Hagia Sophia /Thomas Merton (vertaald door Dirk Doms)

broadside

Hagia Sophia, een prozagedicht van Thomas Merton

I. Dageraad. Het uur van de Lauden

Alle zichtbare dingen dragen een onzichtbare vruchtbaarheid in zich, een gedempt licht, een zachte naamloosheid, een verborgen heelheid. Deze mysterieuze eenheid en gaafheid is de wijsheid, de moeder van alles, natura naturans. In alle diengen leeft een oneindige tederheid en zuiverheid, een stilte die een bron is van handelen en vreugde. Zij borrelt op uit een woordenloze vriendelijkheid en stroomt naar mij toe uit de onzichtbare wortels van al wat geschapen is. Zij verwelkomt mij liefdevol en groet mij met een onbeschrijfelijke eenvoud. Dit is tegelijk mijn eigen bestaan, mijn eigen natuur en de gave in mij van de gedachte en de werking van de Schepper, sprekend als Hagia Sophia, als mijn zuster, de Wijsheid.

Ik word gewekt, ik word opnieuw geboren wanneer ik de stem van mijn zuster hoor naar mij gezonden uit de diepten van de goddelijke vruchtbaarheid.

Laten we even aannemen dat ik een man ben die in een ziekenhuis ligt te slapen. Ik ben inderdaad die man. Het is 2 juli, het feest van Onze-Lieve-Vrouw Visitatie. Een Feest van Wijsheid.

Om halfzes ’s morgens lig ik te dromen in een heel rustige kamer als een zachte stem mij uit mijn droom wekt. Ik ben zoals aIle mensen die ontwaken uit aIle dromen die ooit werden gedroomd in aIle nachten van de wereld. Het is als de ene Christus die wakker wordt in elk afzonderlijk zelf, dat afzonderlijk geïsoleerd en alleen is, in alle landen, waar ook ter wereld. Het is als aIle geesten die terugkeren naar het bewustzijn uit de tegenstrijdigheid en de verwarring, om zich te verenigen in liefde. Het is als de eerste ochtend van de wereld (toen Adam voor het eerst uit het niet-zijn ontwaakte bij het
horen van de zoete stem van de Wijsheid) en als de Laatste Ochtend van de wereld, wanneer aIle fragmenten van Adam, op het woord van de Hagia Sophia, zullen opstaan uit de dood en weten waar zij aan toe zijn.

Zo is het ontwaken van een man, op een ochtend, in het ziekenhuis, bij het horen van de stem van een verpleegster. Het is een ontwaken uit de loomheid en de duisternis, uit de hulpeloosheid, uit de slaap, terwijl hij op een nieuwe wijze de werkelijkheid aanschouwt en die als vriendelijkheid ervaart.

Het is als gewekt worden door Eva. Als gewekt worden door de Gezegende Maagd. Het is als voortkomen uit het oorspronkelijke niets en verschijnen in het licht, in het paradijs.

In de frisse hand van de verpleegster is de aanraking van alle leven, de aanraking van de Geest.

Zo roept de Wijsheid tot alIen die willen horen (Sapientia clamitat in plateis) , ze roept vooral de kleinen, de onwetendenen de hulpelozen.

Wie is kleiner, wie is armer clan de hulpeloze die slaapt in zijn bed, zonder bewustzijn en zonder verdediging? Wie is meer vol vertrouwen dan hij die zich elke nacht weer aan de slaap moet toevertrouwen? Wat is de beloning voor zijn trouw? Tederheid treedt hem tegemoet als hij het meest hulpeloos is en wekt hem uit zijn slaap, verfrist hem, begint hem te helen. Liefde leidt hem bij de hand, opent voor hem de deuren van een nieuw leven, van een nieuwe dag.

(Maar hij die zichzelf verdedigde, die voor zichzelf vocht toen hij ziek was, die voor zichzelf plannen maakte, zichzelf bewaakte, alleen zichzelf beminde en de hele nacht bij zijn eigen leven de wacht hield, wordt ten slotte geveld door uitputting. Voor hem is er geen nieuwheid. Alles is oud en taai.)

Als de hulpeloze fris ontwaakt bij het horen van de stem van de genade, is het alsof het leven, zijn zuster, alsof de Gezegende Maagd (zijn eigen vlees, zijn eigen zuster), alsof de natuur, wijs geworden door Gods werk en Gods menswording, over hem waakte en hem met een onuitsprekelijke tederheid uitnodigde om te ontwaken en te leven. Dit is wat het betekent de Hagia Sophia te herkennen.

II. De vroege morgen. Het uur van de Primen

O gezegende stilte, die overal spreekt!

