Drenkeling

‘I got nothing, Ma, to live up to….’        Bob Dylan

Vanmorgen om 6.30 uur wakker. Dromen over mijn werk en mensen van vroeger die heel belangrijk voor mij waren; mensen waar ik erg tegenop keek. Eigenlijk heb ik heel veel mensen gekend die heel belangrijk voor mij waren maar waar ik het contact mee ben kwijtgeraakt door alle verhuizingen en veranderingen in mijn leven.

Gevoelens van paniek en wanhoop houden mij verder wakker. Ik word het laatste jaar veel wakker in deze stemming. Op zo’n moment ben ik de weg kwijt en heb ik nergens meer contact mee. Ik voel mij een drenkeling die zich nog vastgrijpt aan wrakhout. Ik voel mij een verroeste robot die zich nog maar heel moeizaam kan bewegen temidden van levendige en vitale mensen… 540x840En dat is fysiek helaas ook zo.

Ik heb net een boek uit over angststoornissen. Wat mij opviel was het isolement waar die stemmingsstoornis je in brengt. Ik probeerde mijn dromen en gevoelens met mijn vrouw te delen. Op zo’n moment kan ik nog alleen maar in beelden denken en communiceren.

Natuurlijk heeft dit alles te maken met mijn laatste twee blogs (Losing & Pensioen). En blijkbaar is het voor mij heel moeilijk om mijn stemming en de werkelijkheid te ontkoppelen… Mijn vrouw zegt dat ik depressief ben en op zoek moet gaan naar een nieuw medicijn.

Wrakhout

Now everything’s a little upside down, as a matter of fact the wheels have stopped    Bob Dylan

pexels-photo-2336927.jpeg

Foto door Aneta Foubu00edkovu00e1 op Pexels.com

Verdwaald / Lost

Now, little boy lost, he takes himself so seriously      Bob Dylan

maksym-kaharlytskyi-1KdnEeZ-gLU-unsplash

pexels-photo-1051321.jpeg

Foto door Alex Smith op Pexels.com

Dood spoorhoach-le-dinh-5DJqsjAYlmk-unsplash

end-588614_1920

Verbinding verbroken / Onthechtdaniel-monteiro-LBq38gFYVdY-unsplash

barbed-wire-1785533_1920

Mijn hoop en vertrouwen kwijtchurch-53194_1280

(Ik lees door de links nog eens een paar blogs terug uit 2013. Ze hebben iets van een herhaling van zetten? Writers blockLost & Een echte depressie? & Depressie 4)

En de steeds terugkerende vraag: stink ik er weer in? Maar uit die ‘emotie-wolk’ stappen doe je ook maar niet zo… Het is alsof het aan alles verkleefd zit.

Mijn ‘lijden’ de angel ontnomen?

Het was pijnlijk lang geleden dat we elkaar zo persoonlijk ontmoet hadden. Nu zelfs met z’n vieren; zijn vrouw en mijn vrouw erbij. Ik ken hem vanaf onze Noorwijkse tijd. Ook bij hem was mijn introductie ‘angst’… Ik wilde graag bevriend met hem raken maar vertelde hem dat ik ook bang was. Wist ik veel toen? Mijn pensioenverhaal en mijn therapie kwamen aan de orde. En toen de zin van hem: “Eigenlijk hoor ik in al die jaren steeds hetzelfde verhaal…”. Alsof hij niets nieuws hoorde… Ik gaf er verder geen aandacht aan maar hij bleef wel haken. Was het omdat ik mij niet serieus genomen voelde? Dat hij de ernst van mijn situatie niet erkende? Nee; daar kende ik hem te goed voor. Ik had nooit tevergeefs bij hem aangeklopt met mijn wanhoop en getob. Nee; er klonk een diepe waarheid doorheen…? Maar wat was dan die ‘waarheid’. En wat moest ik daarmee?

Was het de relativering van mijn ervaring? Ben ik met grote regelmaat ‘ernstig in de problemen’? Ja dat klopt. Hoe vaak heb ik met mijn ervaringen van angst, depressies en wanhoop niet aangeklopt bij mijn vrouw, dominees en/of schrijvers van ‘pastorale’ boeken. Dat laatste heeft een hele ‘spirituele bibliografie‘ opgeleverd. Ik zit nu voor de derde keer al weer bijna twee jaar in therapie. Steeds is er sprake van diepe existentiële/spirituele angst en wanhoop; desolation. Maar in mijn dagelijkse leven is er vrijwel niets aan de hand? Mijn leven is op mijn kindertijd en jeugd na helemaal geen aaneenrijging van tegenslagen! Integendeel; ik ben een rijk gezegend mens met nooit financiële problemen en vier geweldige kinderen die het ook nog eens goed doen in het leven. En geweldig lieve vrienden! En natuurlijk een leuke vrouw. Alsof ik steeds weer heb te dealen met spoken in mijn hoofd die niets te bieden hebben? Demonen zonder macht? Het lijkt steeds net echt maar dat is het niet? Maar de lijdensdruk is iedere keer zo hoog! Ik beleef die situaties altijd weer zeer intensief en alsof ze steeds weer ‘nieuw’ zijn. Ik zie mijn leven op zo’n moment niet anders dan doordrenkt van wanhoop en angst. Ik verlies elk perspectief op de werkelijkheid…

Pixabay

Wat dan als dat zo is? Als dat ‘maar’ een ervaringsstemming is van vanaf het begin? Een soort PTTS, een ‘trauma’ dat elke keer van zolder wordt gehaald maar wat werkelijk helemaal niets zegt van mij / over mij en over mijn werkelijkheid? Een ‘wond’ van vroeger? En kan ik worden verlost daarvan? Die stemmen/ogen/reacties van mijn vader en moeder en de religieuze context van mijn jeugd: “Jij bent diep en diep slecht en kwaadaardig!” & “Der komt niets goeds van jou!” & “Jij bent veroordeeld tot de hel; gedoemd” & “Er komt niets terecht van jou!” & “Ik heb nooit een dag plezier gehad van jou!” & “Je had nooit geboren moeten worden”. Dit zijn allemaal stemmen die zich in mijn ziel hebben gegrift en zich aan mijn hoofd en hart hebben verkleefd. Een zuchtje wind, een blik, een halve opmerking, een klein beetje kritiek, de minst of geringste ‘tegenslag’/hobbel en ikzelf misschien nog wel het meest, geven aanleiding tot deze emotiestormen.

