“Losing my religion”

church-53194_1280De titel van dit lied van R.E.M. heeft me altijd aangesproken. Ik was er bang voor dat mij dat een keer zou overkomen. Ik heb het veel meegemaakt: kerkverlating en zelfs ‘evangelischen’ die hun ‘geloof’ kwijtraken. In allerlei varianten en maten. De laatste zes jaren is nu ook bij mij de betonrot toeslagen. Toen we meer dan twee jaar geleden in onze huidige stad kwamen wonen maakten we de drie laatste maanden van een voor ons geweldige predikant mee. In de zomer is hij plotseling overleden. In de vorige woonplaats waren we flink vervreemd geraakt van de plaatselijke PKN. Veel gedoe rond fusies en seksueel misbruik in de gemeente… Ik ging aan het eind nog wel een beetje naar de plaatselijke vrijzinnigen maar veel zei het me niet meer. Toen mijn pensioen en ons vertrek naar hier.

Dankzij die geweldige predikant, de vooral niet onaardige gemeente en de prachtige oude ‘kathedrale’ kerk gingen we best wel weer veel. Maar de opleving was van korte duur en ik kon geen ‘enthousiasme’ meer vinden in hetgeen daar vanaf de dood van die predikant gebeurde. Gedoe rondom een fusieproces (wat we voor de vierde keer meemaakten)… De wisselende predikanten en het uitstel van het echt beroepen van een nieuwe predikant deed mij geen goed. De wachtstand werd me teveel. In een van de diensten sprak ik mij openlijk uit over mijn dreigende geloofsverlies (Voordracht in een kerkdienst dec 2019).

plug-1859843_1920Wat zat en zit me dwars? Ik heb het idee dat ‘ons zijn en verlangen in deze wereld’ niet gehoord, begrepen en geduid worden in deze gemeente waarin ik verkeer. Op een enkele keer na… De bijbel, ‘de tijd’ en de mensen (en ikzelf) worden niet meer ‘gelezen’. Wat bedoel ik daarmee. Natuurlijk, de bijbel werd gelezen, een zeer verzorgde liturgie en er wordt gepreekt… Maar ik krijg niet het idee dat er sprake is van ‘verstaan’ van het een en het andere; laat staan dat ze verhelderend en inspirerend op elkaar betrokken raken. Ik krijg in de diensten geen contact meer met mezelf en hoe ik mezelf en mijn (on)geloof beleef, de wereld waarin ik leef herken ik niet in hetgeen er in de dienst gebeurt en met de gelezen bijbelgedeelten wordt geen bezielend verband gelegd met de eerste twee. En heel veel liedteksten hebben voor mij een archaïsch karakter gekregen. Er ontstaat geen nieuw verstaan van dit alles. De dood in de pot. God, wereld en wijzelf lijken uitgepraat met elkaar; hebben elkaar niets meer te zeggen. De oude woorden en beelden werken niet meer. En op god als man haak ik helemaal af. Een kerk die niet meer ‘bij de tijd is’. 

(Overigens is er ‘kwa stemming’ zeker een relatie met mijn pensionering…)

“Where are those forces of yesterday; why don’t they meet me here?” Bob Dylan

Maar ik moet duidelijker zijn: ze werken niet meer bij mij. De liturgie, de liederen, de gebeden en de uitleg raken mij niet meer. Het is een taal en het zijn beelden die zelfs bij momenten vervreemdend aanvoelen. Bij momenten is er zelfs sprake van irritatie en soms zelfs weerzin. Geen ontroering, geen verwondering en geen inspiratie. Kon ik mij hier in vinden? Heb ik hier uit geleefd? Maar ook in mijn persoonlijke en dagelijkse leven is de ‘geest’ er uit. Is dit de ‘demon van de middag’? De nacht? Is dit een gezond makende ziekte? Komt er met geduld nieuw leven? Moet is eerst weer alles kwijt raken om nieuw leven te vinden? Het zal niet de eerste zijn dat ik mijzelf opnieuw moet uitvinden. Mijn spirituele bibliografie is eigenlijk een lange geschiedenis van nieuw zien. Is er opnieuw sprake van ontmaskering?

imageIk vind bijna nergens meer voor mij geloofwaardige woorden en beelden voor de werkelijkheid van ‘God’ in relatie tot de werkelijkheid waarin wij nu leven. Laat staan tot de werkelijkheid van mijn persoonlijk leven. Ik vind zoveel niet meer geloofwaardig, overtuigend en/of inspirerend … Ik krijg er geen contact meer mee; soms irriteren ze mij zelfs. Ik ben het met Tomás Halík eens dat er een nieuwe reformatie nodig is. Een hele nieuwe manier van ‘lezen’ van de bijbel, wereld en ons leven is 41PCtpbtMHL._SX332_BO1,204,203,200_nodig. Thomas Merton gaf/geeft mij die nieuwe ogen en oren. Ik denk daarbij ook aan wat Dietrich Bonhoeffer in de gevangenis schreef over religieloze godsdienst. Ook een vriend van mij die ‘evangelist’ is in Zweden zoekt het langs heel andere wegen. Zou het kunnen zijn dat het ‘ontworden’ en ‘worden’ dit keer veel meer iets van ontvankelijkheid zou kunnen zijn? Een loslaten en overgave waarin ik geen regie meer heb/krijg? Ik vind dat eng. Dat vraagt overgave, loslaten en vertrouwen. Dat zijn niet mijn sterkste ‘eigenschappen’.

“Wat doe je als niets werkt?” 

image-1Nu ben ik mij inmiddels zeer bewust van de situationele, contextuele, historische en persoonlijke bepaaldheid van geloven en de verwoording en verbeelding daarvan. Het prachtige boek van John Barton maakt dat zeer duidelijke aan de hand van het ontstaan, samenstelling en vervolgens de receptie van de bijbel in allerlei tijden en contexten. Er is niet één lezing en ‘vertaling’. Natuurlijk gaat het mij niet om ‘iedere ketter zijn letter’ maar wel om het serieuze gesprek over wat de verhalen van de bijbel en de christelijke traditie ons nu te bieden heeft over God in onze tijd en situatie. Ik wil deel uit maken van een gemeenschap die dat steeds opnieuw bereid is te doen. Wat we nodig hebben ligt voor ons. Verder kijkend dan onze neus lang is… Ik denk ‘zelfs’ dat God zelf leert en zich ontwikkeld… imageWant laat ik duidelijk zijn: ik ben mijn ‘geloof in God’ niet kwijt. Maar ik ben wel wanhopig over mijn verbinding/verbondenheid met die werkelijkheid van God…( 2008_Oomen_Reflecties-bij-de-vraag-‘Bestaat-God’_Doorn_TEKST); met God zelf. Mijn kleinzoon zei aan tafel: “Ik hoor God nooit praten tegen mijn?”. Het is niet dat ik niet in God geloof maar het probleem lijkt te liggen in ‘vormen’ die mij raken. En dan gaat het om beelden, taal en wat er inhoudelijk gecommuniceerd wordt. Waar gaat het over en waar gaat het om. 

Hoe verder?

Ik moet denken aan het verhaal van de Emmausgangers. Jezus maakt hen duidelijk hoe ze moeten lezen… Waar het altijd al om gegaan is en waar het nog steeds om gaat. Maar blijkbaar is dat niet iets wat was maar wat zich steeds weer in het hier-en-nu realiseert met het oog op de toekomst. ‘Het Koninkrijk Gods‘. Maar wat dat betekent? Wat vraagt dat van mij? Waar is daar al iets van zichtbaar en hoorbaar? Hoe wordt dat leefbaar… Ook hier wil ik weer refereren aan mijn Zweeds-Nederlandse evangelist die deze week een rondzendbrief stuurde waarin hij zijn werk na-corona nieuw probeert te realiseren(Brief Rinus). Zelf proefde ik hier iets van de afgelopen tijd bij theologen als Anton Houtepen, Bert Hoedemakers, Erik Borgman en Edward Schillebeeckx… O ja en Palmyre Oomen (zie artikel eerder). Toch maar weer aan het lezen gaan?

imageimageimageimage

Gisteravond hadden we twee heel erg lieve vrienden op bezoek. Zij refereerde aan een liedtekst van Huub Oosterhuis naar aanleiding van een psalm:

Dan nog,
dan nog, klamp ik mij,
klamp ik mij vast aan jou, of je wil of niet.
Op ongenade of genade.
Ik zal red mij, red mij roepen
of zoiets als
heb mij lief !
 
We konden geen van vieren de tekst lezen zonden een brok in de keel en tranen in de ogen. Alsof wij nog steeds verlangen naar die onmogelijke Geliefde… Nog erger: het is niet eens alsof…
 

Ja het verlangen is er maar de onmacht niet minder… Het gevoel van schipbreuk blijft,

(Ik vond zojuist een brief van Thomas Merton aan een ‘ongelovige’ terug in mijn eigen archief. Was ik vergeten:Thomas Merton’s Brief over ongeloof. Hij is echt prachtig!)

