Mystieke / Contemplatieve antropologie 2

“De omgeving waarin het monastieke gebed gedijt is de woestijn waar de menselijk troost afwezig is en waar de veiligheidsroutines van de menselijke stad geen soulaas bieden….” (CP, 1)

Direct nadat ik het vorige blog had gemaakt werd ik al onrustig. Dit soort benaderingen wekken de verwachting van vrede, schoonheid en ‘alles is goed’ op. Alsof mystiek iets moois is. Zo mooi is het allemaal niet. Er is ondraaglijk lijden, lelijkheid en kwaad. Een oude man van 94 die zijn dagen slijt in het verzorgingstehuis zonder enige blijk van waardigheid (ik was gisteren bij hem). De dagelijkse wanhopig makende uitzichtloosheid van het Palestijnse volk… De barbarij rondom voetbalvelden… Nee ik ga niet zeggen dat dat er niet bij hoort. Het is alles inclusief of het wordt een vervreemdende spiritualiteit / mystiek. Ja dit is mijn stokpaardje: het Koninkrijk Gods is midden onder ons of het is nergens. In deze wanhoop; in deze puinhoop. Irrsal und Wirrsal.

Om dat een beetje duidelijk te maken ben ik te rade gegaan bij twee boeken van Thomas Merton. Ik weet niet of ik deze zaak in het kort duidelijk kan maken maar ik kwam er ooit op toen ik de vernieuwde vertaling van Contemplatief gebed tegenkwam. In de toelichting zette de vertaler zijn keus uiteen van de vertaling van het woord ‘dread’. Hij kiest voor de ‘vreze des Heren’ wat m.i. een foute keuze is. Heel de spiritualiteit van Merton uit die tijd en in die twee werkjes is doordrongen van de existentiële ervaring zoals die verwoord wordt in Zen en het Existentialisme van Niets, Angst en Leegte. Ik heb daarvoor zelfs de woorden geteld die verwant zijn die ervaring in beide boeken. Deze ervaring is uitermate pijnlijk en ontluisterend. Als hij al verbanden legt dan is dat met het Kruis en de ‘spirituele dood’; de wanhoop van de godverlatenheid. Wij hoeven deze ervaring niet op te zoeken; zij is er. Maar we moeten er niet te snel aan voorbij willen gaan. Zoals volgens mij zeer vaak in spiritualiteit gebeurd. Maar zij is geen doel of eindpunt. We worden niet ‘verzopen’ in de dood van Christus; maar gedoopt…! En die ‘vreze des Heren’ komt veel later pas. De vertaler gaat me te snel.

“Nu snappen we dus dat de doorleefde volwassenheid van het spirituele leven langs geen andere weg bereikt kan worden dan via de verschrikkingen, kwellingen, moeiten en angst die noodzakelijkerwijs de innerlijke crises van de ‘spirituele dood’ vergezellen. Het is de crises waarin we tenslotte onze gehechtheid aan ons uiterlijke zelf achter ons laten en ons volledig toevertrouwen aan Christus. …..

Het doel van de ‘donkere nacht’, zoals Johannes van het Kruis aantoont, is niet simpelweg het hart van de mens te straffen en onrustig te maken, maar is bedoeld om te bevrijden, te louteren en te verlichten in de pure Liefde. Deze weg die door verschrikkingen voert eindigt niet in de wanhoop maar in de volmaakte vreugde. Niet in de hel maar in de hemel.” (CP 88 of 110)

In de geest van Thomas Merton zijn dit geen ervaringen van ‘eens en voor altijd’ maar is dit een voortgaand proces van ervaring die pas in de dood hun (voorlopige?) vervolmaking vinden. Het is de oefening van in elk moment en in elke plaats op de verpletterende werkelijkheid ingaan in een ‘naakt’ geloof.

De ware en heilige benadering van het leven is op geen enkele manier een ontsnapping aan de ‘nietsheid’ die ons overmeesterd als wij aan ons zelf zijn overgeleverd. Integendeel, zij gaat bij die duisternis en dat ‘niets’ naar binnen, dringt daarin door, wetend dat de genade van God onze desolate leegheid heeft getransformeerd tot Zijn tempel. En we geloven dat Zijn licht zich verborgen heeft in onze duisternis. Vandaar dat die heilige grondhouding er een is die niet geschrokken terugdeinst voor onze eigen leegheid maar veelmeer met eerbied en ontzag daar naar binnen gaat in het bewustzijn van dat geheim. (Inner Experience, 53 Vervolg)

Volgens mij gaat het er in deze contemplatieve zijnswijze dus om onze verbijsterende en verpletterende (ervaring van de) ‘werkelijkheid’ binnen te gaan in een vertrouwen op ‘Gods’ verborgen scheppende intimiteit in dit alles. Ook in die werkelijkheid van ons eigen zelf…  Zonder dat wij daarbij ook maar enige ‘grip’ krijgen op deze werkelijkheid. Maar wij kunnen haar dan wel in alle vrijheid binnen optreden. Dat is m.i. de essentie van geestelijke oefeningen en deze grondhouding wordt gaandeweg zich eigen gemaakt. In het begin met veel aarzeling en scepsis. Zien soms even. Het schept op den duur wie weet een bepaalde mate van onverschrokkenheid? Lukt mij dat? Door dit soort literatuur te blijven lezen en niet RTL1/2/3/4/5/6/7/8 te kijken en te geloven; zo nu en dan een klein beetje…

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Thomas Merton over Stilte

Wie weet ga ik dat wel doen… Een aparte website: ‘Thomas Merton over….’ Al lezend en studerend kom ik zoveel mooie dingen van hem (of over hem) tegen dat ik steeds vaker aan het vertalen sla. Zo ben ik nu in ‘The Springs of Contemplation” begonnen. Een verzameling conferenties uit 1967 en 1968 gehouden voor een kleine verzameling abdissen van contemplatieve vrouwenkloosters. Om samen met hen zich te bezinnen op de toekomst van hun ordes.