Moet ik niet eigenlijk steeds weer de tijd nemen om deze spookwolken/oprispingen tot rust te laten komen? Er ‘doorheen’ zien en te geloven/weten dat het goed is & goed komt?

Dat heel onze/mijn werkelijkheid gered is? Dat het goed is en dat het goed komt. En dat het zeker aan mij is wat ik hiermee en hier en nu doe? Dit wetend en dan verder: als vader, partner, vriend, opa en wat ik verder in mijn hand vind om te doen. Wat er er voor mij ligt om mij in te investeren. Ook nu dus in mijn pensioen.

Photo by Antonio Grosz on Unsplash

Hoe hervind ik, steeds weer opnieuw, die helderheid. dat perspectief? Dat zou ook iets meer rust geven aan mijn vrouw omdat ik steeds weer aanklamp bij haar in mijn paniek en wanhoop. Ik moet mijn ‘stemmingen’ niets steeds weer zo serieus nemen… Ze misschien wel recht in het gezicht uitlachen… Ze zijn ‘niets’… Niet waar; en ook nooit geweest…

Heilzame ontwrichting gecreëerd door een terloopse opmerking van mijn zeer goede vriend Gerhard… Overigens was deze ervaring er misschien niet geweest als al niet eerder een van die opmerkingen uit mijn jeugd, die tot ‘innerlijke overtuigingen’ waren verworden, in de therapie met Marjoleine Streefkerk was ontmaskerd als illusie… De dynamiek van toen kwam hierin terug. Ik herinnerde me die ervaring en kon de overeenkomsten daarin zien…

Natuurlijk speelt hier temperament ook een heel belangrijke rol. Ik kijk de laatste paar jaar in een spiegel bij mijn kleinzoon. Voor hem zijn alle ervaringen een van strijd op leven en dood. Noem het ‘overdrijven’ maar hij beleeft het als echt als hij roept ‘nu ga ik dood’ als zijn vinger bloed. “Nooit” en “altijd” zijn vaak gebruikte evaluaties als er iets tegenzit. Zijn wij zeer gevoelig? Hoogsensitief? Zeer emotioneel? Ja dat herken ik allemaal. Maar ook moet dus een uitdaging zijn voor zijn opvoeders en later voor hemzelf en nu dus ook van mij om te dealen met deze erupties. Hoe zijn die ervaringen te begeleiden en tot een goed eind te brengen. Ontkennen en onderdrukken helpen niet. We hebben het hier dan over reguleren en mentaliseren. Maar dat is een verhaal op zich…

Thomas Merton’s Brief over ongeloof

Ik zie deze brief als een antwoord op mijn blog over “Losing my religion”.

[De brieven van Thomas Merton, zo geïmproviseerd en grammaticaal onverzorgd als ze kunnen zijn, geven een kijkje in zijn ‘religieus bewustzijn’ op bepaalde momenten in zijn leven. Op een manier die zijn ‘bewerkte’ boeken niet konden laten zien. Deze brief is een van de meest ‘onthullende’ inkijkjes in zijn persoonlijke gedachten, van zijn inzichten die gepubliceerd zijn. Je ziet in deze brieven ook hoe zorgvuldig hij contact probeerde te maken met onbekenden die hem schreven. Merton beoefende hier op een prachtige en sublieme wijze de ‘monastieke gastvrijheid’.] (Bron: Jonathan Montaldo)

10 November 1966, Aan Katharine Champney

Je stelt een heel belangrijke vraag die ik waarschijnlijk niet kan beantwoorden. Ik verzeker je dat ik min of meer ‘gaandeweg’ denk, misschien zelfs improviserend. Je zult dus begrijpen dat ik zeker niet zal beweren dat ik er veel meer van weet dan jij. En ik ben zeker niet in de positie om “vraagstukken” in een handomdraai uit de weg te ruimen, of ze nu religieus zijn of niet. Ik kan niet meer zeggen dan dat ik er naar kijk vanuit een bevoorrechte positie welke niet de jouwe is en evenmin die van je religieuze vrienden. Of ik dat aannemelijk kan maken of niet, weet ik niet. Maar laat ik van begin af aan zeggen: er zijn vele redenen waarom ik denk  dat de vraag, of iemand wel of niet een gelovige is, onmogelijk op te lossen is- en het is zelfs de vraag of dat er toe doet-. Natuurlijk, in de abstracte zin, doet het er toe, is het cruciaal, het is de vraag, etc. etc. (ik weet in ieder geval dat die keus op die manier wordt voorgesteld). Maar in de dagelijkse werkelijkheid, historisch gezien, is er sprake van veel ruis en verwarring en is de hele zaak  zo onmogelijk duister geworden dat er (en dat tezamen met alle strijd en onzin die er is geweest), naar mijn mening, met iedereen, die nog nooit serieus getwijfeld heeft, wel iets aan de hand moet zijn. Je zou eigenlijk moeten twijfelen. Als je vrienden zeggen dat jij een gelovige bent, en zij geven jouw dat compliment, er van uit gaande dat zij de waarheid genoeg respecteren om daar oprecht over te zijn. En evenzo dat, als jij niets daarvan kan zien, jij niet zult zeggen dat je wel iets ziet. 

En daar gaat het nu juist om. Dat is exact wat ik ook doe. Geloven is niet alleen niet zien, maar het is ook een vastberaden weigering te zeggen iets te zien wat je niet ziet. Ik was een ongelovige tot op de dag dat het tot mij doordrong dat de absolute leegte van het niets, waarin ik onmogelijke iets kon zien of horen, tegelijkertijd de absolute volheid van alles was. Dit was niet zozeer een religieus inzicht maar veel meer een metafysisch Zen-achtige iets. En met de religieuze implicaties die later daarop volgenden, zonder dat zij het negatieve perspectief ten diepste aantasten(omdat er nu eenmaal geen adequaat idee over God kan zijn). Om het maar heel bruut te zeggen, jouw “iets zonder naam”, zonder dat het ophield om volledig Niets te zijn, reed over mij heen als een zware vrachtwagen. Het vervelende echter, van het op deze manier vertellen is, dat het de zaken niet minder verwarrend maakt: laat me dus duidelijk zeggen dat ik niet suggereer dat jij op een ochtend wakker moet worden met dit gevoel. Wat ik alleen maar zeg is dat dit in de metafysische zin zo is(zijn zit op deze wijze in elkaar). En sommige mensen zouden wel eens een special gave kunnen hebben om zich dit tot zich te laten doordringen. Een gave die ik misschien heb, als poëet. Een persoon die vertrouwd is met religieuze en literaire tradities etc. etc. etc. Maar dat zegt nog niets en het veranderd het feit niet dat als je het niet ziet, het niet belangrijk is.  

