt ook. Er is geen ontkomen aan.  Over Sophia bij Thomas Merton heb ik al eerder geschreven.

 

Over een geheel ander perspectief op deze kern en hoe ons hiermee te verhouden gaat mijn laatste blog in deze serie: In therapie (4) Is there anybody we can see?

Pater van Kilsdonk, Frédéric Lenoir en Carel ter Linden over God

Toen men aan Albert Einstein vroeg ‘Gelooft u in God?’ antwoordde hij: ‘Vertel mij eerst wat u onder God verstaat en dan zal ik u zeggen of ik erin geloof’. (Lenoir, 211)

pater-van-kilsdonk-raadsman-in-delicate-zaken---alex-verburg[0]Afgelopen weken heb ik drie boeken ‘over god‘ gelezen. Heel verschillend maar ze hebben mij ‘stof tot nadenken’ gegeven. Het eerste is van Alex Verburg over Pater Van Kilsdonk. Voor mijn leeftijdgenoten een zeer bekende pastor. Het zijn ‘Memoires’ geworden; geschreven aan de hand van een serie interviews met hem. Ze beschrijven zijn levensloop en gaandeweg komen zijn gedachten over theologie, kerk, bijbel, liturgie en God ter sprake. Twee verhalen hebben mij echt geraakt. Het eerste was een verwijt van een van de mensen die hij veel bezocht en die stervende was; citaat:
‘Jij hebt met mij nooit over God gesproken, met geen lettergreep!’
Met schroom sloeg ik de ogen neer. ‘Dat kan ik niet,’ bekende ik. ‘Over de Eeuwige kan ik alleen maar zwijgen. Maar misschien is er meer God dan jij denkt, dan ik denk. Misschien is er meer God in jou dan jij en ik altijd schenem te denken.’

‘In mij?’ zuchtte Henk. (182)

Een tweede citaat gaat over de ziekenzalving bij zijn dood. Het is tevens het slot van ‘zijn’ boek:
‘Als het lukt, zou ik voor mijn dood met rust en eerbied de laatste zalving wensen, de laatste communie., het viaticum – “via” zit daarin, het is de proviand voor onderweg, voor op reis.  Een diepzinniger en menswaardiger wijze is er naar mijn smaak niet. Maar loop ik haar mis dan is er niets verloren. Zo kinderachtig is God niet. En anders zou dat alsnog een reden tot atheïsme kunnen zijn.’ (236)
Er staan veel meer verhalen van dit soort mooie ‘gelovige’ oprechtheid in dit boekje wat het voor mij, naast de schets van een tijdperk, tot een inspirerend werkje maakte.

god_isbn_9789079001316_1_1373169604Het tweede boek heeft een heel ander karakter. Ik kwam erop via een interview met de Franse filosoof/schrijver Frederic Lenoir over zijn nieuwe boekje GOD?  in Trouw. Het boek lijkt in de eerste plaats een ‘geschiedenis van God’ zonder noten. Zo nu en dan wat ‘ongefundeerd’. Ik kan geen nader onderzoek doen naar zijn beweringen. Een geschiedenis van ons denken, spreken en doen over ‘god/God’. Vooral het laatste hoofdstuk over de toekomst van ‘god’ en zijn persoonlijke epiloog maken het boek pas echt leuk. Een uitgebreid citaat uit de epiloog typeert de toon van het boek:
Zoals na lezing van dit boek duidelijk moge zijn: God is een te beladen begrip. Er is veel over God gesproken. Te veel uit naam van God gesproken. Er zijn volkomen tegenstrijdige dingen over God gezegd. Zozeer zelfs dat het woord zijn betekenis bijna volkomen heeft verloren. Hannah Arendt heeft dit zeer treffend beschreven in ‘The life of the Mind; 1978’: het is onmogelijke te stellen ‘dat God dood is, iets waarover we net zo min iets kunnen weten als over zijn bestaan (…) maar de manier waarop men duizenden jaren lang over God heeft gedacht overtuigt niet meer; als er iets dood is, kan dat alleen de traditionele opvatting van God zijn’. (212)
Vervolgens geeft  hij een korte schets geven van zijn autobiografie met God. (zie voor een uitgebreidere bespreking door Bert Altena zie hier)

9200000010047009Het derde boek ‘over God’ is van Carel ter Linden. De man en zijn broer Nico zijn belangrijk geweest in een deel van mijn eigen geloofsgeschiedenis. Zijn godsbeeld en leeswijze van de bijbel waren inspirerend en richtinggevend voor mij. Het boek wil een testament zijn van wat er van zijn geloof geworden is. Een prachtige gebonden en niet al te dure uitgave. Het boek is een verslag van het afscheid van het godsbeeld van ‘de Schepper’ en hoe hij nu nog de bijbel leest. Zijn godsbeeld is ‘ingedikt’ tot de ‘Essentie’; een ‘inspirerende metafoor’. Vooral de inzichten in de evolutie en de ervaringen met lijden hebben hem afscheid doen nemen van zijn klassieke reformatorische godsbeelden. Overigens vond ik de stukken waarin de evolutie expliciet uiteen werd gezet het minst inspirerend. Aan ‘feiten’ valt volgens mij weinig inspiratie/hoop te ontlenen. Het boek kreeg na verloop van tijd iets tragisch. ---Het beeld dat bij mij boven kwam drijven was dat van een man die lange tijd heeft gevaren met een VOC schip dat schipbreuk heeft geleden. Aangespoeld op een onbewoond eiland houden hij en zijn tochtgenoten zich warm met het brandhout van het schip… Dit in tegenstelling tot de mystici. Zij worden gedwongen elk schip, dat door de tijd heen gebouwd is rond God, ‘achter zich te verbranden’. Maar ze hebben de zoektocht, het geloof en verlangen niet opgegeven… Hoewel dat niet altijd ‘van harte ging’. Ze vermoeden een Godheid achter god (Eckhart). Het verlies bij mystici wordt winst en dat las ik in dit boek niet.

