Thomas Merton over Contemplatie

Ik lees op dit moment het boekje van Thomas Merton met zijn toespraken voor abdissen van contemplatieve kloosters. Toespraken uit 1967 en ’68. Ik zal hieruit meer teksten vertalen. Er wordt hem een vraag gesteld:

“De mensen komen naar ons toe en vragen ons hen onderricht te geven over contemplatief gebed. En dat terwijl het al moeilijk is er iets over te zeggen. Wat zijn jouw ideeën hierover wat we hen zouden kunnen meegeven?

Dat zou helemaal een Zen-achtige aanpak moeten zijn! Als jij aan een Zen meester vraagt, “Wat is de essentie van Zen?”, kun je een klap voor je kop krijgen, of zoiets. En hij zou je daarna aan je lot overlaten om daar een tijdje over na te denken. Onder geen enkele voorwaarde zal hij je een uiteenzetting geven over Zen. Over iets anders misschien, maar niet over Zen.
Die Sufi vriend, waarover ik je vertelde, was hier op bezoek en we hadden een paar bijeenkomsten met hem. Hij is een echte mysticus en heel erg met beide benen op de grond. Een van onze meest serieuze monniken stelde hem de vraag, “Hoe bereik jij de eenheid met God?”. Wat zijn de hulpmiddelen, hoe doe je dat, wat is het systeem? De Sufi lachte alleen maar en zei, “Wij geven geen antwoord op dit soort vragen.” Hij serveerde het af; wilde er niets mee te maken hebben. Je geeft geen antwoord op zulke vragen omdat er maar een antwoord is. En dat is de dynamische eenheid met God.

Zen mensen leggen grote nadruk op het feit dat jij, als je niet zo’n ongelooflijke domoor zou zijn, zou weten dat je verenigd bent met God; dat God allang zo dichtbij is. Oké; iemand komt bij je en vraagt je naar contemplatief gebed. Wat je dan op de een of andere manier moet doen is hem in een positie brengen waarin hij in staat zal kunnen zijn zich bewust te worden hoe dichtbij God is. Daarbij rekening houdend met zijn persoon en zijn achtergrond. Boeddhistisch onderricht zegt dat de enige blokkade hiertoe onwetendheid is. Maar die onwetendheid zit echter wel verweven in alles.
De oorzaak van deze onwetendheid is dat je jezelf te serieus neemt als individu. Je bent te veel bezig met overleven; leven en dood zij zo verschrikkelijk verschillend. Of je levend of dood bent is verschrikkelijk belangrijk omdat je als je als individu sterft alles afgelopen is. Er zijn geen individuen na de dood. Er zijn personen ja maar geen individuen. Ik denk dat dit een heel belangrijk punt is omdat wij wij Christenen niet geloven in een leven na de dood van het individu. We geloven in een leven na dit leven van de persoon, die vrij is, die allang in God is, die een is met God vanaf het begin. De persoon keert terug naar God en vindt zijn zelf in God op een veel dieper niveau dan een individu ooit zou kunnen. Omdat het individu zichzelf ziet als een kleine geïsoleerde entiteit waarvoor al het andere afgesloten is. Zolang wij individuen zijn kunnen wij nooit een zijn met elkaar. Natuurlijk moeten wij als individuen deze zaak uitwerken. Dus kunnen we indirect wel over de vereniging met God spreken maar er is geen antwoord op de vraag.

Probeer je dan een persoon meer bewust te maken?

