In therapie (4); De Ander… (sorry; te lang)

Is there anybody we can see? Bob Dylan

Als je mijn andere blogs hebt gevolgd weet je inmiddels hoe de hechtingstheorie van Bowlby een eyeopener voor mij is geweest. Hierin is de ‘stronger and wiser‘ ander, die fungeert als Safe Haven en Secure Base , van levensbelang. Onmisbaar vanaf de conceptie en de eerste twee jaren van onze ontwikkeling maar ook later in onze relaties en in therapie. Ik (her)vond hierin inzichten die ik eerder had gehoord. Denkers die het levensbelang van de relatie / de ander hadden doorzien. Zij gaven het primaat in ons bestaan niet aan het individu/de autonomie maar aan de relatie. Daar wil ik in dit blog iets dieper op ingaan en ze met elkaar in verband brengen.

Martin Buber: Ich werde am Du

MartinBuberIn mijn studententijd (1973-1980 kwam ik hem al tegen. Mijn hoogleraar Klinische Pedagogiek Rob Lubbers ontwikkelde een ‘dialogische’ pedagogiek waarbij hij gebruik maakte van het denken van Martin Buber. Het ‘Ich werde am Du‘ werd voor mij een mantra van het belang van de relatie. Niemand wordt zonder de ander. Pas in de dialoog leef ik; of nog sterker, kom ik tot authentiek leven (“Der Mensch wird am Du zum Ich”). Het aangezicht van de ander die mij echt hoort, ziet en zegent wekt mij tot leven. Met-het-licht-van-jouw-ogen-...-zegen-mij-Jan-van-Kilsdonk-9064160376Ik hoorde dit belang in zijn college’s en voelde iets daarvan in mijn vriendschappen. Ik kwam deze essentie later ook tegen in de theologie in de vorm van het Joodse leerhuis maar ook in de titel van een prekenbundel van Pater van Kilsdonk. 9789061316008_w215Wederkerigheid is de grondtoon van het bestaan die gekwalificeerd wordt door welwillende bejegening, echte ontmoeting; die zelfs religieuze dimensies heeft. De boeken van Martin Buber kregen dan ook altijd een prominente plek in mijn boekenkast. Zijn denken was voor mij een sleutel tot een geheim: wij zijn dankzij relatie/ontmoeting. Aan deze dialogische Ich-und-Du wijze van verhouden worden wel ‘kwaliteitseisen’ gesteld; het zet zich af tegen de instrumentele/’gebruikende’ Ich-Es wijze. Deze dialogische wijze van ontmoeten is zelfs grondleggend voor zijn pedagogisch denken. We komen bij hem trouwens al het volgende woord ‘bevestiging’ tegen. Niet toevallig natuurlijk. Het zou zeer goed kunnen zijn dat Terruwe het woord aan hem heeft ontleend?

Anna Terruwe: Bevestiging

Anna_Terruwe-4“Het is ‘in het hele zijn’ tegenover de ander uitdrukken; jij mag zijn zoals je bent (in actu), om te kunnen worden, die je bent (in potentia), maar nog niet kunt zijn. En je mag het worden op jouw wijze en in jouw uur”

FsM4AQTJWXvyumnvvk0SIk denk niet dat er veel mensen zijn die haar nog kennen. Zelf heb ik bijna al haar boekjes nog. Ik stuitte op haar, later in mijn studententijd nadat mijn leven (innerlijk) steeds meer gekleurd werd door mijn schuldgevoelens en angsten. Veel van haar boekjes zijn niet meer te verkrijgen. Er is een stichting aan haar gewijd en de Radboud Universiteit reikt jaarlijks een scriptieprijs uit (relatie-instrument-van-genezing). In de VS zijn er nog een paar mensen die nog aandacht aan haar besteden. Dat ik mezelf herkende in haar omschrijving van de ‘frustratieneurose‘ was de aanleiding, maar wat mij in haar vooral raakte was haar omschrijving van de genezing langs de weg van de ‘Bevestiging‘. In deze relationele bejegening wordt (hier vooral in de therapeutische context), verbaal en non-verbaal maar vooral affectief, de volgende ‘boodschap’ aan je gecommuniceerd: “Je mag zijn wie je nu bent en je mag worden wat je nog niet bent maar dan wel op jouw tijd en wijze…”. Dit was zalf voor mijn ziel… Ik wist dat ik deze bevestiging gemist had; in ieder geval was hij nooit tot mij doorgedrongen en/of door bepaalde ervaringen overruled. Hier was de kern: ik genees aan de ander; mits deze ander natuurlijk in staat is om deze bevestiging te geven. Ook hier weer dus de gedachte dat ik mijn bestaan/zijn geschonken krijg van de ander. Zonder deze bevestiging door die ander kunnen wij niet zijn…

1a Carl RogersCarl Rogers: De therapeutische grondhouding

“When a person realizes he has been deeply heard, his eyes moisten. I think in some real sense he is weeping for joy. It is as though he were saying, “Thank God, somebody heard me. Someone knows what it’s like to be me”   Carl R. Rogers

Vanaf mijn studententijd heb ik mij (gedeeltelijk dus ook uit noodzaak/liefhebberij) in mijn vak als trainer ook beziggehouden met therapieën. Uiteraard kwam ik daar de persoon van Carl Rogers tegen. Hij stelde een paar eisen aan de therapeut in de omgang met de client die ik tot op de dag van vandaag blijf tegenkomen in de therapeutische literatuur:
a0f910ff3da58955bc4b0b67927094f6> unconditional positive regard / onvoorwaardelijke acceptatie
> empathisch luisteren en reageren
> authentiek zijn van de therapeut in de relatie
Ik voeg daar de psychoanalytische eis van ‘gleichsschwebende Aufmerksamkeit‘ aan toe en ik had zo een rijtje van concrete waarneembare wijzen van optreden in (therapeutische) relaties die ik in mijn trainingen zo kon meenemen. In deze voorwaarden zag ik iets geoperationaliseerd van de vorige twee denkers/doeners. Overigens vertaalde Rogers deze grondhouding ook naar het onderwijs. Dat hier nog veel meer over te zeggen is moge duidelijk zijn.

John Bowlby: Hechtingsleer

Eigenlijk kwam ik John Bowlby pas recent tegen (voor de links: zie eerste alinea). Ik dacht dat ik getraumatiseerd was en las veel over trauma-therapie. Langs die weg stuitte ik op zijn inzichten… Wat mij in de eerste plaats zo opvalt aan Bowlby en zijn leerlingen is het ongelooflijke belang dat zij toeschrijven aan de hechting voor de ontwikkeling van het kind vanaf de geboorte (zelfs van voor de geboorte) en gedurende het hele leven. Een wezenlijk deel van ons ‘systeem’ is volgens hem gericht op het zoeken en vinden van een veilige haven en een steunende en stimulerende uitvalsbasis om te kunnen exploreren(=hechting & care-syteem). Zie daarvoor alleen al de aangrijpende reacties van een kind in het filmpje ‘Still Face‘. Het gaat daarin niet alleen om ‘veilige verbinding’ maar ook om een ‘uitnodiging tot autonomie’; in ieder geval om een verbondenheid en welwillendheid van de ander hier tegenover. Het vraagt geen perfecte hechtingsfiguren maar ‘good enough’ bejegening en bij de onvermijdelijke ‘disruptions’ om herstel. Gaat dit structureel en/of langdurig mis dan ontstaan i.p.v. een veilig hechtingssyteem allerlei onveilige systemen met hun daarbij horende gedragssytemen (working model). Er ontstaan voor de omgeving allerlei moeilijk verstaanbare overlevingsstrategieën van vermijding, afwijzing en/of agressie. “Jij zoekt alleen maar ruzie..”; zoals mijn vader tegen mij zei. Toen snapte ik daar natuurlijk niets van want ik bedoelde het tegendeel… Mijn inmiddels overleden jongere broer zag deze emotionele chaos met verbijstering, angst en wanhoop aan, liggend op de bank, of later teruggetrokken op zijn kamer met de benodigde drank.