omslag_Etty_HILLESUM_Het_WerkDe afwezigheid van de mystici bij Carel verwonderde mij. In de eerste twee boeken kom je de mystici juist wel tegen. Alle drie de boeken zijn m.i. de moeite waard om te lezen maar van de derde werd ik daardoor denk ik niet warm… Een boeiend gemeenschappelijk kenmerk was dat alle drie de boeken over god spreken vanuit hun persoonlijk perspectief en het eigen levensverhaal. Daardoor maakt god een ‘ontwikkeling’ door. Bij Lenoir lijkt God nog het meest meest zijn transcendente karakter te behouden. In zijn epiloog verwijst hij nadrukkelijk naar Eckhart e.d.. Bij ter Linden klapt god helemaal ‘naar binnen’ en verdampt hij tot een menselijke verbeeldingservaring. Het geloven eindigt bij hem als een leeggelopen luchtballon. Van Kilsdonk houdt zich meesterlijk op de vlakte als hij zegt:
‘Als iemand mij zou vragen, een kundig iemand, iemand die voor een ieder eerbied heeft, niet alleen voor mij: “Vind je het geloof onaanvechtbaar waar?”. dan zou ik antwoorden: “Pardon meneer, dit gaat te ver. Hier praat je niet over.” (236)

En dan dit nog… Is er leven na de dood? Is er een God buiten ons? Als ik de mensengeschiedenis zo bekijk is er in ieder geval nog god na mijn dood…

(Zie hier een bespreking van Jan Greven)

‘Het komt niet goed’ Christa Anbeek en A.F.Th. van der Heijden 1

Twee aangrijpende documenten van de laatste tijd over de dood en zijn verschrikking. En wat dan te doen?

untitledLaat ik beginnen met het meest recente: het interview (College Tour) met van der Heijden en zijn vrouw n.a.v. de dood van zijn/hun zoon Tonio, precies drie jaar geleden. Openend met een volledig ongepaste begintune en later twee uitglijders over Arnon Grunberg en de ‘kroonprins van Harry Mulisch’ die aan de redactie te danken waren  werd het dankzij diep gemeende vragen van studenten een aangrijpende ontmoeting.

Er waren een paar dingen die mij bijzonder raakten. Ik zal dat laten zien aan de hand van een paar citaten A.F.Th. van der Heijden en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich in dat interview.

In de eerst plaats de alles doordringende inwerking van de dood van Tonio op het leven van van der Heijden en zijn vrouw. Drie jaar lang vertoonde van der Heijden zich niet meer in het openbaar. Indrukwekkend is hoe hij het verdriet beschrijft:

verdriet en verlies …. dat niet minder wordt, dat niet slijt’ — Ik wordt in de gaten gehouden door mijn eigen verdriet en dat krijg ik door op het moment dat ik dat verdriet niet ten volle voel.— verlies kan er ook ineens als een donderslag bij heldere hemel kan zijn. Dat het je helemaal opvult en verziekt en misselijk maakt en dat er geen verweer tegen is. Dat je maar hebt te aanvaarden.”

En hoe het zijn leven en verleden verander; ‘alles wordt er door aangetast’ maar ook geïntensiveerd:

“Ik denk dat ik een grimmiger schrijver ben geworden daardoor… — er is een proces gaande sinds Tonio’s dood dat ik verschaming noem. — Waar ik ook kijk in mijn leven… De dingen waarvan ik ooit dacht dat ze glans hadden, dingen waarvan ik dacht dat ik ze goed had gedaan, die verkruimelen.. — Zoals bier de ochtend na een feestje is verschraalt zo verschaamd alles. — Alles wordt daardoor aangetast”.

Het meest aangrijpende vond ik zelf een rode draad door heel het interview heen. Een studente vroeg aan het begin of hij zelf hierdoor banger was geworden voor de dood.

“Nee mijn doodsangst is daardoor niet groter geworden. Wel een ander soort angst; namelijk de angst om te sterven zonder iemand van je eigen vlees en bloed na te laten aan de wereld. Mijn leven zet zich niet in hem voort… — Het is de angst om überhaupt te sterven zonder nageslacht”.

Zijn vrouw vertelt halverwege het interview dat van der Heijden, in tegenstelling tot haar, zich schuldig voelt over zijn dood ‘dat hij niet op die plek was toen Tonio verongelukte .. dat hij hem daarvoor niet heeft kunnen behoeden’.

N.a.v. een vraag over berusting:

“Ik denk dat berusting nog steeds ver weg is. Ik beschouw Tonio’s dood als een grote nederlaag.. — Ik draag de volledige verantwoordelijkheid voor zijn einde… – Zo voelt dat nou eenmaal. – Dat is een van de irrationele dingen in mijn rouw namelijk dat ik nog steeds die schuld met me meesleep”.

Een student herinnert hem aan het slot van de roman over Tonio waarin hij zegt dat hij wil geloven in het ‘Pan-Tonionisme’, dat Tonio in alles zit en dat hij daarin berusting zou kunnen vinden?:

” Nu ik ehh… Het zou mooi zijn. — Zo voelt het nog niet. Je zou kunnen terugkaatsen dat ik nog steeds bezig ben alles van Tonio, alles rondom zijn dood maar ook alles uit zijn leven vorm te geven. Dat ik zelfs denk aan zo’n Metro-roman; een onderwereld roman waarin ik het met hem kan hebben over  het verdere verloop van zijn eventuele leven. Ja ik ben constant bezig met de vormgeving daarvan. — Niet alleen maar schuldgevoel…– hoe gek het ook klinkt, ik heb het creatief gemaakt. En dat hoop ik te blijven doen.”

(waarna van der Heijden de studente bedankt voor haar vraag die hem zou hebben geholpen in dit proces)

En op en vervolgvraag van een studente of hij niet gevaar liep dit verlies tot een verslaving/obsessie te maken?

Ja dat gevaar ligt op de loer en dat is precies wat ik zoek. Ik ga mezelf daar niet tegen wapenen. Ik wil mezelf daarin verliezen  Ik kan en wil de rest van mijn leven, althans het grootste deel daarvan, besteden aan wat ik mijn literatuur noem.. — Je zou kunnen zeggen Tonio heeft het op zijn geweten dat ik nu pas echt monomaan ben geworden. Maar dat is niet iets om hem te verwijten. Dat is juist mijn eredienst jegens hem..

