Thomas Merton’s Brief over ongeloof

Ik zie deze brief als een antwoord op mijn blog over “Losing my religion”.

[De brieven van Thomas Merton, zo geïmproviseerd en grammaticaal onverzorgd als ze kunnen zijn, geven een kijkje in zijn ‘religieus bewustzijn’ op bepaalde momenten in zijn leven. Op een manier die zijn ‘bewerkte’ boeken niet konden laten zien. Deze brief is een van de meest ‘onthullende’ inkijkjes in zijn persoonlijke gedachten, van zijn inzichten die gepubliceerd zijn. Je ziet in deze brieven ook hoe zorgvuldig hij contact probeerde te maken met onbekenden die hem schreven. Merton beoefende hier op een prachtige en sublieme wijze de ‘monastieke gastvrijheid’.] (Bron: Jonathan Montaldo)

10 November 1966, Aan Katharine Champney

Je stelt een heel belangrijke vraag die ik waarschijnlijk niet kan beantwoorden. Ik verzeker je dat ik min of meer ‘gaandeweg’ denk, misschien zelfs improviserend. Je zult dus begrijpen dat ik zeker niet zal beweren dat ik er veel meer van weet dan jij. En ik ben zeker niet in de positie om “vraagstukken” in een handomdraai uit de weg te ruimen, of ze nu religieus zijn of niet. Ik kan niet meer zeggen dan dat ik er naar kijk vanuit een bevoorrechte positie welke niet de jouwe is en evenmin die van je religieuze vrienden. Of ik dat aannemelijk kan maken of niet, weet ik niet. Maar laat ik van begin af aan zeggen: er zijn vele redenen waarom ik denk  dat de vraag, of iemand wel of niet een gelovige is, onmogelijk op te lossen is- en het is zelfs de vraag of dat er toe doet-. Natuurlijk, in de abstracte zin, doet het er toe, is het cruciaal, het is de vraag, etc. etc. (ik weet in ieder geval dat die keus op die manier wordt voorgesteld). Maar in de dagelijkse werkelijkheid, historisch gezien, is er sprake van veel ruis en verwarring en is de hele zaak  zo onmogelijk duister geworden dat er (en dat tezamen met alle strijd en onzin die er is geweest), naar mijn mening, met iedereen, die nog nooit serieus getwijfeld heeft, wel iets aan de hand moet zijn. Je zou eigenlijk moeten twijfelen. Als je vrienden zeggen dat jij een gelovige bent, en zij geven jouw dat compliment, er van uit gaande dat zij de waarheid genoeg respecteren om daar oprecht over te zijn. En evenzo dat, als jij niets daarvan kan zien, jij niet zult zeggen dat je wel iets ziet. 

En daar gaat het nu juist om. Dat is exact wat ik ook doe. Geloven is niet alleen niet zien, maar het is ook een vastberaden weigering te zeggen iets te zien wat je niet ziet. Ik was een ongelovige tot op de dag dat het tot mij doordrong dat de absolute leegte van het niets, waarin ik onmogelijke iets kon zien of horen, tegelijkertijd de absolute volheid van alles was. Dit was niet zozeer een religieus inzicht maar veel meer een metafysisch Zen-achtige iets. En met de religieuze implicaties die later daarop volgenden, zonder dat zij het negatieve perspectief ten diepste aantasten(omdat er nu eenmaal geen adequaat idee over God kan zijn). Om het maar heel bruut te zeggen, jouw “iets zonder naam”, zonder dat het ophield om volledig Niets te zijn, reed over mij heen als een zware vrachtwagen. Het vervelende echter, van het op deze manier vertellen is, dat het de zaken niet minder verwarrend maakt: laat me dus duidelijk zeggen dat ik niet suggereer dat jij op een ochtend wakker moet worden met dit gevoel. Wat ik alleen maar zeg is dat dit in de metafysische zin zo is(zijn zit op deze wijze in elkaar). En sommige mensen zouden wel eens een special gave kunnen hebben om zich dit tot zich te laten doordringen. Een gave die ik misschien heb, als poëet. Een persoon die vertrouwd is met religieuze en literaire tradities etc. etc. etc. Maar dat zegt nog niets en het veranderd het feit niet dat als je het niet ziet, het niet belangrijk is.  

“Alleen,” Ik ben totaal op mezelf teruggeworpen in deze Leegte. God is geen “object” waar ik “samen mee” ben en het is zinloos om te luisteren om “hem te horen”- net zo  nutteloos als de poging om de ogen te zien waarmee je ziet. Je kijkt gewoon en alles valt op zijn plaats. Nog een, als je het niet ziet, het doet er niet toe. Jij zult ongetwijfeld andere manier hebben om daar te komen. Jouw formulering van “iets zonder naam dat ons tegelijkertijd met elkaar verbind…” is dezelfde als de “grond van mijn-ons eigen zijn”. Het is, okay, eerder een filosofisch dan een religieus inzicht.  

Nu zul je inmiddels wel geïrriteerd geraakt zijn over mij en denken dat ik met een smerig trucje wegkom waarvan ik beloofd had dat ik dat niet zou toepassen: dat ik je ongemerkt zou beroven van je ongeloof. Dat ik je, ondanks jezelf, verheven heb tot het gezellige niveau van de gelovigen. Nee, dat heb ik niet. Jij bent een ongelovige. Het enige is dat ik dat ook ben, maar dan op een andere manier. Je zult zeker bij mij terugkomen, en natuurlijk, als jij sommige van mijn (eerste) boeken leest, mij zult duidelijk maken dat ik gigantische bouwwerk heb geproduceerd vol religieuze denkbeelden, overwegingen, en nog veel meer. Maar wat de mensen schijnbaar niet zien is dat in met dezelfde adem als waarmee ik dat heb gezegd ik ook zei: “maar dat is het niet”.

De positie waarin ik dus verkeer verschilt dus maar in een ding: dat ik me volledig op mijn gemak voel bij de traditionele religieuze concepten. Ik kan ze gebruiken, ik ken hun grenzen, en – ik heb ook door dat ze eigenlijk nergens naartoe leiden. Wat je ook zegt, wat je ook ervaart, hoe vaak je “God” ook hoort, etc., etc., het is allemaal leeg. Het is niets. Het is illusoir.  Het is misleidende informatie, behalve voor diegenen die het op de juiste wijze verstaan. Aan het eind komen we allemaal min of meer terug op de plek waar je allang was, “iets on-noembaars….”. Natuurlijk; daar is Christus. “Maar Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een dienstknecht aangenomen….. de dood aan het kruis…”. Dit betekent hetzelfde als dit alles tot niets herleiden, tot iets onnoembaars, je weet niet wat het is, je hebt er geen controle over, je kan het met je geroep niet afdwingen, je hebt in ieder geval geen recht op een antwoord; laat staan dat je het krijgt(ik zeg “je”, maar voor mij geldt hetzelfde). Kort gezegd; het feit dat ik een gelovige ben geeft mij in ieder geval niet het voordeel wat jij verondersteld: dat ik het recht heb op stemmen en vertroostingen die aan jouw geweigerd worden.

Het enige waar ik recht op heb is mijn persoonlijke weg, die mij linea recta de leegte en de wildernis in leidt zonder ook maar over mijn schouder te hoeven kijken om te zien of er iemand met mij mee gaat. Ik weet dat heel veel mensen mee optrekken: mensen zoals jij, die in dezelfde woestenij verkeren, maar die het niet op dezelfde wijze kunnen begrijpen zoals ik. En eerlijk gezegd, ik denk niet dat dat erg is. De “vertroostingen van religie” zijn iets waar jij het , in jouw concrete geval, net zo goed zonder moet doen- ze zouden je kunnen verleiden te denken dat je iets hebt als ze je gegeven worden.   

Dat is ook mijn gevecht met religieuze mensen. Zij verkopen antwoorden en vertroostingen. Zij zitten in de verzekeringen business. Ik geef je geen andere verzekering dan dat ik je leegte ken en dat ik daar ook in ben, maar dat ik daar op een andere manier naar kijk. Het is niet zo dat ik vrolijker ben. Maar ik zie er de zin van in; zo zie ik dat in ieder geval. Laat me dit zeggen, voor mij is het geruststellend geweest om Zen mensen en Moslim meesters e.a. tegen het lijf te lopen en te ontdekken dat we elkaar volkomen begrepen. En ik haast me te zeggen dat je dat gevoel ook weer niet hoeft te hebben. Toevallig heb ik, in een eerdere en minder gepolijste versie van dat artikel, gezegd dat ik mij meer thuis voel bij ongelovigen dan bij gelovigen,** In een bepaalde zin is dat ook zo. Helaas ik kan niet zo gemakkelijk ontsnappen aan de plaatsvervangende schaamte die kerkelijke mensen voortdurend bij mij oproepen.