“Alleen,” Ik ben totaal op mezelf teruggeworpen in deze Leegte. God is geen “object” waar ik “samen mee” ben en het is zinloos om te luisteren om “hem te horen”- net zo  nutteloos als de poging om de ogen te zien waarmee je ziet. Je kijkt gewoon en alles valt op zijn plaats. Nog een, als je het niet ziet, het doet er niet toe. Jij zult ongetwijfeld andere manier hebben om daar te komen. Jouw formulering van “iets zonder naam dat ons tegelijkertijd met elkaar verbind…” is dezelfde als de “grond van mijn-ons eigen zijn”. Het is, okay, eerder een filosofisch dan een religieus inzicht.  

Nu zul je inmiddels wel geïrriteerd geraakt zijn over mij en denken dat ik met een smerig trucje wegkom waarvan ik beloofd had dat ik dat niet zou toepassen: dat ik je ongemerkt zou beroven van je ongeloof. Dat ik je, ondanks jezelf, verheven heb tot het gezellige niveau van de gelovigen. Nee, dat heb ik niet. Jij bent een ongelovige. Het enige is dat ik dat ook ben, maar dan op een andere manier. Je zult zeker bij mij terugkomen, en natuurlijk, als jij sommige van mijn (eerste) boeken leest, mij zult duidelijk maken dat ik gigantische bouwwerk heb geproduceerd vol religieuze denkbeelden, overwegingen, en nog veel meer. Maar wat de mensen schijnbaar niet zien is dat in met dezelfde adem als waarmee ik dat heb gezegd ik ook zei: “maar dat is het niet”.

De positie waarin ik dus verkeer verschilt dus maar in een ding: dat ik me volledig op mijn gemak voel bij de traditionele religieuze concepten. Ik kan ze gebruiken, ik ken hun grenzen, en – ik heb ook door dat ze eigenlijk nergens naartoe leiden. Wat je ook zegt, wat je ook ervaart, hoe vaak je “God” ook hoort, etc., etc., het is allemaal leeg. Het is niets. Het is illusoir.  Het is misleidende informatie, behalve voor diegenen die het op de juiste wijze verstaan. Aan het eind komen we allemaal min of meer terug op de plek waar je allang was, “iets on-noembaars….”. Natuurlijk; daar is Christus. “Maar Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een dienstknecht aangenomen….. de dood aan het kruis…”. Dit betekent hetzelfde als dit alles tot niets herleiden, tot iets onnoembaars, je weet niet wat het is, je hebt er geen controle over, je kan het met je geroep niet afdwingen, je hebt in ieder geval geen recht op een antwoord; laat staan dat je het krijgt(ik zeg “je”, maar voor mij geldt hetzelfde). Kort gezegd; het feit dat ik een gelovige ben geeft mij in ieder geval niet het voordeel wat jij verondersteld: dat ik het recht heb op stemmen en vertroostingen die aan jouw geweigerd worden.

Het enige waar ik recht op heb is mijn persoonlijke weg, die mij linea recta de leegte en de wildernis in leidt zonder ook maar over mijn schouder te hoeven kijken om te zien of er iemand met mij mee gaat. Ik weet dat heel veel mensen mee optrekken: mensen zoals jij, die in dezelfde woestenij verkeren, maar die het niet op dezelfde wijze kunnen begrijpen zoals ik. En eerlijk gezegd, ik denk niet dat dat erg is. De “vertroostingen van religie” zijn iets waar jij het , in jouw concrete geval, net zo goed zonder moet doen- ze zouden je kunnen verleiden te denken dat je iets hebt als ze je gegeven worden.   

Dat is ook mijn gevecht met religieuze mensen. Zij verkopen antwoorden en vertroostingen. Zij zitten in de verzekeringen business. Ik geef je geen andere verzekering dan dat ik je leegte ken en dat ik daar ook in ben, maar dat ik daar op een andere manier naar kijk. Het is niet zo dat ik vrolijker ben. Maar ik zie er de zin van in; zo zie ik dat in ieder geval. Laat me dit zeggen, voor mij is het geruststellend geweest om Zen mensen en Moslim meesters e.a. tegen het lijf te lopen en te ontdekken dat we elkaar volkomen begrepen. En ik haast me te zeggen dat je dat gevoel ook weer niet hoeft te hebben. Toevallig heb ik, in een eerdere en minder gepolijste versie van dat artikel, gezegd dat ik mij meer thuis voel bij ongelovigen dan bij gelovigen,** In een bepaalde zin is dat ook zo. Helaas ik kan niet zo gemakkelijk ontsnappen aan de plaatsvervangende schaamte die kerkelijke mensen voortdurend bij mij oproepen.

Dus, vriendin Katherine, ben ik niet Vader Merton van binnen de warme kerk die jouw uitnodigt om bij het vuur te komen zitten van positief denken of zoiets. Ik sta buiten in de kou met jou want (vergeef me de kretologie) ‘God is daar waar Hij niet is’. En misschien is daar de kerk ook wel(waar al de mijters afgezet zijn en alle ambtsgewaden in de kast opgeborgen zijn). Ik ga hier niet verder op in, ik denk dat ik genoeg heb gezegd om duidelijk te maken dat ik denk dat die hele geloofsonderneming en de totale boodschap van het geloof op zoek is naar een hele nieuwe taal- of helemaal tot zwijgen komt. Vandaar dit antwoord op je vraag: als God niet tegen je spreekt, is dat niet jouw fout. Het is de fout van die hele mentaliteit die de indruk wekt dat Hij voortdurende tegen mensen zou spreken. Zij die het luidst roepen dat ze Hem horen, zijn mensen die je niet moet vertrouwen. Maar, daar tegenover, is er een weg van verstaan waarin niet-horen horen is. Misschien is dit allemaal wel te spitsvondig en subtiel.