De eerste conferentie is al gelijk raak. Hier stelt hij de vraag naar de bedoeling van het zwijgen / de stilte van en klooster. Het raakt onmiddellijk aan mijn blogs over de stilte en meditatie. Stilte is populair. Maar Merton maakt mij attent op de essentie hiervan. Althans hij geeft er een inhoud aan waarvan ik zeg ‘ja dit herken ik’. Ik weet nog dat ik een stilte weekend volgde en me er hardop over verwonderde dat mijn groepsgenoten als gevolg daarvan het niet nodig vonden een vorm van groet te betrachten op het moment van zien van elkaar. Ik merkte dat ik mij daar zeer aan stoorde. In plaats van een oefening in ‘verstilling’ werd het een oefening in autisme…

Hij spreekt hier tot mensen die zich bezinnen op de toekomst van het contemplatieve kloosterleven. Voor Merton is dat geen ‘uitzonderlijk’ leven maar leven in zijn diepste en meest essentiële vorm. Ons leven is dus niet iets anders! Iedere plek en elk leven is ten diepste contemplatief leven in gemeenschap.

Ik vertaal integraal het eerste deel van zijn conferentie: “Presence, Silence, Communication”

“In het contemplatieve leven staan we allemaal voor de vraag “Wat moeten we doen?”. Een van de dingen die we kunnen doen is bij elkaar komen zoals we dat nu doen; als zusters en broeders in Christus en laten gebeuren wat nooit eerder gebeurt is, deze vorm vorm van zoekende retraite.
    Natuurlijk is wat we nu doen, dat wat we verondersteld worden te doen: samen komen op een rustige plek, waar we kunnen praten nadenken en bidden. Een belangrijk sleutel woord is presence (Rinie: ik zal dat meestal onvertaald laten maar vormt wel een kern de latere spiritualiteit van Thomas Merton).  We willen gewoon aanwezig bij elkaar zijn en ons toevertrouwen aan dat wat gebeurt. Als je mijn boeken gelezen hebt ken je mij niet echt. Kijk maar eens goed wat en wie ik echt ben. Prensence daar gaat het echt om. Het is belangrijk je te realiseren dat de Kerk zelf presence (= bewust geworden aanwezigheid?) is en dat geld ook voor het contemplatieve leven. Samen leven (in het klooster) is presentie; niet een instituut. We hebben er op vertrouwd dat een instituut een vervanging kon zijn voor de realiteit van de presentie; en zo werkt het dus gewoon niet!
    Er is sprake van een Pinksteren in het klein daar waar Kerk is (Rinie: hij bedoeld hier de groep die hier bij elkaar is). Pinksteren betekent nieuw leven, en dat betekent veranderingen in ons leven. Maar veranderingen zijn niet gemakkelijk; nieuw leven is verontrustend en verwarrend. De basis ervaring van religieuzen in deze tijd is de strijd, in hun hart weten zij dat er iets van hen gevraagd wordt door God, en dat ze op de een of andere wijze verhinderd worden dat te doen. Het is waar dat veel jonge mensen die het religieuze leven kwamen opzoeken het gevoel hebben dat het zelfs moeten verlaten om God te vinden. Voor sommigen van hen is dat misschien waar; voor anderen zou dat wel eens een illusie kunnen zijn. Wij zijn allemaal bezig voor ons zelf die zaken op een rijtje te zetten. En dat gaat lang duren; de antwoorden liggen niet zomaar voorhanden.
Laten we in dat verband de stilte , onze specialiteit hier in dit Trappistenklooster,  als voorbeeld nemen. Stilte kan een groot probleem of een diepe genade zijn. Als het te geformaliseerd wordt houdt het op een bron te zijn van genade en wordt het een probleem omdat het niet meer een dienende presentie is. Gedurende veel te lange tijd is stilte een vorm van afwezig zijn aan elkaar geweest. Daarmee wordt het een contradictie, en gaan mensen aan haar lijden. Een gemeenschap kan niet op deze basis bestaan. Contradictie is een deel van het leven maar als een systematische bron van frustratie van basale culturele waarden dan wordt het iets anders. Een mens moet in staat zijn om om zich te verhouden tot heel veel verwarrende zaken in de cultuur, dat is vanzelfsprekend, maar dat betekent nog niet dat we nooit muziek mogen horen. Wij trappisten hebben een heel slechte reputatie op dat gebied. Onze stilte heeft de neiging dat mechanische effect te hebben. Zo was het schijnbaar de bedoeling dat stilte betekende dat je moest doen alsof er niemand in je buurt was. Je was stil omdat je de ander min of meer wilde buitensluiten.
Als mensen bij elkaar komen is er altijd een vorm van aanwezig zijn bij elkaar, zelfs als je dat een maagzweer bezorgt (Rinie: daar had Merton nogal eens last van..) We zullen die zaken zo moeten arrangeren dat de aanwezigheid een positieve en niet een negatieve ervaring is. Hetgeen betekent dat we misschien wel meer moeten praten om te leren hoe we in stilte op een positieve wijze present aan elkaar kunnen zijn. Er moet genoeg communicatie zijn zodat stilte een zegen wordt. Die stilte vergt een diepere liefde en pas tot die liefde voldoende gegroeid is, heeft het geen enkele zin te doen net alsof die er wel is. Stilte in ons leven is pas gerechtvaardigd als we elkaar voldoende liefhebben om ook in stilte bij elkaar te zijn. Pas als we die diepte van het gemeenschappelijk leven bereikt hebben zullen we pas de bijzondere roeping en zegen van het samen stil zijn gaan ontdekken. Maar we zullen dat nooit bereiken door elkaar buiten te sluiten en elkaar als object te behandelen. Dit zullen we geleidelijk aan vinden als we elkaar leren lief te hebben.” pag.3-5