Wat wordt er nu gevraagd van het ‘caregiving system’ (George & Solomon 2008 Handbook_Caregiving chapter)? Wat moet die ander ‘doen’, wil zij/hij een veilige haven en een uitnodigende basis zijn. Het gaat hier om een zeer subtiel interactief gebeuren waarbij het gedrag van de een(veiligheidzoekend) het gedrag van de ander oproept(caregiver) en waarbij de ander zich afstemt op dat gedrag en zelfs bij momenten overstijgt. De caregiver 9200000030096787kijkt door het negatieve buitenkantgedrag heen en zien en hoort het verlangen daarin. Maar doet bij momenten ook uitnodiging m anders op te treden of om op avontuur te gaan. De volgende ‘typeringen’ van dat caregiving gedrag kwam ik in de literatuur steeds weer tegen: attentive & sensitive & attuned & responsive & emphatic & inducing security, autonomy, exploration and creativity. Zij reageert dus positief, interactief en afgestemd op het nabijheidszoekend gedrag van de ander. Dit is overigens bij volwassenen niet anders… Het gaat daarbij dus niet alleen om het zoeken van geborgenheid/veiligheid  en verbinding maar zeer nadrukkelijk ook om de ondersteuning van de zoektocht naar individuatie en autonomie.

9200000005399520Een zeer recente variant van deze hechtingstheorie voor volwassenen is natuurlijk het boek van Sue Johnston; in Nederland ondersteund door de therapeutisch school EFT. De focus is daarbij op emoties en het vinden van verbinding in de relatie. 51o7Z0pu81LDe moraal is dat de meeste emoties in de relatie te maken hebben met het verbinding zoeken maar dat vaak het daarbij toegepaste gedrag niet altijd begrijpelijk en effectief is. Je eigen en andermans ‘patronen’ daarin leren verstaan is de focus van de therapie. Je emoties brengen je op je spoor van het naar verbinding zoekend verlangen. Deze inzichten zijn verwant aan transformerende kracht van emoties in de relatie zoals je die tegenkomt bij Diana Fosha.

De relationele psychoanalyse

41Q6-WBFjML._SX331_BO1,204,203,200_Min of meer parallel aan mijn ontdekking van de inzichten van John Bowlby en zijn leerlingen over het levensbelang van veilige hechting kwam ik een aantal psychoanalytici tegen die, vanuit de inzichten rondom traumaverwerking, zelfs spraken van een paradigmatische verandering in de psychoanalyse. Allan Schore is daarin voor mijn gevoel nogal een spil. Zijn nieuwe inzichten, op basis van o.a. hersenonderzoek, over het primaat van de emoties t.o.v. cognitie, het essentiële belang van de rechter hersenhelft in de therapeutische communicatie en de wortels van ons worden en zijn in de intersubjectiviteit waren baanbrekend. Vooral in relatie tot de dominantie van de cognitieve therapieën kun je zeker spreken van een revolutie (Neuropsychotherapist-6) in de wereld van therapie. Affect-regulation-systemsMin of meer tegelijkertijd ontstonden ook heel nieuwe begrippen als ‘affectregulering‘ en ‘mentaliseren‘. Zelfs binnen de hersenonderzoekers groeit de overtuiging dat “we are wired to connect“. 9200000025773735Al deze nieuwe inzichten ontstonden overigens nadrukkelijk in de directe buurt van het denken over de hechtingstheorieën van Bowlby. Voor mij fascinerende literatuur(Interpersoonlijke Neurobiologie (Geuzinge)). 9200000055981658De traumatiserende en beschadigende impact van destructieve relationele (attachment) ervaringen, die zelfs invloed hebben op de hersenontwikkeling rondom emotie- regulering en mentaliseren… Maar ook de genezende en herstellende werking van een heilzame intersubjectiviteit in de therapeutische relatie waren inzichtgevend en hoopgevend voor mij. Wie weet schrijf ik later nog eens een blog over de rol van intuïtie, rechter hersenhelft en het niet-talige-rechterhersenhelft-bewustzijn daarbij (vroeger het onbewuste?).

Wat wil ik hier nu allemaal mee zeggen?

Ik wil het ongelooflijke belang van de ander aantonen voor de wording, ons bestaan en onze verdere ontwikkeling van wie wij zijn. De inzichten van Marin Buber, Anna Terruwe, Carl Rogers en veel later John Bowlby met zijn hechtingstheorie hebben mij op dit spoor gezet. Zij hebben mij ook duidelijk gemaakt dat er hoge kwalitatieve eisen worden gesteld aan de bejegening door die ander. Die bevestigende, levenwekkende, veilige ontmoeting is niet vanzelfsprekend maar is wel van levensbelang. De ander geeft ‘mijn zijn’ op een dynamiserende wijze aan mijzelf terug waardoor mijzelf ontdekt maar ook uitgenodigd wordt meer te worden dan dat (Fonagy/ affectieve containment). Een heel subtiel ‘spiegelen’ die uitnodigt tot dynamisch anders zijn. Het gaat daarin om het instandhouden van het subtiele spanningsveld/de paradox van verbondenheid en autonomie; veiligheid en exploratie. Een heen en weer tussen ‘Haven’ en ‘Base’. Natuurlijk beschikken de meesten van ons over meerdere verwarrende, verstorende  en destructieve voel/doe/denk modellen waarin we met onszelf en/of de ander negatief aan de haal gaan. En daarmee en/of de exploratie en/of de veilige relatie teniet doen. De gezondere delen van ons zouden deze stoorzenders moeten identificeren, bevragen, verhelderen, herzien en transformeren. Zodat een ieder van ons weer in die veilige en exploratieve modus terechtkomt. Vriendschap, liefdesrelaties, trainingen en therapie zijn als het goed is vruchtbare bodems hiervoor. Maar ik denk dat ‘volwassenwording’ ook inhoud dat je in jezelf, voor jezelf die ‘ander’ wordt. Dan hebben we het o.a. over zelfcompassie. Dan zijn bevestiging, affectregulering en mentaliseren een deel van jezelf geworden. Dan heb je je die bejegening ‘eigen’ gemaakt. Maar nog veel meer gaat het er ook om dat ik ‘die ander’ zal zijn voor de ander. Voor mijn partner, de kinderen, vrienden en de vreemdeling op mijn pad. Soms denk ik wel eens ‘had ik dit maar eerder geweten’.

broadside3Waar ik nog wel naar op zoek ben is de vraag of religie, religieuze ervaringen en spiritualiteit ook hiervoor een voedingsbodem zouden kunnen zijn. Het verwondert mij dat ik hier maar weinig actueels over vind. Klassiek ken ik de typering van religie als ‘comfort and challenge‘ maar dat was dan weer weinig individueel/spiritueel en pastoraal uitgewerkt. Bij zowel Martin Buber als bij Anna Terruwe vind je die religieuze/goddelijke dimensie nadrukkelijk wel aanwezig. Etymologisch is er trouwens ook een verband tussen het woord religie en verbinden(re-ligare). Maar kan ‘god’ die veilige haven en die stimulerende bron en context zijn? In symbolen, rituelen, teksten en ‘de ander’/de communiy? Zelf denk ik zeer nadrukkelijk van wel maar vanzelfsprekend is dat niet. Er zijn bijvoorbeeld maar weinig ‘moederlijke/tedere‘ godsbeelden. Het zou wat mij betreft wel eens een essentieel onderscheid tussen gezondmakende en ongezonde religie kunnen zijn? Zouden de inzichten van dit blog nu voorwaardelijk zijn aan Deel 3? Ik denk een beetje van wel… Ik denk dat de ander nodig is om op jezelf te kunnen zijn. In ieder geval op de weg daar naar toe.