**Zie Merton’s artikelen “The Unbelief of Believers” and “Apologies to an Unbeliever” in de bundel Faith and Violence: Christian Teaching and Christian Practice (University of Notre Dame Press, 1968)

[Thomas Merton Witness to Freedom: Letters in Times of Crisis. William H. Shannon, editor (New York, Farrar, Straus & Giroux, 1994): 327-329]

(Vertaling Rinie Altena)

In therapie (3) ‘Be-Vindplaats’ van ‘Gd’

“Is there a place we can go?” 

Dia1Nu restte mij de vraag nog: waarheen? Waar moest ik in al die ‘turmoil’ naartoe? Is er een plek, iemand, een ruimte waar ik naar toe kan gaan? Ik had de 5 modi beschreven/getekend als cirkels in de rondte in mijn dagboek. Moest ik mij verdiepen in mindfulness zoals mijn vrouw en mijn therapeut suggereerden? Op de een of andere manier kreeg ik daar geen affiniteit mee. Ik vond het te ‘afstandelijk’, te ‘gedissocieerd'(natuurlijk te kort door de bocht!). 1001004002726626Voor mijn gevoel stond ik er dan teveel naast/tegenover en niet genoeg middenin en te weinig er ‘doorheen‘. Hoe kon ik mij goed verhouden hiermee? Waar ben ik ‘Zelf’ in dit alles? Ik wist dat geen van die 5 stemmingen mijn ware Zelf konden zijn. Daarvoor waren ze of te negatief of te voorbijgaand van aard. Alles gaat voorbij, niets werkt, niets is blijvend. Alles is een voorbijgaande configuratie van situatie, moment, handeling en stemming. Achter alles staat een komma, Maar:

Is there a place we can go,
Is there anybody we can see?                 Bob Dylan

Eind september (28-29?) gebeurde er iets waardoor het weer ging stromen… Op de een of andere manier wist ik dat ik er ‘middenin’ moest zijn. Nu was het niet voor het eerst dat ik die kant op werd gestuurd, maar toch. Het is niet ‘buiten’ of ‘ergens anders’ of ‘niet dit’ of ‘wel dat’ of ‘boven’ of ‘beneden’ of ‘omheen’. Hoe kon ik hier ‘middenin’ zijn zonder ‘erin-op-te-gaan’? Want erin-op-gaan’ was ‘verzuipen’. Of moest ik erin-verzuipen; sterven…? Maar laat ik niet vooruit lopen op de feiten. Ik maakte een tekening met daarin een ‘kern’/’plek’/’ruimte’/’midden’. Het was een spontane ingeving (heeft volgens mij ook te maken met mijn nogal ‘exacte’ inslag; ik wil visualiseren/schematiseren).Dia1 In die middenruimte schreef ik wel meer dan 40 typeringen…Dia1

51T59TmD0FL._SX331_BO1,204,203,200_60Natuurlijk is die lijst van typeringen van de kern heel persoonlijk. En ‘natuurlijk’ is die lijst christelijk ingekleurd. Maar waarom wil ik mijn therapie voorzien van zo’n mystiek/spiritueel perspectief? Ik geloof dat dat niet anders kan & mag. Het gaat niet zonder. Hier is in de V.S. veel over geschreven en de KSGV in Nederland/Belgie houdt zich daar zeer nadrukkelijk mee bezig. Waarbij ik er van uit ga dat er ook een atheïstisch spiritueel perspectief is. Op basis van mijn levens-/leerweg kan ik het ‘karakter van mijn plek’ aan de hand van een paar beelden typeren. Beelden die voorlopig een ‘eenzaam’ kenmerk hebben. Op de rol van ‘een ander‘ kom ik nog terug. In dit blog heeft dat ‘midden’ een sterk individueel karakter. maar ik wil die plek wel in een bepaald licht & perspectieven zien…

Prefrontale cortex

Ik moet natuurlijk heel nuchter beginnen. In de allereerste plaats is dit ‘midden’ het domein van de prefrontale cortex. Dat is het deel van onze hersenen welke een cruciale rol speelt in onze emotionele huishouding en zelf-bewustzijn. natuurlijk moet ik hierbij ook de rechterhersenhelft als ‘woonplaats’ van het impliciete zelf. Zij maakt vooral gebruik van ‘beelden’ en niet van ‘taal’. Je zou het de cockpit kunnen noemen van waaruit wij mentaliseren en onze emoties reguleren. De eerste drie jaar van onze ontwikkeling en later in de puberteit krijgt dit deel zijn grootte, vorm en functie. 41Q6-WBFjML._SX331_BO1,204,203,200_Stress en hechtingsproblemen hebben in die periodes (inclusief de zwangerschap) een desastreuze invloed op de ontwikkeling daarvan. Hier hebben we het ook over het ‘onbewuste impliciete zelf’ welke huist in de rechterhersenhelft. Er is op dit moment een zeer belangrijke stroming  die de psychotherapie een sleutelrol toebedeeld in het herstel van die innerlijke huishouding/zelfregulering. In een heel groot deel van de psychopathologische aandoening speelt dit deel (rechterhersenhelft en de prefrontale cortex) van de hersenen namelijk een sleutelrol in het ontstaan en herstel daarvan. Als ik dus in dit blog allerlei religieuze metaforen een rol laat spelen moeten zij 9200000005537338essentieel zijn of in ieder geval een substantieel bijdrage leveren aan het herstel van dit fenomeen. Ja, ik geloof dat religie, als het goed is, een positieve bijdrage levert aan heelwording van de mens maar dat is verre van vanzelfsprekend. Overigens bevind zich hier de essentiële bijdrage van mindfulness / awareness aan de heelwording van de mens. Die acht ik inmiddels meer dan voldoende bewezen. Dat betekent dat alle onderstaande bijdragen ook een beetje mindful zullen moeten zijn.