Rinie:
Hier krijgt de stilte (als geestelijke oefening) dus een plaats in het samen zijn. Zonder verbinding en ontmoeting dus geen stilte!! De stilte is geen doel in zich maar wordt geboren in en uit de dialoog. De Lectio Divina eindigt in de stilte. Ze begint er dus niet mee! Daarmee wordt de contemplatie en de stilte een overvloedige leegt en een oorverdovende stilte! Deze stilte is dus een heel diepe verbinding! Met alles en iedereen!

Lex Boot over christelijke meditatie

Hij was al eerder betrokken bij het Handboek over meditatie. Nu heeft hij een ‘kleine gids‘ geschreven over meditatie. Uiteraard gelijk aangeschaft. Ik vind het fantastisch dat zaken als Lectio Divina, loopmeditatie, centering prayer en mantrameditatie tot de vanzelfsprekendheden van de kerk gaan behoren. Erg leuk! Alleen al vanwege zijn handzaamheid een aanrader!. Er worden zelfs mediabestanden mee geleverd! Achter hem staat de beweging van Vacare; een intiatief van de PKN.

In zijn inleiding verteld hij wat het hart is van christelijke meditatieve weg:

de verstilde omgang met God en …het spirituele proces van omvorming in liefde.

Vervolgens zegt hij:

Daarover hebben we geen beschikking, en een geestelijk proces kunnen wij niet oproepen. Meditatiemethoden leren je echter wel je open te stellen voor wat je mag ontvangen.

Al de daarop volgende manieren van mediteren in het boekje helpen je om deze grondhouding van ontvankelijkheid te voeden. In het zitten, lopen, stilte, zingen; vormen die de eeuwen van spirituele vorming hebben doorstaan. Juweeltjes dus. Maar net als bij het Handboek ga ik weer een klein beetje op een andere positie staan? Ik aarzel daarbij. Ik voel nu al de hete adem van mijn vrouw in mijn nek…”waarom moet jij het weer beter weten”… En daar heeft ze helemaal gelijk aan, maar ik hoop dat ik het belang van de ‘subtiele nuance’ kan aantonen….

Ik wil dat doen a.d.h.v. een paar citaten van Thomas Merton als hij het heeft over meditatie en gebed. De eerste drie komen uit een conferentie met de Zusters van Loretto(15 mei 1963) en het andere is een Thomas Merton antwoord op de steeds weerkerende vraag van zijn vriend Abdul Aziz naar zijn methode van bidden.

“Als je bid/mediteert meet dat dan niet af aan je eigen verwachtingen als je er mee begint… Je moet heel realistisch zijn in het spirituele leven – over alles – maar vooral als gaat om gebed.
Laat je gebed geen gevecht tegen de werkelijkheid. En de eerste werkelijkheid die er is ben jijzelf, en dat is de plaats waar gebed begint. Het begint met jou, en je hoeft niet van jezelf naar God te gaan, want God is in je. Alles wat je hoeft te doen is blijven waar je bent. Je hoeft dit ‘ basaal aards zijnde’ welke je bent, niet te ontvluchten en de ladder van Jacob op te klimmen helemaal naar de hemel waar God is. Want als je dat doet, zul je nooit bidden. Je zou niet kunnen bidden daar.
Je moet beginnen waar je bent en daar trouw aan zijn. Want God is in je zoals je bent, en verwacht niet van dat je iemand anders bent dan dat je bent. Aanvaard dat God een omvorming zal scheppen in je leven. Maar jij moet leren gewoon zo samen met God te zijn in je eigen leven zoals het is zodat Hij deze omvorming kan geven.” (54)

“Als we oplettend zijn voor dat wat is zijn we oplettend voor God en God raakt ons aan in dat wat is (werkelijkheid). Als met God bent zie je God in alles en iedereen …. Heel de schepping is de plaats waar God liefde zich manifesteert…”(56)

“God is in ons diepste innerlijk (true) zelf wat blijft zelfs als alles van ons is afgenomen. Alles kan verdwenen zijn maar God is in ons innerlijke midden en dat blijft als wij sterven. Echte vrijheid is in staat zijn om naar dat midden te kunnen gaan en daar te blijven.”(57)