Iedereen ‘leest’ zo’n interview op zijn eigen wijze. Ik hoor er een diep verlangen van een vader/schrijver die zijn verongelukte zoon in leven wil houden, tot leven wil wekken en hem zelfs als zijn nageslacht te vereeuwigen in zijn schrijven. Een leven over de dood heen. En dat vind ik echt aangrijpend; dat verlangen raakt mij. Ik heb er diep respect voor! Zou het kunnen zijn dat taal, beeld, verhaal, muziek en poëzie dat kan? Het doet mij denken aan het slot van een lied van Bob Dylan.

Now I’ve heard about a guy who lived a long time ago
A man full of sorrow and strife
That if someone around him died and was dead
He knew how to bring him on back to life

Well I don’t know what kind of language he used
Or if they do that kind of thing anymore
Sometimes I think nobody ever saw me here at all
‘Cept the girl from the red river shore                            

Red River Shore / Bob Dylan

‘Het komt niet goed’ Christa Anbeek en A.F.Th. van der Heijden 2

Het tweede recente document over de dood en zijn verwoesting is het boek: ‘De berg van de ziel’

De_Berg_Van_De_Ziel.9789025902834Ik weet niet precies waarom ik bijna alle boeken van Christa Anbeek in mijn bezit heb. Wat mij het meest aan haar boeit is de tomeloze oprechtheid. Zij laat je regelrecht meekijken in haar ervaringen met existentiële thema’s die haar eigen zijn. Dat kan gaan over haar ontmoetingen met Zen, haar liefde voor Mimi tot haar laatste twee boeken waarin zij de rechtstreekse confrontatie aangaat met de dood. Daarnaast spreekt mij haar belezenheid aan.

Dit boek heeft ze samen geschreven met Ada de Jong. Ik heb het in een adem uitgelezen. Ik ga het boek niet uitleggen en bespreken dat wordt elders vele malen beter gedaan. Helaas kan ik hier ook niet meer het prachtige artikel uit Trouw als bijlage toevoegen. Ik heb op mijn kop gekregen van ‘copie politie’. Maar waarom spreekt mij ook dit ‘document’ weer veel meer aan dan de meeste preken die ik de laatste jaren over me heen heb gekregen? Een paar citaten:

‘Als je je kinderen verliest, komt dat nooit meer goed. Daar kan geen zinvol leven tegenop.’ (Trouw 29 mei 2013)

‘En toch heb ik het gevoel dat het niet goed gaat komen met mij. — Mijn echte leven is voorbij’ (232; de laatste regels…)

‘Er zijn krassen op mijn ziel die niet meer genezen’ (Trouw 29 mei 2013)

‘We verdringen dood, eindigheid en kwetsbaarheid in onze maatschappij. Verberg dat zeer dan geloof dat we ons leven verzaken. Het begint met je eigen pijn onder ogen durven zien’ (Trouw 29 mei 2013)

Volgens mij is het ‘de keuze’ om lijden volledig serieus te nemen die mij hierin aanspreekt. Het onoplosbare, het onherroepelijk, het onomkeerbare, het volledig verlorene in de ogen zien. holy-innocents-02Je niet laten troosten; geen illusies. Niets ontkennen of verdoezelen. We hebben het dan niet alleen over kwetsbaar leven maar ook over gewond, onherstelbaar beschadigd en zelfs dodelijk leven. Het is tegengif tegen het idee ‘dat je van leed beter wordt'(Trouw). Waar komt toch die illusie vandaan van onkwetsbaar leven; van het geluk dat aan onze kant zou moeten staan. Geluk is geen vanzelfsprekendheid of recht.

Christa gaat aan de hand van hun beider ervaringen in het boek in gesprek met de hoofdthema’s van de theologie zoals God, Christus, Geest, mens en wereld. Daar was ik bij de eerste lezing nog niet zo van onder de indruk maar wie weet vraagt dat een tweede lezing en meer eigen reflectie en dialoog denk ik? Ik geloof zelf dat deze wijze van confrontatie met het lijden van het leven leidt tot een heel andere wijze van spreken over de ‘God die deel uitmaakt van leven en lijden’. Het zal dan over actuele en authentieke levende/lijdende incarnatie en immanentie gaan…

Judith-Viorst-Noodzakelijk-verlies-27524705Misschien zou er een speciale scholing moeten zijn in verlies. Ik denk nu weer aan het prachtige boek van Judith Viorst: ‘Het Noodzakelijke verlies’. ‘Er is lijden’ zegt Boeddha m.i. zeer terecht en praat dan vervolgens toch weer over een ‘uitweg’? Volgens mij is er geen weg uit het lijden; alleen in…

Ik ga dan nu ook geen uitvluchten benoemen. Het komt niet goed…. En toch doorgaan; gaan waar geen weg is…

Lezend, reflecterend, in gesprek, in stilte, biddend, zingend, mediterend, in handelen, in dromen, in muziek, in beelden en schrijvend. Schrijven zoals Christa Anbeek en van der Heijden dat doen.

Iemand heeft ooit gezegd dat waar wij een punt zetten we moeten leren een komma te plaatsen… Het verhaal gaande houden dus…

(Blog over A.F.Th. van der Heijden is onderweg)

Depressie 4

And if my thought-dreams could be seen
They’d probably put my head in a guillotine
But it’s alright, Ma, it’s life, and life only    Bob Dylan

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik dit ‘proces’ met tegenzin afmaak. Maar ik wil een ‘eerlijke pentekening’ van mijn bestaan op deze website… Zo nu en dan kom ik hier, op deze plek van wanhoop, blijkbaar terug.