(Tevens is dit het domein van het (ware) Zelf; de hof van de ‘wording’ van onze ‘identiteit’. Maar dat vraagt een geheel eigen blog)

De cel

NNVG8726In de eerste plaats heeft mijn ‘midden’ binnen spiritualiteit het karakter van ‘de cel‘. De plek waar je (ver)blijft. Je loopt niet weg; er is toch geen ontkomen aan. ‘Dat wat is’. Hier-en-nu. Ik was deze metafoor al tegengekomen bij de woestijnmonniken en later, in een andere vorm, in Zen. Je neemt geen wijk van jezelf en je omstandigheden. Je vlucht niet. Voor mij het meest scherp verwoord in relatie tot de wanhoop door Ton Lathouwers. Dus geen verzet meer tegen mijn stemmingen maar er middenin gaan zitten. ‘Houdt uw hart in de hel‘. Mijn stemmingen zijn heel reëel: ze hebben een fysiologie en bijbehorende verhalen. Ze hebben een grond/oorsprong.  Weglopen heeft geen zin. Ik kan ze alleen in de/onder ogen zien. Het heeft het karakter van een vurige oven die jou alleen niet verbrandt. 41K4qxzIdbL._SX324_BO1,204,203,200_Zitten/Zazen en rustig ademhalen. In de fysiologische zin gebeurd er dan echt wel wat met je! Het gaat voorbij; de bui trekt over. Ik kwam deze aanpak ook tegen bij Centering Prayer. In deze grondhouding verwelkom en omarm je alles wat van binnen uit in je opkomt. Je gaat de ‘confrontatie’ niet uit de weg maar verwelkomt hem/haar binnen in je cel. Je bent een lieve moeder/therapeut voor jezelf. De Trooster. Het is ook de plek van loslaten en overgave.

Omvorming / Schepping

Je kan deze chaos in jezelf laten zijn/gebeuren omdat je weet dat dit de weg/plek is van de omvorming. Langs deze weg word je gemaakt. God is aan deze plaats; zij is heilige grond! Kees Waaiman geeft aan dit moment vele woorden maar voor mij is dit maar een ding: wording/genesis/schepping. Dat kost tijd maar eindigt in ‘het is goed; zeer goed’. All shall be well. Dit geeft aan die plek het karakter van geduld. Het uithouden. Gelovig zonder te weten waar het op uitdraait of dat het in jouw ogen goedkomt. Maar je vertrouwd wel op een Geheim dat werkt. Het komt namelijk heel vaak niet goed. Een regenboog temidden van het kwaad. Het lied van de Schepping is geen verhaal over hoe het ging maar is iets waar wij midden in staan. De zesde dag gebeurt nu aan mij.

Godsgeboorte

51JcyEb+TqL._SX324_BO1,204,203,200_Deze invalshoek heb ik van Meister Eckhart geleerd. Natuurlijk kan ik dit niet in 1 alinea weergeven. Ik heb ooit onder leiding van Welmoed Vlieger de vier Godsgeboortepreken gelezen. Kern hierin is de realisering van de godsgeboorte in ons. Die er overigens allang is… Eckhart gaat daar heel ver in. Langs de weg van de ‘Gelassenheit‘, de ‘Abgeschiedenheit‘, het niets weten, niets kunnen, niets hoeven, niets doen vindt die godsgeboorte in ons plaats. In zijn beelden gesproken is het ‘midden’ dan de stal van Bethlehem, Golgotha en het open graf. Alles is opgenomen in die beweging! In zijn taal wordt dit midden ‘Seelengrunt’. Daarmee krijgt deze plek een hoogte, diepe, breedte en dynamiek die de kern is van alle mystiek. Deze plek, dit midden krijgt dat een heel andere glans en perspectief waarmee/-door alles gekleurd gaat worden. Gerelativeerd; in relatie (=religie) gebracht. Een prachtig ‘mensbeeld‘. “He not busy being born is busy being dying”

Sophia

41PCtpbtMHL._SX332_BO1,204,203,200_Voor mij heeft deze invalshoek alles met ons godsbeeld te maken. Ik geloof dat in die kern onze godsbeelden ook zwaar moeten worden bijgesteld. En daarmee ons zelf- en wereldbeeld. Vanuit het perspectief van Vrouwe Wijsheid/Sophia worden in ieder geval twee aspecten bijgesteld. Of zelfs getransformeerd. In de eerste plaats het dominante ‘transcendente’ godsbeeld. Een god boven en buiten alles. Er is een lange en rijke traditie die dat beeld aanvult en er een zeer immanent en intiem perspectief aan toevoegt (Augustinus: interior intimo meo superior summo meo). Een tweede correctie die hier wordt aangebracht is de aanvulling van het matriarchale beeld op het eenzijdig patriarchale beeld van god. 9200000043199594Hier komt een teder, inclusief, allesomvattend en ontfermend godsbeeld naar voren. Vooral het laatste boek van Ton Lathouwers is daar een prachtig voorbeeld van (een prachtig interview met hem: Je kunt er niet uitvallen).

hagiasophia-a2“Ontelbaar zijn de levende wezens, ik beloof ze allen te redden” de gelofte van de Boddhisattva

Ook over Ton Lathouwers heb ik al veel geschreven.

We vinden hier een ‘beeld’ van God waarin Hij/Zij maar op een ding bedacht is en dat is onze redding; iedereen en allesomvattend. En dat Hem/Haar dat nog lukt ook. Er is geen ontkomen aan.  Over Sophia bij Thomas Merton heb ik al eerder geschreven.

 

Over een geheel ander perspectief op deze kern en hoe ons hiermee te verhouden gaat mijn laatste blog in deze serie: In therapie (4) Is there anybody we can see?

Thomas Merton “De boodschap van een contemplatief”

Ik heb twee ‘idolen’ in mijn leven: Thomas Merton en Bob Dylan. Over de eerste ga ik het hebben . Dit jaar vieren de Mertonliefhebbers van hem nml. zijn 100ste geboortedag (31 januari 1915 Prades). Ik heb al veel over hem geschreven op deze website;

Houseik ben op zijn geboorteplek geweest, op zijn sterfplek in Bangkok en Thomas_Merton_(Abbey_of_Gethsemani_Gravesite)op de plaats waar hij begraven ligt in Louisville. Ik heb inmiddels vrijwel alle boeken van hem en als er in een boek naar hem verwezen wordt koop ik dat vrijwel zeker ook. Hij is nu al 35 jaar mijn baken als het gaat om christelijke spiritualiteit.

Maar hoe geef je mensen een ‘inspirerende toegang’ tot hem? Dit jaar komt er een ‘jubileumboek‘ van hem uit in Nederland. book_9789460361951_178En daar ben ik heel blij mee. Het oude boek uit 1988 heb ik zelf wel drie keer herlezen en staat vol met strepen. Deze nieuwe uitgave/vertaling wil ik gaan lezen zonder onderstrepen…

merton_hhMaar hoe breng ik een vonk over van zijn ‘geest’? Dat hij de meest gelezen schrijver over mystiek en spiritualiteit in de VS van de twintigste eeuw zegt natuurlijk op zich nog niets. Maar als het gaat over de ‘actualiteit’; hij heeft een dialoog gevoerd met de Islam, Jodendom en het (Zen-)Boeddhisme en onderhield zich via briefwisselingen met schrijvers/denkers en politiek activisten.