“… Je vraagt me naar mijn manier van mediteren. Strikt genomen is mijn gebed heel eenvoudig. Het concentreert zich helemaal op de aandacht voor de aanwezigheid van God en op Zijn wil en Zijn liefde. Het is dus geconcentreerd op geloof, want dat is het enige waardoor wij Gods aanwezigheid kunnen kennen. Je zou kunnen zeggen dat dit aan meditate het karakter geeft dat door de profeten wordt omschreven als ‘voor God staan alsof je Hem zag’. Toch betekent het niet dat ik mij dingen verbeeld of me een bepaalde voorstelling van God maak, want dit zou volgens mij een soort afgoderij zijn. Integendeel, ik aanbid Hem als de Onzichtbare, die ons begrip oneindig te boven gaat. Ik word mij van Hem bewust als degene die alles is. Mijn gebed neigt heel sterk naar wat jullie fana noemen. In mijn hart is die grote dorst de nietigheid te erkennen van alles wat niet God is. Mijn gebed is dan een soort lofprijzing die oprijst uit die kern van Niets en Stilte. Het feit dat ik nog ‘zelf’ aanwezig ben, erken ik als een obstakel, waartegen ik niets kan doen tenzij Hijzelf het obstakel wil  wegnemen. Als Hij het wil, kan Hij dan het Niets herscheppen in totale klaarheid. Als Hij dat niet wil, lijkt het Niets voor zichzelf een object te zijn en blijft het een obstakel. Dat is mijn gewone manier van bidden of mediteren. Het is niet ‘over iets nadenken’, maar een zoeken, zonder omwegen, naar het gelaat van de Onzichtbare, dat je niet kunt ontdekken, tenzij je jezelf verliest in Hem die onzichtbaar is. Ik schrijf normaal gesproken niet over deze dingen en ik vraag je daarom hier discreet mee om te gaan. Maar ik schrijf dit als een bewijs van mijn vertrouwen in je en van onze vriendschap. …. “(349, 2 januari 1966)

Tot zover Thomas Merton. (vertalingen van mij en Dirk Doms)

Christelijke meditatie (en wie weet wel alle meditatie), of je nu ademt, loopt, zit, staat, ligt en/of stil bent, wil in verbinding brengen met deze werkelijkheid die is. Alle oefeningen willen een hulpmiddel zijn om ons te bevrijden uit de afleiding en verstrooiing en ons terugbrengen naar dat wat er allang is; God!!

De tweede geciteerde opmerking uit het boekje geeft mij de zorg dat mensen iets gaan zoeken en gaan zitten wachten op een ontmoeting/ervaring terwijl die er allang is! Nee en dat is geen spectaculaire ervaring. Oefenen in meditatie wil ons juist bevrijden uit de illusie dat het ergens anders is! Als je zit, ademt, loopt, kijkt, luistert, werkt, speelt is het er. Het was er zelfs allang.. Merk je het niet?

Maar misschien zeur ik wel vreselijk…

Damasio, Charles Taylor, Peter Sloterdijk en Janet Ruffin over ons Zelf

‘Het leven wordt voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen’ 

Søren Kierkegaard (1813-1855)

De anatomie van ons ‘zelf’

Het eerste boek is dat van Antonio Damasio. Een fascinerend relaas over het ontstaan van ons zelf/self door deze zeer beroemde hersenonderzoeker. Ik heb het als een detective gelezen. Een minutieuze analyse vanaf het eencellige bestaan tot ons bewuste zelf. Van ons protozelf, ons kernzelf tot ons autobiografische zelf. Centraal staat de zelfregulering om te overleven en het steeds verder verfijndere spel tussen lichaam en de hersenen die zijn ontstaan. Belangrijke tritsen als ‘wakker zijn, mind/geest en zelf’ en ‘protozelf, kernzelf en het autobiografische zelf’ en ‘emoties, primordiale gevoelens en de gevoelde gevoelens’ en de rol die de hersenstam, de thalamus en de hersenschors in dat alles spelen passeren de revue (Damasio Cultuur is een breinproduct). Al deze elementen in een fascinerende samenspel maken ons bewust zijn mogelijk. Hierdoor hebben wij een reflecterend zelf verkregen die kan nadenken over verleden, heden en toekomst en bewust kan vormgeven aan zijn toekomst. Dat doen wij in ons autobiografische zelf. Daarbij zijn wij diep verankerd in ons lichamelijkheid (=inclusief onze hersenen). Natuurlijk kan ik geen recht doen aan het rijke en evenwichtige boek. Als je tijd hebt een absolute aanrader. En natuurlijk begrijp ik alleen maar de grote lijnen. En dat de vertaler ‘mind’ vertaalde met ‘geest’ was voor mij zeer verwarrend. Ons woord ‘geest’ ligt daarvoor veel te dicht bij ons begrip ‘zelf’; ‘mind’ is toch echt iets anders. (Zie ook) En o ja, onze cultuurgeschiedenis (politiek, kunst en religie) doet hij af in 6 pagina’s. Dat kan ik natuurlijk niet serieus nemen… Daarvoor ga ik verder. Dit boek zegt niets bijzonders over ons verleden en helemaal niet over de toekomst… Alleen veel over het ‘hoe’ van ons bewustzijn.

Wat een dikke pil maar wat een fantastisch werk. Hij lag al bijna 2 jaar op de plank. Ik moest en zou hem lezen. Gelukt; tijdens mijn week op de Hezenberg als gastheer voor retraitegangers.. Mijn zoon had hem ooit weten te strikken voor de Ikon/LUX. Ik zou dit boek de anatomie van ons zelf in de morele zin kunnen noemen. De fundering, de reikwijdte en de verantwoording van wie wij willen zijn staat centraal. Een diepzinnige analyse van de  ‘morele’ bouwstenen die ons gemaakt hebben tot wie wij ‘willen’ zijn. Je moet er de tijd voor nemen maar dan krijg je ook iets. Ik ga natuurlijk het boek niet overdoen. Maar elke geestelijke begeleider zou dit boek moeten lezen om tot ‘onderscheiding der geesten’ te kunnen komen. Het gaat hier niet minder dan om de zorg voor ons zelf, voor onze ziel; onze identiteit. Hoe te leven! Wat is het goede leven. En dat is een morele vraag in de breedste zin van het woord! Het boeiende is dat elke Humanistisch raadsman dit boek in zijn opleiding ter bestudering krijgt. (hier een paar verhelderende artikelen: CHARLES TAYLOR /Kunnen we zonder religie /Het mysterie Recensie Taylor /Het project van Charles Taylor)