Het nieuwe medicijn werkte dus niet bij mij. Ik ben weer terug in het oerwoud waar ik, jarenlang heb ingezeten en waar, naar ik hoorde van mijn jongere broer en ook wel wist, mijn moeder veel aan leed…? Ze slikte een groot deel van haar leven rustgevende middelen. Nu ik er zelf weer in zit wil de ‘kleuren’/ingrediënten van deze werkelijkheid schetsen.

film-quasimodo12Quasimodo

Q. is voor mij het beeld van de gevoelige (muzikale) mens die zich heeft teruggetrokken omdat hij/zij denkt dat hij ‘lelijk’ is… Ik was diep onder de indruk van die film in mijn jeugd. Op de een of andere wijze eindigen veel van mijn interacties met mijn omgeving, dezer dagen, in een ‘gekwetste nederlaag’. Noem het ‘slachtoffer’, noem het ‘(aan)klager’; anyway je eindigt bloedend, verwond en met een gevoel van ‘er is iets mis met mij’ / ik ben niet geliefd… Natuurlijk weet ik dat dit niet zo is maar mijn optreden is vaak ook ‘net mis…’; soms ronduit ongelukkig. De vraag is zelfs in welke categorie dit blog valt… Dat heeft ook met een tweede punt te maken.

Deze tweede dimensie in mijn optreden heeft met een kenmerk van mijn persoonlijkheidsstructuur te maken: ik ben een ‘ambivert‘. Ik ben voor een flink deel extravert maar voor een even groot deel introvert. De depressieve ‘ontwikkelingen’ hebben daardoor van de ene kant het effect dat ik de neiging heb mijn lijden uit te venten en/of naar buitengerichte afleiding te zoeken maar er is evenzeer een behoefte om mij terug te trekken. Mijn broer trok zich helemaal terug op/in zichzelf en vereenzaamde. Gelukkig treed ik, hoe ingewikkeld ook, naar buiten. En dan bedoel ik niet eens zozeer dit/deze webblog. Het maakt dat ik onder de mensen blijf en redelijk tot normaal functioneer, in de maatschappelijk zin. Mijn werk is in deze zelfs een gezonde afleiding.

Het derde ingrediënt is de gegeneraliseerde angststoornis; de permanent aanwezige ‘paniek’. Hyperalert; maar dodelijk vermoeiend. Voortdurend een steen die op je borst drukt. Je lichaam en geest afwisselend in de Flight-Fight-Submit-Freeze modus. Zelfs mijn fysieke gang krijgt in deze tijd iets gebogens en kreupel… (zie: Q)

Deze ingrediënten vermalen zich in mijn hoofd tot een heen en weer golvend gepieker waarbij het grootste deel van de gedachten gaan over een vooronderstelde religieuze verlorenheid. Ik ben fundamenteel en totaal ‘niet OK‘. Uiteraard heeft mijn jeugdige kerkelijke achtergrond flink bijgedragen aan deze ‘vorm’ van innerlijke monoloog. Zo werkt het in ieder geval bij mij. Het lastige met dit soort ‘stoornissen’ is dat iedereen heeft te dealen met zijn of haar eigen ‘blend’. Waardoor het bij iemand anders net weer effen anders is… Geen lichaam en/of levensverhaal is hetzelfde…

(Ik weet niet eens meer of ik in mijn blogs wel een keer over mijn opvoeding heb gesproken. Ik had, vanwege de gezondheid van mijn moeder, niet geboren moeten/mogen worden (ze heeft drie maanden gehuild toen ze zwanger was van mij) en mijn vader zei rond mijn zeventiende dat hij nooit een dag plezier van mij had gehad. Ik was een levendig en temperamentvol kind die soms meerde keren per dag een pak slaag kreeg van zijn driftige vader. De boodschap aan mij was in ieder geval dat ik in en in slecht was en dat het nooit goed met mij zou komen.)

Het dagelijkse eindresultaat van dit proces is een gespannen en versomberd mens. Een stressmodus die maar niet op ‘uit’ wil gaan. En wat doe je ‘als niks werkt’? Troostend is het dat ik dit soort stemmingen en verwarringen lees van mensen als Guardini en Henri Nouwen. Ton Lathouwers en zijn Zen. Zij zijn mijn ‘bakens’ in de nacht… Zij brengen mij nergens; zij helpen mij daar te zijn waar ik nu ben.

En natuurlijk ben ik bezig om een nieuw medicijn uit te proberen. Maar voor dat je weet of dat wel of niet werkt ben je weer twee maanden verder…

Na een ontmoeting met een vriendin van ons kwam er nog een lastig aspect van dit soort stemmingen naar voren. Het meest gevaarlijke moment is dat je in je wanen gaat geloven.  Of in de zin van dat iedereen je in de steek laat en dat je het dus wel heel slecht heb getroffen met je omgeving of het moment waarop je in je ‘zelf-evaluaties’ gaat geloven… Of het moment waarop je jezelf met je ‘gedachten en gevoelens gaat identificeren; ‘Ik’ ben die gedachte/dat gevoel…

Now, little boy lost, he takes himself so seriously
He brags of his misery, he likes to live dangerously      Bob Dylan

O ja en muziek. Met een vette glimlach van zelfspot: ‘Nobody knows you when you’re down and out

‘Bomen vallen om’

“en als de boom naar het zuiden, of als hij naar het noorden valt,
in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen”
Prediker 11:3

“Bomen vallen om”, riep de man die de zoveelste boom had omgezaagd. Ik herkende die tekst!! Dit had ik eerder gehoord. Dit kwam uit een lang verleden… Het klonk ‘zwaar reformatorisch…’. En ik wist dat het te maken moest hebben met de onvermijdelijke dood…

Eerst even hoe ik hier kwam.

Ik denk dat ik nu al een jaar langs de nieuwe Hanzelijn fiets; een fantastisch nieuw aangelegd fietspad van de Drontermeren naar Dronten. Heen en terug van mijn werk in Dronten. Langs dit fietspad staan zo’n 800 40-50 jaar oude bomen. Het fietspad meandert er tussendoor. Ik denk dat ik door de voorjaarsvakantie er zo’n 1,5 week niet was geweest. Tot mijn grote verbijstering en schrik  hadden ze al zo’n 400 bomen omgezaagd! Het zullen er zo’n 600 worden. Het waren van die typische hoge bomen uit de polder; populieren…

“Ze hebben hun dienst gedaan!”, riep hij nog. Hun werk zit erop. Ze zijn overbodig en zelfs een bedreiging; “ze kunnen niet ongecontroleerd omvallen!”. Om het alles nog afschrikwekkender te maken: deze bomen vielen niet om maar ze werden ‘geveld’. Pijnlijk rigoureus vind de ontmanteling van hun bestaan plaats. Ik vond het een schokkende ervaring. De stammen gaan ergens naar toe, de kruinen gaan door de ‘shredder’… Wie weet maken ze er nog wel boeken van.  In een sneltreinvaart schoten en schieten nog steeds al ik er weer langskom de beelden door mijn hoofd.