(En hier een herkenbaar interview met Pauline Weseman)

 

En toen was er het pensioen…

Het was alsof ik met honderd kilometer per uur met ‘heel mijn bestaan’ tegen een rotswand aan botste… Gelukkig had ik mijn riemen om en waren er airbags anders was ik er zelf niet levend vanaf gekomen. Ik was gestopt op een hoogtepunt van mijn carrière. Het moest; het beleid van de school is dat je stopt met je echte pensioen(in mijn geval 66). Ik had een prachtig afscheid met heel veel lieve worden. De schok vertraagde omdat we daarna verhuisden en nog twee jaar bezig waren met de bouw en inrichting van ons nieuwe huis. Maar toen kwam alsnog de echte crash. Ik zat thuis; het teamwork faalde en we woonden in een nieuwe plaats. Wat hiervoor bijzaken waren die ‘tussendoor’ werden gedaan, zoals afwassen, klussen en boodschappen doen, veranderden in ‘core-business’. Natuurlijk werd de shock verergerd doordat er nauwelijks continuïteit bestond tussen mijn oude leven en dit nieuwe bestaan; we waren ook nog eens verhuisd. Alleen een paar vrienden en mijn gezin waren gebleven.

Wat een vreselijke uitvinding is het pensioen… Ik voelde me een boom die rigoureus was omgehakt en lag te snakken naar adem. Mijn vitaliteit had flinke schade opgelopen na een knieoperatie en ik kwam 15 kilo aan ronde verhuizing naar het nieuwe huis.. Mijn Titanic had schipbreuk geleden en een nieuw schip zou ik door mijn leeftijd niet meer kunnen krijgen. En nu 68 jaar met als enige zekerheid de dood… Zolang ik werkte was de dood een mogelijkheid nu een onvermijdelijkheid. Per jaar gingen minsten twee gepensioneerde collega’s dood. Toen ik werkte was dat er maar 1 per 10 jaar?

Hier was ik niet op voorbereid… Ik wist niet dat het gemis van de studenten, de collega’s en de school zo erg zou zijn. Het was alsof ik de geliefde waar ik 30 jaar lief en leed mee gedeeld had mij aan de dijk had gezet. Op een overigens zeer vriendelijke en zelfs dankbare mannier. Het was mooi geweest maar ik was nu toch echt overbodig. Rauw&Rouw.

Bron: https://www.steunbijverlies.nl/index.php/duale-benadering

Ik stapte een wereld binnen die ik niet kende en niet wilde… Ik verzette mij en sprak mijn gemis uit. Dat had ik beter niet kunnen doen… “Dit wist je toch?” Alsof dat een troost zou zijn bij het verlies van een partner… “Je kan toch altijd nog…?” Alsof een nieuwe vriendin alles zou oplossen; als die al te vinden zou zijn. Alsof die zo voor je klaarliggen… Ik merkte ook dat opmerkingen over ‘vrijwilligerswerk’ of ‘de kerk’ e.d. mij in het verkeerde keelgat schoten. Om vervolgens het verwijt te krijgen dat ‘je niet geholpen wilt worden’. Plus de fundamentele vraag of je tot je dood zou willen/moeten doorwerken?

Nee ik was een levensfase binnengegaan waar het oude ik/zelf niet meer werkte en het nieuwe zich nog niet had aan gediend. Als ik had moeten solliciteren voor mijn pensioen was ik niet door de selectie gekomen vanwege gebrek aan de juiste competenties en ambities. Pensioenongeschikt ben ik… Ik vind dit alles prachtig verwoord in een nieuw boek van Frits de Lange: Eindelijk volwassen. Een boek over de ‘tweede levenshelft’. Nee ik kon tot nu toe geen aantrekkelijke en/of wekende perspectieven vinden. Geen van de geboden opties vond ik aantrekkelijk of overtuigend.

Er zijn voor mij in onze cultuur geen aantrekkelijke en/of inspirerende beelden voorhanden(pag. 9). De wandelende, reizende en/of tuinierende bejaarde trekt mij niet. En rust roest toch? De oppasopa is geweldig maar vervuld mijn leven niet. Het ontbreekt mij niet aan hobby’s en vrienden maar zij geven geen echte vervulling aan mijn onbestemde verlangen? Dit wil ik niet maar wat dan wel? De weg terug is er niet. Nee mijn ‘mindset’ die gebouwd was op zinvol werk en een maatschappelijk belangrijke functie (docent/trainer HRM aan het hbo) is voor pensioen volledig onbruikbaar. Ik ben veranderd in een huisman ‘zonder beroep’.

Totaal onvoorbereid stappen we in de namiddag van het leven. Erger nog, we doen dat vanuit de valse vooronderstelling van de waarheden en idealen die ons tot dusverre van dienst zijn geweest. Maar we komen de namiddag van het leven niet door op grond van het programma van de levensochtend; want wat ’s ochtends geweldig was, stelt ’s avonds weinig voor, en wat ’s ochtends als waarheid gold, blijkt ’s avonds een leugen. (citaat van Jung in Frits de Lange)

Photo by Hoach Le Dinh on Unsplash

The sun is beginning to shine on me
But it’s not like the sun that used to be
The party’s over and there’s less and less to say
I got new eyes
Everything looks far away
Highlands; Bob Dylan

Waar ik dus tot nu toe in mijn leven goed mee uit de voeten kon werkt hier niet meer… Op zich heb ik die ervaring wel vaker opgedaan maar nu is dat toch anders. Nu is mijn maatschappelijke rol/identiteit ontwricht geraakt. Eentje die ik vanaf mijn studententijd had op- en uitgebouwd. Docent, trainer, consultant, retraitebegeleider, geestelijk begeleider en (medewerker) in allerlei beleidsmatige projecten. Met vrijwel geen van de daarin ontwikkelde competenties kan ik meer uit de voeten. Mijn hele CV kan in de prullenbak. Deze levensfase vraagt om heel andere competenties. Ik zal ook een geheel andere ‘positie’ moeten innemen t.o.v. de mijn omringende werkelijkheid… Ik bevind mij in liminiaal gebied en ik weet niet wat er op mij toekomt. Wat was is niet meer maar nu; hoe verder? Het oude achter mij latend zal het gaan om een diepe existentiële ‘omvorming….‘. Moet ik voor het eerst van mijn leven het stuur uit handen geven? Of minimaal die illusie loslaten? Het voelt in ieder geval heel ongemakkelijk…

Blijf niet staren op wat vroeger was.
Sta niet stil in het verleden.
Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen
het is al begonnen, merk je het niet?

(Wordt vervolgd)

En hier een leuke serie over ouder worden; dit deel sluit hier in ieder geval naadloos op aan.

527x840

Geen depressie, geen angststoornis maar hechting was en is mijn probleem?

9781462525546Deze ontdekking had ik natuurlijk veel eerder moeten doen. Dat had me heel veel momenten van diepe ontreddering en verwarring gescheeld; ook voor mijn vrouw.

Wat waren dan de problemen? Ik denk dat ik tot mijn puberteit vrijwel geen positieve herinneringen heb. Rond mijn 15 vond ik vrienden en een ‘ongelukkige verliefdheid’ die veel voor mij betekenden. Voor het eerst van mijn leven haakte ik naar buiten in de verwachting van de grote liefde en vond ik vrienden die mij leuk vonden. Rond mijn 21 vond ik god/jezus maar daarmee begonnen ook de echte problemen. Een vreselijke, voor mij onbegrijpelijke, ingewikkelde innerlijke/emotionele ‘huishouding’ die mij van ’s morgens vroeg tot diep in de nacht in de greep had. Angsten & haatgevoelens & afweer & schuldgevoelens & wanhoop wisselden elkaar af of liepen door elkaar heen. Existentieel en religieus. Toen ik mijn vrouw leerde kennen was er sprake van een vreselijke bindingsangst. Op de een of andere wonderlijke wijze kon ik mijn werk goed doen, werd ik een niet onaardige partner en vader en was ik een best wel leuke vriend(kwam wel in 2000 voor 40% in de WAO terecht). Maar de demonen verdwenen niet. Eerst dacht ik dat het depressies waren maar na een bezoek aan de psychiater hielden we het op een angststoornis. Dit leidde tot een redelijk succesvolle psychotherapeutische behandeling van meer dan 5 jaar.