Was Taylor lastig om te lezen; dit van Peter Sloterdijk was vele malen moeilijker. Ik denk dat ik geen boek ken met zoveel moeilijke woorden. Maar ook dit loont! De schrijver wil een verheldering bieden, en dat doet hij m.i. ook, in de structuur en dynamiek van onze ‘zelfproductie’. Over hoe wij ons zelf individueel en collectief ‘produceren’ vanuit de ‘dwingende eis’ tot veranderen en verbeteren. Hoe steken wij onszelf in elkaar en ‘oefenen’ wij ons daarin. Alle ‘oefenscholen’ passeren de revue. Op den duur werd het boek voor mij een studie in ‘het onderscheiden van de geesten’. Welke bezielingen zetten de mens aan tot het werken aan zichzelf en welke oefeningen worden daarbij gebruikt. Ook dit werk is weer een must voor geestelijk begeleiders! Neem en lees! Zijn ontologische en structurele analyse van ons ‘werken aan ons zelf’ vond ik in ieder geval overtuigend (Je moet je leven veranderen – Peter Sloterdijk). Aan het het eind dichtte ik hem zelfs ‘profetische’ kwaliteiten toe. Daarmee bedoel ik dat hij een scherpe en verhelderende kijk bied op de huidige stand van zaken. Zij slotzinnen, ietwat versleuteld door mij: En als wij de grote catastrofe willen voorkomen zullen we ‘door dagelijkse oefeningen de goede gewoonten van gemeenschappelijk overleven eigen (moeten) maken’ (468). Interview Peter Sloterdijk

Ik herkende veel bij mijzelf als het gaat om de jaren zestig, mijn bekering en de verschillende vormen van spiritualiteit die bij mij de revue zijn gepasseerd. Ik was, n.a.v. Taylor, benieuwd uit welke bronnen deze filosoof put als het gaat om de vormgeving van ons leven. Helaas blijft het bij een spiegel. Het geeft wel inzicht maar opent voor mij geen weg/perspectief. Het inspireert mij niet maar gaf mij wel wel zeer veel te denken.
O.a., naar aanleiding van zijn sleutel metafoor van de ‘training’, de teksten op de sportschool kregen voor mij iets beklemmende… De spiritualiteit van het lichaam terwijl de grote catastrofe ons boven het hoofd hangt….

(Las toevallig vandaag het stukje van J.J. Suurmond over ons zelf; dat inspireerde mij wel..(Suurmond en zelf)

Het vierde boek is een recent boek van Janet K. Ruffing ‘To Tell the Sacred Tale’. Voor mij was het verassend om te zien dat alle vier de boeken de ‘narrativiteit’ van ons zelf een centrale plek geven. Wij zijn zijn, leven en maken mede ons eigen verhaal. Als wij reflecteren op wie, wat en hoe wij willen zijn denken en spreken wij in verhalen (zie o.a. De Praxis als verhaal /Levenskunst en narrativiteit). In dit boek is er echter naast ons zelf ook spraken van een Ander; God. En dat vind ik t.o.v. het boek van Peter Sloterdijk een ‘verademing’. Geestelijke begeleiding bestaat dan bij de gratie dat we ons verhaal vertellen; maar in dit geval omwille van de zoektocht naar de aan/af-wezigheid van God in ons verhaal. In de dialoog tussen die twee krijgt dat verhaal van God en je zelf vorm en inhoud. Zowel het vertellen is daarbij zeer belangrijk: hoe en wat vertel je als het luisteren in de zin waar je naar vraagt en waar je op reageert. Waarbij het naar het verleden en heden geduid wordt tot op God en geleefd naar de toekomst in de zin van passies en roeping. Vooral de theologie van de intieme verbinding tussen ons geleefd verhaal en Gods intieme/verborgen aanwezigheid daarin sprak mij; waarmee elk levensverhaal een ‘Sacred’ dimensie krijgt….

Hoewel…

Kerk als een tegendraadse oefenplaats? Herman Paul en Bart Wallet

Kwam een leuk nieuw boekje tegen. De inleiding pakte gelijk: een zoektocht naar kerk en geloven wat ‘verschil’ maakt / wat ergens toe dient / wat er toe doet: dagelijks / in de buurt / maatschappelijk / de toekomst van de aarde. Kerken als oefenplaatsen in tegendraads gelovig leven.  Negen tegendraads theologen passeren de revue. Maar alleen al deze inleiding deed mijn hart opengaan. Eindelijk weer kerk en politiek in een adem… (W.T. Cavanaugh). Hoe lang is dat geleden….? Dat er zelfs een theoloog als Tim Keller in stond vergroot alleen maar mijn plezier want het maakt mij nieuwsgierig. Ik zal elk interview langs gaan en door de (lees)tijd heen reageren. De beide schrijvers hebben een link naar het tijdschrift Wapenveld. Enkele portretten stonden daar al in. Kijken of ze me raken. Woorden die mij in ieder geval niet aanspreken zijn ‘morele vorming’ en ‘zelfverloochening’. Het laatste en het eerste zijn geen doel: het gaat er, m.i., om dat we ons laten raken door het appel wat aan ons voorligt en gaan handelen/geven uit die betrokkenheid. Het delen en geven van ons leven omdat we ander zien, horen en voelen. Liefde als offergave; opdat het goed wordt. (de rest van de inleiding is een irritant voorsorteren op vragen van de makers; alsof ik zelf niet kan lezen en bedenken…).