>>> Bomen vallen niet om? >>>

270802_10150960565034501_1095912216_nOp mijn werk is er 1 keer per maand een open koffie ochtend voor de gepensioneerde collega’s. Druk bezocht door mijn oud collega’s. Mannen waar ik 23 jaar geleden, toen ik daar kwam werken, tegenop zag. Zij zijn mijn reuzen ‘van den beginne’. Mijn bazen soms. Gigantische en indrukwekkende bomen… Mannnen die het visioen van onze school hebben gerealiseerd. Maar nu kwetsbare mannen die zomaar kunnen omvallen. Iemand sprak mij aan en ik schrok van van zijn kwetsbare stem.

‘Van binnen zijn ze soms al rot’, riep een van van houthakkers nog tegen me; hij zag vermoedelijk aan mijn lichaam dat ik al die ‘gevelde bomen’ niet leuk vond… Het had iets pijnlijks. En nu ben ik helemaal geen bomen hugger…

>>> Bomen vallen helemaal niet om… >>>

Ik herinner mijn de meest verschrikkelijke en huiveringwekkende film die ik ooit heb gezien. ‘Soylent Green‘. Mijn vrouw (toen nog vriendin) en ik gingen logeren bij mijn ouders. Het moet 1979 zijn geweest en ik had de lovende recensie gelezen maar kende het plot niet….. Het was een thriller & Sience Fiction film. In een permanente groene smog werd er een een wereld geschetst waarin de lucht vervuild / het volk verloederd / de bovenlaag in een wereld leeft in een wereld van kunstmatig geluk. Voedsel is zeer schaars. Er is een excellent, smaakvol, proteïnerijk en zeer gezond koekje ‘Soylent Green’. Een uit een jarenlange coma ontwaakte man ontdekt deze wereld nieuw en ziet een vriend die vrijwillig naar een stervenskliniek gaat waar hij in een prachtige omgeving en tussen door hem gekozen beelden van vroeger ‘sterft’. Hij was overbodig geworden en dreigde een last te worden voor de samenleving. Aan de hand van allerlei criteria werd vastgesteld of en wanner je voor deze ‘overgang’ in aanmerking kwam. Door een moord op een van de medewerkers van dat ‘uitgangshuis’ die hem iets wilde vertellen gaat hij op onderzoek… Hij ontdekt dat de fabriek die de koekjes maakt een directe relatie heeft met het overgangshuis & ‘crematorium’. Zijn vriend tot koekje verwerkt. Ik kan me de avond nog herinneren. Sommige films moet je niet zien….

>>> Bomen worden geveld! >>>

Al deze ervaring gaan maar door mijn hoofd. De dingen gaan voorbij. Ook ik ga eraan. Mijn lieve ex-zwager is afgelopen zaterdag met pensioen gegaan; feestelijk. Broers van mij zijn die grens al over gegaan of staan er vlak voor. En ik wil helemaal niet met pensioen gaan… We worden door het leven of door de samenleving ‘uitgeschakeld’. ‘Zij’ spreken af wanneer we hebben afgedaan en/of wanneer we te duur geworden zijn. Aan mijn schoonvader ‘wordt niets meer gedaan’: hij is 93…

In mijn studeerkamer heb ik voor het eerst van mijn leven drie meter boeken weggedaan. Boeken die ik in 30 jaar tijd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid heb verzameld en die mij steunden in kennisdomeinen die voor mij inmiddels voorbij zijn gegaan. Een kenner en handelaar uit Kampen keek er meewarig naar. Ze waren niets meer waard. Ze hebben afgedaan. ‘De meeste boeken zullen door de shredder gaan’, zei hij. Het kan toch niet zo zijn dat de dingen voorbijgaan…!? Verzet ik me tegen het onvermijdelijke?

>>> Bomen vallen om; laat ze/ons please.. >>>

61Terug naar ‘Bomen vallen om‘. Ik heb een collega die gaat voor de ‘bijbeluitleg’ waarin deze tekst wordt gelinkt aan de geestelijk staat (wel of niet ‘in de Heere’) waarin mensen sterven en hun bestemming: hemel of hel. Zo ken ik het ook uit mijn verleden hoewel er ook die andere uitleg was waarin het ‘lot’ meer centraal stond. Maar de sfeer om “de bomen vallen om” was er een van de kwetsbaarheid, onvoorspelbaarheid en eindigheid. Er zat zeker ook de waarschuwing bij. Daarmee wordt die eindigheid ingebed in een religieuze werkelijkheid.

En nu bij mij? In de eerste plaats krijgt onze eindigheid het karakter van een gemanagede eindigheid. Wij worden geveld / zijn voorbij omdat de omgeving ons als ‘voorbij’ beschouwd, niet meer nodig of zelfs als een te dure last gaat zien. Wij managen eventueel onze eigen eindigheid. Wij worden geveld en als wij het niet zelf doen doen ‘zij’ het wel. Of wordt dit teveel gekleurd door mijn eigen somberheid? We zijn overbodig en/of doen er niet meer toe. Wij dragen niet meer bij.. Kosten en baten zijn ….

Nog een keer. Hoe zie ik mijn eigen eindigheid…? Mijn vader viel letterlijk en figuurlijk om. Een gescheurde aorta… Waarom vind ik dat een aantrekkelijker werkelijkheid? Het gewoon omvallen uit de tijd? Ben ik bang voor dat gemanagede einde? Ik verlang niet naar het lot maar wel naar het opene; het verast worden door… Gewoon vallen.. Zoals ik zo nu en dan ‘op mijn bek ga’ op mijn fiets; gladheid of een tak.