Wat is dan de nieuwe ontdekking? In 2012 maakte ik het redelijk goed en ik ontwikkelde grootse plannen voor mijn oude dag: ik wilde gaan promoveren op de wanhoop.PROMOTIEONDERZOEK (def) Was het het gebrek aan expliciete steun, was het de denigrerende opmerking van een vriend? Ik weet het niet maar plotseling ging ik vreselijk onderuit. De vreselijke angsten kregen zelfs een compulsieve dimensie en ik verkeerde weer in een diepe wanhoop en er kwam niets meer uit mijn vingers. Ik  verbrak vriendschappen en ging opnieuw intensief in therapie. Bij toeval zag ik de film ‘Tree of Life’ met daarin een scenes van een jochie dat in een destructieve interactie terechtkwam met zijn vader en zijn omgeving. Ik stikte bijna in mijn emoties; dit was ik… Maar nu wilde ik dat kind eindelijk gaan begrijpen en kwam al studerend terecht bij de hechtingstheorieën van Bowlby. Binnen een jaar had ik bijna alles gelezen over (onveilige) hechting, emotieregulatie en mentaliseren. Eindelijk vond ik een ‘theorie’ die al mijn ervaringen vanaf de zwangerschap tot nu toe in een samenhangend en te begrijpen verhaal onderbrachten. Al die diepe existentiële wanhoop vol schuld en doem en de diepe ontredderende mislukte interacties met mijn vrouw kon ik nu ‘plaatsen’. Zelfs de diepe religieuze crises, schuldgevoelens en machteloosheid vonden hun plek hierin. (Zie ook a b c)

Ik heb nu een kapstok voor de emoties waarmee ik opsta. Ik begrijp iets van mijn ontreddering waarin ik terechtkom als er iets ‘misgaat’ tussen mijn vrouw en mij. Of tussen mij en mijn vrienden/familie. Het ongelooflijk diepe verlangen naar die ‘Safe Haven’ en ‘Secure Base’ dat mij dreef. Hoe ik die, als volwassen man, niet buiten mezelf maar in mezelf moet zien te vinden. ‘I guess it’s up to me‘(Bob Dylan) en dat dan op een niet cynische manier. Ik zie/voel iedere keer ‘de vrucht die niet gewenst was’, de baby die niet uit z’n bedje werd gehaald, de peuter die niet getroost werd, het kind dat het maar niet goed kon doen, het jochie dat met zeer grote regelmaat in elkaar geslagen werd, dat het grootste deel van de tijd alleen op zijn kamer doorbracht en gewoon vergeten werd, de puber waarvan mijn vader zei dat hij nog nooit een dag plezier van had gehad… Alsof ik voor zijn plezier geboren zou moeten zijn… Begrijp ik nu meer van Peter, van mijn zussen, van mijn ouderlijk gezin?

Het is eigenlijk schokkend om te ontdekken hoe ik in een vertekende werkelijkheid heb geleefd en nog leef. Mijn heftige ‘needs and vulnarabilities’…; de ‘distorted facts’ over mezelf en de ander. ‘Working models’ noemen ze dat, die heel mijn belevingswerkelijkheid inkleuren en die het gevaar lopen mijn handelen te sturen. Ik denk te ‘weten’ hoe mijn/de wereld in elkaar steekt. Eigenlijk ben ik, als het om relationele en spirituele intimiteit gaat, permanent ‘in de war’. Ik zie, voel en hoor dingen die er niet zijn; spoken en demonen van binnen en van buiten. Daarom is het bijbelverhaal van de ‘man tussen de graven’ en Jezus zo’n metaforisch sleutelverhaal voor mij. Met mij is geen fatsoenlijk gesprek te voeren. Het ‘craving’ naar veilige hechting en de vermijding van elk contact zijn als een permannte wisselstroom aanwezig in mij; ze strijden zelfs om voorrang. Voor hetzelfde geld was ik in een klooster terechtgekomen (ik denk alleen dat ze me er niet zouden hebben toegelaten..).

Maar het is minstens zo schokkend voor de mensen om mij heen; vooral voor mijn vrouw. Als mensen naar ons huwelijk vroegen was dat van mij (zo nu en dan) een hel en voor haar ‘goed…’. Ik zie nu in dat zij geen bron/oorzaak was van mijn ellende maar dat onze ‘disruptive interactions’ voor mij een trigger… Een pijnlijke her-innering van vreselijke tijden.

Een verademing om mezelf weer iets beter te begrijpen…; en (een klein beetje?) ook opgedragen aan mijn vrouw…

Nobody said it was easy (Sheryl Crow)
No one ever said it would be this hard (Coldplay)

In therapie (3) ‘Be-Vindplaats’ van ‘Gd’

“Is there a place we can go?” 

Dia1Nu restte mij de vraag nog: waarheen? Waar moest ik in al die ‘turmoil’ naartoe? Is er een plek, iemand, een ruimte waar ik naar toe kan gaan? Ik had de 5 modi beschreven/getekend als cirkels in de rondte in mijn dagboek. Moest ik mij verdiepen in mindfulness zoals mijn vrouw en mijn therapeut suggereerden? Op de een of andere manier kreeg ik daar geen affiniteit mee. Ik vond het te ‘afstandelijk’, te ‘gedissocieerd'(natuurlijk te kort door de bocht!). 1001004002726626Voor mijn gevoel stond ik er dan teveel naast/tegenover en niet genoeg middenin en te weinig er ‘doorheen‘. Hoe kon ik mij goed verhouden hiermee? Waar ben ik ‘Zelf’ in dit alles? Ik wist dat geen van die 5 stemmingen mijn ware Zelf konden zijn. Daarvoor waren ze of te negatief of te voorbijgaand van aard. Alles gaat voorbij, niets werkt, niets is blijvend. Alles is een voorbijgaande configuratie van situatie, moment, handeling en stemming. Achter alles staat een komma, Maar:

Is there a place we can go,
Is there anybody we can see?                 Bob Dylan

Eind september (28-29?) gebeurde er iets waardoor het weer ging stromen… Op de een of andere manier wist ik dat ik er ‘middenin’ moest zijn. Nu was het niet voor het eerst dat ik die kant op werd gestuurd, maar toch. Het is niet ‘buiten’ of ‘ergens anders’ of ‘niet dit’ of ‘wel dat’ of ‘boven’ of ‘beneden’ of ‘omheen’. Hoe kon ik hier ‘middenin’ zijn zonder ‘erin-op-te-gaan’? Want erin-op-gaan’ was ‘verzuipen’. Of moest ik erin-verzuipen; sterven…? Maar laat ik niet vooruit lopen op de feiten. Ik maakte een tekening met daarin een ‘kern’/’plek’/’ruimte’/’midden’. Het was een spontane ingeving (heeft volgens mij ook te maken met mijn nogal ‘exacte’ inslag; ik wil visualiseren/schematiseren).Dia1 In die middenruimte schreef ik wel meer dan 40 typeringen…Dia1

51T59TmD0FL._SX331_BO1,204,203,200_60Natuurlijk is die lijst van typeringen van de kern heel persoonlijk. En ‘natuurlijk’ is die lijst christelijk ingekleurd. Maar waarom wil ik mijn therapie voorzien van zo’n mystiek/spiritueel perspectief? Ik geloof dat dat niet anders kan & mag. Het gaat niet zonder. Hier is in de V.S. veel over geschreven en de KSGV in Nederland/Belgie houdt zich daar zeer nadrukkelijk mee bezig. Waarbij ik er van uit ga dat er ook een atheïstisch spiritueel perspectief is. Op basis van mijn levens-/leerweg kan ik het ‘karakter van mijn plek’ aan de hand van een paar beelden typeren. Beelden die voorlopig een ‘eenzaam’ kenmerk hebben. Op de rol van ‘een ander‘ kom ik nog terug. In dit blog heeft dat ‘midden’ een sterk individueel karakter. maar ik wil die plek wel in een bepaald licht & perspectieven zien…

Prefrontale cortex

Ik moet natuurlijk heel nuchter beginnen. In de allereerste plaats is dit ‘midden’ het domein van de prefrontale cortex. Dat is het deel van onze hersenen welke een cruciale rol speelt in onze emotionele huishouding en zelf-bewustzijn. natuurlijk moet ik hierbij ook de rechterhersenhelft als ‘woonplaats’ van het impliciete zelf. Zij maakt vooral gebruik van ‘beelden’ en niet van ‘taal’. Je zou het de cockpit kunnen noemen van waaruit wij mentaliseren en onze emoties reguleren. De eerste drie jaar van onze ontwikkeling en later in de puberteit krijgt dit deel zijn grootte, vorm en functie. 41Q6-WBFjML._SX331_BO1,204,203,200_Stress en hechtingsproblemen hebben in die periodes (inclusief de zwangerschap) een desastreuze invloed op de ontwikkeling daarvan. Hier hebben we het ook over het ‘onbewuste impliciete zelf’ welke huist in de rechterhersenhelft. Er is op dit moment een zeer belangrijke stroming  die de psychotherapie een sleutelrol toebedeeld in het herstel van die innerlijke huishouding/zelfregulering. In een heel groot deel van de psychopathologische aandoening speelt dit deel (rechterhersenhelft en de prefrontale cortex) van de hersenen namelijk een sleutelrol in het ontstaan en herstel daarvan. Als ik dus in dit blog allerlei religieuze metaforen een rol laat spelen moeten zij 9200000005537338essentieel zijn of in ieder geval een substantieel bijdrage leveren aan het herstel van dit fenomeen. Ja, ik geloof dat religie, als het goed is, een positieve bijdrage levert aan heelwording van de mens maar dat is verre van vanzelfsprekend. Overigens bevind zich hier de essentiële bijdrage van mindfulness / awareness aan de heelwording van de mens. Die acht ik inmiddels meer dan voldoende bewezen. Dat betekent dat alle onderstaande bijdragen ook een beetje mindful zullen moeten zijn.