Ik wil het proberen met deze ‘brief ‘ van hem die hij op verzoek van de toenmalige Paus schreef in 1967. Hij was gevraagd om een brief ‘aan de wereld’ te schrijven namens de monniken. Het werd wel heel erg zijn brief aan die ‘wereld’. Als dit je niet aanspreekt of ‘niets zegt’ moet je het niet verder proberen. ‘If it rings a bell’ is Thomas Merton zeker een goed idee! Net als met Bob Dylan. Je houdt van hen of niet. Geen probleem! (De illustraties zijn foto’s van hem of door hem gemaakt.)

grinbergDe boodschap van een contemplatief

Dierbare broeder, allereerst wil ik mijn excuus aanbieden voor het feit dat ik mij tot u richt zonder dat u mij iets hebt gevraagd. Ook wil ik mij verontschuldigen voor het feit dat ik mij achter een hoge muur bevind, wat u wellicht niet zult begrijpen. Maar deze hoge muur mag voor u een probleem zijn, misschien is hij dat evenzeer voor mij. Misschien vraagt u mij waarom ik er uit gehoorzaamheid achter blijf. Misschien bent u niet langer tevreden met het antwoord dat ik achter deze muren stilte, bezinning en innerlijke rust vind. Misschien vraagt u mij welk recht ik heb op al die rust en vrede, nu sommige sociologen voorspeld hebben dat onze jongste generatie het zal beleven dat het een ongehoorde luxe is om een eigen kamer te hebben. Ik heb daar geen bevredigend antwoord op. Het is waar, zoals een islamitisch spreekwoord zegt: “Een kip legt geen eieren op het marktplein”. mertonordinationHet is ook waar dat toen ik intrad in dit klooster waar ik nu ben, ik dit deed uit protest tegen de zinloze verwarring van een leven met zoveel bedrijvigheid, zoveel drukte, zoveel nutteloos gepraat, zoveel oppervlakkige en nodeloze prikkels, dat ik eenvoudig niet meer wist wie ik was. Maar het blijft een feit dat mijn vertrek uit de wereld geen verwijt is aan u die in de wereld bleef. Ik heb ook niet het recht de wereld louter negatief te verwerpen, omdat in dat geval mijn vertrek mij niet tot de waarheid en tot God zou geleid hebben, maar tot een persoonlijke, zij het ongetwijfeld vrome illusie.
Mag ik wel zeggen dat ik een antwoord heb gevonden op de vragen die de mensen van onze tijd kwellen? Ik weet niet of ik wel echt antwoorden gevonden heb. Toen ik pas monnik was, was ik veel zekerder van deze antwoorden. Maar naarmate ik opklim in kloosterjaren en verder doordring in de eenzaamheid, word ik er mij van bewust dat ik pas begonnen ben met het zoeken naar de vragen. Untitled-7En welke zijn die vragen? Kan de mens de zin van zijn bestaan vatten? Kan de mens eerlijk zijn leven zin geven door enkel een reeks theorieën te aanvaarden, die beweren hem te zeggen waarom de wereld begonnen is en waar die zal eindigen, waarom er kwaad is en wat er nodig is om goed te leven? Mijn broeder, misschien ben ik in mijn eenzaamheid voor u een soort ontdekker geworden, iemand die gebieden doorvorst die u niet kunt bezoeken, behalve dan misschien in het gezelschap van uw psychiater.
Misschien voel ik me geroepen een verlaten gebied van het menselijk hart te doorvorsen, waar theorieën niet meer toereikend zijn en waar men leert dat alleen de ervaring telt. Een dor, rotsachtig en donker land van de geest, soms verlicht door vreemde vuren waar de mens bang voor is en bevolkt met spoken die hij, behalve in zijn nachtmerries, zorgvuldig ontwijkt. En in dit gebied heb ik geleerd dat men niet echt weet wat hoop is, tenzij men heeft ervaren hoe dicht hoop bij wanhoop ligt. De taal van de christenheid heeft daarvan al eeuwen geleden gewaagd in andere, minder naakte bewoordingen. tree-mertonMaar de christelijke taal is zo vaak gebruikt en ook misbruikt, dat men die zo nu en dan gaat wantrouwen. U zult niet meer weten of er achter het woord ‘kruis’ nu werkelijk de ervaring staat van zondevergeving en redding of alleen maar de dreiging van straf. Als mijn woorden voor u iets betekenen, laat mij u dan verzekeren dat ik heb ondervonden dat het kruis barmhartigheid betekent en geen wreedheid, waarheid en geen misleiding; dat de boodschap van de waarheid en de liefde van Jezus inderdaad de ware blijde boodschap is, maar in onze tijd wordt die op heel onverwachte plaatsen verkondigd. En misschien vindt ze in u meer weerklank dan in mij; misschien is Christus dichter bij u dan bij mij. Dit zeg ik u zonder schaamte of schuldgevoel, want ik heb geleerd mij erover te verheugen dat Jezus in de wereld is in mensen die Hem niet kennen, dat Hij in hen werkzaam is terwijl zij zich ver van Hem wanen. smileEn het is mij een vreugde u te zeggen dat u moet hopen, zelfs als het u toeschijnt dat u van alle mensen de laatste is voor wie dit mogelijk is. U moet hopen, niet omdat u denkt dat u goed kunt zijn, maar omdat God ons liefheeft, ongeacht onze verdiensten en omdat alles wat goed is in ons, komt van zijn liefde, niet van onszelf. U moet hopen omdat Jezus met degenen is die arm zijn en uitgestoten en misschien veracht juist door degenen die Hem zouden moeten zoeken en het meest liefdevol voor hen zouden moeten zorgen, omdat zij namelijk handelen in de naam van God… Niemand op aarde heeft reden om te wanhopen aan Jezus, want Jezus houdt van de mens, houdt van hem, zo zondig als hij is en ook wij moeten de mens liefhebben in zijn zonde.