Dus, vriendin Katherine, ben ik niet Vader Merton van binnen de warme kerk die jouw uitnodigt om bij het vuur te komen zitten van positief denken of zoiets. Ik sta buiten in de kou met jou want (vergeef me de kretologie) ‘God is daar waar Hij niet is’. En misschien is daar de kerk ook wel(waar al de mijters afgezet zijn en alle ambtsgewaden in de kast opgeborgen zijn). Ik ga hier niet verder op in, ik denk dat ik genoeg heb gezegd om duidelijk te maken dat ik denk dat die hele geloofsonderneming en de totale boodschap van het geloof op zoek is naar een hele nieuwe taal- of helemaal tot zwijgen komt. Vandaar dit antwoord op je vraag: als God niet tegen je spreekt, is dat niet jouw fout. Het is de fout van die hele mentaliteit die de indruk wekt dat Hij voortdurende tegen mensen zou spreken. Zij die het luidst roepen dat ze Hem horen, zijn mensen die je niet moet vertrouwen. Maar, daar tegenover, is er een weg van verstaan waarin niet-horen horen is. Misschien is dit allemaal wel te spitsvondig en subtiel.

**Zie Merton’s artikelen “The Unbelief of Believers” and “Apologies to an Unbeliever” in de bundel Faith and Violence: Christian Teaching and Christian Practice (University of Notre Dame Press, 1968)

[Thomas Merton Witness to Freedom: Letters in Times of Crisis. William H. Shannon, editor (New York, Farrar, Straus & Giroux, 1994): 327-329]

(Vertaling Rinie Altena)

“Losing my religion”

church-53194_1280De titel van dit lied van R.E.M. heeft me altijd aangesproken. Ik was er bang voor dat mij dat een keer zou overkomen. Ik heb het veel meegemaakt: kerkverlating en zelfs ‘evangelischen’ die hun ‘geloof’ kwijtraken. In allerlei varianten en maten. De laatste zes jaren is nu ook bij mij de betonrot toeslagen. Toen we meer dan twee jaar geleden in onze huidige stad kwamen wonen maakten we de drie laatste maanden van een voor ons geweldige predikant mee. In de zomer is hij plotseling overleden. In de vorige woonplaats waren we flink vervreemd geraakt van de plaatselijke PKN. Veel gedoe rond fusies en seksueel misbruik in de gemeente… Ik ging aan het eind nog wel een beetje naar de plaatselijke vrijzinnigen maar veel zei het me niet meer. Toen mijn pensioen en ons vertrek naar hier.

Dankzij die geweldige predikant, de vooral niet onaardige gemeente en de prachtige oude ‘kathedrale’ kerk gingen we best wel weer veel. Maar de opleving was van korte duur en ik kon geen ‘enthousiasme’ meer vinden in hetgeen daar vanaf de dood van die predikant gebeurde. Gedoe rondom een fusieproces (wat we voor de vierde keer meemaakten)… De wisselende predikanten en het uitstel van het echt beroepen van een nieuwe predikant deed mij geen goed. De wachtstand werd me teveel. In een van de diensten sprak ik mij openlijk uit over mijn dreigende geloofsverlies (Voordracht in een kerkdienst dec 2019).

plug-1859843_1920Wat zat en zit me dwars? Ik heb het idee dat ‘ons zijn en verlangen in deze wereld’ niet gehoord, begrepen en geduid worden in deze gemeente waarin ik verkeer. Op een enkele keer na… De bijbel, ‘de tijd’ en de mensen (en ikzelf) worden niet meer ‘gelezen’. Wat bedoel ik daarmee. Natuurlijk, de bijbel werd gelezen, een zeer verzorgde liturgie en er wordt gepreekt… Maar ik krijg niet het idee dat er sprake is van ‘verstaan’ van het een en het andere; laat staan dat ze verhelderend en inspirerend op elkaar betrokken raken. Ik krijg in de diensten geen contact meer met mezelf en hoe ik mezelf en mijn (on)geloof beleef, de wereld waarin ik leef herken ik niet in hetgeen er in de dienst gebeurt en met de gelezen bijbelgedeelten wordt geen bezielend verband gelegd met de eerste twee. En heel veel liedteksten hebben voor mij een archaïsch karakter gekregen. Er ontstaat geen nieuw verstaan van dit alles. De dood in de pot. God, wereld en wijzelf lijken uitgepraat met elkaar; hebben elkaar niets meer te zeggen. De oude woorden en beelden werken niet meer. En op god als man haak ik helemaal af. Een kerk die niet meer ‘bij de tijd is’. 

(Overigens is er ‘kwa stemming’ zeker een relatie met mijn pensionering…)

“Where are those forces of yesterday; why don’t they meet me here?” Bob Dylan

Maar ik moet duidelijker zijn: ze werken niet meer bij mij. De liturgie, de liederen, de gebeden en de uitleg raken mij niet meer. Het is een taal en het zijn beelden die zelfs bij momenten vervreemdend aanvoelen. Bij momenten is er zelfs sprake van irritatie en soms zelfs weerzin. Geen ontroering, geen verwondering en geen inspiratie. Kon ik mij hier in vinden? Heb ik hier uit geleefd? Maar ook in mijn persoonlijke en dagelijkse leven is de ‘geest’ er uit. Is dit de ‘demon van de middag’? De nacht? Is dit een gezond makende ziekte? Komt er met geduld nieuw leven? Moet is eerst weer alles kwijt raken om nieuw leven te vinden? Het zal niet de eerste zijn dat ik mijzelf opnieuw moet uitvinden. Mijn spirituele bibliografie is eigenlijk een lange geschiedenis van nieuw zien. Is er opnieuw sprake van ontmaskering?

imageIk vind bijna nergens meer voor mij geloofwaardige woorden en beelden voor de werkelijkheid van ‘God’ in relatie tot de werkelijkheid waarin wij nu leven. Laat staan tot de werkelijkheid van mijn persoonlijk leven. Ik vind zoveel niet meer geloofwaardig, overtuigend en/of inspirerend … Ik krijg er geen contact meer mee; soms irriteren ze mij zelfs. Ik ben het met Tomás Halík eens dat er een nieuwe reformatie nodig is. Een hele nieuwe manier van ‘lezen’ van de bijbel, wereld en ons leven is 41PCtpbtMHL._SX332_BO1,204,203,200_nodig. Thomas Merton gaf/geeft mij die nieuwe ogen en oren. Ik denk daarbij ook aan wat Dietrich Bonhoeffer in de gevangenis schreef over religieloze godsdienst. Ook een vriend van mij die ‘evangelist’ is in Zweden zoekt het langs heel andere wegen. Zou het kunnen zijn dat het ‘ontworden’ en ‘worden’ dit keer veel meer iets van ontvankelijkheid zou kunnen zijn? Een loslaten en overgave waarin ik geen regie meer heb/krijg? Ik vind dat eng. Dat vraagt overgave, loslaten en vertrouwen. Dat zijn niet mijn sterkste ‘eigenschappen’.

“Wat doe je als niets werkt?” 

image-1Nu ben ik mij inmiddels zeer bewust van de situationele, contextuele, historische en persoonlijke bepaaldheid van geloven en de verwoording en verbeelding daarvan. Het prachtige boek van John Barton maakt dat zeer duidelijke aan de hand van het ontstaan, samenstelling en vervolgens de receptie van de bijbel in allerlei tijden en contexten. Er is niet één lezing en ‘vertaling’. Natuurlijk gaat het mij niet om ‘iedere ketter zijn letter’ maar wel om het serieuze gesprek over wat de verhalen van de bijbel en de christelijke traditie ons nu te bieden heeft over God in onze tijd en situatie. Ik wil deel uit maken van een gemeenschap die dat steeds opnieuw bereid is te doen. Wat we nodig hebben ligt voor ons. Verder kijkend dan onze neus lang is… Ik denk ‘zelfs’ dat God zelf leert en zich ontwikkeld… imageWant laat ik duidelijk zijn: ik ben mijn ‘geloof in God’ niet kwijt. Maar ik ben wel wanhopig over mijn verbinding/verbondenheid met die werkelijkheid van God…( 2008_Oomen_Reflecties-bij-de-vraag-‘Bestaat-God’_Doorn_TEKST); met God zelf. Mijn kleinzoon zei aan tafel: “Ik hoor God nooit praten tegen mijn?”. Het is niet dat ik niet in God geloof maar het probleem lijkt te liggen in ‘vormen’ die mij raken. En dan gaat het om beelden, taal en wat er inhoudelijk gecommuniceerd wordt. Waar gaat het over en waar gaat het om. 

Hoe verder?