(Tevens is dit het domein van het (ware) Zelf; de hof van de ‘wording’ van onze ‘identiteit’. Maar dat vraagt een geheel eigen blog)

De cel

NNVG8726In de eerste plaats heeft mijn ‘midden’ binnen spiritualiteit het karakter van ‘de cel‘. De plek waar je (ver)blijft. Je loopt niet weg; er is toch geen ontkomen aan. ‘Dat wat is’. Hier-en-nu. Ik was deze metafoor al tegengekomen bij de woestijnmonniken en later, in een andere vorm, in Zen. Je neemt geen wijk van jezelf en je omstandigheden. Je vlucht niet. Voor mij het meest scherp verwoord in relatie tot de wanhoop door Ton Lathouwers. Dus geen verzet meer tegen mijn stemmingen maar er middenin gaan zitten. ‘Houdt uw hart in de hel‘. Mijn stemmingen zijn heel reëel: ze hebben een fysiologie en bijbehorende verhalen. Ze hebben een grond/oorsprong.  Weglopen heeft geen zin. Ik kan ze alleen in de/onder ogen zien. Het heeft het karakter van een vurige oven die jou alleen niet verbrandt. 41K4qxzIdbL._SX324_BO1,204,203,200_Zitten/Zazen en rustig ademhalen. In de fysiologische zin gebeurd er dan echt wel wat met je! Het gaat voorbij; de bui trekt over. Ik kwam deze aanpak ook tegen bij Centering Prayer. In deze grondhouding verwelkom en omarm je alles wat van binnen uit in je opkomt. Je gaat de ‘confrontatie’ niet uit de weg maar verwelkomt hem/haar binnen in je cel. Je bent een lieve moeder/therapeut voor jezelf. De Trooster. Het is ook de plek van loslaten en overgave.

Omvorming / Schepping

Je kan deze chaos in jezelf laten zijn/gebeuren omdat je weet dat dit de weg/plek is van de omvorming. Langs deze weg word je gemaakt. God is aan deze plaats; zij is heilige grond! Kees Waaiman geeft aan dit moment vele woorden maar voor mij is dit maar een ding: wording/genesis/schepping. Dat kost tijd maar eindigt in ‘het is goed; zeer goed’. All shall be well. Dit geeft aan die plek het karakter van geduld. Het uithouden. Gelovig zonder te weten waar het op uitdraait of dat het in jouw ogen goedkomt. Maar je vertrouwd wel op een Geheim dat werkt. Het komt namelijk heel vaak niet goed. Een regenboog temidden van het kwaad. Het lied van de Schepping is geen verhaal over hoe het ging maar is iets waar wij midden in staan. De zesde dag gebeurt nu aan mij.

Godsgeboorte

51JcyEb+TqL._SX324_BO1,204,203,200_Deze invalshoek heb ik van Meister Eckhart geleerd. Natuurlijk kan ik dit niet in 1 alinea weergeven. Ik heb ooit onder leiding van Welmoed Vlieger de vier Godsgeboortepreken gelezen. Kern hierin is de realisering van de godsgeboorte in ons. Die er overigens allang is… Eckhart gaat daar heel ver in. Langs de weg van de ‘Gelassenheit‘, de ‘Abgeschiedenheit‘, het niets weten, niets kunnen, niets hoeven, niets doen vindt die godsgeboorte in ons plaats. In zijn beelden gesproken is het ‘midden’ dan de stal van Bethlehem, Golgotha en het open graf. Alles is opgenomen in die beweging! In zijn taal wordt dit midden ‘Seelengrunt’. Daarmee krijgt deze plek een hoogte, diepe, breedte en dynamiek die de kern is van alle mystiek. Deze plek, dit midden krijgt dat een heel andere glans en perspectief waarmee/-door alles gekleurd gaat worden. Gerelativeerd; in relatie (=religie) gebracht. Een prachtig ‘mensbeeld‘. “He not busy being born is busy being dying”

Sophia

41PCtpbtMHL._SX332_BO1,204,203,200_Voor mij heeft deze invalshoek alles met ons godsbeeld te maken. Ik geloof dat in die kern onze godsbeelden ook zwaar moeten worden bijgesteld. En daarmee ons zelf- en wereldbeeld. Vanuit het perspectief van Vrouwe Wijsheid/Sophia worden in ieder geval twee aspecten bijgesteld. Of zelfs getransformeerd. In de eerste plaats het dominante ‘transcendente’ godsbeeld. Een god boven en buiten alles. Er is een lange en rijke traditie die dat beeld aanvult en er een zeer immanent en intiem perspectief aan toevoegt (Augustinus: interior intimo meo superior summo meo). Een tweede correctie die hier wordt aangebracht is de aanvulling van het matriarchale beeld op het eenzijdig patriarchale beeld van god. 9200000043199594Hier komt een teder, inclusief, allesomvattend en ontfermend godsbeeld naar voren. Vooral het laatste boek van Ton Lathouwers is daar een prachtig voorbeeld van (een prachtig interview met hem: Je kunt er niet uitvallen).

hagiasophia-a2“Ontelbaar zijn de levende wezens, ik beloof ze allen te redden” de gelofte van de Boddhisattva

Ook over Ton Lathouwers heb ik al veel geschreven.

We vinden hier een ‘beeld’ van God waarin Hij/Zij maar op een ding bedacht is en dat is onze redding; iedereen en allesomvattend. En dat Hem/Haar dat nog lukt ook. Er is geen ontkomen aan.  Over Sophia bij Thomas Merton heb ik al eerder geschreven.

 

Over een geheel ander perspectief op deze kern en hoe ons hiermee te verhouden gaat mijn laatste blog in deze serie: In therapie (4) Is there anybody we can see?

“Jij; in therapie?” (1b)

“Maar hoe zit dat dan Rinie…, jij in therapie?… Ik geloof je niet”

10350329_889426947743766_3432802069517461784_nIk denk dat weinig mensen mij herkennen uit mijn vorige blog. Ik geef les, studeer, trek mijn mond open in gezelschap, maak grappen, bemoei mij met allerlei ingewikkelde zaken rondom school, geloof en politiek. Sta regelmatig en schijnbaar graag, in het centrum van de belangstelling. Ik heb mij twee keer ingezet voor de totstandkoming van een retraitecentrum. Manifesteer mij driftig op Facebook. Zelfs als ik naar mijn jeugd kijk zie ik een jongen die optrad met zijn gitaar voor 200 mensen tegelijk of sprak bij de opening van een kerk.

Maar wat mensen niet zagen was de paniek die bij mij uitbrak na 1 week verkering. Grootse scènes heb ik meegemaakt; niemand die er ook maar iets van begreep. IMG_GerdaDe vrouw waar ik nu al jarenlang mee getrouwd ben bleef gewoon bij mij na de derde keer dat ik het uitmaakte… Het waren dee steeds terugkerende angst- en wanhoop-gevoelens; bindingsangst. En dan de spanning waarmee ik voor de klas sta. Soms rook iemand die binnenkwam mijn angstzweet. Twee keer maakte ik iemand duidelijk dat ik wel bevriend wilde worden maar dat ik heel bang was… Ik voel mij zeer vaak ‘uit het veld geslagen’ als iemand maar een klein beetje tegengas geeft.  Sommige mensen om mij heen en in de klas boezem(d)en mij diepe angst in. Ik was/ben heel kwetsbaar. Ik houd me steeds vaker gedeisd in gezelschap. En wat anderen al helemaal niet zagen/zien is in welke bodemloze put ik verzink als ik thuis kom.

Het is volgens mij niet eerlijk te zeggen dat ik die ‘buiten’/manifeste kant niet ben. Ik vind mijn werk en mijn hobby’s leuk. Volgens de feedback ben ik een niet onaardige docent en trainer. Ik geniet van leuke en boeiende gesprekken. Mijn moppen hebben een score van 1 op 2. Maar de clown in mij heeft een destructief karakter. Hij is camouflage. En zodra ik op mijzelf ben word ik door die verstoorde/gestoorde binnenkant weer volledig in beslag genomen. Mijn stemmingen zijn als een boktor die de innerlijk constructie van binnen uit uitholt.