The only known photograph of God; Thomas Merton

Bewust van iets wat er al die tijd al is. Natuurlijk, het is er en het is er niet. Het is zeer helder; als je je van “zijn” en “ik ben” gewaar bent en bewust wordt, ben je een ander mens; dat is een revolutie. En ja, dat is heel tegenstrijdig; je moet het op de een of andere wijze omschrijven. Maar als een persoon zich ervan bewust wordt dat God zo intiem is, zo dichtbij dat er geen tussenruimte is, maakt dat een essentieel verschil. Dat is ook zo als je je realiseert dat deze presentie niet afhangt van of je onberispelijk bent of iets wat daar op lijkt. Als het daar vanaf zou hangen zouden we allemaal lang moeten wachten op die eenheid met God.” (114-116)

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Thomas Merton: uit zijn dagboeken 1

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

De illustraties heb ik er zelf bij gevonden. De foto komt uit het genoemde boek.
In de onderstaande tekst raakt mij de genadevolle en  inclusieve wijze van kijken. Wij zijn allemaal herschapen ‘in Christus’. Voor mij een mystieke wijze van zien. (zie ook zijn Sophia)

19 maart 1958; Feest van de heilige Jozef

Fantastische boeken voor weinig geld — inclusief ‘The Family of Manvoor 50 cent. Al die fantastische foto’s. Nadere toelichting of uitleg is niet nodig! Sommige mensen zullen gechoqueerd zijn als ik ze zou vertellen dat dit hele boek, voor mij, een foto van Christus is. En toch is dat de waarheid. Daar, daar is Christus ‘in my own Kind’, my own Kind – Kind, waarmeegelijkendbedoeld wordt en wat ook “liefde” betekent en wat “kind” betekent. Mankind. (het lukt mij niet om zijn woordspel met de meerdere betekenissen van ‘Kind’ = soort & aardig & kind in een Nederlands equivalent te vertalen dus heb ik het laten staan) Wij zijn elkaars gelijke, een lieve “Kind” van zondaren verenigd en omarmd in maar één hart, maar één Liefdevolle vriendelijkheid; het Hart en de Liefde van Christus. Ik zoek niet naar de zonde in je, Mankind/mensheid. Ik zie geen zonde meer in je vandaag (hoewel wij allemaal zondaars zin). Er is iets dat oneindig veel meer  werkelijkheid is, om zonde nog langer belangrijk te laten lijken; de schijn van bestaan toe te schrijven. Want zij is verzwolgen, het is vernietigd, het bestaat niet meer en er is alleen het grote geheim dat wij allen één gemeenschap van Gelijken zijn. Wat er toe doet is niet wat de een of die andere in zijn hart gedaan heeft, los van de anderen, maar de liefde die hem terugbrengt bij al die anderen in één Christus. Deze liefde is niet onze liefde maar die van de Hemelse Bruidegom. Het is de Goddelijke Overmacht en de Heilige Vreugde’. God is zichtbaar en openbaart Zichzelf als mensheid, dat wil zeggen, in ons, en er geen andere hoop om wijsheid te vinden dan in God-menszijn: ons eigen menszijn omgevormd in God!

Zie ook Deel 2 & Deel 3

Prompt gedroomd…

Mijn vrouw vond de vorige kop wel een beetje…  puberaal? Zo van ‘durf ik even..’. Prompt droomde ik vannacht over een heel progressieve gemeente, katholieke bisschop en een boeddhistische lezing en geen van allen gunde de ander het licht in de ogen/oren/mond. Iereen vond zichzelf ‘de beste’. Iedereen had het alleenrecht; exclusiviteit. Ik moest vreselijk huilen maar de bischop vond dat mijn tranen geen echte tranen waren…..

Natuurlijk tekent deze droom hetgeen bij mijzelf onderhuids speelt. Angst en onzekerheid. Vanochtend werd er zelfs toevallig de tekst uit de bijbel/Handelingen gelezen ‘dat er geen andere naam onder hemel was gegeven waardoor mensen behouden konden worden dan alleen Jezus Christus’…

Ben ik dan zelf geen christen meer? Natuurlijk wel; maar ik wil geen exclusiviteit meer. Geen traditie meer die het op voorhand beter meent te weten dan de ander. Of die god als aanhanger van de eigen ‘stam’ ziet. Is er dan geen ‘inclusieve’ mogelijkheid? Iets in de richting van een van de laatste liedjes van Tracy Chapman ‘Save Us All’?

I know Jesus loves me
And my God is good and great and true
But if pride goeth before the fall
I hope someones God will save us all
Save us all
And love the sinners too