Wij horen haar niet, de zachte stem, de vriendelijke stem, genadevol en vrouwelijk.

Wij horen de genade niet. De buigzame liefde, of de geweldloosheid, of het niet vergelden horen wij niet. In haar zijn geen redenen en geen antwoorden. Toch is zij de openhartigheid van Gods licht, de uitdrukking van Zijn eenvoud.

Wij horen niet de nimmer klagende vergiffenis die het onschuldige gelaat van de bloemen naar de bedauwde aarde doet buigen. Wij zien het Kind niet dat gevangen is in aIle mensen en dat niets zegt. Zij glimlacht want al hebben ze haar gebonden, zij kan geen gevangene zijn. Niet dat zij sterk is, of slim: zij weet niet wat gevangenschap is.

De hulpeloze, overgelaten aan de zoete slaap, hem zal de zachtaardige wekken: Sophia.

Al wat zoet is in haar tederheid zal hem toespreken, van aIle kanten en in alles, zonder ophouden, en hij zal nooit meer dezelfde zijn. Hij zal ontwaakt zijn, niet voor de verovering en het duister genot, maar voor de smetteloze, zuivere eenvoud van een bewustzijn in alles en door alles: een Wijsheid, een Kind, een Betekenis, een Zuster.

De sterren verheugen zich, elk vanaf zijn eigen plaats, over het opgaan van de Zon. De hemellichten verheugen zich in die ene man die er ’s morgens op uit trekt om een nieuwe wereld te maken, omdat hij vanuit de verwarde, oerduistere nacht tot bewustzijn kwam. Hij heeft de klare stilte van Sophia in zijn eigen hart gezegd. Hij is eeuwig geworden.

III. De late morgen. Het uur van de Terts

De Zon brandt aan de hemel als het gelaat van God, maar wij weten dat Zijn gelaatsuitdrukking niet wreed is. Het licht van de Zon wordt verspreid in de lucht en het licht van God wordt verspreid door Hagia Sophia.

De Verblindende in de zwarte duisternis zien wij niet. Hij spreekt ons zacht toe in tienduizenden dingen, waarin Zijn licht een volheid en een Wijsheid is.

Zo schijnt Hij niet op hen maar vanuit hen. Zo is de liefdevolle vriendelijkheid van de wijsheid.

Alle volmaakte vormen van de geschapen dingen zijn ook in God: en daarom is Hij tegelijk Vader en Moeder. Als Vader is Hij eenzaam machtig, door duisternis omringd. Als Moeder wordt Zijn schittering verspreid. Zijn glans omhelst al zijn schepselen met genadevolle tederheid en licht. De verspreide schittering van God is Hagia Sophia. Wij noemen haar Zijn ‘heerlijkheid’. In Sophia wordt Zijn macht enkel ervaren als genade en als liefde.

(Toen de reclusen van het veertiende-eeuwse Engeland hun kerkklokken hoorden en naar buiten keken over de kale heuvels en moerassen onder de vriendelijke lucht, spraken zij in hun hart tot ‘Jezus, onze Moeder’. Het was Sophia die in hun kinderlijk hart was ontwaakt.)

Misschien is Sophia, in een zeer primitief opzicht, de onbekende, de duistere, de naamloze Ousia. Misschien is zij zelfs de goddelijke natuur, een in Vader, Zoon en Heilige Geest. En misschien is zij onopvallend in het eindeloze licht en wacht zij er zelfs niet op als licht gekend te worden. Dat weet ik niet. Uit de stilte wordt het licht gesproken. Wij horen of zien het niet tot het gesproken wordt.

In het naamloze begin, zonder begin, was het licht. Wij hebben dit begin niet gezien. Ik weet niet waar zij is, in dit begin. Ik spreek niet van haar als een begin, maar als een verschijning, een openbaring.

Nu komt de Wijsheid van God, Sophia, naar voren, ‘machtig reikend van einde tot einde’. Zij wil ook het ongeziene draaipunt zijn van de hele natuur, het middelpunt en de betekenis van al het licht dat in alles en voor alles is. Dat wat het armste en nederigste is, dat wat het meest verborgen is in alle dingen is niettemin het opvallendst, het duidelijkst aanwezig in hen, want het is hun eigen zelf dat voor Ons staat, naakt en onbezorgd.

Sophia, het vrouwelijke kind, speelt in de wereld, opvallend en ongezien, speelt altijd voor het aanschijn van de Schepper. Zij vindt haar vreugde bij de kinderen van de mensen, zij is hun zuster. De kern van het leven die in aIle dingen bestaat, is tederheid, genade, maagdelijkheid, het licht, het leven, beschouwd als passief, als ontvangen, als gegeven, als genomen, als onuitputtelijk hernieuwd door de gave van God. Sophia is gave, is geest, Donum Dei. Zij is door God gegeven en zij is God zelf als gave. God als alles, en God herleid tot niets: onuitputtelijk niets-zijn. Exinanivit semetipsum. Nederigheid als bron van nooit ontbrekend licht.