Ik moet denken aan het verhaal van de Emmausgangers. Jezus maakt hen duidelijk hoe ze moeten lezen… Waar het altijd al om gegaan is en waar het nog steeds om gaat. Maar blijkbaar is dat niet iets wat was maar wat zich steeds weer in het hier-en-nu realiseert met het oog op de toekomst. ‘Het Koninkrijk Gods‘. Maar wat dat betekent? Wat vraagt dat van mij? Waar is daar al iets van zichtbaar en hoorbaar? Hoe wordt dat leefbaar… Ook hier wil ik weer refereren aan mijn Zweeds-Nederlandse evangelist die deze week een rondzendbrief stuurde waarin hij zijn werk na-corona nieuw probeert te realiseren(Brief Rinus). Zelf proefde ik hier iets van de afgelopen tijd bij theologen als Anton Houtepen, Bert Hoedemakers, Erik Borgman en Edward Schillebeeckx… O ja en Palmyre Oomen (zie artikel eerder). Toch maar weer aan het lezen gaan?

imageimageimageimage

Gisteravond hadden we twee heel erg lieve vrienden op bezoek. Zij refereerde aan een liedtekst van Huub Oosterhuis naar aanleiding van een psalm:

Dan nog,
dan nog, klamp ik mij,
klamp ik mij vast aan jou, of je wil of niet.
Op ongenade of genade.
Ik zal red mij, red mij roepen
of zoiets als
heb mij lief !
 
We konden geen van vieren de tekst lezen zonden een brok in de keel en tranen in de ogen. Alsof wij nog steeds verlangen naar die onmogelijke Geliefde… Nog erger: het is niet eens alsof…
 

Ja het verlangen is er maar de onmacht niet minder… Het gevoel van schipbreuk blijft,

(Ik vond zojuist een brief van Thomas Merton aan een ‘ongelovige’ terug in mijn eigen archief. Was ik vergeten:Thomas Merton’s Brief over ongeloof. Hij is echt prachtig!)

(En hier een herkenbaar interview met Pauline Weseman)

 

Een school op zoek naar haar/zijn ziel

image

Gedurende de laatste drie jaar van mijn werk aan de Aeres hogeschool in Dronten heb ik me bezig gehouden met de vraag wat ‘Bildung’ zou kunnen betekenen voor de visie van onze hogeschool. Het resultaat was een website, een rapportage van mijn onderzoek en een lijst met aanbevelingen. De aanbevelingen zijn integraal overgenomen in 2018.

Zie hier het rapport: een-school-op-zoek-naar-zijn-ziel

Ik ben dankbaar en trots dat ik dit mocht doen. Het werd het hoogtepunt in mijn loopbaan.

Enige woorden over de ziel

Een ziel heb je nu en dan.
Niemand heeft haar ononderbroken
en voor altijd.

Dagen en dagen,
jaren en jaren
kunnen zonder haar voorbijgaan.

Soms verwijlt ze alleen in het vuur
en de vrees van de kinderjaren
wat langer bij ons.
Soms alleen in de verbazing
dat we oud zijn.

Zelden staat ze ons bij
tijdens slopende bezigheden
als meubels verplaatsen
en koffers tillen
of een weg afleggen op knellende schoenen.

Bij het invullen van formulieren
en het hakken van vlees
heeft ze doorgaans vrij.

Aan een op de duizend gesprekken
neemt ze deel,
maar zelfs dat is niet zeker,
want ze zwijgt liever.

Wanneer ons lichaam begint te lijden en lijden,
verlaat ze stilletjes haar post.

Ze is kieskeurig:
ziet ons liever niet in de massa,
walgt van onze strijd om maar te winnen
en van ons wapengekletter.

Vreugde en verdriet
zijn voor haar geen verschillende gevoelens.
Alleen als die twee zijn verbonden,
Is ze bij ons.

We kunnen op haar rekenen
wanneer we nergens zeker van zijn,
maar alles willen weten.

Wat materiële zaken betreft
houdt ze van de klokken met een slinger
en van spiegels, die vlijtig hun werk doen,
ook wanneer niemand kijkt.

Ze vertelt niet waar ze vandaan komt
en wanneer ze van ons verdwijnt,
maar lijkt zulke vragen beslist te verwachten.

Het ziet ernaar uit
dat net als wij haar
zij ons ook
ergens voor nodig heeft.

Wislawa Szymborska (1923-2012)

b35f56541388ebe54095029f3ef-jpg__1440x600_q85_crop-smart_subject_location-774157_subsampling-2

In therapie (3) ‘Be-Vindplaats’ van ‘Gd’

“Is there a place we can go?” 

Dia1Nu restte mij de vraag nog: waarheen? Waar moest ik in al die ‘turmoil’ naartoe? Is er een plek, iemand, een ruimte waar ik naar toe kan gaan? Ik had de 5 modi beschreven/getekend als cirkels in de rondte in mijn dagboek. Moest ik mij verdiepen in mindfulness zoals mijn vrouw en mijn therapeut suggereerden? Op de een of andere manier kreeg ik daar geen affiniteit mee. Ik vond het te ‘afstandelijk’, te ‘gedissocieerd'(natuurlijk te kort door de bocht!). 1001004002726626Voor mijn gevoel stond ik er dan teveel naast/tegenover en niet genoeg middenin en te weinig er ‘doorheen‘. Hoe kon ik mij goed verhouden hiermee? Waar ben ik ‘Zelf’ in dit alles? Ik wist dat geen van die 5 stemmingen mijn ware Zelf konden zijn. Daarvoor waren ze of te negatief of te voorbijgaand van aard. Alles gaat voorbij, niets werkt, niets is blijvend. Alles is een voorbijgaande configuratie van situatie, moment, handeling en stemming. Achter alles staat een komma, Maar:

Is there a place we can go,
Is there anybody we can see?                 Bob Dylan

Eind september (28-29?) gebeurde er iets waardoor het weer ging stromen… Op de een of andere manier wist ik dat ik er ‘middenin’ moest zijn. Nu was het niet voor het eerst dat ik die kant op werd gestuurd, maar toch. Het is niet ‘buiten’ of ‘ergens anders’ of ‘niet dit’ of ‘wel dat’ of ‘boven’ of ‘beneden’ of ‘omheen’. Hoe kon ik hier ‘middenin’ zijn zonder ‘erin-op-te-gaan’? Want erin-op-gaan’ was ‘verzuipen’. Of moest ik erin-verzuipen; sterven…? Maar laat ik niet vooruit lopen op de feiten. Ik maakte een tekening met daarin een ‘kern’/’plek’/’ruimte’/’midden’. Het was een spontane ingeving (heeft volgens mij ook te maken met mijn nogal ‘exacte’ inslag; ik wil visualiseren/schematiseren).Dia1 In die middenruimte schreef ik wel meer dan 40 typeringen…Dia1

51T59TmD0FL._SX331_BO1,204,203,200_60Natuurlijk is die lijst van typeringen van de kern heel persoonlijk. En ‘natuurlijk’ is die lijst christelijk ingekleurd. Maar waarom wil ik mijn therapie voorzien van zo’n mystiek/spiritueel perspectief? Ik geloof dat dat niet anders kan & mag. Het gaat niet zonder. Hier is in de V.S. veel over geschreven en de KSGV in Nederland/Belgie houdt zich daar zeer nadrukkelijk mee bezig. Waarbij ik er van uit ga dat er ook een atheïstisch spiritueel perspectief is. Op basis van mijn levens-/leerweg kan ik het ‘karakter van mijn plek’ aan de hand van een paar beelden typeren. Beelden die voorlopig een ‘eenzaam’ kenmerk hebben. Op de rol van ‘een ander‘ kom ik nog terug. In dit blog heeft dat ‘midden’ een sterk individueel karakter. maar ik wil die plek wel in een bepaald licht & perspectieven zien…

Prefrontale cortex

Ik moet natuurlijk heel nuchter beginnen. In de allereerste plaats is dit ‘midden’ het domein van de prefrontale cortex. Dat is het deel van onze hersenen welke een cruciale rol speelt in onze emotionele huishouding en zelf-bewustzijn. natuurlijk moet ik hierbij ook de rechterhersenhelft als ‘woonplaats’ van het impliciete zelf. Zij maakt vooral gebruik van ‘beelden’ en niet van ‘taal’. Je zou het de cockpit kunnen noemen van waaruit wij mentaliseren en onze emoties reguleren. De eerste drie jaar van onze ontwikkeling en later in de puberteit krijgt dit deel zijn grootte, vorm en functie. 41Q6-WBFjML._SX331_BO1,204,203,200_Stress en hechtingsproblemen hebben in die periodes (inclusief de zwangerschap) een desastreuze invloed op de ontwikkeling daarvan. Hier hebben we het ook over het ‘onbewuste impliciete zelf’ welke huist in de rechterhersenhelft. Er is op dit moment een zeer belangrijke stroming  die de psychotherapie een sleutelrol toebedeeld in het herstel van die innerlijke huishouding/zelfregulering. In een heel groot deel van de psychopathologische aandoening speelt dit deel (rechterhersenhelft en de prefrontale cortex) van de hersenen namelijk een sleutelrol in het ontstaan en herstel daarvan. Als ik dus in dit blog allerlei religieuze metaforen een rol laat spelen moeten zij 9200000005537338essentieel zijn of in ieder geval een substantieel bijdrage leveren aan het herstel van dit fenomeen. Ja, ik geloof dat religie, als het goed is, een positieve bijdrage levert aan heelwording van de mens maar dat is verre van vanzelfsprekend. Overigens bevind zich hier de essentiële bijdrage van mindfulness / awareness aan de heelwording van de mens. Die acht ik inmiddels meer dan voldoende bewezen. Dat betekent dat alle onderstaande bijdragen ook een beetje mindful zullen moeten zijn.