In’t Nederlands is iemand dood gegaan
over zijn reis wordt nooit meer iets vernomen.
In het Twents is iemand uit de tijd gekomen,
dus je weet zeker: hij kwam veilig aan.      
(Willem Wilmink)

En dan kom ik toch weer terug op Prediker. Ik blijf erbij: ‘Bomen vallen om.. en waar hij valt, daar zal hij wezen.’ Shit happens… Maar een nog mooiere tekst kleeft mij aan:

Wat is, was er reeds lang, en wat zijn zal, is reeds lang geweest;
en God zoekt weer op, wat voorbijgegaan is.

Niets gaat verloren…

Een echte depressie? (3)

Het zat eraan te komen? Twee vorige blogs waren al voorboden? De een heb ik onder privé moeten zetten en de andere gaf ook al commentaar; te persoonlijk (Monique Samuel over Facebook). Ik had de mensen uit mijn directe omgeving er herkenbaar in betrokken. Ik heb aan mijn ‘categorieën’ het fenomeen (te) persoonlijk toegevoegd. Dit alles in mijn zoektocht naar eerlijkheid en openheid. In dit blog schrijf ik hopelijk echt alleen over mijzelf…

Echt verdwaald ben ik nu. Het komt heel langzaam; bijna ongemerkt. Het is geen tsunami; hoewel het eindresultaat hetzelfde is. Nee het sluipt er langzaam in. Een soort kanker op het gebied van emoties. Emotionele wildgroei. Een groeiende ontstemming met, op den duur, overduidelijke effecten. Een mengeling van gedrag en emoties die ik in een paar alinea’s zal proberen te beschrijven.

>>>

Een belangrijk aspect is de mengeling van verlangen naar contact en een overduidelijke destructieve neiging tot isolement. Ik denk vaak aan mijn (mogelijke) vrienden en volgens mij geef ik signalen in de vorm van een uitnodiging.. Maar ze reageren niet. Ik weet echter niet eens of ik wel een duidelijk appel doe op mijn omgeving. Ik ‘zie’ mezelf eerder iets doen wat de omgeving afschrikt? Het is in ieder geval heel ingewikkeld. Het beeld wat in mijn hoofd naar voren komt is ‘melaatsheid’. Je wordt onaanraakbaar. Gevaarlijk? Besmettelijk? Schrikdraad? Het is overduidelijk dat ik mij terugtrek en dat mijn omgeving niet graag doorzet als het gaat om toenadering. Met als eindresultaat een vereenzaming vol zelf beklag: niemand zoekt mij op / niemand wil mij… Ik vermoed zelfs irritatie in mijn omgeving.

Ik denk zelfs dat er sprake is van een ‘blend’ van angst voor mezelf en zelfhaat; van ‘agressie’ tegen mezelf. Ik weet ook niet precies waarom woorden als ‘beterschap’ en ‘sterkte’ niet aan mijn behoefte voldoen. Een ‘line’ van Dylan schiet dan door mij heen; maar of dat terecht is?

Can’t recall a useful thing you ever did for me
’Cept pat me on the back one time when I was on my knees

>>>

En dan is er het dagelijkse gedrag. Een fysieke zwaarte komt over je. Moe opstaan en zo vroeg mogelijk naar bed gaan; en dat terwijl je zo’n 10 uur geslapen hebt. Je niet kunnen concentreren. Niet kunnen lezen; en dat is heel erg voor mij!!! Niet gaan sporten… Het vermijden van alles wat je ‘moet doen’.

Alles wordt geïnfecteerd; je denken, je voelen, je willen, je doen en zelfs je lichaam. Het is alsof er door/in alle dimensies van mijn zijn een vergiftiging/vernietiging sluipt. Een verzuurde stroperigheid die zich in alles wortelt en heel gestaag je hele gestel van zijn innerlijk vormgevende structuren berooft. Niets blijft hetzelfde. Tijd voor nieuwe medicijnen?

>>>

Cover 1In de waan laten

Hij was gedwongen opgenomen. Omdat hij psychotisch zou zijn. Terwijl hij zo helder was als maar kon en op schitterende ideeën was gekomen. Maar hij stuitte op onbegrip. Hij had zich tegen het onrecht van opname en de diagnose verzet. Uren had hij gepraat om de arts en de verpleegkundigen tot ander inzicht te brengen. Maar hij geeft het op: ‘Ik laat ze nu maar in de waan.’  

(Uit: ‘Maar mensen gaan voorbij’ van Hans Mondeel / Een absolute aanrader..)

Dit is misschien wel het moeilijkste aspect van een stemmingsstoornis. Is er een ruimte in jezelf die de dagelijkse waan overstijgt? Is er een zuiver denken/voelen/willen die er wel kan en mag zijn? Ja, er is een Zelf wat niet alleen van mezelf is, maar hoe kan ik in verbinding komen met die ruimte/openheid.

Natuurlijk weet ik van en heb ik ervaring met het gebruik van medicijnen. Ik weet nog dat ik na een paar weken Buspar voor het eerst de verkleurende bomen zag en niet meer aan het denken was.. Nu heb ik nieuwe medicijnen nodig omdat de vorige zijn uitgewerkt is alles van zijn plek. Ik kan de verbindingen niet meer vinden. Alle wegen van mijn hersenen zijn ‘van het pad’. Ik kan de plek niet meer vinden…

tumblr_lpise3gLaL1qfvq9bo1_r1_1280Het is voor jezelf bijna onmogelijk die ‘grensovergangen’ tussen depressie, ‘werkelijkheid’ en de alles dragende en doordesemende leefruimte van de ziel te blijven onderscheiden. En dan heb ik het er nog niet eens over hoe moeilijk het vervolgens is naar de juiste plekken toe te gaan. De woorden, verhalen en beelden in God die de nacht leefbaar maken.mertons_cross_lg   Thomas Merton is voor mij zo’n ingang. Mijn lieve vrouw heeft dit beeld ooit voor mij geschilderd in de vorm van een groot donker veld met daarin twee ‘scheuren’ in de vorm van een kruis. Het kreeg de titel ‘ het duister is mij licht genoeg’. Indrukwekkend.