1. Richard B. Hayes Centraal thema van deze ontmoeting is de postliberale (Postliberal Theology) bijbeluitleg. Hoe lees je de bijbel zo dat je niet in de valkuil van het sterk historisch en kritisch lezen of van het letterlijk lezen. Dit vraagt een verbeeldende en narratieve lezing(= figuratief?) waarin de eigen werkelijkheid wordt wordt begrepen vanuit de werkelijkheid in het bijbel verhaal(Viervoudig schriftzin). Daarbij moet men wel het verhaal lezen in de context van heel het boek en de andere bijbelboeken. De ijkpunten die hij noemt zijn het Kruis, gemeenschap en nieuwe schepping(37). Waar ‘ik’ blijf in deze benadering zie ik niet? Ik mis de dialoof/interactie…

2. Stanley Hauerwas “Ik wijdde op 15-jarige leeftijd mijn leven aan de dienst van God, vanuit de gedachte dat als God mij niet wilde redden, ik Hem onder druk kon zetten door dominee te worden“43 Alleen al van zo’n zin wordt ik vrolijk van; een oprecht mens. En even verder..“Ik schaam me naar voor de manier waarop het evangelie (in de VS) wordt misbruikt  voor een programma van patriottisme en individualisme.” Onder invloed van Barth, Yoder en Jezus komt hij tot een radicaal pacifisme. In zijn benadering kwam de kerk als politieke gemeenschap van God met centraal daarin de eucharistie centraal. Een gemeenschap waarin naar alternatieven wordt gezocht voor euthanasie, abortus en oorlog. En niet de seculiere overheid al te zeer naar het zin willen maken. In mijn oren neigt hij nogal naar een ‘superieure’ positie van de gemeente t.o.v. de wereld maar is daar zelf heel dubbel in door zelf geen echt deel uit te maken van een gemeente…… In de rij van God, schrift, gemeente, liturgie en subject is het voor mij niet duidelijk waar hij de ‘autoriteit’ legt…

3. Samuel Wells Een man met het hart van een pastor, een geraakt zijn door de armoede en een goed stel hersenen die hij voor beide wil inzetten. .. een van de armste wijken… 15 betrokken volwassenen …. lag wakker .. foto van de mensen in de wijk in de kerk… het werd een verhaal met God in de hoofdrol.. zoals in de bijbel..60 Voor hem spelen zijn preken een heel belangrijke verbindende rol. Maar naar aanleiding van de keren in de VS zegt hij ook: Het is prachtig iedere zondag voor 1.200 mensen te preken maar je liegt tegen jezelf als je denkt dat het Koningkrijk van God dichterbij is omdat er meer mensen voor je zitten”62. Werkelijke beslissingen over het leven in deze wereld zijn ingebed in een leven van navolging, waarin het karakter wordt gevormd en gekneed”65. Zijn focus is dus de morele karaktervorming in de christelijke gemeente. De kern zit in het handelen en niet in de intellectuele doordenking. In werkelijke handelingen van compassie. Niet het woord maar het leven; sacramenteel handelen. Een ‘dramatisch’ gebeuren noemt hij dat. Een leven dat de ‘verbeelding’ prikkelt en waar ‘verzoening’ gebeurd.

Ik stop er mee. Het wordt teveel. Ik schrijf bij elke theoloog een leuk citaat en daar houd ik het bij. Er komen er nog een paar voorbij wier theologie gegrond is in echte existentiële lijdenservaringen. Het maakt dat het echt ergens om gaat! Van N.T. Wright en Tim Keller snap ik niet dat ze er bij staan? In de maatschappelijke zin absoluut niet inspirerend. Dan had ik Huub Oosterhuis leuker gevonden? Trouw: ‘Red hen’ Oosterhuis

Ik vind het voor een leek veel te moeilijk(vraagt veel kennis / veel onbekende namen en termen voor mij) maar als je daar overheen leest is het een fantastisch boekje wat kerkzijn weer bij/in de tijd wil brengen. En dat is veel meer dan ethiek. En waar dan de autoriteit ligt: God / Traditie / Politiek / Gemeente / Liturgie / Bijbel / Jezus / Geest / Sacramenten / de lijdende / mij? Als het zoden zet aan de dijk van Gods Koninkrijk ben ik blij… (ben wel benieuwd naar wat Frits en Bert hiervan vinden)

4. Oliver O’Donovan

“Je vertelt de ander niet wat jij denkt, maar vraagt hem hoe zij tegen de dingen aankijkt”

5. Bernd Wannenwetsch

“Ik denk dat we een soort seismografische gevoeligheid zouden moeten ontwikkelen, die ons leert in te zien wat in welke tijd de moeite van het signaleren, ontmaskeren of bestrijden waard is.”98

6. Brian Brock

“De vraag is dus niet hoe het met onze christelijke karakter eigenschappen staat, maar of we God ontmoeten, of we zijn stem horen, of we zijn verborgen omgang kennen. (o.a. in het zingen van de PsalmenAlleen zo’n leven de omgang met onze Schepper leert ons hoe te leven, wat voor relaties we kunnen aangaan, hoe we voor onze kinderen kunnen zorgen, welke producten we het best kunnen kopen en tegen welke slechte gewoonten we te strijden hebben.” 115

7. Miroslav Volf

“Het christelijk geloof is niet westers, Amerikaans, kroatisch of Nederlands. Als dit besef verdwijnt, dan wordt het tijd voor een verklaring als de Barmer Thesen – tegen het tribalisme, tegen elk groepsdenken dat zich tooit met christelijke frasen of symbolen.”127

“Instead of reflecting on the kind of society we ought to create in order to accommodate individual or communal heterogeneity, I will explore what kind of selves we need the be in order to live in harmony with others” 129

8. Tom Wright

“Ik raakte in het onderzoek gefascineerd door karaktervorming en transformatie. (zijn bestudering van Paulus) En daaruit kwam duidelijk naar voren dat je wordt wat je aanbidt.” ( zijn laatste twee boeken zijn wel een echte aanrader!)