(Tevens is dit het domein van het (ware) Zelf; de hof van de ‘wording’ van onze ‘identiteit’. Maar dat vraagt een geheel eigen blog)

De cel

NNVG8726In de eerste plaats heeft mijn ‘midden’ binnen spiritualiteit het karakter van ‘de cel‘. De plek waar je (ver)blijft. Je loopt niet weg; er is toch geen ontkomen aan. ‘Dat wat is’. Hier-en-nu. Ik was deze metafoor al tegengekomen bij de woestijnmonniken en later, in een andere vorm, in Zen. Je neemt geen wijk van jezelf en je omstandigheden. Je vlucht niet. Voor mij het meest scherp verwoord in relatie tot de wanhoop door Ton Lathouwers. Dus geen verzet meer tegen mijn stemmingen maar er middenin gaan zitten. ‘Houdt uw hart in de hel‘. Mijn stemmingen zijn heel reëel: ze hebben een fysiologie en bijbehorende verhalen. Ze hebben een grond/oorsprong.  Weglopen heeft geen zin. Ik kan ze alleen in de/onder ogen zien. Het heeft het karakter van een vurige oven die jou alleen niet verbrandt. 41K4qxzIdbL._SX324_BO1,204,203,200_Zitten/Zazen en rustig ademhalen. In de fysiologische zin gebeurd er dan echt wel wat met je! Het gaat voorbij; de bui trekt over. Ik kwam deze aanpak ook tegen bij Centering Prayer. In deze grondhouding verwelkom en omarm je alles wat van binnen uit in je opkomt. Je gaat de ‘confrontatie’ niet uit de weg maar verwelkomt hem/haar binnen in je cel. Je bent een lieve moeder/therapeut voor jezelf. De Trooster. Het is ook de plek van loslaten en overgave.

Omvorming / Schepping

Je kan deze chaos in jezelf laten zijn/gebeuren omdat je weet dat dit de weg/plek is van de omvorming. Langs deze weg word je gemaakt. God is aan deze plaats; zij is heilige grond! Kees Waaiman geeft aan dit moment vele woorden maar voor mij is dit maar een ding: wording/genesis/schepping. Dat kost tijd maar eindigt in ‘het is goed; zeer goed’. All shall be well. Dit geeft aan die plek het karakter van geduld. Het uithouden. Gelovig zonder te weten waar het op uitdraait of dat het in jouw ogen goedkomt. Maar je vertrouwd wel op een Geheim dat werkt. Het komt namelijk heel vaak niet goed. Een regenboog temidden van het kwaad. Het lied van de Schepping is geen verhaal over hoe het ging maar is iets waar wij midden in staan. De zesde dag gebeurt nu aan mij.

Godsgeboorte

51JcyEb+TqL._SX324_BO1,204,203,200_Deze invalshoek heb ik van Meister Eckhart geleerd. Natuurlijk kan ik dit niet in 1 alinea weergeven. Ik heb ooit onder leiding van Welmoed Vlieger de vier Godsgeboortepreken gelezen. Kern hierin is de realisering van de godsgeboorte in ons. Die er overigens allang is… Eckhart gaat daar heel ver in. Langs de weg van de ‘Gelassenheit‘, de ‘Abgeschiedenheit‘, het niets weten, niets kunnen, niets hoeven, niets doen vindt die godsgeboorte in ons plaats. In zijn beelden gesproken is het ‘midden’ dan de stal van Bethlehem, Golgotha en het open graf. Alles is opgenomen in die beweging! In zijn taal wordt dit midden ‘Seelengrunt’. Daarmee krijgt deze plek een hoogte, diepe, breedte en dynamiek die de kern is van alle mystiek. Deze plek, dit midden krijgt dat een heel andere glans en perspectief waarmee/-door alles gekleurd gaat worden. Gerelativeerd; in relatie (=religie) gebracht. Een prachtig ‘mensbeeld‘. “He not busy being born is busy being dying”

Sophia

41PCtpbtMHL._SX332_BO1,204,203,200_Voor mij heeft deze invalshoek alles met ons godsbeeld te maken. Ik geloof dat in die kern onze godsbeelden ook zwaar moeten worden bijgesteld. En daarmee ons zelf- en wereldbeeld. Vanuit het perspectief van Vrouwe Wijsheid/Sophia worden in ieder geval twee aspecten bijgesteld. Of zelfs getransformeerd. In de eerste plaats het dominante ‘transcendente’ godsbeeld. Een god boven en buiten alles. Er is een lange en rijke traditie die dat beeld aanvult en er een zeer immanent en intiem perspectief aan toevoegt (Augustinus: interior intimo meo superior summo meo). Een tweede correctie die hier wordt aangebracht is de aanvulling van het matriarchale beeld op het eenzijdig patriarchale beeld van god. 9200000043199594Hier komt een teder, inclusief, allesomvattend en ontfermend godsbeeld naar voren. Vooral het laatste boek van Ton Lathouwers is daar een prachtig voorbeeld van (een prachtig interview met hem: Je kunt er niet uitvallen).

hagiasophia-a2“Ontelbaar zijn de levende wezens, ik beloof ze allen te redden” de gelofte van de Boddhisattva

Ook over Ton Lathouwers heb ik al veel geschreven.

We vinden hier een ‘beeld’ van God waarin Hij/Zij maar op een ding bedacht is en dat is onze redding; iedereen en allesomvattend. En dat Hem/Haar dat nog lukt ook. Er is geen ontkomen aan.  Over Sophia bij Thomas Merton heb ik al eerder geschreven.

 

Over een geheel ander perspectief op deze kern en hoe ons hiermee te verhouden gaat mijn laatste blog in deze serie: In therapie (4) Is there anybody we can see?

In therapie 2; emotionele cartografie

Zoals ik al eerder zei wilde ik mezelf nu eens echt gaan begrijpen. Wat is de oorzaak van mijn stemmingsstoornis? Wat was de oorsprong van mijn ‘bijzondere’ gedrag in mijn kindertijd en jeugd. Ik wilde inzicht krijgen in de diffuse negatieve onderstroom van m’n leven. De naargeestigheid van de verhalen in mijn hoofd/hart/(onder-)buik. Inzicht in mijn wanhoop.

Langzaam groeide er, aan de hand van de therapie en mijn niet te stuiten leeshonger, een paar inzichten waardoor ik nu kan  zeggen dat ik iets van de archeologie; structuur en dynamiek van mijn innerlijk leven ben gaan begrijpen.

Waarom ben ik niet die ‘vrolijke Frans’ geworden die ik misschien had kunnen zijn? Via literatuur over trauma kwam ik bij John Bowlby en zijn hechtingstheorie en hechtingsstijlen terecht. Ik doorzag eindelijk iets van het ‘afwerende’ gedrag van mij als kind en de ongelooflijke bindingsangst van mij als volwassene. Het was alsof de mist wegtrok en allerlei defensieve overlevingsstructuren en patronen aan het licht kwamen.

Via mijn werk kende ik al het stressreactiemodel van Fight & Flight & Freeze. In de literatuur over die hechting kwam ik voortdurend de ‘onveilige’ modus tegen. Goed gehechte kinderen kennen een Safe Haven en Secure Base. Als die vluchthaven en uitvalsbasis er niet is ontstaat er paniek/stress. Schokkend is dat om te zien in de opname van het experiment ‘Still Face’. Heb ik als baby vaak en langdurig verkeert in zo’n staat staat van pre-verbale radeloosheid?

Mijn vader was altijd aan het w(k)erk. Mijn moeder had 4 schoolgaande kinderen waarvan 1 ernstig ziek en drie kinderen in de luiers. Daar kwam nog eens de toen vigerende ‘theorie’ bij dat het goed voor hun longen was als je kinderen liet huilen… De buren vroegen zich af waar dat bonkend geluid ’s nachts vandaan kwam. Ik herinner mezelf heen en weer wiegend in de keuken neuriënd van ‘wat moet ik nou doe-oen’. Ik moet zo’n 3-4 zijn geweest? Een soort permanente staat van wanhoop?; Freeze?

Wat de laatste 15 jaar ook duidelijk is geworden aan de hand van het zich revolutionair snel ontwikkelende hersenonderzoek dat dit soort stemmingen van invloed blijken te zijn op de ontwikkeling van de hersenstructuur van de emotieregulering. De amygdala, de hippocampus, de prefrontale cortex, cortisol, het immuunsysteem, de hormonen (zoals serotonine en dopamine) enz. spelen een uniek en subtiel samenspel in het verloop en de regulering van de emoties. 51EF-OvP2SL._SX324_BO1,204,203,200_Bij geboorte is dit systeem nog niet uit-ontwikkeld en heeft het die veilige hechting nodig om dat systeem te optimaliseren. Later verbind zich dat aan taal en verhalen en ontstaat er een samenspel tussen de linker- en rechterhersenhelft. Stoornissen in de ontwikkeling van deze onderdelen (teveel of te weinig/te groot of te klein) en hun onderlinge dynamiek blijken betrokken te zijn bij allerlei emotionele stoornissen zoals depressie en angstoornissen(zie Sue Gerhardt).