Nog een keer…

Hoe beschrijf ik goed hetgeen ik hier bedoel? Is het een lege plek? Een gapend gat? Nee  want daarvoor is er veel te veel ruis/tumult om-, in en door alles heen. Het is een ongelooflijk kluwen van lijfelijke pijnen/spanningen in borst en buik. Een zware steen op mijn borst. Met allerlei pijnlijke en nare verhalen daar om-, door- en overheen. Negatieve verhalen over mezelf, de anderen en god. ‘Shattered assumptions’. Geen enkele welwillendheid en hoop voor mijzelf. En als dan naar concrete aanleidingen zoek dan vind ik er geen. In ieder geval niet iets wat in verhouding staat tot hetgeen ik voel. Als giftige moerasdampen uit een ver verleden, kokendhete lava ‘van diep uit’ onder de grond. Vanuit het voor- on-bewuste. Van ‘voor de taal’. Spoken/demonen…

En ja; als ik lekker bezig ben vergeet ik veel. Werk is een heel prettige afleiding. En verhalen van anderen zijn er nooit teveel. Ik kan goed luisteren(wat ik nog steeds betwijfel); ze zijn ook weer een welkome afleiding… En ‘gezelligheid’ doet ook veel. Drink ik veel? Ik denk het niet maar wel heel graag. Maar toch; dat goede deel deed ik graag en doe niet eens zo gek. O ja; lezen doe ik heel veel. Boeken die me inzicht geven of konden geven in hetgeen er bij mij speelde. Waar komt die steeds weerkerende ‘wanhoop’ toch vandaan en wat moet ik er mee? Welke rol speelt god/God hierin? Ik probeerde later dat deel zelfs een beetje tot mijn specialisme/kwaliteit te maken. Geestelijk begeleider, geschoold in de wanhoop. Ik heb inmiddels een kapitaal aan boeken die bij mijn dood geen enkele waarde meer zullen hebben omdat ze alleen voor mij van levensbelang waren. Ik werk, ben vader, partner, vriend, gitarist, studiebol maar sleep in dat alles een gewonde/gestoorde met me mee. Van dat laatste maak ik overigens geen geheim. Maar ik val anderen daar ook niet al te zeer lastig mee? Nee, het is geen geheim maar ook zeker niet algemeen bekend.

Nog een keer in een beeld. Van boven gezien ben ik een berg die helder boven de wolken uitsteekt. Maar aan de voet, onder de wolken aan het oog onttrokken is het een grote chaos. Met aan de ene kant, in de duisternis, een grote bevroren gletsjer waar geen leven mogelijk is. En aan de andere kant een alles vernietigende oorlog met grote stromen vluchtende mensen. Een onleefbare pre-historische wereld. Een chaos van voor de schepping. Het domein van de beroering.

Deze twee gezichten heeft mijn leven dus al heel lang. Ik het begin gooide ik het op zondigheid, later depressie en rond mijn 50ste gaven we de ‘moods’ het etiket angststoornis. Alleen de wanhoop bleef. En de kwetsbaarheid. Man…, een klein incident kan mij dagenlang van slag doen zijn.

“Sometimes silence can be like thunder”

Tussen mij en die zich roerende aarde bevind zich een wolkendek welk elk zicht op wat er gebeurd aan mijn directe waarneming onttrekt en zelfs vertekend. Ik bevind mij zelfs in die wolk. Licht, bewegingen en geluid krijgen zelf een onheilspellend en naargeestig karakter.

Wij zijn verhalen; we kunnen niet anders. We doen niet anders dan betekenissen  verlenen aan en verhalen vertellen over  hetgeen zich aan ons voordoet. Over god/God, onszelf en de wereld. Over verleden heden en toekomst. Vol van welwillendheid of naargeestigheid. Vooral god en mijn ‘zelf’ hebben daarbij in mijn jeugd een zeer naargeestig/angstaanjagend karakter gekregen. Voor mij is die wolk een verhalenbundel van wurgende betekenisverleningen; het zijn zelfvertellingen, die steeds weer nieuw leven worden ingeblazen door niet al te indrukwekkende ervaringen. Een mislukte poging tot contact / een beetje weerstand / een kritiekpuntje / een grote mond in mijn omgeving is genoeg. Een vraag van iemand ‘om mij even te spreken’ zaait al paniek. Ik ging/ga elke situatie gewapend/gemaskerd in. Een dichte mist die alles aan mijn zicht onttrekt en waarin zich allerlei spoken manifesteren. Meestal met het karakter van: ik had hier niet moeten zijn / ik ben schuldig /ik ben een satan en verdoem dus mijzelf. Geen redden aan. Naargeestige verhalen van mijzelf over mijzelf. De laatste tijd ben ik zelfs steeds meer gehoor gaan geven aan deze geluiden. Ik moet hier niet zijn. Ik heb geen positieve inbreng. Ik vertrek dus; ik trek mij terug. Mijn pensionering doet daar driftig aan mee.

Het probleem? De afstemming (attunement) in mezelf en met mijn omgeving; de emotionele (zelf-) regulering is heel snel verstoord. Vanaf het begin ben ik ‘de weg kwijt’ naar mezelf en naar de ander waardoor veel van mijn gedrag het karakter van FFF krijgt. Disorganized attachment? Veel van mijn ontmoetingen krijgen daardoor het karakter van ‘geen contact’. De clown en de vlucht zijn daarbij mijn meest gebruikte overlevingsstrategieën.

In therapie 2

In therapie 1

Maart 2013 schreef ik mijn laatste publieke blog over mijn stemming. Ik pakte in diezelfde tijd de draad van mijn therapie met Piet van Roest weer op. Vanaf 1999 was ik lange tijd in therapie geweest voor een ‘gegeneraliseerde angststoornis’. Mijn angsten, die eind 2012 waren teruggekeerd, hadden in de nacht inmiddels het karakter van bijzonder onaangename paniekaanvallen gekregen. Ze gingen op den duur zelfs over in dwang- & waan-gedachten-spiralen. Er waren momenten in die nachten dat ik niet meer wist waar ik het moest zoeken. Ik had Piet weer keihard nodig; al was het alleen al voor mijn zoektocht naar een nieuw medicijn.

In mijn dagelijkse leven wist ik mij redelijk overeind te houden. Alleen raakte ik op den duur al mijn zelfvertrouwen kwijt en trok ik mij steeds meer terug/in mijn schulp. Over een inmiddels al wat langere periode trok ik mij terug uit al mijn vrijwilligerswerk bij retraitecentra en ik brak met een zeer intensieve en goede vriendschap van meer dan 20 jaar. Vaak had ik daar plausibele redenen voor. Het was een proces van ‘ontbinding’ waarvan ik veel later pas doorkreeg wat de echte wortel was: een extreem negatieve zelfbeoordeling welke weer een gevolg was een hechtingsstoornis. Ja; ik was naar mijn eigen gevoel een ‘naar kind’ waarvan mijn vader op mijn 15de zei dat hij ‘nog nooit een dag plezier had gehad’. Denk ik nu te snappen waarom het leven van mijn broer Peter in eenzaamheid eindigde? We waren nogal niet gewild en zeker met teveel; zeker de laatste zes van de tien.

Ik schreef weinig of geen blogs meer en het plan om te gaan promoveren op “wanhoop” verdween in de ijskast. En ik ben zelfs bang dat het in de prullenbak verdwijnt.

Nee; het is geen leuke tijd geweest de afgelopen twee/drie jaar. In ieder geval aan de ‘binnenkant’. Ik denk dat alleen mijn vrouw hier echt iets van merkte. Aan de ‘buitenkant’ verging het me uitstekend. Want er is een zoon getrouwd, een schoonzoon gepromoveerd en een kleinkind geboren; wat niet niks is!

In het laatste jaar (2015) gebeurden er twee dingen die een wending teweeg brachten.

1. Ik had de film ‘Tree of Life’ gezien waarin en jongetje voorkomt waarin ik mij helemaal herkende! In de vervreemding tussen vader en zoon ontwikkelde het kind zich in een steeds meer ‘negatieve’ richting. Hij werd rebels en kreeg zelfs een ‘naar karakter’. Dit was ik! Ik stikte bijna in mijn emoties bij het zien daarvan. Maar als ik dat kind zou begrijpen zou ik ook meer kunnen begrijpen van mijn eigen ontwikkeling!!!

2. Ik schreef in februari een 4-tal vragen op in mijn dagboek en stelde de beantwoording daarvan tot het doel van mijn therapie:

  • ik wil de dynamiek van mijn innerlijk begrijpen
  • ik wil een plek in mijzelf vinden van waaruit ik niet meer meegesleurd wordt in die innerlijke ‘turmoil’
  • ik wil 1 & 2 in een spiritueel licht gaan zien en daarin een plek vinden van nieuwwording/genesis/godsgeboorte
  • en daarin wegen naar/van verbinding met God, mezelf en mijn wereld

100100400617436941EGo8NUcJLWist ik dat ik het kon gaan doorgronden? Dat ik er aan toe was om het door te krijgen? Ik lees heel veel naast en rond mijn therapie en in die tijd kwam ik via het ‘impliciete zelf’ en de ‘ziel’ van Daniel Hell en via halve en hele opmerkingen van Piet bij het mentaliseren terecht. Ik denk niet dat ik ooit zoveel en zo snel heb gelezen. Via deze twee boeken kwam ik terecht in de wereld van de hechting in de vroegkinderlijke tijd en de gevolgen van verwaarlozing en onveiligheid in de baby- en kindertijd. 511HvMeyh3L._SX332_BO1,204,203,200_9200000016502605Ja; mijn moeder was een depressieve vrouw. Ja; ze wilde/mocht geen kinderen meer en heeft de eerste maanden van mijn zwangerschap gehuild. “Ja, vertelde ze later, op den duur ging ik wel van jullie houden maar trok wel het meest naar de makkelijkste van jullie toe…” En ja; mijn vader wist zich geen raad met mijn heftigheid en en sloeg er flink op los (Een herinnering die een broer mij stuurde… Ik was toen 12). Ik had geen leven… Ik verinnerlijkte zelfs deze reacties om mij heen tot een zelfbeschouwing van pure negativiteit: ik ben slecht & levensgevaarlijk & geen plezier om mee te leven. Zelfs de duivel heeft het beter; die is slecht… 51EF-OvP2SL._SX324_BO1,204,203,200_Ik wilde dat niet zijn… Het heeft geleid tot een existentiële angst voor mezelf en een vreselijk ambivalent/chaotisch bindingsgedrag. Zelfs in de religieuze zin! En een diepe onmacht om me te verhouden tot al die heftige innerlijke fenomenen. Want ze lagen diep verankerd in mijn preverbale geheugen en mijn hersenen. Je zou kunnen stellen dat ik er vormen van hersenbeschadiging aan heb overgehouden.