9. Tim Keller

En ter relativering: ‘Als je het begrijpt, dan is het niet God’ (Augustinus)

Zie ook: Ronald van den Oever en Jos Douma maar bij hen mis ik volledig de politieke en maatschappelijke dimensie van de oefenplaats. Wat juist bij deze denkers heel centraal staat. Zij associëren het begrip oefenplaats met spiritualiteit en daarmee lijkt de maatschappelijke dimensie van het tegendraadse uit het beeld te verdwijnen..?

Hoe meer ik van hun leeswijze lees hoe geschokter ik ben. Maar mischien ben ik degene die de verkeerde bril op heb….? Eerst heet het ‘tegendraadse theologen over kerk en ethiek’ (ondertitel). In hun reactie pakken ze het woord oefenplaats en tegendraads en verbinden dat met spiritualiteit. Vervolgens gaat het helemaal niet meer over bijbeluitleg en de maatschappelijke werkelijkheid (zie Cavanaugh). Het woord spiritualiteit ben ik nauwelijks tegengekomen in het boek. Bijna manipulatie….?

Getijdenboek of Psalmen brevier? ….. ePsalter

Wat is dit leuk..! Naast het vertalen van teksten van Thomas Merton heb ik nog een hobby gevonden. Het maken van een digitaal psalmen & gebeden boek. Ik ben halverwege maar weet nog niet hoe ik het moet noemen.

Getijdengebed? / Brevier? / Vieringen voor thuis / ePsalmvieringen / PsalmenApp Ik denk nu: Psalterium in e. Maar het wordt: ePsalter.

Laat ik bij het begin beginnen. Medewerkers van de Spil kwamen n.a.v. bezoekers aan het retraitecentrum op het idee om een eenvoudige viering voor thuisgebruik te ontwerpen aan de hand van de 150 psalmen. Een prachtig monnikenwerk. Alle betrokkenen hadden ervaringen hiermee als liturg in de kapel. Begin 2007 zijn we daarmee begonnen en we waren augustus 2011 klaar. Zelf liep ik al veel langer met het idee om er een eBook van te maken maar ja hoe doe je dat? En toen was er de iBooks app plus de Author versie… En nu ben ik klaar!!! Mijn bedoeling is om het gratis te verspreiden. Dat betekent dat mensen het volledige werk op hun iPhone, iPod en/of iPad kunnen zetten. Uiteraard moeten ze dan wel de iBooks 2 app hebben. Ik ga er van uit dat je hem ook op je computer kunt zetten.  In mijn fantasie is hij in ‘no time’ verspreid en gaan mensen er hun eigen psalm en gebeden boek van maken.

Ben inmiddels op onderzoek gegaan in welke digitale vorm ik het moet gieten: ePub /Kindle /iBooks of…? Ik heb nu twee versies: ePub(=iBooks) en Pdf. De verspreiding via Dropbox geeft nog een probleem. En een eigen website: ePsalter.com

Humanisten en Spiritualiteit

‘Daar hebben humanisten het niet zo over’

Eindelijk heb ik het boek van Suzette van IJssel te pakken. Een proefschrift waar lovend over geschreven werd in 2007 maar wat ik toch te duur vond. Regelmatig ‘Boekwinkeltjes’  bezoeken en ja hoor ik kwam het tegen. Ik was heel benieuwd hoe zij als humanist dit ‘verschijnsel’ zou bespreken. Een paar van haar uitspraken en haar omschrijving van het fenomeen wil ik proberen zo letterlijk mogelijk weer te geven.

> Spiritualiteit heeft betrekking op een dieptedimensie in het menselijke bestaan die enerzijds spontaan kan worden ervaren en anderzijds bewust kan worden opgezocht (75)

> het is de geleefde existentiele, fundamentele en centrale of basale  dimensie in alle werkelijkheid die alle andere (somatisch / psychisch / sociaal / moreel) in zich meedraagt (22)

Spiritualiteit als geleefde werkelijkheid wordt getekend a.d.h.v. een aantal kenmerken (hoofdstuk 3)

> Het is een bijzondere werkelijkheidservaring van
– verbondenheid en eenheid
– relativering van het ‘ik’
– gratuït / niet organiseerbaar
– van transcendentie / openbrekend
– transformatief
– zin en geluk
– overstijgen van tijd en ruimte

> Spiritualiteit is een dynamisch omvorminsproces

> Spiritualiteit staat open voor nieuwe interpretaties van de werkelijkheid (zelf / wereld / leven / lijden / dood)

> Het is een levenshouding met een aantal kenmerken
– onvoorwaardelijke openheid
– levensbeamend
– onthecht / gedecentreerd
– aandachtig en open voor transcendentie

> een verzameling van praktijken; praxis die bovenstaande werkelijkheidservaring dichterbij brengt
– rituelen
– symbooltaal
– oefeningen (mantra / gebed / meditatie / dans); focus op:
> lichaam > gevoel > denken

Wat mij nu zo veraste was de overeenkomst met mijn eigen invulling. Zij ziet het dan ook als een universeel fenomeen waar de humistische begeleider om mee te dealen heeft bij de mensen die hij ontmoet. Zij defineert spiritualiteit daarbij als een fenomeen wat midden in het leven/lijden staat waarbij de raadsvrouw die de ander helpt hun gebrokenheid zozeer te beleven dat zich daardoorheen een andere – hele of geheelde – werkelijkheids- en zelfbeleving aan kan dienen. (24) Wie mij een beetje kent weet dat dit op mijn lijf geschreven is!