Als gevolg van het lezen hierover kon ik steeds meer structuur gaan zien in mijn emoties. Er blijken allerlei ‘modi’ van emoties te bestaan. Ik sprak al over de stressreacties van Vechten, Vluchten en Verlamming. Ik kwam de modellen van Paul Gilbert, en Stephen Porges tegen. Ik zag bij Gilbert een onderscheid tussen drie modi/systemen: Drive, Soothing en Threat. Bij Porges een net weer even andere verdeling tussen de ‘toestanden’ van veiligheid, gevaar en levensbedreiging. Allebei hebben ze een dimensie van optimaal functioneren en polen van gevaar en verlamming. Alle dimensies hebben hun eigen configuraties in het autonome zenuwstelsel en niveau’s van  hormonen en neurotransmitters die de affecten reguleren(Window of affect Tolerance).

Aan de hand hiervan maakte ik mijn eigen 5 (is er een 6de play/spel modus?)modi model(5 Modi). Vijf fysiologische toestanden waarin ik zou kunnen verkeren. 666863788Vijf emotionele configuraties die in een samenspel tussen situatie, innerlijk verhaal en het emotionele brein mijn bestaan van dat moment kleuren. Ja; ik ben voor een heel groot deel mijn gevoel (Damasio). Ik kon nu vanuit een bepaalde positie (kom ik uitgebreid op terug in deel 3) in mezelf gaan bezien in welke emotionele staat ik verkeerde. Seeking(Secure Base), Soothing(Safe Haven), Fight, Flight of Freeze. Deze zijn natuurlijk niet absoluut van elkaar te scheiden en ze kennen allerlei overgangsgebieden en mengvormen maar ze zijn wel te onderscheiden.

Dia1

  • Soothing / Rust / Safe Haven / Geborgenheid / Relaxed / + / zelf
  • Seeking / Drive / Flow / actief / Secure Base / Exploratief/ + / zelf
  • Fight / vechten / aanval / woede / Hyperarousal / – / gekwetst zelf
  • Flight / vlucht / Hyperarousal / – / gewond zelf / angst
  • Freeze / verlamming / paniek / Hypoarousal / depressief / – / ‘dood’ zelf / Submit

Iedere emotionele configuratie heeft zijn eigen situaties/triggers, zijn eigen innerlijke verhalen over mezelf, god en wereld(+over vroeger en nu) en zijn eigen geactualiseerde ‘fysiologie’. Elke modus heeft zijn eigen defensiemechanismen en overlevingsstrategieën. Elke modus heeft ook z’n eigen emotie-woorden, respectievelijk: voel me uitgedaagd / ben dankbaar / boos/ verdrietig / wanhopig. En een mens oscilleert ‘doorheen’ al die modi; verticaal en horizontaal. In principe grotendeels in positieve gezonde dimensies en in een bepaalde mate vrij. Maar er zijn ziekmakende ‘posities’ waarin mensen in hun functioneren te sterk gedomineerd worden door de vecht-, vlucht- en/of verlammingsverhalen en hun bijbehorende fysiologie. Meestal hebben ze het karakter van ‘vastlopers’ en rigiditeit. Mensen zijn hierbij vastgelopen in een bepaalde modus. Hun schild is hun huis. Maar het zijn tevens karrensporen waar een zuigende werking van uit gaat.

Nog iets ingewikkelder wordt dit ‘model’ als we, aan de hand van de nieuwste hersen-biologische en -psychologische inzichten, dat  het ‘onderste’ gebied (van Fight&Flight&Freeze) het gebied is van het ‘impliciete zelf‘ van de rechterhersenhelft. We bevinden ons hierbij niet in het gebied van de cognitie, het talige en bewustzijn maar van het pre- / non-verbale en voor- / on-bewuste gebied wat zich-zelf in beelden en intuïtie beleeft. ‘Voor we het weten’ schieten we in een van die drie modi. 9789025427603-240x300Er is dus niet eerst het denken en dan het gevoel maar omgekeerd: het verhaal is secundair aan het gevoel. Wij ‘maken’ een verhaal bij ons voelen. Hierin spelen zelfs impliciete pre-/non-verbale herinneringen een cruciale rol! Heeft de cognitieve psychologie (i.h.b. RET) zich dus vergist? Ik denk een beetje van wel. Hier bevinden we ons ook op gebeid van de emotionele gijzeling van Daniel Goleman(flooding). Je bevind je dus al in die modus voordat je het doorhebt.

Ik kreeg met deze inzichten een emotionele cartografie in handen waarmee ik mezelf in kaart kon brengen en waarmee ik helderheid kreeg. Er ontstond in mijzelf een plek, een kleine oase van vrijheid. Ik kon een heel klein beetje uit mijn toestanden stappen. Alleen blijft nu nog de vraag hoe ik dat doe en kan ik hier dan nog iets spiritueels van maken? Speelt God nog een rol? Was deze oase misschien mijn cel?

Deel 3

“Jij; in therapie?” (1b)

“Maar hoe zit dat dan Rinie…, jij in therapie?… Ik geloof je niet”

10350329_889426947743766_3432802069517461784_nIk denk dat weinig mensen mij herkennen uit mijn vorige blog. Ik geef les, studeer, trek mijn mond open in gezelschap, maak grappen, bemoei mij met allerlei ingewikkelde zaken rondom school, geloof en politiek. Sta regelmatig en schijnbaar graag, in het centrum van de belangstelling. Ik heb mij twee keer ingezet voor de totstandkoming van een retraitecentrum. Manifesteer mij driftig op Facebook. Zelfs als ik naar mijn jeugd kijk zie ik een jongen die optrad met zijn gitaar voor 200 mensen tegelijk of sprak bij de opening van een kerk.

Maar wat mensen niet zagen was de paniek die bij mij uitbrak na 1 week verkering. Grootse scènes heb ik meegemaakt; niemand die er ook maar iets van begreep. IMG_GerdaDe vrouw waar ik nu al jarenlang mee getrouwd ben bleef gewoon bij mij na de derde keer dat ik het uitmaakte… Het waren dee steeds terugkerende angst- en wanhoop-gevoelens; bindingsangst. En dan de spanning waarmee ik voor de klas sta. Soms rook iemand die binnenkwam mijn angstzweet. Twee keer maakte ik iemand duidelijk dat ik wel bevriend wilde worden maar dat ik heel bang was… Ik voel mij zeer vaak ‘uit het veld geslagen’ als iemand maar een klein beetje tegengas geeft.  Sommige mensen om mij heen en in de klas boezem(d)en mij diepe angst in. Ik was/ben heel kwetsbaar. Ik houd me steeds vaker gedeisd in gezelschap. En wat anderen al helemaal niet zagen/zien is in welke bodemloze put ik verzink als ik thuis kom.

Het is volgens mij niet eerlijk te zeggen dat ik die ‘buiten’/manifeste kant niet ben. Ik vind mijn werk en mijn hobby’s leuk. Volgens de feedback ben ik een niet onaardige docent en trainer. Ik geniet van leuke en boeiende gesprekken. Mijn moppen hebben een score van 1 op 2. Maar de clown in mij heeft een destructief karakter. Hij is camouflage. En zodra ik op mijzelf ben word ik door die verstoorde/gestoorde binnenkant weer volledig in beslag genomen. Mijn stemmingen zijn als een boktor die de innerlijk constructie van binnen uit uitholt.

Nog een keer…

Hoe beschrijf ik goed hetgeen ik hier bedoel? Is het een lege plek? Een gapend gat? Nee  want daarvoor is er veel te veel ruis/tumult om-, in en door alles heen. Het is een ongelooflijk kluwen van lijfelijke pijnen/spanningen in borst en buik. Een zware steen op mijn borst. Met allerlei pijnlijke en nare verhalen daar om-, door- en overheen. Negatieve verhalen over mezelf, de anderen en god. ‘Shattered assumptions’. Geen enkele welwillendheid en hoop voor mijzelf. En als dan naar concrete aanleidingen zoek dan vind ik er geen. In ieder geval niet iets wat in verhouding staat tot hetgeen ik voel. Als giftige moerasdampen uit een ver verleden, kokendhete lava ‘van diep uit’ onder de grond. Vanuit het voor- on-bewuste. Van ‘voor de taal’. Spoken/demonen…

En ja; als ik lekker bezig ben vergeet ik veel. Werk is een heel prettige afleiding. En verhalen van anderen zijn er nooit teveel. Ik kan goed luisteren(wat ik nog steeds betwijfel); ze zijn ook weer een welkome afleiding… En ‘gezelligheid’ doet ook veel. Drink ik veel? Ik denk het niet maar wel heel graag. Maar toch; dat goede deel deed ik graag en doe niet eens zo gek. O ja; lezen doe ik heel veel. Boeken die me inzicht geven of konden geven in hetgeen er bij mij speelde. Waar komt die steeds weerkerende ‘wanhoop’ toch vandaan en wat moet ik er mee? Welke rol speelt god/God hierin? Ik probeerde later dat deel zelfs een beetje tot mijn specialisme/kwaliteit te maken. Geestelijk begeleider, geschoold in de wanhoop. Ik heb inmiddels een kapitaal aan boeken die bij mijn dood geen enkele waarde meer zullen hebben omdat ze alleen voor mij van levensbelang waren. Ik werk, ben vader, partner, vriend, gitarist, studiebol maar sleep in dat alles een gewonde/gestoorde met me mee. Van dat laatste maak ik overigens geen geheim. Maar ik val anderen daar ook niet al te zeer lastig mee? Nee, het is geen geheim maar ook zeker niet algemeen bekend.