In ieder geval ga ik voorlopig op zoek naar de juiste medicijnen. En mijn cadeau voor mijn verjaardag weet ik nu ook. Het bronzen kruis van Thomas Merton.

Herinnering, Johanna ter Steege en vergeving

Het is een verhaal wat mij altijd is bijgebleven; een herinnering… Ik denk dat ik dit verhaal wel meer dan zestig keer heb verteld en met ‘succes’.

Ik moet 22 zijn geweest. Ik was een van de leiders van een jeugdkamp van ‘Het Clubhuis’ in Rijssen. De leeftijd was van 13 tot 15 jaar. Woensdagnacht wordt ik door een meisje uit de groep geroepen; ‘Johanna ligt te huilen’. Ik ga naar haar toe op de slaapzaal en zie dat ze erg overstuur is. Ik neem haar mee; ze is intens verdrietig. Huilend, hortend en stotend vertelt ze het verhaal wat in mijn herinnering ongeveer als volgt klonk.

“Opa, waar ze thuis op de boerderij heel veel mee speelde, was ineens dood neergevallen (waar ze bij was?)…. En de achterbuurman was overleden. Deze achterbuurman had een zoon. Aan deze zoon werd nu echter een vreselijk geheim verteld… Zijn vader, die was overleden, was zijn vader niet maar zijn opa. En zijn moeder was zijn moeder niet maar zijn oma. Zijn veel oudere zus was zijn echte moeder… Zijn echte vader was er toentertijd vandoor gegaan…..”

137704_300Ik was pas bekeerd en zeer veel bezig met geloof. De meeste kinderen uit Rijssen en omgeving kwamen uit actief gelovige en kerkelijke gezinnen… We hebben het over 1974… Dus vroeg ik haar of ze geloofde..”ja”. Dus ging ik met haar bidden; voor Opa, zijn familie en voor het ingrijpende verhaal van de achterbuurman rondom zijn (klein)zoon en de moeders. Ze was inmiddels rustig geworden en ik bracht haar naar bed. Na een half uur ging ik even bij haar kijken of het nu echt goed was. Niet helemaal dus. Ze lag te piekeren over die man die was weggelopen, de inmiddels echte vader, of God hem wilde vergeven…. Of ik daar ook nog voor wilde bidden met haar. Ik was perplex; een kind van 13 wat zo met het leven, schuld en God bezig was…

Nu was ik pedagoog in opleiding en herinnerde me een verhaal van de pedagoog Langeveld die elke handeling van een volwassene t.o.v. een kind vertaalde in de al-of-niet uitnodiging tot de weg naar ”zelfverantwoordelijke zelfbepaling”. Ik zei tegen haar dat ze zelf ook kon/mocht bidden. En ik beloofde haar dat als zij nu zelf zou gaan bidden daarvoor dat ik naar buiten zou gaan en hetzelfde zou doen. En dat heb ik gedaan. Buiten gekomen schoot me het verhaal van Jezus te binnen over gebed dat hij ‘illustreerde’ met de vergelijking met een kind wat aan de vader om brood vraagt dat hij dan toch geen steen zal geven? ” Als u, die slecht bent, uw kinderen dan goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven aan hen die tot Hem bidden.”(Mattheus 7: 11) Ik wist het; dit gebed zou verhoord worden! Ik ging nog even terug naar de slaapzaal en vroeg aan Johanna ‘Ben je een kind van God?’; ze zei ja. En vertelde haar dat God haar haar vraag niet zou weigeren en dat haar gebed verhoord was en ging weg. De volgende morgen kwam ze naar me toe en vertelde dat ze pas kon slapen nadat ik haar dat verteld had… De zekerheid van vergeving voor die man…

Wat heb ik het vaak verteld… En welke wedergeboortes heeft mijn geloof ondergaan…

Het bleef mij bij, dit verhaal, als een prikkelende herinnering. Johanna ter Steege; zo heette ze. Tot ik vele jaren later ik haar naam weer tegenkwam in de krant. Een Johanna ter Steege kreeg lovende kritieken voor haar rol in de film Guernsey. Een lichte huiver ging door mij heen.. zou zij….? Nee, dat kon niet. Dat zou te toevallig zijn. Maar de nieuwsgierigheid bleef. Ik Googlede om een mailadres te kunnen vinden. Ik schakelde mijn zoon in. Geen link naar haar persoonlijk te vinden. 497Ik gaf het op. Tot mijn vrouw mij op mijn verjaardag  kaartjes cadeau deed voor de voorstelling ‘Hiroshima mon amour’. Een aangrijpende en ontroerende voorstelling over liefde, vreselijke herinneringen en de zoektocht naar..? Zou het vergeving zijn? Een van de beelden die mij raakte was het vele ‘water’ wat ze dronk om iets weg te spoelen? En het water waarmee ze zich aan het eind probeerde te wassen? Was het gieten van het water over zich heen een vorm van doop? Geen idee; als het mijn inlegkunde is dan vind ik dat een heel mooie vertaling… En het met gespreide armen gaan liggen op haar stervende geliefde… Was dat het overschaduwen van de stervende met de lijdende Christus…?

266px-Johanna_ter_SteegeNa afloop van de voorstelling sprak ik haar aan in de foyer. Stelde me voor als Rinie Altena. Het zei haar wel iets maar ze wist niet wat. Ik vertelde haar van een jeugdkamp / Rijssen / huilen / Opa… Ja dat herinnerde ze zich zeker; vooral het huilen. Ze corrigeerde mijn historische/geheugen vertekeningen tot het juiste verhaal. Bij het thema van het hartstochtelijke verlangen naar vergeving werd ze helemaal wakker. Haar regisseuse Karina Kroft, die naast haar stond, zei ‘dat is een thema van je; wat apart!’. En zij beaamde dat. De rest greep me teveel aan me daar nog veel van te kunnen herinneren. Ik meen me te herinneren dat Karina het verhaal een juweeltje of zoiets noemde.. Zij was het! En het hart van het jonge kind was met het ouder worden niet verkalkt! Nog steeds was ze een en al empathie/compassie/geraaktheid. Verlangen naar vergeving en verzoening? Voor alles en iedereen? Anders kun je dit toch niet zo spelen?