The only known picture of God; Thomas Merton

The only known picture of God; Thomas Merton

God is geen ‘probleem’ en wij die een beschouwend leven leiden, wij hebben uit ervaring geleerd dat men God niet kan kennen zolang men probeert het ‘godsprobleem’ op te lossen. Proberen het godsprobleem op te lossen is zoiets als proberen zijn eigen ogen te zien. Men kan zijn eigen ogen echter niet zien omdat men daar juist mee kijkt. God nu is het licht waardoor wij zien: niet een helder bepaald ‘object’ dat God heet, maar al het andere in Hem, de onzichtbare Ene. God is dus de ziende en het zien zelf, maar Hij wordt op aarde niet gezien. In de hemel is Hij de ziende, het zien en de geziene (d.i. degene die ziet, in wie wij zien en die door ons gezien wordt). God zoekt zichzelf in ons en de dorheid en het verdriet van ons hart is het verdriet van God die in ons onbekend blijft, die zich nog niet in ons herkent, omdat wij niet durven geloven en vertrouwen in de ongelooflijke waarheid dat Hij kan wonen in ons, daar wonen uit vrije keuze, uit voorkeur. Maar wij bestaan werkelijk enkel en alleen hiervoor: de plaats te zijn die Hij zich heeft uitgekozen voor zijn aanwezigheid, voor zijn verschijnen in de wereld, zijn epifanie. Maar wij verduisteren en ontluisteren dat alles, omdat wij er niet in kunnen geloven. Niet dat wij God haten, nee, eerder haten wij onszelf en wanhopen wij aan onszelf. Als we eens nederig en waarachtig de werkelijke waarde van onszelf zouden beginnen te vatten, dan zouden we zien dat deze waarde het teken is van God in ons bestaan, het merkteken van God ons ingeprent. Gelukkig is de liefde van onze medemens ons geschonken als middel om ons hier rekenschap van te geven. Want de liefde van onze broeder of zuster, vrouw of kind of geliefde is er om met de helderheid van God zelf te zien dat wij goed zijn. G8mMts4OKDN-amVkKu-FxtRvBOx58KWdtDK6n_l4jDIG1hkPewj-vKghHxRvkf-XU5pY0l3Gucnlz5nVHcnUucHet is de liefde van mijn beminde, mijn broeder of kind, die God ontdekt in mij, die God geloofwaardig maakt voor mijzelf in mij. En het is mijn liefde voor mijn beminde, mijn kind, mijn broeder, welke mij in staat stelt God te tonen aan hem of haar in Hem zelf. Liefde is de openbaring van God in onze armzaligheid.
Het beschouwend leven is dus het zoeken naar vrede, niet in een abstract buitensluiten van alle uiterlijke werkelijkheid, niet in een onvruchtbare afwijzing door de zintuigen voor de wereld af te sluiten, maar in de openheid van de liefde. Het begint met de aanvaarding van mijn eigen ik, zo armzalig als ik ben en misschien de wanhoop nabij, om zo tot de erkenning te komen dat daar waar God is er geen wanhoop kan zijn en dat God in mij is zelfs als ik wanhoop, dat niets de liefde van God voor mij kan veranderen, aangezien mijn bestaan alleen al het teken is dat God mij liefheeft en de tegenwoordigheid van zijn liefde mij schept en in leven houdt. 6a0133f55fd7b6970b017d42b48d06970cEn het is helemaal niet nodig te begrijpen hoe dit mogelijk is, noch het te kunnen verklaren of de problemen op te lossen die het schijnt op te roepen. Want er is in ons hart en in het diepste van ons wezen een natuurlijke zekerheid, die gegeven is met ons bestaan zelf: een zekerheid die zegt dat wij voor zover wij leven geheel en al doordrongen zijn van de zin en de werkelijkheid van God, zelfs als wij ons helemaal niet in staat mochten voelen dit te geloven of in filosofische of zelfs religieuze termen te vatten.
celtic-cross00163Broeder, de contemplatief is niet iemand die vurige visioenen heeft van cherubijnen die God op hun denkbeeldige wagen meevoeren, hij is gewoon iemand die zich met de geest heeft gewaagd in de woestijn die ligt achter de taal en achter de ideeën, waar men God ontmoet in de naaktheid van de pure overgave, dat wil zeggen in het uit handen geven van onze eigen armzaligheid en onvolkomenheid, zodat onze geest niet langer ligt vastgeklonken aan zichzelf met een krampachtigheid alsof het denken zelf ons deed bestaan.
De boodschap van hoop die de contemplatief u aanzegt, houdt dan ook niet in dat u uw weg moet gaan zoeken in de jungle van de taal en de problemen waardoor God tegenwoordig is omgeven; maar wel, of u het begrijpt of niet, dat God u bemint, dat hij in u tegenwoordig is, dat hij leeft in u. Ja, hij woont in u, roept u, redt u en geeft u licht en inzicht, dingen die onvergelijkbaar zijn met alles wat u ooit heeft kunnen lezen in boeken of horen in preken. thom5Het enige wat de contemplatief u te zeggen heeft is nogmaals u te verzekeren dat, als u in uw eigen stilte durft door te dringen en onbevreesd in de eenzaamheid van uw eigen hart durft voort te gaan en daarbij het waagt om deze eenzaamheid te delen met de andere enkeling die God zoekt door u en met u, dat u dan zeker het licht krijgt en het vermogen om te begrijpen wat ligt aan gene zijde van woorden en theorieën, omdat het te dicht bij is om uit te kunnen leggen: het is namelijk het intieme één-zijn in het diepste van uw eigen hart, van Gods Geest met uw eigen verborgen binnenste zelf, zodat u en Hij samen in waarheid slechts één Geest zijn. Ik heb u lief in Christus.
Thomas MERTON

(vertaald door de Mertonvrienden / de meeste foto’s zijn door Merton zelf gemaakt)

Thomas Merton; het geheim van kerst en deze wereld

9025952372Ik las weer eens in het prachtige dagboek met teksten van Thomas Merton (vertaald door Dirk Doms). Deze twee citaten komen uit de prachtige slottekst van New Seeds of Contemplation: The General Dance. De maker van het dagboek plaatste deze tekst rondom kerst; m.i. terecht.