Nog een keer in een beeld. Van boven gezien ben ik een berg die helder boven de wolken uitsteekt. Maar aan de voet, onder de wolken aan het oog onttrokken is het een grote chaos. Met aan de ene kant, in de duisternis, een grote bevroren gletsjer waar geen leven mogelijk is. En aan de andere kant een alles vernietigende oorlog met grote stromen vluchtende mensen. Een onleefbare pre-historische wereld. Een chaos van voor de schepping. Het domein van de beroering.

Deze twee gezichten heeft mijn leven dus al heel lang. Ik het begin gooide ik het op zondigheid, later depressie en rond mijn 50ste gaven we de ‘moods’ het etiket angststoornis. Alleen de wanhoop bleef. En de kwetsbaarheid. Man…, een klein incident kan mij dagenlang van slag doen zijn.

“Sometimes silence can be like thunder”

Tussen mij en die zich roerende aarde bevind zich een wolkendek welk elk zicht op wat er gebeurd aan mijn directe waarneming onttrekt en zelfs vertekend. Ik bevind mij zelfs in die wolk. Licht, bewegingen en geluid krijgen zelf een onheilspellend en naargeestig karakter.

Wij zijn verhalen; we kunnen niet anders. We doen niet anders dan betekenissen  verlenen aan en verhalen vertellen over  hetgeen zich aan ons voordoet. Over god/God, onszelf en de wereld. Over verleden heden en toekomst. Vol van welwillendheid of naargeestigheid. Vooral god en mijn ‘zelf’ hebben daarbij in mijn jeugd een zeer naargeestig/angstaanjagend karakter gekregen. Voor mij is die wolk een verhalenbundel van wurgende betekenisverleningen; het zijn zelfvertellingen, die steeds weer nieuw leven worden ingeblazen door niet al te indrukwekkende ervaringen. Een mislukte poging tot contact / een beetje weerstand / een kritiekpuntje / een grote mond in mijn omgeving is genoeg. Een vraag van iemand ‘om mij even te spreken’ zaait al paniek. Ik ging/ga elke situatie gewapend/gemaskerd in. Een dichte mist die alles aan mijn zicht onttrekt en waarin zich allerlei spoken manifesteren. Meestal met het karakter van: ik had hier niet moeten zijn / ik ben schuldig /ik ben een satan en verdoem dus mijzelf. Geen redden aan. Naargeestige verhalen van mijzelf over mijzelf. De laatste tijd ben ik zelfs steeds meer gehoor gaan geven aan deze geluiden. Ik moet hier niet zijn. Ik heb geen positieve inbreng. Ik vertrek dus; ik trek mij terug. Mijn pensionering doet daar driftig aan mee.

Het probleem? De afstemming (attunement) in mezelf en met mijn omgeving; de emotionele (zelf-) regulering is heel snel verstoord. Vanaf het begin ben ik ‘de weg kwijt’ naar mezelf en naar de ander waardoor veel van mijn gedrag het karakter van FFF krijgt. Disorganized attachment? Veel van mijn ontmoetingen krijgen daardoor het karakter van ‘geen contact’. De clown en de vlucht zijn daarbij mijn meest gebruikte overlevingsstrategieën.

In therapie 2

Een avond met Renée van Riessen over de opvoeding van de ziel

“Still a man hears what he wants to hear and disregards the rest”     Paul Simon

Renée van Riessen-1Een half jaar ben ik nu lid van een ‘filosofische kring’ in Kampen. Renée van Riessen was deze avond onze inleidster. De aanleiding was o.a. het verschijnen van haar boekje 9789491110139‘De ziel opnieuw’. De opvoeding van de ziel en de innerlijkheid zou centraal staan. Het woord onderwijs was ook gevallen. Ik was echt benieuwd. Ik kende haar van naam en wist dat ze ook in Kampen woont. Zij presenteerde eerder al een studiedag over Kierkegaard waar ik bij was. En het werd me toch boeiend… Niet in het minst door haar zeer ‘dialogische’ wijze van presenteren. Iets van deze avond wil ik hier delen. Niet dat het recht doet aan wat er allemaal aan de orde kwam. En het zou zo maar kunnen dat ze, als ze dit leest,  verbaast is over wat hier staat. In de geest van: “maar hier heb ik het helemaal niet over gehad!?”. Ik hoorde dit er echter wel in…

Het eerste deel van haar betoog ging over de teloorgang t&m de ontkenning van de ziel door o.a. de hersenonderzoekers tot de ‘terugkeer van de ziel’ als thema van de maand van de filosofie in 2013. Voor mij werd het interessant toen ze begon over de notie van de ‘innerlijkheid’ en ‘hyper-individualiteit’ in het denken van Kierkegaard. Aan de hand van het denken van Kierkegaard kwamen er drie perspectieven op de opvoeding van die innerlijkheid/subjectiviteit/individualiteit voorbij die ik, ook juist in deze volgorde, herkenbaar maar ook reuze avontuurlijk vond.

266px-Socrates_LouvreEerst was er het denken van Socrates over ons zelf. Voor hem is de ziel ‘de kennis van ons zelf’; het vermogen je zelf waar te nemen. Bij hem krijgt de zorg voor de ziel het karakter van zelfonderzoek. De opvoeder heeft in deze de rol van de vroedvrouw van de innerlijkheid die het zelf ‘tevoorschijn vraagt/luistert‘. De associaties die ik daarbij had waren woorden als zelfontplooiing en het ‘constructivisme’. In dit denken worden wij zelf de makers van ons zelf. Volgens mij heel modern…

UnknownDe tweede op rij was Kierkegaard die zich volledig kon vinden in Socrates, volgens Renee, maar die vervolgens deze denkwijze over ons zelf ‘tot vertwijfeling’ door-denkt. In zijn ogen kunnen wij onszelf niet voortbrengen zonder ook niet tot wanhoop gedreven te worden. Onze radicale machteloosheid, schuld en sterfelijkheid maakt het onmogelijk om op ons zelf te vertrouwen of ons te ‘verheffen’ over ons resultaat (Ziekte tot de dood). Ons-zelf-zijn is een on-mogelijke opgave die ons tot vertwijfeling brengt. Ook hier weer de herkenning voor mezelf en in mijn werk als ‘pedagoog’. De individualiteit tot zijn totale eenzaamheid maar ook machteloosheid en verlorenheid door-dacht.

Nicodemus+with+Jesus+in+the+night-1024x768-19573-300x276-1Voor mij was het die avond inmiddels knap spannend geworden. Volgens mij was dit het moment dat er in de groep allerlei associaties naar boven kwamen over dat wij ‘van boven & van buitenaf’ gered zouden moeten worden…

Emmanuel_LevinasEn hier bracht Renée van Riessen haar inzicht van ‘de derde leerweg’ ter sprake; de categorie van de Ander/ander van Levinas. In de ontmoeting/het gesprek met de Ander/ander, die onze leraar/messias is, worden wij van buitenaf geboren; tot leven gewekt. Hier werd ik, denk ik, nog het meest enthousiast van. De eerste pedagogische verantwoordelijkheid herkende ik en van de tweede wist ik genoeg vanuit mijn eigen leven maar de derde gaf mij lucht en perspectief. Vanuit deze drie perspectieven tezamen kon ik mijn werk als pedagoog en geestelijk begeleider wel doen!