P.S. Bij het opruimen van de zolder dezer dagen vonden we een doos met brieven terug uit onze verkeringstijd, mijn jeugd en studententijd. Uit mijn (wanhopige) brieven bleek welk een ‘neuroot’ ik was in die tijd (ben?). Wat een vreselijk ingewikkeld/verscheurd gevoelsleven; zowel in relaties als in mijn ‘geloofsleven’. Het is pijnlijk om te zien hoeveel ‘werkelijkheidswaarde’ ik aan ze toekende; hoe serieus ik ze nam. Het is een godswonder dat ik nooit opgenomen ben geweest en dat Gerda toch met mij getrouwd is…

Slot van 4 delen ‘In Therapie’. Deze blogs zijn tevens opgedragen aan Piet van Roest mijn psychiater vanaf 1999 tot nu toe. Wie weet is hiermee zijn werk aan mij ook min of meer afgesloten… Dank je Piet!

Deel 1
Deel 2
Deel 3

‘Het komt niet goed’ Christa Anbeek en A.F.Th. van der Heijden 2

Het tweede recente document over de dood en zijn verwoesting is het boek: ‘De berg van de ziel’

De_Berg_Van_De_Ziel.9789025902834Ik weet niet precies waarom ik bijna alle boeken van Christa Anbeek in mijn bezit heb. Wat mij het meest aan haar boeit is de tomeloze oprechtheid. Zij laat je regelrecht meekijken in haar ervaringen met existentiële thema’s die haar eigen zijn. Dat kan gaan over haar ontmoetingen met Zen, haar liefde voor Mimi tot haar laatste twee boeken waarin zij de rechtstreekse confrontatie aangaat met de dood. Daarnaast spreekt mij haar belezenheid aan.

Dit boek heeft ze samen geschreven met Ada de Jong. Ik heb het in een adem uitgelezen. Ik ga het boek niet uitleggen en bespreken dat wordt elders vele malen beter gedaan. Helaas kan ik hier ook niet meer het prachtige artikel uit Trouw als bijlage toevoegen. Ik heb op mijn kop gekregen van ‘copie politie’. Maar waarom spreekt mij ook dit ‘document’ weer veel meer aan dan de meeste preken die ik de laatste jaren over me heen heb gekregen? Een paar citaten:

‘Als je je kinderen verliest, komt dat nooit meer goed. Daar kan geen zinvol leven tegenop.’ (Trouw 29 mei 2013)

‘En toch heb ik het gevoel dat het niet goed gaat komen met mij. — Mijn echte leven is voorbij’ (232; de laatste regels…)

‘Er zijn krassen op mijn ziel die niet meer genezen’ (Trouw 29 mei 2013)

‘We verdringen dood, eindigheid en kwetsbaarheid in onze maatschappij. Verberg dat zeer dan geloof dat we ons leven verzaken. Het begint met je eigen pijn onder ogen durven zien’ (Trouw 29 mei 2013)

Volgens mij is het ‘de keuze’ om lijden volledig serieus te nemen die mij hierin aanspreekt. Het onoplosbare, het onherroepelijk, het onomkeerbare, het volledig verlorene in de ogen zien. holy-innocents-02Je niet laten troosten; geen illusies. Niets ontkennen of verdoezelen. We hebben het dan niet alleen over kwetsbaar leven maar ook over gewond, onherstelbaar beschadigd en zelfs dodelijk leven. Het is tegengif tegen het idee ‘dat je van leed beter wordt'(Trouw). Waar komt toch die illusie vandaan van onkwetsbaar leven; van het geluk dat aan onze kant zou moeten staan. Geluk is geen vanzelfsprekendheid of recht.

Christa gaat aan de hand van hun beider ervaringen in het boek in gesprek met de hoofdthema’s van de theologie zoals God, Christus, Geest, mens en wereld. Daar was ik bij de eerste lezing nog niet zo van onder de indruk maar wie weet vraagt dat een tweede lezing en meer eigen reflectie en dialoog denk ik? Ik geloof zelf dat deze wijze van confrontatie met het lijden van het leven leidt tot een heel andere wijze van spreken over de ‘God die deel uitmaakt van leven en lijden’. Het zal dan over actuele en authentieke levende/lijdende incarnatie en immanentie gaan…

Judith-Viorst-Noodzakelijk-verlies-27524705Misschien zou er een speciale scholing moeten zijn in verlies. Ik denk nu weer aan het prachtige boek van Judith Viorst: ‘Het Noodzakelijke verlies’. ‘Er is lijden’ zegt Boeddha m.i. zeer terecht en praat dan vervolgens toch weer over een ‘uitweg’? Volgens mij is er geen weg uit het lijden; alleen in…

Ik ga dan nu ook geen uitvluchten benoemen. Het komt niet goed…. En toch doorgaan; gaan waar geen weg is…

Lezend, reflecterend, in gesprek, in stilte, biddend, zingend, mediterend, in handelen, in dromen, in muziek, in beelden en schrijvend. Schrijven zoals Christa Anbeek en van der Heijden dat doen.

Iemand heeft ooit gezegd dat waar wij een punt zetten we moeten leren een komma te plaatsen… Het verhaal gaande houden dus…

(Blog over A.F.Th. van der Heijden is onderweg)

Eenzaamheid, wanhoop en Identiteit; Paul Verhaeghe

Dit boek, Identiteit, kwam ik tegen; de achterflap en de inhoud waaraan ik even gesnuffeld heb intrigeerde mijn. Ik kwam beschrijvingen tegen die ik zo bij Thomas Merton zou kunnen lezen over de vervreemding: onze marktconforme lege identiteit. Bij nader inzien bleek ik zijn vorige boek ook al te hebben. Paul Verhaeghe is een Belg en een analytisch geschoolde psychiater, die een sterk pleidooi houdt voor een heel andere benadering van veel psychisch leed. Het interview met hem over zijn nieuwste boek door Wim Brands vond ik een verademing (Paul Verhaeghe; 15 min doorspelen  / en hier + Recensie Identiteit). Een paar van zijn inzichten zet ik hier op een rij. Het is natuurlijk onmogelijk om twee boeken in een blog samen te vatten (Interview / Het Einde van de Psychotherapie). Ze lezen als spannende detectives waarbij de ontknoping niet te filmen voor de hand ligt. Maar die eenvoud is absoluut niet ‘simpel’. Ze zijn de essenties van het leven. Ik zie ook wel verbanden met mijn andere blog over het Zelf.

Zijn missie

In de eerste plaats verzet hij zich tegen de mainstream psychotherapeuten die oorzaak van veel van ons moderne lijden, zoals depressies, ADHD e.d., eetstoornissen, fobieën en die in het autistische spectrum, bij het individu en dan nog het meest in de hersenen zoeken. De DSM en de symptoom bestrijding met medicijnen zijn leidend in de ‘korte termijn psychotherapie’. Zijn profetie is dat zij op den duur niets anders bestrijden/onderdrukken dan de uiterlijke conversie verschijnselen. Op basis van zijn jarenlange ervaring, zijn psychoanalytisch perspectief en reflectie, zoekt hij de diagnose en daarmee ook de therapie in een heel andere richting.

Zijn visie

Dat heeft alles te maken met zijn ‘antropologie’. In zijn visie vormt onze ‘identiteit’, ons-zelf-zijn, zich in een dynamische wisselwerking tussen ons lichamelijk-zijn, met zijn driften en affecten, en de directe omgeving/Ander. Dat zijn de opvoeders, de maatschappij en de verdere ‘materiele’ omgeving. Door de tijd heen schrijven wij het verhaal van wie en hoe wij willen en kunnen zijn. En dat wordt een al of niet leefbaar kunstwerkje; de identiteit. In dat kunstwerk zit een zeer kwetsbare dualiteit/polariteit verweven. Een zeer dynamisch en complex heen en weer tussen verbondenheid / identificatie/ solidariteit met de Ander en die van het Zelf/ autonomie/ individualisering / separatie / vrijheid en op jezelf zijn. Nog een keer; deze ‘identiteit’ heeft alles met mijn eigen lichamelijkheid en contextualiteit te maken. Inclusief de daarin centrale ‘driftregulering‘. Dit voortgaande verhaal kan ‘goed genoeg’ lukken of ernstig vastlopen/mislukken zoals ik al zei.