(Mijn ouders verwijt ik niets meer; ook zij waren slachtoffer van…)

9200000005399520

Nu ik dit opschrijf merk ik hoe dankbaar ik ben dat ik eindelijk iets van mezelf ben gaan begrijpen! Mijn vrouw en ik kwamen zelfs terug bij een eerder gelezen boek over hechtingsgedrag in relaties van Sue Johnson. Het maakte veel ‘onmacht’ en ongewilde verwijderingen duidelijk. Nee ik ben niet zo makkelijk/helder in de omgang… De signalen die ik uitzend zijn niet allemaal even makkelijk te begrijpen. Nog steeds niet.

(wordt vervolgd…)

Erfenis…; Je moet een gegeven paard…

Ik had mijn zoon aan de telefoon: “Eigenlijk had je mij een heel andere wereld beloofd…!!!”. Ik was verbijsterd… Ik schrok…. Hij heeft gelijk…!!!!???? Heb ik, toen ik hem opvoedde, zijn toekomst volledig verkeerd ingeschat? Wat heb ik hem en mijn dochter meegegeven? Voor welke wereld/werkelijkheid heb ik hem opgevoed? Welk beeld van het volwassen leven hebben wij (non-)verbaal geschetst? Waarop heb ik hen voorbereid? Met welke verwachtingen/illusies stapten zij hun ‘grote mensen’ leven in?
Een gewetensonderzoek. Wat heb ik hem, zonder hem dat expliciet te zeggen, beloofd hoe de wereld er voor hem zou zijn? Ik moet onmiddellijk aan een paar dingen denken:

Wereldburger…

Was het 1 april 1993? De start van de Europese gemeenschap. Mijn zoon van 11 kijkt naar Jeugdjournaal en er is een item over deze start: alle lagere scholen gaan werken volgens het ‘Engelse model’: uniformen en Engels. Mijn zoon springt op van woede. Ik ga geen uniform dragen!!! Ik zat er bij en vroeg: ‘En het Engels spreken dan?’. Nee dat vond hij normaal. In de toekomst zouden we allemaal Engels spreken in Europa… Ik denk dat wij onze kinderen hebben opgevoed tot wereldburger. Onze dochter heeft dan ook als 15 jarige een jaar in Ecuador gezeten… Ze is nu getrouwd met een Deen. Toen zag ik dat als een mooie toekomst. Nu denk ik dat dat niet zonder slag of stoot zal gaan: Fort Europa.

Koop een huis en je wordt rijk…

Het is verbijsterend om te zien hoe velen van mijn leeftijdsgenoten schatrijk zijn geworden van de koop en verkoop van hun huizen. Wij kochten een Premie-A rijtjeswoning in 1982 in Noordwijk voor 110.000 gulden. Acht jaar later verkochten we dat voor 175.000 gulden en dat was dan een afgesproken prijs op basis een taxatie van de gemeente. We hadden 40.000 meer kunnen vangen… We kochten een nieuw huis, twee onder 1 kapper, in Dronten voor 180.000 gulden. Tien jaar later bouwden we een vrijstaande woning voor 350.000 gulden; ongeveer het geld waar we het vorige voor verkochten. Vier jaar later verkochten we dat weer voor 390.000 Euro! En geen van de stappen maakten we omwille van geld; integendeel.. We konden door de laatste twee ‘kwantum sprongen’ wat geld opzij leggen voor ons vroeg-pensioen en om het pensioengat van mijn vrouw te dichten.. En ik kon een prachtige studie gaan doen. Onze laatste stap was de koop van een huis van 500.000 euro in het centrum van een stad aan de IJssel. Ons verlies drie jaar later als gevolg van de crisis is ongeveer de waarde van ons opzij gelegd geld… Dit was het beeld waar onze kinderen mee opgegroeid zijn: koop een huis; daar wordt je rijk van. Nu kunnen ze voor geen meter een huis kopen terwijl zij aan de rijke kant van Nederland staan!

De ‘juiste’ partner..

Wat hebben we ze voorgeleefd als het gaat om relatievorming? Aan tafel waren we altijd de lieve ouders en kameraadschappelijke partners. Wat ze niet zagen waren de moeizame dagen, weken en soms maanden in de relatie. De loopgraaf gevechten achter de schermen. De ‘tekorten’ die we voor elkaar waren. Volgens mij maakte ik er wel grappen over maar de echte pijn..? ‘The nights without sleep‘ dat was allemaal niet te zien. Ze zouden dus kunnen denken dat een relatie redelijk makkelijk gaat. Dat geluk aan de oppervlakte en binnen handbereik ligt. Hoe verbind je je eigenlijk aan elkaar? ijstijd_aan_het_wadEn hoe houd je het vol? En dan heb ik het hier nog niet eens over het domein en doolhof van het seksuele verlangen als de dagen van verliefdheid over zijn gegaan en/of als er kinderen komen. Welke romantische illusies heb ik aan hen doorgegeven?

Het maakt niet uit wat je studeert…

Ja; ze moesten vooral dat gaan studeren wat ze leuk en zinvol vonden… Je zou toch wel aan het werk komen. Er kwamen geweldige tekorten aan op de arbeidsmarkt. Ze zouden met open armen ontvangen worden. Ja de cijfers waren er en daar had ik toevallig wel vertrouwen in. Heb ik dan ooit gedacht dat het wel eens minder zou worden? Ik had in mijn levensloop een paar stevige dips meegemaakt maar die waren ook al snel weer over. In 1982 werden de hypotheekrentes schrikbarend hoog; ik heb nog 12% rente op mijn hypotheek betaald. Maar dat ging over en het werd alleen maar beter. In  2001 hadden we de internetzeepbel maar daar had ik geen medelijden mee; eigenschuld dikke bult… En het werd steeds maar beter. Crises werden voor mij buien die voorbij gaan en waarna het toch weer beter gaat.. En dat straalde ik ook wel uit denk ik.. En nu is er sprake van de driedubbele dip… big-school-0906_1Natuurlijk het gaat ze voorlopig nog beter of net zo goed als het ons toen is gegaan… Maar hoe zal dit verder gaan? 90% van de eerste banen zijn en blijven voorlopig flexibele contracten.. Daar kun je geen hypotheek mee krijgen; als je al een huis kunt betalen.. En dan heb ik het nog niet eens over de jeugdwerkeloosheid.

Het komt goed…

PFQUiY4397O3WqI8JXNfQw==Volgens mij hebt ik ondanks mijn donkere kant altijd een optimisme uitgestraald. We zijn nog nooit zo rijk, gezond en gelukkig geweest. Ik ervaar mijn bestaan als een gaan door een super gouden eeuw. Ik heb nog nooit een oorlog meegemaakt; o ja mijn oudste broer natuurlijk wel: Nederlands-Nieuw-Guinea… 1960. Toen wij een bijbelvertelling van Karel Eykman over de ‘stinkend’ rijke man aan tafel hadden voorgelezen voor mijn dochter wat ‘stinkend rijk’ was? Ik vertelde dat je dan zoveel geld had dat je alles kon kopen wat je wilde: huizen, auto’s en vakanties. Spontaan riep ze uit: “dan zijn wij dus stinkend rijk?”. “Ja”, zei ik,”Je hebt dat heel goed gezien; houden zo”. De enige verstoring van deze droom was onze zoon van toen tien “Pap wat moet je doen als je angst hebt?”. Bidden..; wilde ik zeggen, maar ik wist inmiddels dat dat niet echt werkte op lange termijn.. Ik ben het antwoord nog steeds schuldig; wie weet is dit wel de drijfveer van mijn promotieonderzoek.. all_shall_be_well_largeOndanks deze ‘crack‘ geloofde ik dat onze kinderen ook een gouden zo niet diamanten toekomst tegemoet zouden gaan… Toen ze inmiddels groot waren maakte mijn dochter mij attent op het thema van ‘All shall be well’ in het boek  EilandgastenEn ik dacht dat mijn opvoeding gelukt was….