Opvoeden en onderwijs worden dan drie dingen:
> begeleiding van de zelfontplooiing
> het niet schrikken van de onvermijdelijke vertwijfeling
> het ….. van de geboorte uit de Ander/ander/God/god/inspiratie/roeping

Ik ging dan ook fluitend naar huis…

‘Want’, zo spreekt de Hoogverhevene,
die troont voor eeuwig, wiens naam de Heilige is,
‘Ik ben de Heilige die woont in den hoge,
maar ook in het geslagen en diep vernederde gemoed:
Ik geef nieuw leven aan het vernederde gemoed,
nieuw leven aan het geslagen hart.                                    Jesaja 57:15

Zie hier Frits de Lange over haar boekje

En hier Martin Snaterse

Een echte depressie? (3)

Het zat eraan te komen? Twee vorige blogs waren al voorboden? De een heb ik onder privé moeten zetten en de andere gaf ook al commentaar; te persoonlijk (Monique Samuel over Facebook). Ik had de mensen uit mijn directe omgeving er herkenbaar in betrokken. Ik heb aan mijn ‘categorieën’ het fenomeen (te) persoonlijk toegevoegd. Dit alles in mijn zoektocht naar eerlijkheid en openheid. In dit blog schrijf ik hopelijk echt alleen over mijzelf…

Echt verdwaald ben ik nu. Het komt heel langzaam; bijna ongemerkt. Het is geen tsunami; hoewel het eindresultaat hetzelfde is. Nee het sluipt er langzaam in. Een soort kanker op het gebied van emoties. Emotionele wildgroei. Een groeiende ontstemming met, op den duur, overduidelijke effecten. Een mengeling van gedrag en emoties die ik in een paar alinea’s zal proberen te beschrijven.

>>>

Een belangrijk aspect is de mengeling van verlangen naar contact en een overduidelijke destructieve neiging tot isolement. Ik denk vaak aan mijn (mogelijke) vrienden en volgens mij geef ik signalen in de vorm van een uitnodiging.. Maar ze reageren niet. Ik weet echter niet eens of ik wel een duidelijk appel doe op mijn omgeving. Ik ‘zie’ mezelf eerder iets doen wat de omgeving afschrikt? Het is in ieder geval heel ingewikkeld. Het beeld wat in mijn hoofd naar voren komt is ‘melaatsheid’. Je wordt onaanraakbaar. Gevaarlijk? Besmettelijk? Schrikdraad? Het is overduidelijk dat ik mij terugtrek en dat mijn omgeving niet graag doorzet als het gaat om toenadering. Met als eindresultaat een vereenzaming vol zelf beklag: niemand zoekt mij op / niemand wil mij… Ik vermoed zelfs irritatie in mijn omgeving.

Ik denk zelfs dat er sprake is van een ‘blend’ van angst voor mezelf en zelfhaat; van ‘agressie’ tegen mezelf. Ik weet ook niet precies waarom woorden als ‘beterschap’ en ‘sterkte’ niet aan mijn behoefte voldoen. Een ‘line’ van Dylan schiet dan door mij heen; maar of dat terecht is?

Can’t recall a useful thing you ever did for me
’Cept pat me on the back one time when I was on my knees

>>>

En dan is er het dagelijkse gedrag. Een fysieke zwaarte komt over je. Moe opstaan en zo vroeg mogelijk naar bed gaan; en dat terwijl je zo’n 10 uur geslapen hebt. Je niet kunnen concentreren. Niet kunnen lezen; en dat is heel erg voor mij!!! Niet gaan sporten… Het vermijden van alles wat je ‘moet doen’.

Alles wordt geïnfecteerd; je denken, je voelen, je willen, je doen en zelfs je lichaam. Het is alsof er door/in alle dimensies van mijn zijn een vergiftiging/vernietiging sluipt. Een verzuurde stroperigheid die zich in alles wortelt en heel gestaag je hele gestel van zijn innerlijk vormgevende structuren berooft. Niets blijft hetzelfde. Tijd voor nieuwe medicijnen?

>>>

Cover 1In de waan laten

Hij was gedwongen opgenomen. Omdat hij psychotisch zou zijn. Terwijl hij zo helder was als maar kon en op schitterende ideeën was gekomen. Maar hij stuitte op onbegrip. Hij had zich tegen het onrecht van opname en de diagnose verzet. Uren had hij gepraat om de arts en de verpleegkundigen tot ander inzicht te brengen. Maar hij geeft het op: ‘Ik laat ze nu maar in de waan.’  

(Uit: ‘Maar mensen gaan voorbij’ van Hans Mondeel / Een absolute aanrader..)

Dit is misschien wel het moeilijkste aspect van een stemmingsstoornis. Is er een ruimte in jezelf die de dagelijkse waan overstijgt? Is er een zuiver denken/voelen/willen die er wel kan en mag zijn? Ja, er is een Zelf wat niet alleen van mezelf is, maar hoe kan ik in verbinding komen met die ruimte/openheid.

Natuurlijk weet ik van en heb ik ervaring met het gebruik van medicijnen. Ik weet nog dat ik na een paar weken Buspar voor het eerst de verkleurende bomen zag en niet meer aan het denken was.. Nu heb ik nieuwe medicijnen nodig omdat de vorige zijn uitgewerkt is alles van zijn plek. Ik kan de verbindingen niet meer vinden. Alle wegen van mijn hersenen zijn ‘van het pad’. Ik kan de plek niet meer vinden…

tumblr_lpise3gLaL1qfvq9bo1_r1_1280Het is voor jezelf bijna onmogelijk die ‘grensovergangen’ tussen depressie, ‘werkelijkheid’ en de alles dragende en doordesemende leefruimte van de ziel te blijven onderscheiden. En dan heb ik het er nog niet eens over hoe moeilijk het vervolgens is naar de juiste plekken toe te gaan. De woorden, verhalen en beelden in God die de nacht leefbaar maken.mertons_cross_lg   Thomas Merton is voor mij zo’n ingang. Mijn lieve vrouw heeft dit beeld ooit voor mij geschilderd in de vorm van een groot donker veld met daarin twee ‘scheuren’ in de vorm van een kruis. Het kreeg de titel ‘ het duister is mij licht genoeg’. Indrukwekkend.

In ieder geval ga ik voorlopig op zoek naar de juiste medicijnen. En mijn cadeau voor mijn verjaardag weet ik nu ook. Het bronzen kruis van Thomas Merton.

Herinnering, Johanna ter Steege en vergeving

Het is een verhaal wat mij altijd is bijgebleven; een herinnering… Ik denk dat ik dit verhaal wel meer dan zestig keer heb verteld en met ‘succes’.

Ik moet 22 zijn geweest. Ik was een van de leiders van een jeugdkamp van ‘Het Clubhuis’ in Rijssen. De leeftijd was van 13 tot 15 jaar. Woensdagnacht wordt ik door een meisje uit de groep geroepen; ‘Johanna ligt te huilen’. Ik ga naar haar toe op de slaapzaal en zie dat ze erg overstuur is. Ik neem haar mee; ze is intens verdrietig. Huilend, hortend en stotend vertelt ze het verhaal wat in mijn herinnering ongeveer als volgt klonk.

“Opa, waar ze thuis op de boerderij heel veel mee speelde, was ineens dood neergevallen (waar ze bij was?)…. En de achterbuurman was overleden. Deze achterbuurman had een zoon. Aan deze zoon werd nu echter een vreselijk geheim verteld… Zijn vader, die was overleden, was zijn vader niet maar zijn opa. En zijn moeder was zijn moeder niet maar zijn oma. Zijn veel oudere zus was zijn echte moeder… Zijn echte vader was er toentertijd vandoor gegaan…..”

137704_300Ik was pas bekeerd en zeer veel bezig met geloof. De meeste kinderen uit Rijssen en omgeving kwamen uit actief gelovige en kerkelijke gezinnen… We hebben het over 1974… Dus vroeg ik haar of ze geloofde..”ja”. Dus ging ik met haar bidden; voor Opa, zijn familie en voor het ingrijpende verhaal van de achterbuurman rondom zijn (klein)zoon en de moeders. Ze was inmiddels rustig geworden en ik bracht haar naar bed. Na een half uur ging ik even bij haar kijken of het nu echt goed was. Niet helemaal dus. Ze lag te piekeren over die man die was weggelopen, de inmiddels echte vader, of God hem wilde vergeven…. Of ik daar ook nog voor wilde bidden met haar. Ik was perplex; een kind van 13 wat zo met het leven, schuld en God bezig was…

Nu was ik pedagoog in opleiding en herinnerde me een verhaal van de pedagoog Langeveld die elke handeling van een volwassene t.o.v. een kind vertaalde in de al-of-niet uitnodiging tot de weg naar ”zelfverantwoordelijke zelfbepaling”. Ik zei tegen haar dat ze zelf ook kon/mocht bidden. En ik beloofde haar dat als zij nu zelf zou gaan bidden daarvoor dat ik naar buiten zou gaan en hetzelfde zou doen. En dat heb ik gedaan. Buiten gekomen schoot me het verhaal van Jezus te binnen over gebed dat hij ‘illustreerde’ met de vergelijking met een kind wat aan de vader om brood vraagt dat hij dan toch geen steen zal geven? ” Als u, die slecht bent, uw kinderen dan goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven aan hen die tot Hem bidden.”(Mattheus 7: 11) Ik wist het; dit gebed zou verhoord worden! Ik ging nog even terug naar de slaapzaal en vroeg aan Johanna ‘Ben je een kind van God?’; ze zei ja. En vertelde haar dat God haar haar vraag niet zou weigeren en dat haar gebed verhoord was en ging weg. De volgende morgen kwam ze naar me toe en vertelde dat ze pas kon slapen nadat ik haar dat verteld had… De zekerheid van vergeving voor die man…