Zijn diagnose

Zijn stelling is nu dat in onze tijd dat evenwicht verloren is gegaan als gevolg een ontwrichtende maatschappelijke / collectieve ontwikkeling waarin de verbinding/solidariteit geen bedding meer vind en waarin de autonomie is verdampt/gecorrumpeerd/ingepikt door collectivisering in mode en trends. De ‘ultieme vervreemding’ zou Thomas Merton dit noemen. De symptomen van deze ‘verloren identiteit’ zijn een diepe wanhoop, eenzaamheid en angst. We weten niet wie we zijn en waartoe wij dienen. Een diep existentiële crisis. Hij noemt het de ‘actuaalneurose’. We zijn de dialoog tussen innerlijk (ons lichaam) en uiterlijk (de omgeving) kwijtgeraakt; of nog erger wij zijn nooit echt aan dat ‘gesprek’/ die verwoording en verbeelding begonnen. Al die moderne psychische ziekten zijn een symptoom van de diepe existentiële wanhoop, angst en eenzaamheid.

De therapie

Zoals ik het zie en lees wordt de therapie hiermee niet een corrigerende emotionele setting die zich focust op trauma’s zoals vroeger, maar een liefdevolle en gezagvolle ‘spiegelende’ relatie waarin de mensvorming vanuit de eigen diepte misschien wel voor het eerst kan gaan plaatsvinden. Authentieke identiteitsvorming. Wie ben ik, wie mag ik zijn en wie wil ik worden. Hij ziet hierin nieuwe eisen aan de politiek, samenleving, opvoeding, onderwijs en management.

Is dit nieuw? Nee ik herken hier Terruwe, Hermans, mindfulness en de narratieve psychologie in. Een boek waar ik lezend, vaak aan moest denken, was dat van Mark Epstein, Gedachten zonder denker, wat ook ‘het afwezige zelf’ in de moderne westerse mens als kernprobleem definieerde. Dus niet een teveel aan zelfliefde maar een diep ‘tekort’; een diepe onmacht om zich tot zichzelf en de wereld te verhouden. Een identiteitsvorming die al zeer snel de weg is kwijtgeraakt. Een boek dat ik wel drie keer gelezen heb. Ook omdat hij hierin een relatie legt met Zen. En ook over de illusies over wie wij zelf zijn. Blijkbaar blijft de vraag naar wie wij zelf zijn, mogen zijn, moeten zijn de/een kern. Maar die kern ontdekken wij alleen in een voortgaande dialoog/gesprek met ons Zelf en de Ander die een ‘spiegel’ voor ons wil zijn. Liefdevol maar wel met gezag (Brinkgreven en Dwang). Goede geestelijke begeleiding kan en moet dit zijn. De bron hervinden van wie je mag zijn…

Daarmee bezig zijn is dan dus iets meer dan een hobby. Deze website is misschien wel een lange poging om mijn eigen innerlijke en maatschappelijke weg te vinden in deze soms schijnbaar waanzinnige werkelijkheid. Mijn spirituele en existentiële topografie / biografie / identiteit. Mijn ‘Talking/Writing cure’. En als dit blog niet uitnodigt de interviews te bekijken, de recensies te lezen en/of een van de boeken te gaan lezen heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Thomas Merton over ons Zelf: illusie en ons ware Zelf

Iemand vroeg aan Thomas Merton hoe wij er uit zullen zien in de hemel. Zijn antwoord was kenmerkend en verassend: “there won’t be left much of you there…” (bron James Finley)

Hier staat de vraag naar ons zelf centraal (zie deel 1). In spiritualiteit wordt er vaak een onderscheid gemaakt tussen ons echte en illusoire zelf. Thomas Merton heeft daar veel over gezegd en er is veel over geschreven door anderen. In New Seeds of Contemplation (NSC) komen we veel uitspraken daarover tegen. Een paar citaten in een bepaalde ordening.

Over het onechte zelf

Het ‘leven in duisternis’ begint met de veronderstelling dat mijn onechte zelf, het zelf dat alleen maar bestaat in mijn egocentrische verlangen, de meest fundamentele werkelijkheid in mijn leven is, waaromheen al het andere is geordend. Dus verkwansel ik mijn leven aan mijn verlangens naar plezier en mijn honger naar ervaringen, naar macht, eer, kennis en liefde. Ik tuig dit onechte zelf op en maak zijn totale leegheid tot iets wat ogenschijnlijk echt lijkt. Ik omgeef mijzelf met allerlei afleiding en bedekt mijn zelf onder allerlei pleziertjes…. als omhulsels waarmee ik mijzelf aantrekkelijk maak voor mijzelf en de wereld. Alsof er een onzichtbaar lichaam zou zijn dat zichtbaar zou kunnen worden als je het oppervlak met zichbare dingen bedekt.… Ik ben leeg en het pleisterwerk van plezier en ambities heeft geen enkele ondergrond. Ik wordt wie ik ben in dat uiterlijk. Maar al dat uiterlijk is ten dode opgeschreven door haar toevalligheid. En als ze weg zijn zal er niets van mij over zijn dan mijn eigen naaktheid en leegte; het is een luchtbel. En zij vertellen mij dat ik mijn eigen vergissing ben… (NSC, 27-28)

Deze mensen hebben zichzelf gereducereed tot een leven binnen de begrenzingen van hun vijf zintuigen … maar dat is niet de schuld van hun lichaam. Het is hun eigen schuld omdat ze ingestemd hebben met de illusie die zijn veiligheid heeft gezocht in zelfbedrog en die geen oor heeft voor voor de stille stem van God die hen uitnodigt om op avontuur te gaan en risico’s te nemen door onderweg te gaan in vertrouwen en over de veilige en beschermende begrenzingen van de vijf zintuigen te trekken.  (NSC, 34-35).

Ieder van ons wordt overschaduwd door een illusoir ik; en onecht zelf… Wij zijn geen ster in het herkennen van illusies en al helemaal niet diegene die we over ons zelf koesteren. (34)

We moeten kiezen tussen twee identiteiten: het uiterlijke masker wat ons erg echt lijkt en welk leeft vanuit een schimmige autonomie gedurende de korte tijd van het aardse bestaan en de verborgen innerlijke persoon die in onze ogen niets lijkt te zijn maar die zichzelf voor eeuwig aan de waarheid kan toevertrouwen van waaruit zij bestaat. Het is dit innerlijke zelf dat is opgenomen in het geheim van Christus; door Zijn liefde, door de Heilige Geest. In geheim leven we dus ten diepste in Christus (295)”

Rinie: Een aantal kenmerken en eigenschappen lees ik hier over dat ‘illusoire zelf’ van mezelf. Zij denk dat ze iets ‘op-zich-zelf’ is en dat zichzelf moet maken en redden. En dat is hard werken en een hoop gedoe. Ze heeft geen fundament en is gebouwd van stro. In dat licht is het ‘verloochenen’ van jezelf of de dood van jezelf niet meer dan het loslaten / achter je laten van een illusie! Van een schijnzekerheid van geld, huis, partner en pensioen. Eigenlijk het opgeven van iets wat helemaal niets is; lucht en leegte.. Het is een schijnwerkelijkheid van angst, kramp en jezelf met kunst en vliegwerk overeind houden! Een kasteel van zand gebouwd op zand… Waarom zijn wij daar zo aan gehecht?