Ik heb hem gevraagd hetzelfde te doen als ik hier gedaan heb… Hardop tekeer gaan.. Ik ben heel benieuwd. En dat was ik vergeten… Als er straks al een een erfenis is moeten ze die ook nog eens met z’n vieren delen…

‘Het komt niet goed’ Christa Anbeek en A.F.Th. van der Heijden 1

Twee aangrijpende documenten van de laatste tijd over de dood en zijn verschrikking. En wat dan te doen?

untitledLaat ik beginnen met het meest recente: het interview (College Tour) met van der Heijden en zijn vrouw n.a.v. de dood van zijn/hun zoon Tonio, precies drie jaar geleden. Openend met een volledig ongepaste begintune en later twee uitglijders over Arnon Grunberg en de ‘kroonprins van Harry Mulisch’ die aan de redactie te danken waren  werd het dankzij diep gemeende vragen van studenten een aangrijpende ontmoeting.

Er waren een paar dingen die mij bijzonder raakten. Ik zal dat laten zien aan de hand van een paar citaten A.F.Th. van der Heijden en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich in dat interview.

In de eerst plaats de alles doordringende inwerking van de dood van Tonio op het leven van van der Heijden en zijn vrouw. Drie jaar lang vertoonde van der Heijden zich niet meer in het openbaar. Indrukwekkend is hoe hij het verdriet beschrijft:

verdriet en verlies …. dat niet minder wordt, dat niet slijt’ — Ik wordt in de gaten gehouden door mijn eigen verdriet en dat krijg ik door op het moment dat ik dat verdriet niet ten volle voel.— verlies kan er ook ineens als een donderslag bij heldere hemel kan zijn. Dat het je helemaal opvult en verziekt en misselijk maakt en dat er geen verweer tegen is. Dat je maar hebt te aanvaarden.”

En hoe het zijn leven en verleden verander; ‘alles wordt er door aangetast’ maar ook geïntensiveerd:

“Ik denk dat ik een grimmiger schrijver ben geworden daardoor… — er is een proces gaande sinds Tonio’s dood dat ik verschaming noem. — Waar ik ook kijk in mijn leven… De dingen waarvan ik ooit dacht dat ze glans hadden, dingen waarvan ik dacht dat ik ze goed had gedaan, die verkruimelen.. — Zoals bier de ochtend na een feestje is verschraalt zo verschaamd alles. — Alles wordt daardoor aangetast”.

Het meest aangrijpende vond ik zelf een rode draad door heel het interview heen. Een studente vroeg aan het begin of hij zelf hierdoor banger was geworden voor de dood.

“Nee mijn doodsangst is daardoor niet groter geworden. Wel een ander soort angst; namelijk de angst om te sterven zonder iemand van je eigen vlees en bloed na te laten aan de wereld. Mijn leven zet zich niet in hem voort… — Het is de angst om überhaupt te sterven zonder nageslacht”.

Zijn vrouw vertelt halverwege het interview dat van der Heijden, in tegenstelling tot haar, zich schuldig voelt over zijn dood ‘dat hij niet op die plek was toen Tonio verongelukte .. dat hij hem daarvoor niet heeft kunnen behoeden’.

N.a.v. een vraag over berusting:

“Ik denk dat berusting nog steeds ver weg is. Ik beschouw Tonio’s dood als een grote nederlaag.. — Ik draag de volledige verantwoordelijkheid voor zijn einde… – Zo voelt dat nou eenmaal. – Dat is een van de irrationele dingen in mijn rouw namelijk dat ik nog steeds die schuld met me meesleep”.

Een student herinnert hem aan het slot van de roman over Tonio waarin hij zegt dat hij wil geloven in het ‘Pan-Tonionisme’, dat Tonio in alles zit en dat hij daarin berusting zou kunnen vinden?:

” Nu ik ehh… Het zou mooi zijn. — Zo voelt het nog niet. Je zou kunnen terugkaatsen dat ik nog steeds bezig ben alles van Tonio, alles rondom zijn dood maar ook alles uit zijn leven vorm te geven. Dat ik zelfs denk aan zo’n Metro-roman; een onderwereld roman waarin ik het met hem kan hebben over  het verdere verloop van zijn eventuele leven. Ja ik ben constant bezig met de vormgeving daarvan. — Niet alleen maar schuldgevoel…– hoe gek het ook klinkt, ik heb het creatief gemaakt. En dat hoop ik te blijven doen.”

(waarna van der Heijden de studente bedankt voor haar vraag die hem zou hebben geholpen in dit proces)

En op en vervolgvraag van een studente of hij niet gevaar liep dit verlies tot een verslaving/obsessie te maken?

Ja dat gevaar ligt op de loer en dat is precies wat ik zoek. Ik ga mezelf daar niet tegen wapenen. Ik wil mezelf daarin verliezen  Ik kan en wil de rest van mijn leven, althans het grootste deel daarvan, besteden aan wat ik mijn literatuur noem.. — Je zou kunnen zeggen Tonio heeft het op zijn geweten dat ik nu pas echt monomaan ben geworden. Maar dat is niet iets om hem te verwijten. Dat is juist mijn eredienst jegens hem..

Iedereen ‘leest’ zo’n interview op zijn eigen wijze. Ik hoor er een diep verlangen van een vader/schrijver die zijn verongelukte zoon in leven wil houden, tot leven wil wekken en hem zelfs als zijn nageslacht te vereeuwigen in zijn schrijven. Een leven over de dood heen. En dat vind ik echt aangrijpend; dat verlangen raakt mij. Ik heb er diep respect voor! Zou het kunnen zijn dat taal, beeld, verhaal, muziek en poëzie dat kan? Het doet mij denken aan het slot van een lied van Bob Dylan.

Now I’ve heard about a guy who lived a long time ago
A man full of sorrow and strife
That if someone around him died and was dead
He knew how to bring him on back to life

Well I don’t know what kind of language he used
Or if they do that kind of thing anymore
Sometimes I think nobody ever saw me here at all
‘Cept the girl from the red river shore                            

Red River Shore / Bob Dylan

‘Het komt niet goed’ Christa Anbeek en A.F.Th. van der Heijden 2

Het tweede recente document over de dood en zijn verwoesting is het boek: ‘De berg van de ziel’

De_Berg_Van_De_Ziel.9789025902834Ik weet niet precies waarom ik bijna alle boeken van Christa Anbeek in mijn bezit heb. Wat mij het meest aan haar boeit is de tomeloze oprechtheid. Zij laat je regelrecht meekijken in haar ervaringen met existentiële thema’s die haar eigen zijn. Dat kan gaan over haar ontmoetingen met Zen, haar liefde voor Mimi tot haar laatste twee boeken waarin zij de rechtstreekse confrontatie aangaat met de dood. Daarnaast spreekt mij haar belezenheid aan.

Dit boek heeft ze samen geschreven met Ada de Jong. Ik heb het in een adem uitgelezen. Ik ga het boek niet uitleggen en bespreken dat wordt elders vele malen beter gedaan. Helaas kan ik hier ook niet meer het prachtige artikel uit Trouw als bijlage toevoegen. Ik heb op mijn kop gekregen van ‘copie politie’. Maar waarom spreekt mij ook dit ‘document’ weer veel meer aan dan de meeste preken die ik de laatste jaren over me heen heb gekregen? Een paar citaten:

‘Als je je kinderen verliest, komt dat nooit meer goed. Daar kan geen zinvol leven tegenop.’ (Trouw 29 mei 2013)

‘En toch heb ik het gevoel dat het niet goed gaat komen met mij. — Mijn echte leven is voorbij’ (232; de laatste regels…)

‘Er zijn krassen op mijn ziel die niet meer genezen’ (Trouw 29 mei 2013)

‘We verdringen dood, eindigheid en kwetsbaarheid in onze maatschappij. Verberg dat zeer dan geloof dat we ons leven verzaken. Het begint met je eigen pijn onder ogen durven zien’ (Trouw 29 mei 2013)

Volgens mij is het ‘de keuze’ om lijden volledig serieus te nemen die mij hierin aanspreekt. Het onoplosbare, het onherroepelijk, het onomkeerbare, het volledig verlorene in de ogen zien. holy-innocents-02Je niet laten troosten; geen illusies. Niets ontkennen of verdoezelen. We hebben het dan niet alleen over kwetsbaar leven maar ook over gewond, onherstelbaar beschadigd en zelfs dodelijk leven. Het is tegengif tegen het idee ‘dat je van leed beter wordt'(Trouw). Waar komt toch die illusie vandaan van onkwetsbaar leven; van het geluk dat aan onze kant zou moeten staan. Geluk is geen vanzelfsprekendheid of recht.

