Gerhard Scholte: Waarom moest Jezus dood?

Met Pasen in zicht, is er elk jaar wel iemand die me vraagt: Kun je me nu eens uitleggen hoe dat zit met Jezus’dood. Waarom moest dat nou?
Ook bij de serie over verzoening van een paar weken geleden kwam die vraag weer om de hoek kijken. De oude verzoeningsleer, zoals bekend aangevochten en afgewezen door Herman Wiersinga, gaf in feite een duidelijk antwoord: God is het hoogste goed en verwacht van mensen alleen het allerbeste. Daar komen wij bij lange na niet aan toe. Wij zijn ‘kinderen des toorns’, in zonde ontvangen en geboren, zoals het vroeger zo vaak voorgelezen doopformulier het uitdrukte.God wil voor dat menselijk falen genoegdoening. God wil straffen. Ja sterker, de heilige God is het aan zichzelf verplicht te straffen. Maar dan komt Jezus! En Jezus wil die straf ondergaan. Als onze plaatsvervanger. Dankzij Jezus gaan wij vrijuit, hij heeft onze verdiende straf ondergaan. Daarom is zijn sterven het rustpunt van ons hart, zingt een lied.
Daar komt het kort gezegd en sterk vereenvoudigd op neer.
Brandende vraag is nu natuurlijk: Kun je het verhaal van Jezus nu ook anders uitleggen, en dan met name de vraag: Waarom moest Jezus sterven? Laat ik een poging doen.

God is inderdaad in alle religies uitdrukking van het allerhoogste goed, het ‘Superbonum’. In nagenoeg elke vorm van religie wordt een enorme afstand ervaren tot dat hoogste goed. Of het nu vertegenwoordigd wordt door de voorouders, verschillende goden of de ene god. Mensen ervaren een gigantische afstand, een schuld, en ervaren de verplichting omhoog te klimmen. Je krijgt zo in elke cultuur anders gevormde en gekleurde uitingen van boetedoening. Mensen proberen hun fouten en zonden weer goed te maken. In de protestantse en katholieke wereld, maar evengoed in die van de islam hoor je in vele variaties: God houdt op een plankje je goede daden en je mis-daden bij. En aan het eind van je leven wordt de rekening opgemaakt, wordt er gekeken naar je verdiensten en wordt het hemel, hel of een ruimte van reiniging ertussenin.

Voor de vooral protestantse variant van de verzoeningsleer heette het dat Jezus door zijn leven en sterven zoveel verdiensten had verworven, dat hij op grond daarvan allen die in hem geloven mee kon nemen de hemel in. In plaats van ons is hij omhooggeklommen. Wij liften door ons geloof als het ware met hem mee.

Ik kan me voorstellen dat een flink aantal lezers van dit stukje hun schouders ophalen en schamper lachen om zoveel primitief geloof. Doe dat niet te snel. Want ontdoe het hele verhaal van zijn religieus jasje en het is ook het verhaal van de economie van onze global village. Wie de grootste verdiensten heeft staat het hoogst op de ladder en naar ons moreel gevoel is dat ook terecht. Dat heeft hij verdiend.

Ik noem dit denken in termen van omhoog zien te komen het ‘trapdenken’. Het is opvallend dat Jezus zich in tal van verhalen en uitspraken tegen zulk trapdenken verzet. De god zoals hij die voor ogen heeft vraagt op geen enkele manier dat mensen omhoogklimmen. Vraagt omgekeerd dat ze zijn liefde en zorg, die constant neerstromen, met open handen opvangen. Maar mensen raken maar moeilijk hun religieuze insteek kwijt: Onder Jezus’ leerlingen wordt met zekere regelmaat de vraag besproken wie van hen de meeste is. Wie het hoogst op de ladder staat. De religieuze leiders van zijn tijd hebben bekering en boetedoening als vertaling van dat trapdenken hoog in het vaandel staan. Mensen worden alleen nog maar in allerlei gradaties van zondaren ingedeeld, al naar gelang je op een hogere of lagere sport van de ladder te vinden was, of er zelfs nog niet aan begonnen was. Was je op een gegeven moment al ruim gevorderd op de ladder dan verdiende je de titel ‘Goed’. Het verhaal van de rijke jongeling vertelt in alle variaties van zijn vraag hoe hij definitief de top van de ladder kon bereiken: ‘Wat moet ik nog doen om het eeuwige leven te bereiken?’ In Lukas leidt hij zijn vraag in met de groet ‘Goede Meester’. Jezus’ antwoord op die groet is in feite zeer onthullend: ‘Wat noem je mij goed? Niemand is goed dan God alleen.’ Ik hoor in zijn antwoord op deze ‘hoge’ groet een afwijzing van het hele trapdenken. Van God uit is er geen enkele behoefte aan opklimmende mensen. Niemand is goed, maar daar wordt ook niet op gerekend. God is goed en vraagt mensen daarop te vertrouwen, zich dat goede, de liefde allermeest, te laten welgevallen en vandaaruit het goede te doen. Het is dat omlaagkomen van God wat telt. Als trapdenken leidt tot zelfhaat en zelfafwijzing in het slechtste [en meest voorkomende] geval, dan leidt omgekeerd het ‘goede nieuws’ van Gods omlaagkomen tot het ontmantelen van elke reden van zelfhaat en zelfafwijzing. En dat is de grond voor verandering.

Maar nu onze vraag: Waarom moest Jezus dan sterven, als het niet van God moest. Ik weet geen ander antwoord dan dit: Wat van God gevraagd wordt (‘moet’), is de weigering mee te gaan in het trapdenken. En wie zich tegen het trapdenken verzet, verzet zich in bijna elke cultuur tegen het belangrijkste fundament onder die cultuur: het trapdenken. Je mag pas meedoen als je je bewezen hebt. Je stelt pas iets voor als je op bepaalde verdiensten kunt wijzen. Wie zich daartegen verzet, moet worden uitgerangeerd. Van dat verzet en van die consequentie staan de profetenverhalen bol: gevangengezet, monddoodgemaakt, vermoord.
Het is Jezus gelukt zich consequent aan de druk te onttrekken ergens een laddertje op te klimmen. Daarom durft hij direct van Gods vergeving te spreken, zonder klimvermogen ter sprake te brengen. En dat levert hem weer de aanklacht ‘Godslastering’ op, voornaamste juridische aanklacht in zijn terdoodveroordeling. Maar hij neemt niets terug, blijft zich integendeel volledig met de mensen onderaan de ladder vereenzelvigen, hij eet zelfs geregeld met ze. Hij ‘zoekt de zondaars op’ heet het, zelfs: ‘hij ziet naar ze uit’ , niet om ze naar de onderste sport van de ladder te leiden, maar om ze hier en nu en heel direct te vertellen dat God omlaaggeklommen is en ze met open armen ontvangt. Gods liefde betekent: een ladder is niet nodig. ‘Hij doet ons niet naar onze zonden…’, zei Psalm 103 al: ‘hij kent geen vergelding’

Een gedachte over “Gerhard Scholte: Waarom moest Jezus dood?

  1. Pingback: Heeft God een offer nodig voor zijn vergeving? | Rinie Altena

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s