Over ons ware zelf

Contemplatie staat op geen enkele wijze in relate met dit uiterlijke zelf. Er is een onoverbrugbare tegenstelling tussen het diepe transcendente zelf dat alleen in contemplatie ontwaakt en het oppervlakkige uiterlijke zelf dat we vaak aanduiden met de eerste persoon enkelvoud. (NSC, 7)

Het geheim van mijn ware identiteit ligt verborgen in God. Hij alleen kan van mij degene maken die ik werkelijk ben, of liever: degene die ik zal zijn wanneer ik eindelijk ten volle begin te zijn. Maar dit werk zal nooit voltooid zijn als ik die ware identiteit niet verlang, als ik me niet inspan om haar te ontdekken met God en in God…
De zaden die door Gods wil ieder ogenbllk in mijn vrijheid worden geplant, zijn de zaden van mijn identiteit, van mijn eigen realiteit, van mijn eigen geluk, van mijn eigen heiligheid. Die zaden weigeren is alles weigeren, het is de weigering van mijn eigen bestaan en zijn, van mijn identiteit en mijn ware zelf. (NSC, 33)

In de diepste kern van ons wezen is er een punt van niets-zijn, waar zonde en illusie niet zijn doorgedrongen, een kern van loutere waarheid, een vonk die geheel God toebehoort, die nooit tot onze beschikking is, van waaruit God over onze levens beschikt, en die niet toegankelijk is voor de spelingen van onze geest of de brutaliteit van onze wil. Die kleine kern van niets-zijn en volstrekte armoede is de zuiverste glorie van God in ons. Het is, om zo te zeggen, Zijn Naam die in ons is geschreven, als onze armoede, onze behoeftigheid, onze afhankelijkheid, ons kindschap. Het is als een pure diamant die schittert met het onzichtbare licht uit de hemel. Het is in iedereen aanwezig en als wij het konden zien, dan zouden wij de ontelbare lichtpunten zien die samenkomen in de uitstraling en de schittering van een zon, die al de duisternis en de wreedheid van het leven volkomen zal doen verdwijnen… Ik kan daar geen programma voor opstellen. Het is een gave. Maar deze poort van de hemel is overal. (Louisville)

Onze werkelijkheid, ons ware zelf, is verborgen in wat schijnbaar onze leegte is. NSC, 281)

To say that I am made in the image of God is to say that Love is the reason for my existence, for God is love. Love is my true identity. Selflessness is my true self. Love is my true character. Love is my name. Seeds of Contemplation (1949)

Van ik naar Zelf

Voor mij betekent heilig worden mezelf zijn. Daarom is de vraag van heilig wording en redding in feite de uitdaging om uit te vinden wie ik ben, en het ontdekken van mijn Ware Zelf…. God laat ons vrij dat te worden wat wij zelf willen. Wij kunnen al of niet ons zelf zijn; wat we maar willen. Wij hebben de vrijheid om echt of onecht te zijn. We kunnen eerlijk of bedrog zijn. De keus is aan ons. We kunnen de ene keer het ene masker en de andere keer een ander masker dragen, en, als we dat willen, er nooit aan toe komen om met ons ware gezicht naar buiten te treden. Maar die keuzes zijn niet zonder gevolgen. (NSC, 31-32)

Daarvoor moet ik mijzelf leren kennen, beide kanten, het kwaad en het goede wat in mij huist. Het zal niet genoeg zijn om alleen de ene kant te kennen en niet de andere; alleen het goede of alleen het kwade. Ik moet dus in staat zijn het leven lief te hebben wat God mij gegeven heeft; voluit en vruchtbaar. En zelfs goed gebruik maken van het kwaad wat daarin aanwezig is. (Guilty Bystander, 95)

Het is overduidelijk dat er geen speciale methode/techniek is, en ook niet kan zijn, om dat innerlijke zelf te kunnen ontdekken en tot leven te wekken. Omdat het innerlijke zelf pure spontaniteit is die zonder vrijheid niets is…. Zo’n idee zou een volledig misverstaan zijn van de existentiële werkelijkheid waar we het hier over hebben. Het innerlijke zelf is geen deel van ons zijn, zoals een motor is een auto. Het is heel onze substantiële realiteit in zijn ultieme, meest persoonlijke en meest existentiële zin. Het is als leven en het is leven: het is ons spirituele leven op zijn best. Het is het leven waardoor alles in ons leeft en beweegt. Het is in alles en door heel ons leven en overstijgt alles wat wij zijn. … Het is een nieuwe en ondefinieerbare kwaliteit van ons zijn. (The Inner Experience, 6)

Het enige wat we kunnen doen, met behulp van welke geestelijke oefening dan ook, is in onszelf iets van de stilte, de nederigheid/aardsheid, het loslaten, de zuiverheid van het hart realiseren en de fundamentele openheid die nodig is voor het innerlijke zelf om haar verlegen, onvoorspelbare manifestatie van haar aanwezigheid mogelijk te maken. (The Inner Experience, 7)

Op een bepaalde manier kunnen we zeggen dat ons zijn direct communiceert met het Zijn van God. Als wij bij ons zelf binnengaan, ons ware zelf vinden, en door het innerlijke “Ik” verder trekken, worden we naar binnen meebewogen in de immense duisternis waar we “Ik Ben” van de Eeuwige ontmoeten. (IE, 11)

In onze (Christelijke/Joodse/Islamitische) traditie is er een oneindige metafysische kloof tussen het zijn van God en het zijn van de ziel, tussen het “Ik” van de Eeuwige en ons eigen innerlijke “ik”. En toch, paradoxaal, bestaat ons meest intieme “ik” in God en woont God in haar. (IE, 12)

Finally I am coming to the conclusion that my highest ambition is to be what I already am (2 october 1958)

Rinie: Het verschil tussen ons illusoire en ons echte zelf in God is heel groot maar het ontvankelijk worden voor die aanwezigheid in ons vraagt om een heel subtiel onderscheid. Wij vinden die plaats nooit als wij gebruik blijven maken van de werkwijzen van het illusoire zelf. We moeten ons laten verleiden, in een open ontvankelijkheid zonder eigenmachtigheid, door die werkelijkheid. Dan krijgt onze ‘identiteit’ een diepe grond en een werkelijk en houdbaar perspectief.

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Mystieke / Contemplatieve antropologie 2

“De omgeving waarin het monastieke gebed gedijt is de woestijn waar de menselijk troost afwezig is en waar de veiligheidsroutines van de menselijke stad geen soulaas bieden….” (CP, 1)

Direct nadat ik het vorige blog had gemaakt werd ik al onrustig. Dit soort benaderingen wekken de verwachting van vrede, schoonheid en ‘alles is goed’ op. Alsof mystiek iets moois is. Zo mooi is het allemaal niet. Er is ondraaglijk lijden, lelijkheid en kwaad. Een oude man van 94 die zijn dagen slijt in het verzorgingstehuis zonder enige blijk van waardigheid (ik was gisteren bij hem). De dagelijkse wanhopig makende uitzichtloosheid van het Palestijnse volk… De barbarij rondom voetbalvelden… Nee ik ga niet zeggen dat dat er niet bij hoort. Het is alles inclusief of het wordt een vervreemdende spiritualiteit / mystiek. Ja dit is mijn stokpaardje: het Koninkrijk Gods is midden onder ons of het is nergens. In deze wanhoop; in deze puinhoop. Irrsal und Wirrsal.

Om dat een beetje duidelijk te maken ben ik te rade gegaan bij twee boeken van Thomas Merton. Ik weet niet of ik deze zaak in het kort duidelijk kan maken maar ik kwam er ooit op toen ik de vernieuwde vertaling van Contemplatief gebed tegenkwam. In de toelichting zette de vertaler zijn keus uiteen van de vertaling van het woord ‘dread’. Hij kiest voor de ‘vreze des Heren’ wat m.i. een foute keuze is. Heel de spiritualiteit van Merton uit die tijd en in die twee werkjes is doordrongen van de existentiële ervaring zoals die verwoord wordt in Zen en het Existentialisme van Niets, Angst en Leegte. Ik heb daarvoor zelfs de woorden geteld die verwant zijn die ervaring in beide boeken. Deze ervaring is uitermate pijnlijk en ontluisterend. Als hij al verbanden legt dan is dat met het Kruis en de ‘spirituele dood’; de wanhoop van de godverlatenheid. Wij hoeven deze ervaring niet op te zoeken; zij is er. Maar we moeten er niet te snel aan voorbij willen gaan. Zoals volgens mij zeer vaak in spiritualiteit gebeurd. Maar zij is geen doel of eindpunt. We worden niet ‘verzopen’ in de dood van Christus; maar gedoopt…! En die ‘vreze des Heren’ komt veel later pas. De vertaler gaat me te snel.