Hagia Sophia in aIle dingen is het goddelijke leven, weerspiegeld in hen, als een spontane deelname, als hun uitnodiging op het bruiloftsfeest.

Sophia is Gods delen van Zichzelf met aIle schepselen. Zijn uitstromen, en de liefde waarmee Hij wordt gegeven en gekend, omhelsd en bemind.

Zij is in aIle dingen zoals de lucht die het zonlicht ontvangt. In haar bloeien zij. In haar verheerlijken zij God. In haar verheugen zij zich Hem te weerspiegelen. In haar zijn zij verenigd met Hem. Zij is de eenheid tussen hen. Zij is de liefde die hen verenigt. Zij is het leven als communio, het leven als dankzegging het leven als lofprijzing, bet leven als feest, het leven als heerlijkheid.

Omdat haar ontvangen volmaakt is, is er in haar geen smet. Zij is liefde zonder smet en dankbaarheid zonder zelfingenomenheid. AIle dingen loven haar door zichzelf te zijn en door te delen in het bruiloftsfeest. Zij is de bruid en bet feest en de bruiloft.

Het vrouwelijke principe in de wereld is de onuitputtelijke bron van de scheppende verwezenlijkingen van de heerlijkheid van de Vader.. Het is zijn openbaring in stralende schittering! Maar het blijft ongezien, door slechts enkelen in een glimp opgevangen.. Soms is er helemaal niemand die het kent..

Sophia is Gods genade in ons. Zij is de tederheid waarmee de oneindig mysterieuze kracht van de vergeving de duisternis van onze zonden omkeert naar het licht van de genade. Zij is de onuitputtelijke broan van vriendelijkheid, het lijkt wel of zij, in zichzelf, helemaal genade is. Zo verricht zij in ons een groter werk dan dat van de Schepping: het werk van het nieuw zijn in de genade, het werk van de vergiffenis, het werk van de omvorming van stralend licht naar stralend licht, tamquam a Domini Spiritu. Zij is in ons het meegaande en tedere tegendeel van de macht, de gerechtigheid en het scheppende dynamisme van de Vader..

IV. Zonsondergang. Het uur van de Completen. Salve Regina

Welnu, de Gezegende Maagd Maria is het enige geschapen wezen dat in haar leven belichaamt en verkondigt al wat in Sophia is verborgen. Daarom kunnen we zeggen dat zij de persoonlijke verschijning van de Sophia is, die voor God veeleer Ousia is dan Persoon.

Natura wordt in Maria zuivere Moeder. In haar is Natura zoals ze was sinds de oorsprong uit haar goddelijke geboorte. In Maria is Natura de alwijze en geopenbaard als een voorzichtige, alles beminnende, zuivere persoon: geen Schepper, geen Verlosser, maar een volmaakt Schepsel, een volmaakt Verloste, de vrucht van heel Gods grote macht, de volmaakte uitdrukking van wijsheid in genade.

Het is zij, het is Maria, Sophia, die in droefheid en vreugde, volledig bewust van wat ze aan het doen is, de tweede persoon, de Logos, kroont met de kroon van Zijn menselijke natuur. Zo opent haar instemming de deur van de geschapen natuur, van de tijd, van de geschiedenis, voor het Woord van God.

God treedt Zijn schepping binnen. Dankzij haar wijze jawoord, haar gehoorzaam begrijpen, de zachte en vruchtbare instemming van de Sophia, treedt God zonder publiciteit binnen in de stad van hebzuchtige mensen.

Zij kroont Hem niet met wat glorierijk is, maar wel met wat groter is dan glorie: het enige dat groter is dan glorie is zwakte, nietigheid, armoede.

Zij zendt de oneindig Rijke en Machtige uit als een arme en hulpeloze, in Zijn zending van onuitsprekelijke genade, om voor ons te sterven aan het kruis.

De schaduwen vallen. De sterren verschijnen. De vogels beginnen te slapen. De nacht omhelst de stille helft van de wereld.

Een zwerver, een berooide doolaard met stoffige voeten, vindt zijn weg langs een nieuwe straat. Een thuisloze God, verloren in de nacht, zonder papieren, zonder identificatiebewijs, zelfs zonder nummer, een frele, waardeloze banneling ligt, troosteloos verlaten, neer onder de zoete sterren van de wereld en vertrouwt zichzelf toe aan de slaap.

 


Zie ook

en

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s