Daarnaast is het eerste deel gewoon een heel mooie overzichtsstudie van spiritualiteit. Dat er nooit een handelsuitgave is verschenen?

Tip? Handboek Christelijke Meditatie

im Edelsten, im Grunde, ja, im Sein der Seele, das heiβt im Verborgensten der Seele; dort schweigt das »Mittel«

(Meister Eckhart; Deutsche Predigten und Traktate von Josef Quint. Blz. 416, regel 23)

Op de site van Lex Boot vind je uitgebreide informatie over het ‘Handboel Christelijke Meditatie’. Ik was benieuwd. In de titel had ik zelf liever de term ‘contemplatie’ gezien i.p.v. ‘meditatie’ omdat de laatste term mij te ‘actief’ en ‘cognitief’ klinkt. Mij spreekt de ontvankelijkheid en openheid die inherent is aan de ‘contemplatievebenadering veel meer aan. De ‘methoden’ en ‘technieken’ die erin beschreven staan doen namelijk helemaal niets. Ze willen je alleen maar helpen dat te gaan zien wat er allang is! Eigenlijk zijn het vormen van ‘ontwaken’. Maar…; gewoon eerst lezen. Ben benieuwd.

1001004011549157

En toen….

Laat ik beginnen met wat het wel is. Een zeer grondig overzicht van allerlei ‘Meditatie’ vormen (zie daarvoor de site van Lex boot). Met een paar inleidende hoofdstukken die christelijke meditatie theologisch en historisch ‘afbakenen’. Het is als handboek zijn geld dubbel en dwars waard. Maar raakt het boek mij nu? Inspireert het mij tot… Ik merkte dat ik dat punt knap teleurgesteld raakte…

‘We zijn theologische vertrekpunten en historische lijnen langsgelopen….volgende hoofdstukken gaan over vertrekpunten om tot de goede meditatieve basishouding te komen..(75)’

Dit korte citaat typeert wat mijn betreft de benaderingswijze van de (christelijke) meditatie van dit boek. Het begint in de theologie en denkt daarmee de geleefde werkelijkheid dienend te beschrijven. Volgens mij een ernstig euvel in veel kerken? Hoe kan je zo’n existentieel en spiritueel fenomeen, hetgeen meditatie in de eerste plaats is, waarlangs het verlangen van mensen zich een weg zoekt naar verlossing/ verlichting/ God/ echte ontmoeting&ervaring / het echte zelf / het echte leven, vanuit dat vertrekpunt inspirerend benaderen? Dat heeft natuurlijk alles met mijn leeswijze te maken. Ik werd er een beetje nijdig van; het gaat over meditatieve oefeningen binnen spiritualiteit maar is zelf geen spiritueel boek. Het gaat over de Lectio maar het raakte mij niet (dan alleen in mijn allergie). M.i. hadden ze in de geleefde spiritualiteit moeten beginnen en vervolgens theologie moeten gaan beschrijven ten dienste hiervan; het openen van diepte perspectieven. Dat God er allang is, maar dat wij dat niet zien; dat wij allang in Hem bewegen, maar onwetend zijn en dat het loslaten van die rationele discursieve theologie iets heeft van de schellen die van je ogen vallen. Zelf heb ik dat te danken aan Thomas Merton en Ton Lathouwers en zijn benaderingswijze van Zen. Bij bij beiden krijgt die zoektocht niet het karakter van een ‘methode’ maar van een gevecht op leven en dood: om het leven van/voor allen. Het grote mededogen… Alle meditatie wordt daarmee een weg om ….; geen doel op zich?
Een tweede kritisch punt is dat het ‘christelijke’ in dit boek m.i. meer het karakter van de ‘PKN’/ de protestantse kerkelijke christus heeft dan de dienstknecht gestalte van Christus die impliciet en expliciet in mijn en onze geschiedenis zich incarneert(Karl Rahner). Want dat is volgens mij meditatie: gedoopt worden/kopje onder gaan in die werk-elijkheid. En daar gelaafd uit opstaan.
Een derde punt is dat het Boeddhisme, in de inleiding, me te nadrukkelijk op een tweede plan wordt gezet en dat terwijl zij juist een weg van verlossing in/uit het lijden wil bieden. het is hier en daar mij een beetje te exclusief (niet bij Kick Bras!) i.p.v. inclusief. Het zal daarmee voor de hoofdstroom in protestants Nederland een zeer leesbaar boek zijn.

Het is en blijft echter een prachtige uitgave en overzichtswerk van de meeste ‘contemplatieve'(= als ziende de Onzienlijke en leven!) methoden die er op dit moment zijn en wat theologie en geschiedschrijving daarover(de retraite ontbreekt). Nogmaals; er staat heel veel in en als Handboek is het zeer bruikbaar. In Trouw een positieve bespreking van dit boek (Handboek).