“Nu snappen we dus dat de doorleefde volwassenheid van het spirituele leven langs geen andere weg bereikt kan worden dan via de verschrikkingen, kwellingen, moeiten en angst die noodzakelijkerwijs de innerlijke crises van de ‘spirituele dood’ vergezellen. Het is de crises waarin we tenslotte onze gehechtheid aan ons uiterlijke zelf achter ons laten en ons volledig toevertrouwen aan Christus. …..

Het doel van de ‘donkere nacht’, zoals Johannes van het Kruis aantoont, is niet simpelweg het hart van de mens te straffen en onrustig te maken, maar is bedoeld om te bevrijden, te louteren en te verlichten in de pure Liefde. Deze weg die door verschrikkingen voert eindigt niet in de wanhoop maar in de volmaakte vreugde. Niet in de hel maar in de hemel.” (CP 88 of 110)

In de geest van Thomas Merton zijn dit geen ervaringen van ‘eens en voor altijd’ maar is dit een voortgaand proces van ervaring die pas in de dood hun (voorlopige?) vervolmaking vinden. Het is de oefening van in elk moment en in elke plaats op de verpletterende werkelijkheid ingaan in een ‘naakt’ geloof.

De ware en heilige benadering van het leven is op geen enkele manier een ontsnapping aan de ‘nietsheid’ die ons overmeesterd als wij aan ons zelf zijn overgeleverd. Integendeel, zij gaat bij die duisternis en dat ‘niets’ naar binnen, dringt daarin door, wetend dat de genade van God onze desolate leegheid heeft getransformeerd tot Zijn tempel. En we geloven dat Zijn licht zich verborgen heeft in onze duisternis. Vandaar dat die heilige grondhouding er een is die niet geschrokken terugdeinst voor onze eigen leegheid maar veelmeer met eerbied en ontzag daar naar binnen gaat in het bewustzijn van dat geheim. (Inner Experience, 53 Vervolg)

Volgens mij gaat het er in deze contemplatieve zijnswijze dus om onze verbijsterende en verpletterende (ervaring van de) ‘werkelijkheid’ binnen te gaan in een vertrouwen op ‘Gods’ verborgen scheppende intimiteit in dit alles. Ook in die werkelijkheid van ons eigen zelf…  Zonder dat wij daarbij ook maar enige ‘grip’ krijgen op deze werkelijkheid. Maar wij kunnen haar dan wel in alle vrijheid binnen optreden. Dat is m.i. de essentie van geestelijke oefeningen en deze grondhouding wordt gaandeweg zich eigen gemaakt. In het begin met veel aarzeling en scepsis. Zien soms even. Het schept op den duur wie weet een bepaalde mate van onverschrokkenheid? Lukt mij dat? Door dit soort literatuur te blijven lezen en niet RTL1/2/3/4/5/6/7/8 te kijken en te geloven; zo nu en dan een klein beetje…

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Thomas Merton over Contemplatie

Ik lees op dit moment het boekje van Thomas Merton met zijn toespraken voor abdissen van contemplatieve kloosters. Toespraken uit 1967 en ’68. Ik zal hieruit meer teksten vertalen. Er wordt hem een vraag gesteld:

“De mensen komen naar ons toe en vragen ons hen onderricht te geven over contemplatief gebed. En dat terwijl het al moeilijk is er iets over te zeggen. Wat zijn jouw ideeën hierover wat we hen zouden kunnen meegeven?

Dat zou helemaal een Zen-achtige aanpak moeten zijn! Als jij aan een Zen meester vraagt, “Wat is de essentie van Zen?”, kun je een klap voor je kop krijgen, of zoiets. En hij zou je daarna aan je lot overlaten om daar een tijdje over na te denken. Onder geen enkele voorwaarde zal hij je een uiteenzetting geven over Zen. Over iets anders misschien, maar niet over Zen.
Die Sufi vriend, waarover ik je vertelde, was hier op bezoek en we hadden een paar bijeenkomsten met hem. Hij is een echte mysticus en heel erg met beide benen op de grond. Een van onze meest serieuze monniken stelde hem de vraag, “Hoe bereik jij de eenheid met God?”. Wat zijn de hulpmiddelen, hoe doe je dat, wat is het systeem? De Sufi lachte alleen maar en zei, “Wij geven geen antwoord op dit soort vragen.” Hij serveerde het af; wilde er niets mee te maken hebben. Je geeft geen antwoord op zulke vragen omdat er maar een antwoord is. En dat is de dynamische eenheid met God.

Zen mensen leggen grote nadruk op het feit dat jij, als je niet zo’n ongelooflijke domoor zou zijn, zou weten dat je verenigd bent met God; dat God allang zo dichtbij is. Oké; iemand komt bij je en vraagt je naar contemplatief gebed. Wat je dan op de een of andere manier moet doen is hem in een positie brengen waarin hij in staat zal kunnen zijn zich bewust te worden hoe dichtbij God is. Daarbij rekening houdend met zijn persoon en zijn achtergrond. Boeddhistisch onderricht zegt dat de enige blokkade hiertoe onwetendheid is. Maar die onwetendheid zit echter wel verweven in alles.
De oorzaak van deze onwetendheid is dat je jezelf te serieus neemt als individu. Je bent te veel bezig met overleven; leven en dood zij zo verschrikkelijk verschillend. Of je levend of dood bent is verschrikkelijk belangrijk omdat je als je als individu sterft alles afgelopen is. Er zijn geen individuen na de dood. Er zijn personen ja maar geen individuen. Ik denk dat dit een heel belangrijk punt is omdat wij wij Christenen niet geloven in een leven na de dood van het individu. We geloven in een leven na dit leven van de persoon, die vrij is, die allang in God is, die een is met God vanaf het begin. De persoon keert terug naar God en vindt zijn zelf in God op een veel dieper niveau dan een individu ooit zou kunnen. Omdat het individu zichzelf ziet als een kleine geïsoleerde entiteit waarvoor al het andere afgesloten is. Zolang wij individuen zijn kunnen wij nooit een zijn met elkaar. Natuurlijk moeten wij als individuen deze zaak uitwerken. Dus kunnen we indirect wel over de vereniging met God spreken maar er is geen antwoord op de vraag.

Probeer je dan een persoon meer bewust te maken?

The only known photograph of God; Thomas Merton

Bewust van iets wat er al die tijd al is. Natuurlijk, het is er en het is er niet. Het is zeer helder; als je je van “zijn” en “ik ben” gewaar bent en bewust wordt, ben je een ander mens; dat is een revolutie. En ja, dat is heel tegenstrijdig; je moet het op de een of andere wijze omschrijven. Maar als een persoon zich ervan bewust wordt dat God zo intiem is, zo dichtbij dat er geen tussenruimte is, maakt dat een essentieel verschil. Dat is ook zo als je je realiseert dat deze presentie niet afhangt van of je onberispelijk bent of iets wat daar op lijkt. Als het daar vanaf zou hangen zouden we allemaal lang moeten wachten op die eenheid met God.” (114-116)

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Damasio, Charles Taylor, Peter Sloterdijk en Janet Ruffin over ons Zelf

‘Het leven wordt voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen’ 

Søren Kierkegaard (1813-1855)

De anatomie van ons ‘zelf’

Het eerste boek is dat van Antonio Damasio. Een fascinerend relaas over het ontstaan van ons zelf/self door deze zeer beroemde hersenonderzoeker. Ik heb het als een detective gelezen. Een minutieuze analyse vanaf het eencellige bestaan tot ons bewuste zelf. Van ons protozelf, ons kernzelf tot ons autobiografische zelf. Centraal staat de zelfregulering om te overleven en het steeds verder verfijndere spel tussen lichaam en de hersenen die zijn ontstaan. Belangrijke tritsen als ‘wakker zijn, mind/geest en zelf’ en ‘protozelf, kernzelf en het autobiografische zelf’ en ‘emoties, primordiale gevoelens en de gevoelde gevoelens’ en de rol die de hersenstam, de thalamus en de hersenschors in dat alles spelen passeren de revue (Damasio Cultuur is een breinproduct). Al deze elementen in een fascinerende samenspel maken ons bewust zijn mogelijk. Hierdoor hebben wij een reflecterend zelf verkregen die kan nadenken over verleden, heden en toekomst en bewust kan vormgeven aan zijn toekomst. Dat doen wij in ons autobiografische zelf. Daarbij zijn wij diep verankerd in ons lichamelijkheid (=inclusief onze hersenen). Natuurlijk kan ik geen recht doen aan het rijke en evenwichtige boek. Als je tijd hebt een absolute aanrader. En natuurlijk begrijp ik alleen maar de grote lijnen. En dat de vertaler ‘mind’ vertaalde met ‘geest’ was voor mij zeer verwarrend. Ons woord ‘geest’ ligt daarvoor veel te dicht bij ons begrip ‘zelf’; ‘mind’ is toch echt iets anders. (Zie ook) En o ja, onze cultuurgeschiedenis (politiek, kunst en religie) doet hij af in 6 pagina’s. Dat kan ik natuurlijk niet serieus nemen… Daarvoor ga ik verder. Dit boek zegt niets bijzonders over ons verleden en helemaal niet over de toekomst… Alleen veel over het ‘hoe’ van ons bewustzijn.