Ik weet het niet; natuurlijk overdrijf ik zoals altijd. Ik ben alleen dankbaar dat ik haar twee keer heb mogen meemaken en ik denk dat God haar nog steeds verhoord… Gebeurt verzoening dan nu alleen nog in theater? Ik kom deze geraaktheid en gevecht om verzoening en liefde in de kerk helaas nog maar bij een enkeling tegen…

“and these visions of Johanna are now all that remain”

Monique Samuel en de christen 2.0

Layout 2Ja; ik voel mij van het uitstervende soort. Verschillende van mijn idolen zijn dood (Henri Nouwen / Dorothé Sölle) of te oud om nog serieus genomen te worden als het gaat om de toekomst…. In ieder geval zijn zij geen richtingwijzers voor de jongere garde? Maar het maakt mij vervolgens wel nieuwsgierig naar wie de nieuwe ‘sterren’ voor de jongeren zullen zijn. Is dat Brian McLaren, Tim Keller of zijn dat meer de bewegingen als Taizé of Iona? Maar de genoemde theologen zijn mij dan weer te weinig maatschappelijk geëngageerd. Als ik in de krant en/of de boekhandels kijk zie ik weinig, voor mij, verheffends. Waar en wie zijn ze, de nieuwe profeten/profetessen?

Dit weekend raakte mij wel iets. Het was een essay van Monique Samuel in Trouw. Alleen al vanwege de naam zou het klasse moeten zijn. Een gepassioneerd verhaal van een zoek- en vind-tocht in de christelijke spiritualiteit. Is het echter mijn leeftijd dat ik mij afvraag: is het authenticiteit of is het een steekvlam? Zij is argwanend naar de kerken en terecht volgens mij, maar veel van de alternatieve bewegingen/figuren waren ook na een beperkt aantal jaren weer voorbij. Wie hoort er nog van Boele Ytsma?

Toch geef ik de hoop niet op; wat zij zegt en schrijft raakt en inspireert mij. Zij zoekt naar een nieuwe vorm van christen zijn. Christen 2.0.(Boekbespreking van Bert Altena; geen familie) Haar ‘program’ neem ik letterlijk over uit haar essay in de Trouw van 1 december:

dagboek-van-een-zoekend-christen-monique-samuel-9789033800054-voorkant“In mijn ‘Dagboek van een zoekend christen’ pleit ik voor de introductie van een nieuw, inclusief, open christendom. Dit nieuwe christen-zijn vereist een grote ommezwaai in ons denken. Het zal geen eenvoudige weg zijn, de kerk zal verkeerde afslagen blijven nemen (zoals christenen door de eeuwen heen zo vaak hebben gedaan), maar stil zijn is geen optie meer. En dus moeten wij op zoek naar een nieuwe manier van christen zijn – ik noem het christen 2.0. Levend en overtuigend, maar ook transparant en eerlijk.

De eerste stap op weg naar dit nieuwe christendom is een terugkeer naar de kern van het Evangelie. Het goede nieuws van de dood en opstanding van Jezus is radicaal en zal altijd op weerstand stuiten. Het is ook een boodschap van oneindige inclusieve liefde en genade.
De grenzeloze liefde van God en Zijn genade voor ons feilbare mensen is wat het christelijke geloof van andere religies onderscheidt, en wat ons in staat stelt bruggen te slaan. Uit liefde en genade kon ik als eerste christen in honderd jaar bidden tussen mijn islamitische broers en zussen in de Rotskoepelmoskee in Jeruzalem en op dezelfde dag even verderop mijn gebeden opzeggen naast mijn joodse broers en zussen bij de Klaagmuur. Vanuit deze geloofsovertuiging kan ik mijn hindoeïstische vrienden omarmen en mij atheïstische vrienden koesteren. Tegelijkertijd ben ik fundamenteel anders want ik belijd Jezus Christus als mijn Opgestane Heer en richt ik mijn gebeden tot Hem en niets of niemand anders.
Over die de invulling van de kerkelijke dogma’s en theologische zienswijzen valt te discussiëren, over de essenties van het Evangelie niet.

De tweede stap is het erkennen van de diepe pijn die de kerk haar volgelingen door de eeuwen heen heeft berokkend – en blijft toebrengen. Niets heeft mij zoveel pijn gedaan als de veroordeling, walging en afschuw van hen die zich mijn broeders en zusters in Christus noemen. Soms word ik midden in de nacht wakker en huil om alles wat is gezegd en nog meer om alles wat is verzwegen. Het wordt tijd dat de kerk, nee, alle kerken eigenlijk, op de knieën gaan en hun zonden belijden: het onrecht dat de zwarten is aangedaan, kleurlingen, vrouwen en kinderen, andersdenkenden en andersgelovigen, wetenschappers en vrije geesten, homo’s en lesbiennes, biseksuelen, transgenders, transseksuelen, queers en al die hetero’s die niet mochten houden van wie ze hielden en daarmee ook de liefde voor henzelf werd ontzegd.

De derde stap is niet langer kijken naar wat verdeelt, maar wat samenbindt – als kerken onderling, maar ook als kerk en alles wat daarbuiten ligt. Wij zijn allen schepselen van God die mogen rekenen op Zijn (of Haar?) onvoorwaardelijke liefde.
Het wordt dus tijd dat de kerk leiderschap toont. Dat wij leiderschap gaan tonen. Iedereen die zich christen noemt is gewild of ongewild de kerk. Ik als gelovige ben deel van de gemeente van God en zal dus als gelovige  mijn verantwoordelijkheid moeten nemen en leiderschap moeten tonen op de plaats die God mij heeft toebedeeld.
Het is zoals de vrouwelijk pastor Bridget Willard schreef: “Kerk is niet waar je samenkomt, kerk is geen gebouw, kerk is wat je bent. Laten we niet naar de kerk gaan, maar zelf de kerk zijn.” (einde citaat van M.S.)