Wat heb ik het vaak verteld… En welke wedergeboortes heeft mijn geloof ondergaan…

Het bleef mij bij, dit verhaal, als een prikkelende herinnering. Johanna ter Steege; zo heette ze. Tot ik vele jaren later ik haar naam weer tegenkwam in de krant. Een Johanna ter Steege kreeg lovende kritieken voor haar rol in de film Guernsey. Een lichte huiver ging door mij heen.. zou zij….? Nee, dat kon niet. Dat zou te toevallig zijn. Maar de nieuwsgierigheid bleef. Ik Googlede om een mailadres te kunnen vinden. Ik schakelde mijn zoon in. Geen link naar haar persoonlijk te vinden. 497Ik gaf het op. Tot mijn vrouw mij op mijn verjaardag  kaartjes cadeau deed voor de voorstelling ‘Hiroshima mon amour’. Een aangrijpende en ontroerende voorstelling over liefde, vreselijke herinneringen en de zoektocht naar..? Zou het vergeving zijn? Een van de beelden die mij raakte was het vele ‘water’ wat ze dronk om iets weg te spoelen? En het water waarmee ze zich aan het eind probeerde te wassen? Was het gieten van het water over zich heen een vorm van doop? Geen idee; als het mijn inlegkunde is dan vind ik dat een heel mooie vertaling… En het met gespreide armen gaan liggen op haar stervende geliefde… Was dat het overschaduwen van de stervende met de lijdende Christus…?

266px-Johanna_ter_SteegeNa afloop van de voorstelling sprak ik haar aan in de foyer. Stelde me voor als Rinie Altena. Het zei haar wel iets maar ze wist niet wat. Ik vertelde haar van een jeugdkamp / Rijssen / huilen / Opa… Ja dat herinnerde ze zich zeker; vooral het huilen. Ze corrigeerde mijn historische/geheugen vertekeningen tot het juiste verhaal. Bij het thema van het hartstochtelijke verlangen naar vergeving werd ze helemaal wakker. Haar regisseuse Karina Kroft, die naast haar stond, zei ‘dat is een thema van je; wat apart!’. En zij beaamde dat. De rest greep me teveel aan me daar nog veel van te kunnen herinneren. Ik meen me te herinneren dat Karina het verhaal een juweeltje of zoiets noemde.. Zij was het! En het hart van het jonge kind was met het ouder worden niet verkalkt! Nog steeds was ze een en al empathie/compassie/geraaktheid. Verlangen naar vergeving en verzoening? Voor alles en iedereen? Anders kun je dit toch niet zo spelen?

Ik weet het niet; natuurlijk overdrijf ik zoals altijd. Ik ben alleen dankbaar dat ik haar twee keer heb mogen meemaken en ik denk dat God haar nog steeds verhoord… Gebeurt verzoening dan nu alleen nog in theater? Ik kom deze geraaktheid en gevecht om verzoening en liefde in de kerk helaas nog maar bij een enkeling tegen…

“and these visions of Johanna are now all that remain”

Lost; verdwaald (2)

I’m lost; naar mijn mening zong ik dat in een prachtige ‘blues’. Het was het einde van een zeer heftige droom waarin ik volledig verdwaald was geraakt temidden van carnaval vierende mensen. Toen ik tenslotte weer verenigd was met mijn ‘Bijvrouwen’ familie(ik was daar met hen op vakantie), inclusief de neven en nichten en hun partners, werd ik, terwijl ik dit ‘I’m Lost’ uit volle borst zong, ontmaskerd door een nieuwe aangespoelde neef. Hij keek mij doordringend aan en begon te vertellen over allerlei zeer gevaarlijke en ernstig gestoorde mannen; de associaties waren niet zozeer trefzeker maar wel zeer duidelijk met een bedoeling iets over mij te zeggen. Ik werd wakker gemaakt door mijn vrouw.

Ik ben een week geleden, na een bezoek aan mijn psychiater, overgestapt op een ander medicijn (Cymbalta -> Lyrica). Er waren allerlei aanwijzingen, de laatste tijd, dat mijn gebruikelijke angsten/stemmingen blijvend de kop op staken. Mijn vrouw ziet dat heel scherp en zegt dan na verloop van tijd: “zijn de medicijnen niet uitgewerkt?”. Natuurlijk vind ik dat een laffe reactie en een vorm van ‘niet nabij willen/kunnen zijn’ aan/in mijn angsten en depressies. Zij noemt zo’n tijd ‘op eieren lopen’. Ik ben dan zeer kwetsbaar en niet makkelijk benaderbaar en zij vind het bedreigend en geeft het na 1 vraag al op. Zij: ‘zoek het dan ook maar lekker zelf uit met je zure gedrag’. Ik: ‘lekker makkelijk; na 1 poging al opgeven..; ben ik niet meer waard?’. Passief/aggressief zou je mijn gedrag kunnen noemen: vol verwijt… Nee, we gedragen ons zeer fatsoenlijk naar elkaar maar het is wel een ijstijd. En dat niet voor het eerst

Bob-Dylan-The-Times-They-Ar-579933It’s a restless hungry feeling
That don’t mean no one no good
When ev’rything I’m a-sayin’
You can say it just as good.
You’re right from your side
I’m right from mine
We’re both just one too many mornings
An’ a thousand miles behind                    

One too many mornings; Bob Dylan

Een systeem van ‘wanen’ noemt mijn psychiater het; mijn angsten en gedachten van verdoeming. Een monoliet van piekergedachten die niet uit te zetten zijn en een volledig eigen leven zijn gaan leiden. Stemmingstoornis (GAS) noemt hij dat. Maar er is, in zo’n tijd waarin die stemming weer gaan domineren zoals nu, voor mij geen duidelijke grensovergang meer tussen mijn ‘waanideeën’ en de werkelijkheid. Voor mij zijn het werkelijke zelfevaluaties die zelfs bepalend (zouden kunnen zijn) voor mijn handelingen. Ik heb het van nabij meegemaakt, wel 8 keer denk ik, in de vorm van bipolariteit. In zijn innerlijke en uiterlijke ‘werkelijkheid’ kreeg hij eindelijk de kans om zijn droom(kasteel) te realiseren. Voor zijn nabije omgeving was het enthousiasme. Volgens mij was hij gek… Volgens hem was ik jaloers.. Het gaat mij hier niet om hem maar om die waanzinnig moeilijk te bepalen grens tussen ‘waan’ en werkelijkheid… Als ik mijzelf evalueer in zo’n stemming blijft er niets van mijzelf over; ben ik alles kwijt.. En geloof me, dat kan voor je-zelf heel overtuigend zijn!de-ziekte-tot-de-dood-s-kierkegaard-9789085066101-voorkant

(Intussen heb ik wel het initiatief genomen om te gaan promoveren… Of zou dat ook een de waan ingegeven handeling zijn. Het onderwerp is: ‘Wanhoop en Spiritualiteit‘.)

Nu gebruik ik dat nieuwe medicijn. Fascinerend! Binnen een halve dag waren die ‘gedachten’ verdwenen. De stemming gehalveerd… En vooral mijn gedrag veranderd. Er komt energie los. Er gaat weer iets stromen. In eerste instantie Boosheid en Expliciet verwijt? en zoek ik de confrontatie die ik maandenlang heb vermeden. Het passieve ben ik kwijt; ruimte voor agressief verwijt… Er gaat weer iets stromen… Volgens mij zijn er geen medicijnen die moord of zelfmoord als bijwerking hebben maar er komen er wel erg veel soorten emoties los in die omslagtijd. Neigingen tot doortastend, ‘te’ rigoureus en desastreus optreden. Ik had bijna heel mijn blog verwijderd en vernietigd. Volgens mij speelt dit vooral als ze werken! Psychiaters en doktoren moeten daar op bedacht zijn.

Terug naar ons nachtelijk ‘Auping overleg’; “Je bent je liefde voor mij wel helemaal kwijtgeraakt de afgelopen tijd..”, constateerde en vroeg ik. Het bleef pijnlijk stil. Eigenlijk wist ik het antwoord wel. Ik zou haar niet gelooft hebben als het antwoord anders zou zijn. Na enige tijd herhaalde ik de vraag. Ik wist het wel maar wilde het uit haar mond weten. Na een herhaalde aarzeling zei ze: “Het is goed dat ik je al zolang ken…”. IMG_Gerda

Wat ben ik trots op haar en op ons. Wat hebben we allemaal wel niet bereikt. Geduld… Wat ben ik haar dankbaar dat zij het met mij uithoud…

(Een eerder blog gaf, achteraf gezien, al aanwijzingen in deze richting…)

lg80130En om nog even in de ‘Blues’ te blijven: ‘Nobody loves you when you’re down and out‘ (en Janis Joplin en deze en deze versie). Maar snappen kan ik dat ook weer wel. We zijn geen aantrekkelijke mensen; de sacherijnige zeurkousen. Die Founding Fathers of the Grumpy old men society.