Wat een dikke pil maar wat een fantastisch werk. Hij lag al bijna 2 jaar op de plank. Ik moest en zou hem lezen. Gelukt; tijdens mijn week op de Hezenberg als gastheer voor retraitegangers.. Mijn zoon had hem ooit weten te strikken voor de Ikon/LUX. Ik zou dit boek de anatomie van ons zelf in de morele zin kunnen noemen. De fundering, de reikwijdte en de verantwoording van wie wij willen zijn staat centraal. Een diepzinnige analyse van de  ‘morele’ bouwstenen die ons gemaakt hebben tot wie wij ‘willen’ zijn. Je moet er de tijd voor nemen maar dan krijg je ook iets. Ik ga natuurlijk het boek niet overdoen. Maar elke geestelijke begeleider zou dit boek moeten lezen om tot ‘onderscheiding der geesten’ te kunnen komen. Het gaat hier niet minder dan om de zorg voor ons zelf, voor onze ziel; onze identiteit. Hoe te leven! Wat is het goede leven. En dat is een morele vraag in de breedste zin van het woord! Het boeiende is dat elke Humanistisch raadsman dit boek in zijn opleiding ter bestudering krijgt. (hier een paar verhelderende artikelen: CHARLES TAYLOR /Kunnen we zonder religie /Het mysterie Recensie Taylor /Het project van Charles Taylor)

Was Taylor lastig om te lezen; dit van Peter Sloterdijk was vele malen moeilijker. Ik denk dat ik geen boek ken met zoveel moeilijke woorden. Maar ook dit loont! De schrijver wil een verheldering bieden, en dat doet hij m.i. ook, in de structuur en dynamiek van onze ‘zelfproductie’. Over hoe wij ons zelf individueel en collectief ‘produceren’ vanuit de ‘dwingende eis’ tot veranderen en verbeteren. Hoe steken wij onszelf in elkaar en ‘oefenen’ wij ons daarin. Alle ‘oefenscholen’ passeren de revue. Op den duur werd het boek voor mij een studie in ‘het onderscheiden van de geesten’. Welke bezielingen zetten de mens aan tot het werken aan zichzelf en welke oefeningen worden daarbij gebruikt. Ook dit werk is weer een must voor geestelijk begeleiders! Neem en lees! Zijn ontologische en structurele analyse van ons ‘werken aan ons zelf’ vond ik in ieder geval overtuigend (Je moet je leven veranderen – Peter Sloterdijk). Aan het het eind dichtte ik hem zelfs ‘profetische’ kwaliteiten toe. Daarmee bedoel ik dat hij een scherpe en verhelderende kijk bied op de huidige stand van zaken. Zij slotzinnen, ietwat versleuteld door mij: En als wij de grote catastrofe willen voorkomen zullen we ‘door dagelijkse oefeningen de goede gewoonten van gemeenschappelijk overleven eigen (moeten) maken’ (468). Interview Peter Sloterdijk

Ik herkende veel bij mijzelf als het gaat om de jaren zestig, mijn bekering en de verschillende vormen van spiritualiteit die bij mij de revue zijn gepasseerd. Ik was, n.a.v. Taylor, benieuwd uit welke bronnen deze filosoof put als het gaat om de vormgeving van ons leven. Helaas blijft het bij een spiegel. Het geeft wel inzicht maar opent voor mij geen weg/perspectief. Het inspireert mij niet maar gaf mij wel wel zeer veel te denken.
O.a., naar aanleiding van zijn sleutel metafoor van de ‘training’, de teksten op de sportschool kregen voor mij iets beklemmende… De spiritualiteit van het lichaam terwijl de grote catastrofe ons boven het hoofd hangt….

(Las toevallig vandaag het stukje van J.J. Suurmond over ons zelf; dat inspireerde mij wel..(Suurmond en zelf)

Het vierde boek is een recent boek van Janet K. Ruffing ‘To Tell the Sacred Tale’. Voor mij was het verassend om te zien dat alle vier de boeken de ‘narrativiteit’ van ons zelf een centrale plek geven. Wij zijn zijn, leven en maken mede ons eigen verhaal. Als wij reflecteren op wie, wat en hoe wij willen zijn denken en spreken wij in verhalen (zie o.a. De Praxis als verhaal /Levenskunst en narrativiteit). In dit boek is er echter naast ons zelf ook spraken van een Ander; God. En dat vind ik t.o.v. het boek van Peter Sloterdijk een ‘verademing’. Geestelijke begeleiding bestaat dan bij de gratie dat we ons verhaal vertellen; maar in dit geval omwille van de zoektocht naar de aan/af-wezigheid van God in ons verhaal. In de dialoog tussen die twee krijgt dat verhaal van God en je zelf vorm en inhoud. Zowel het vertellen is daarbij zeer belangrijk: hoe en wat vertel je als het luisteren in de zin waar je naar vraagt en waar je op reageert. Waarbij het naar het verleden en heden geduid wordt tot op God en geleefd naar de toekomst in de zin van passies en roeping. Vooral de theologie van de intieme verbinding tussen ons geleefd verhaal en Gods intieme/verborgen aanwezigheid daarin sprak mij; waarmee elk levensverhaal een ‘Sacred’ dimensie krijgt….

Hoewel…

Een spiritualiteit waar je niets aan hebt!

“Tijdens een godsdienstles spreekt de leraar over Gods nieuwe wereld. In de les bevindt zich een dove leerling. De leraar wil het kind bevestigen en zegt: “In Gods nieuwe wereld zul jij kunnen horen.” Het kind protesteert: “Nee, in de nieuwe wereld zal God in gebaren spreken.” (Jacqueline Kool)

Jij wilt niet genezen worden hè…? Nou, op een bepaalde manier niet meer nee…

Jij zwelgt in je lijden…!    Wil je met me ruilen? Wil jij die angsten/depressies van me hebben?

En al die genezingen van Jezus dan… Geloof je die niet? … (aarzelend) Het ligt er aan wat je daar dan onder verstaat…

Het lijkt wel een spiritualiteit van de wanhoop.. Ja, zo zou ik het ook zo zeggen… gewan-de hoop…

(dialogen die ik soms echt voer en soms alleen maar in mijn hoofd..)

Alsof ik niet al 50 jaar meedraai in gelovig Nederland… Ja; ik denk dat ik een punt wil en kan maken… Ja ik vind de focus op geluk/succes/genezing van in flinke delen van de christelijke wereld (en daarbuiten!) misleidend en ‘ongezond’. Dat geleur van genezingsdienst naar genezingsdienst… Met soms van die verschrikkelijk triviale ‘successen’ zoals het verlengen van benen… Is dat cynisme…? Ik word er inderdaad alleen maar boos van. En dan komt er toch weer een succesverhaal van… Ik zie het zelfs een beetje als een vorm van ‘ziekmakende‘ spiritualiteit.