Christa gaat aan de hand van hun beider ervaringen in het boek in gesprek met de hoofdthema’s van de theologie zoals God, Christus, Geest, mens en wereld. Daar was ik bij de eerste lezing nog niet zo van onder de indruk maar wie weet vraagt dat een tweede lezing en meer eigen reflectie en dialoog denk ik? Ik geloof zelf dat deze wijze van confrontatie met het lijden van het leven leidt tot een heel andere wijze van spreken over de ‘God die deel uitmaakt van leven en lijden’. Het zal dan over actuele en authentieke levende/lijdende incarnatie en immanentie gaan…

Judith-Viorst-Noodzakelijk-verlies-27524705Misschien zou er een speciale scholing moeten zijn in verlies. Ik denk nu weer aan het prachtige boek van Judith Viorst: ‘Het Noodzakelijke verlies’. ‘Er is lijden’ zegt Boeddha m.i. zeer terecht en praat dan vervolgens toch weer over een ‘uitweg’? Volgens mij is er geen weg uit het lijden; alleen in…

Ik ga dan nu ook geen uitvluchten benoemen. Het komt niet goed…. En toch doorgaan; gaan waar geen weg is…

Lezend, reflecterend, in gesprek, in stilte, biddend, zingend, mediterend, in handelen, in dromen, in muziek, in beelden en schrijvend. Schrijven zoals Christa Anbeek en van der Heijden dat doen.

Iemand heeft ooit gezegd dat waar wij een punt zetten we moeten leren een komma te plaatsen… Het verhaal gaande houden dus…

(Blog over A.F.Th. van der Heijden is onderweg)

‘Bomen vallen om’

“en als de boom naar het zuiden, of als hij naar het noorden valt,
in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen”
Prediker 11:3

“Bomen vallen om”, riep de man die de zoveelste boom had omgezaagd. Ik herkende die tekst!! Dit had ik eerder gehoord. Dit kwam uit een lang verleden… Het klonk ‘zwaar reformatorisch…’. En ik wist dat het te maken moest hebben met de onvermijdelijke dood…

Eerst even hoe ik hier kwam.

Ik denk dat ik nu al een jaar langs de nieuwe Hanzelijn fiets; een fantastisch nieuw aangelegd fietspad van de Drontermeren naar Dronten. Heen en terug van mijn werk in Dronten. Langs dit fietspad staan zo’n 800 40-50 jaar oude bomen. Het fietspad meandert er tussendoor. Ik denk dat ik door de voorjaarsvakantie er zo’n 1,5 week niet was geweest. Tot mijn grote verbijstering en schrik  hadden ze al zo’n 400 bomen omgezaagd! Het zullen er zo’n 600 worden. Het waren van die typische hoge bomen uit de polder; populieren…

“Ze hebben hun dienst gedaan!”, riep hij nog. Hun werk zit erop. Ze zijn overbodig en zelfs een bedreiging; “ze kunnen niet ongecontroleerd omvallen!”. Om het alles nog afschrikwekkender te maken: deze bomen vielen niet om maar ze werden ‘geveld’. Pijnlijk rigoureus vind de ontmanteling van hun bestaan plaats. Ik vond het een schokkende ervaring. De stammen gaan ergens naar toe, de kruinen gaan door de ‘shredder’… Wie weet maken ze er nog wel boeken van.  In een sneltreinvaart schoten en schieten nog steeds al ik er weer langskom de beelden door mijn hoofd.

>>> Bomen vallen niet om? >>>

270802_10150960565034501_1095912216_nOp mijn werk is er 1 keer per maand een open koffie ochtend voor de gepensioneerde collega’s. Druk bezocht door mijn oud collega’s. Mannen waar ik 23 jaar geleden, toen ik daar kwam werken, tegenop zag. Zij zijn mijn reuzen ‘van den beginne’. Mijn bazen soms. Gigantische en indrukwekkende bomen… Mannnen die het visioen van onze school hebben gerealiseerd. Maar nu kwetsbare mannen die zomaar kunnen omvallen. Iemand sprak mij aan en ik schrok van van zijn kwetsbare stem.

‘Van binnen zijn ze soms al rot’, riep een van van houthakkers nog tegen me; hij zag vermoedelijk aan mijn lichaam dat ik al die ‘gevelde bomen’ niet leuk vond… Het had iets pijnlijks. En nu ben ik helemaal geen bomen hugger…

>>> Bomen vallen helemaal niet om… >>>

Ik herinner mijn de meest verschrikkelijke en huiveringwekkende film die ik ooit heb gezien. ‘Soylent Green‘. Mijn vrouw (toen nog vriendin) en ik gingen logeren bij mijn ouders. Het moet 1979 zijn geweest en ik had de lovende recensie gelezen maar kende het plot niet….. Het was een thriller & Sience Fiction film. In een permanente groene smog werd er een een wereld geschetst waarin de lucht vervuild / het volk verloederd / de bovenlaag in een wereld leeft in een wereld van kunstmatig geluk. Voedsel is zeer schaars. Er is een excellent, smaakvol, proteïnerijk en zeer gezond koekje ‘Soylent Green’. Een uit een jarenlange coma ontwaakte man ontdekt deze wereld nieuw en ziet een vriend die vrijwillig naar een stervenskliniek gaat waar hij in een prachtige omgeving en tussen door hem gekozen beelden van vroeger ‘sterft’. Hij was overbodig geworden en dreigde een last te worden voor de samenleving. Aan de hand van allerlei criteria werd vastgesteld of en wanner je voor deze ‘overgang’ in aanmerking kwam. Door een moord op een van de medewerkers van dat ‘uitgangshuis’ die hem iets wilde vertellen gaat hij op onderzoek… Hij ontdekt dat de fabriek die de koekjes maakt een directe relatie heeft met het overgangshuis & ‘crematorium’. Zijn vriend tot koekje verwerkt. Ik kan me de avond nog herinneren. Sommige films moet je niet zien….

>>> Bomen worden geveld! >>>

Al deze ervaring gaan maar door mijn hoofd. De dingen gaan voorbij. Ook ik ga eraan. Mijn lieve ex-zwager is afgelopen zaterdag met pensioen gegaan; feestelijk. Broers van mij zijn die grens al over gegaan of staan er vlak voor. En ik wil helemaal niet met pensioen gaan… We worden door het leven of door de samenleving ‘uitgeschakeld’. ‘Zij’ spreken af wanneer we hebben afgedaan en/of wanneer we te duur geworden zijn. Aan mijn schoonvader ‘wordt niets meer gedaan’: hij is 93…

In mijn studeerkamer heb ik voor het eerst van mijn leven drie meter boeken weggedaan. Boeken die ik in 30 jaar tijd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid heb verzameld en die mij steunden in kennisdomeinen die voor mij inmiddels voorbij zijn gegaan. Een kenner en handelaar uit Kampen keek er meewarig naar. Ze waren niets meer waard. Ze hebben afgedaan. ‘De meeste boeken zullen door de shredder gaan’, zei hij. Het kan toch niet zo zijn dat de dingen voorbijgaan…!? Verzet ik me tegen het onvermijdelijke?

>>> Bomen vallen om; laat ze/ons please.. >>>

61Terug naar ‘Bomen vallen om‘. Ik heb een collega die gaat voor de ‘bijbeluitleg’ waarin deze tekst wordt gelinkt aan de geestelijk staat (wel of niet ‘in de Heere’) waarin mensen sterven en hun bestemming: hemel of hel. Zo ken ik het ook uit mijn verleden hoewel er ook die andere uitleg was waarin het ‘lot’ meer centraal stond. Maar de sfeer om “de bomen vallen om” was er een van de kwetsbaarheid, onvoorspelbaarheid en eindigheid. Er zat zeker ook de waarschuwing bij. Daarmee wordt die eindigheid ingebed in een religieuze werkelijkheid.

En nu bij mij? In de eerste plaats krijgt onze eindigheid het karakter van een gemanagede eindigheid. Wij worden geveld / zijn voorbij omdat de omgeving ons als ‘voorbij’ beschouwd, niet meer nodig of zelfs als een te dure last gaat zien. Wij managen eventueel onze eigen eindigheid. Wij worden geveld en als wij het niet zelf doen doen ‘zij’ het wel. Of wordt dit teveel gekleurd door mijn eigen somberheid? We zijn overbodig en/of doen er niet meer toe. Wij dragen niet meer bij.. Kosten en baten zijn ….

Nog een keer. Hoe zie ik mijn eigen eindigheid…? Mijn vader viel letterlijk en figuurlijk om. Een gescheurde aorta… Waarom vind ik dat een aantrekkelijker werkelijkheid? Het gewoon omvallen uit de tijd? Ben ik bang voor dat gemanagede einde? Ik verlang niet naar het lot maar wel naar het opene; het verast worden door… Gewoon vallen.. Zoals ik zo nu en dan ‘op mijn bek ga’ op mijn fiets; gladheid of een tak.

In’t Nederlands is iemand dood gegaan
over zijn reis wordt nooit meer iets vernomen.
In het Twents is iemand uit de tijd gekomen,
dus je weet zeker: hij kwam veilig aan.      
(Willem Wilmink)

En dan kom ik toch weer terug op Prediker. Ik blijf erbij: ‘Bomen vallen om.. en waar hij valt, daar zal hij wezen.’ Shit happens… Maar een nog mooiere tekst kleeft mij aan:

Wat is, was er reeds lang, en wat zijn zal, is reeds lang geweest;
en God zoekt weer op, wat voorbijgegaan is.

Niets gaat verloren…