Nee, mijn spiritualiteit heeft een ander karakter..; niet die van het verzet tegen: deze ziekte/ deze plek/ deze werkelijkheid/ deze gegevenheid/ mezelf/ dit levensverhaal… Maar meer iets van de ‘opstand’ temidden van… Niet een ‘willen hebben wat je niet hebt’: dat andere karakter/die andere man/ die (andere) vrouw/ vakantiehuisje… Meer iets van het unieke/verassende/wonderlijke zien van je eigen werkelijkheid. Hetzelfde anders zien. Ogen die gaan ‘zien’; oren die gaan ‘horen’ en dan iets doen: ‘hier ben ik’. Zonder oplossingen… Temidden van.. Ja een spiritualiteit van de wan-hoop. Midden in de dood staan we in het leven… God is hier en nu; en ik heb het niet geweten/gezien… Aan deze plaats en niet ergens anders! (Natuurlijk is die bovenstaande ambivalentie mij niet vreemd..: jonger/ slanker/ vrienden../ soms een andere vrouw..)

Gun ik die mensen dan niet…? Zie ik dat verschrikkelijke lijden dan niet? Juist omdat ik dat zie en weet dat veel niet ‘opgelost’ wordt; veel niet ‘verbetert’.. Is er een heilige van de hopeloze gevallen? ‘Zichzelf verlossen kan hij niet…‘ Is dat nou juist Jezus niet? Maar dan niet als de oplosser…(Dietrich Bonhoeffer) maar wel volluit handelend, levend en liefhebbend.

Ik ben op zoek naar een verwoording en verbeelding van een kwetsbare christelijke spiritualiteit waar je niets aan hebt. Een spiritualiteit waarmee je ‘op kunt gaan staan’ zonder je rolstoel kwijt te raken. Een leefbaarheid in onleefbare situaties. Geen vervreemding van mijn realiteit maar juist er een van vruchtbaarheid van de onvruchtbaarheid. De moed vinden om te zijn waar je niet kunt zijn; om te gaan waar je niet kunt gaan. Tsja; je zult daar maar zitten.. Maar dan toch: in verbinding met… dat wat is. Moed vinden om in te gaan op dat wat is! De nacht / de ‘godverlatenheid‘. Zou dat dan niet de navolging van Christus zijn? Christelijke spiritualiteit begint daar waar je bent en niet ‘straks’ of ‘als.. dan..’ Het is leren leven met dat wat is.., je laten raken en dan verder. Verbinding en dynamiek… Compassie; daar gebeurt iets.. Ook met jezelf…

Kome wat komen moet

God woont in de Focke Simonszstraat

Ik hoorde het van een zeereerwaarde
en hoogbejaarde dominee:
de Here wou met onze aarde
niet één dag langer meer in zee.

Al zouden wij Hem overstelpen
met eredienst en dankgebed,
het zou geen ene moer meer helpen:
er werd een punt achter gezet.

Maar zie daar was diezelfde morgen
zo’n rotjoch in de grote stad
een doodziek duiffie aan ’t verzorgen
dat-ie op straat gevonden had.

“Kristus”, wat mot je dan? Wat wil je?
Ja, kijk me maar es effe an.
Godsallejeisis, beest wat tril je.
Leg nou toch effe rustig, man.”

Toen heeft de Heer Zijn toorn bedwongen,
want Hij kreeg schik in het geval.
Hij spaarde dus de kleine jongen,
de zieke duif en het heelal.

WillemWilmink

Ik hou niet van ‘succes’verhalen en ‘genezingen’

Een paar (recente) observaties die met elkaar conflicteerden..

1. In Trouw een artikel over Mathieu van der Steen; ‘geef je helemaal over aan god en het komt helemaal goed’…
2. Een opmerking van een non in de film ‘No Greater Love’ over haar ervaring met ‘de donkere nacht van de ziel’: “Vreselijk”… Een anderen non in dezelfde film: “18 jaar heeft die nacht geduurd…”.
3. In mij persoonlijk omgeving, al veel langer geleden, het overlijden van een jongen van 6 jaar aan een hersentumor (gebedsdienst voor genezing..) en in een ander geval een huwelijk wat na vele ‘genezing’ nog steeds een ramp is… En wat te zeggen van de levens van de ‘heiligen’ Etty Hillesum, Dietrich Bonhoeffer en Titus Brandsma?

Het gaat in al die ervaringen om de vraag naar de relatie tussen een geloofsleven en succes/geluk… Die positieve relatie tussen een christenleven en succes en genezing ervaar ik als een een bedrieglijke reclame.. Vooral in evangelische kringen hebben ze daar een handje van… Een volksverlakkerij… Ik herinner mij nog het verhaal van een evangelist(moet ik de naam noemen?) uit een evangelische gemeente(moet ik de naam noemen?) die zei dat als je aan een aantal (7-10?) principes van de bijbel zou houden dat dan de zegen gegarandeerd zou zijn. Binnen een jaar was hij zwaar overspannen en werd hij nog weer later uit de gemeente gezet… Als we de werkelijke successcore van de christenlevens op een rij zouden zetten zou niemand meer op basis daarvan christen worden!

Ik zou graag ingeschakeld willen worden in de vorming van jonge bekeerlingen die van plan zijn op weg te gaan als expliciet gelovige. Ik zou ze waarschuwen voor de weg van ‘loutering’ en de nacht van de afbraak van allerlei illusie over jezelf, het leven en God. De twee/drie benen van spiritualiteit. Die afbraak/kruis/dood/einde/verlies van en die van opbouw/bevestiging/zegen/geluk/opstandig. Soms duurt zo’n duisternis een leven lang (Moeder Theresa). Slechts bij momenten komt het tot een ‘dans’.. ‘Zien soms even’…

Een paar titels wil ik hier zeker noemen:
Gerald G. May: ‘The dark night of the soul’
Kathleen Norris: ‘Acedia & me’
John Tarrant: ‘The light inside the dark’ Dit is een prachtig boek van een Zen man.Ik zal later zeker nog een keer iets zeggen over de spiritualiteit van de ‘imperfectie’/de gebrokenheid/de losers en sukkels…. Waar ik persoonlijk veel meer mee op heb.

Een spiritualiteit van vlees en bloed!

Een prachtig boek gelezen afgelopen twee weken.: Soulful Spirituality van David G. Benner (psychotherapeut en geestelijk begeleider) . Het is een beschrijving van een christelijke spiritualiteit die ‘heel de mens’ en ‘fully alive’  ten dienste wil staan. Hij beschrijft eerst de vaak vervreemdende / vergiftigende werking van spiritualiteit: van het lichaam / van seksualiteit / van gevoelsleven / van jezelf / van de aarde. Hij stelt daar een heel andere spiritualiteit tegenover. Een die in de eerste plaats ‘aards’ is en begint ‘waar en wie je bent’ en waarin je vervolgens mag ‘worden’ wie je ten diepste bent. Maar dit op een zeer open, gezond makende  en authentieke wijze(hij verbind psychologie met christellijke spiritualiteit). Een creatieve verbinding tussen ‘soul’/aarde en ‘spirit'(transcendente). In het laatste deel probeert hij dan de praktijk van deze spiritualiteit uit te werken aan de hand van een aantal sleutelwoorden zoals bewustwording / Hier-en-nu / loslaten.

Maar waarom spreekt mij dit nu zo aan? Vooral de geboden ruimte, levensechtheid, nabijheid en authenticiteit. Het is een spiritualiteit waarin ik de volle ruimte krijgt mijn ‘eigen-zinnig-heid’ te zijn. Maar ook een die dicht op en onder de huid zit. Alles hoort er bij. Er ontbreekt een ‘sjabloon’ christen; en dat is voor een man die uit een evangelisch nest stamt een hele prestatie.

Het mooiste verhaal vind ik wel dat van zijn zoon die eerst zegt dat hij niet meer ‘zo in God gelooft’ en nog weer later zichzelf geen ‘christen’ meer noemt. Toch beschrijft hij hem juist als een voorbeeld van authentieke spiritualiteit.

Een boek met een zeer wijde en inspirerende blik.  Een must voor elke geestelijk begeleider vanwege zijn zeer ‘onderscheidende’ kijk op authentieke en vitale christelijke spiritualiteit.