De Kosmische dans

De Heer heeft de wereld niet gemaakt om haar te kunnen veroordelen. Ook niet om haar alleen maar te domineren of om haar te laten gehoorzamen aan de dictaten van een ongenaakbare en almachtige ‘wil’. Ook niet om plezier of ongenoegen te verkrijgen in de manier waarop alles zou werken. Geen van dezen was de reden om de wereld en de mens te scheppen.
sophia-saskia-beugelDe Heer heeft de wereld en de mens geschapen opdat Hij Zelf in deze wereld zou kunnen afdalen; opdat Hij Zelf Mens kon worden. Toen Hij zich de wereld voorstelde, die Hij van plan was te maken, zag Hij  Zijn Wijsheid als een mensenkind  “altijd spelend in de wereld, spelend voor zijn Aangezicht”. En Hij dacht, “Ik vind het fantastisch om zo te wonen bij de mensenkinderen.” (290)

… de wereld en de tijd zijn de dans van de Heer in leegte (cursivering en verwijzing zijn van mij). De stilte van het uitspansel is de muziek van een bruiloftsfeest. Hoe langer wij koppig volharden in onze verkeerde duiding van de verschijnselen van het leven, hoe meer we ze kapot analyseren en hen wezensvreemde zin en samenhang toeschrijven en ingewikkelde doelstellingen die alles met onszelf te maken hebben, des te meer we zullen verzuipen in treurigheid, absurditeit en wanhoop. Maar dat is allemaal niet zo erg, want geen enkele wanhoop van ons kan de realiteit der dingen veranderen, of de vreugde van de kosmische dans, die er altijd is, bederven. In tegendeel, wij leven er middenin, en hij is ons middelpunt, want hij is de hartslag van ons eigen bloed, of we het nu willen of niet.
Wat blijft is de uitnodiging om onszelf echt te vergeten, onze afschuwelijke gewichtigheid te laten verwaaien en ons echt over te geven in deze alles-in-zich-mee dragende dans. (297)

New Seeds of Contemplation, Thomas Merton 290 & 297

Over ‘Wijsheid/Sophia’ bij Thomas Merton zie hier

Writer’s block blog (1)

Het ontbrekende kan niet geteld worden

Het is nu al bijna twee maanden stil geweest op deze plek. Hoe maak je op je website zichtbaar hoe je leven, op de achtergrond van je blogs, zich bij tijden voortsleept zonder dat er een appel van uit gaat om zielig gevonden te worden?

Het gezin waar ik deel van uit mag maken is geen uitzonderlijk fenomeen. Twee volwassen kinderen die na hun studie hun weg zijn gegaan en hebben gevonden. Weinig vasts en vaak onder de zwarte vlag van bezuinigingen; maar ze doen het fantastisch. Twee van een geheel ander kleur nog bij ons thuis die hun stinkende best aan het doen zijn om een goede basis te leggen voor die onzekere toekomst. Daaromheen hebben inmiddels drie fantastische ‘schoon’-kinderen aan/ingehaakt. Een fantastische ‘bunch’ die ook nog eens heel goed bij elkaar passen. De spanning zit hem in de onzekerheden om hen heen. Bezuinigingen, reorganisaties en onzekerheden rondom ‘verblijf’ e.d. zitten hen op de huid. Wij (en zij) houden ons hart vast bij deze verhalen. Maar dit is geen nieuws; dit is er altijd geweest en zal altijd zo blijven. (Alleen is deze crisis wel erg hardnekkig…)

9056701789Maar dat zit me allemaal niet dwars. Kost wel veel energie, maar toch. Is het dat ik 60 ben geworden en twee mensen van heel dichtbij zijn overleden? Mijn schoonzus en mijn laatste en liefste oom? Is het de zo nu en dan weerkerende depressie die opspeelt? Afscheid van vrienden? Dat soort ervaringen waren echter vaak ook weer inspiratie tot schrijven…

>>>>>

Overigens een prachtig interview in Trouw van 26 januari met psychiater Wibo Algra die betrokken is geweest bij de ontwikkeling van de DSM V. Zeer herkenbaar die contaminatie van gevoelens en gedragingen…

Citaat: “We denken dat er bij ziekten als schizofrenie of depressie allerlei symptomen zijn die weer andere symptomen oproepen. Als je somber bent, ga je vanzelf denken dat mensen negatief over je denken. Die gedachten kunnen stemmen worden die je dat vertellen. Dan ga je je misschien wel terugtrekken, je komt niet meer de deur uit en gaat jezelf verwaarlozen. Anderen worden er misschien wel heel angstig van, gaan mensen in paniek bellen of veel drinken. Die oorzakelijke ketens hebben we wellicht gemist. We gingen er te veel vanuit dat symptomen braaf allemaal tegelijk ontstaan door een genetisch probleem. Alsof het levensverhaal van patiënten er helemaal niet toe doet.”

>>>

Nee, er is denk ik sprake van een diepe breuk in mijn leven; het is mijn werk denk ik. De laatste jaren raakte ik betrokken bij het werken aan een inspirerende toekomstvisie voor de school waarop ik werk en een toekomstvisie voor het werkveld van de studenten. Dat gaf mij een boost. Met een paar mensen zouden we nieuwe inspirerende concepten en netwerken bij elkaar gaan brengen of zelf bedenken. Een betekenisvolle bedrijfsvoering voor de agribusiness. En ik zou me vooral richten op ‘de ziel‘ van ondernemen.

In de twee jaar tijd is er geen enkel product uit onze vingers gekomen. Alleen een paar blogjes van mijn hand en een meter boeken in mijn kast. Teveel ego’s om synergie mee te creëren? Heb ik mijn eigen bijdrage/deskundigheid overschat? Ik ben eruit gestapt.. ‘Een heel goed idee’; zei een van de andere ego’s. Pijnlijk dus.. En nu is ook nog eens onze directeur opgestapt die mischien wel de kartrekker was van al deze dingen. Hiermee verliet de ziel de school? Ik wilde nog 6 jaar meewerken aan die toekomst… Voor het eerst denk ik echt aan mijn pensioen…

Bevind ik mij in overgangen die mij in mijn fundamenten raken? Ik ben 60 en definitief een bepaald soort lichaam met bepaald soort mogelijkheden kwijt. Ik heb echt heel erg fantastische en lieve kinderen. Maar voor mijn kinderen thuis ben ik vader en vraag ik van hen geen steun. Maar voor wie de deur uit zijn? Ik merk dat ik op de een of andere wijze zoek naar een nieuw cont(r)act.. In mijn hoofd heb ik vaak het beeld van een meertrapsraket. Wij hebben ze gelanceerd en ik land vervolgens in zee en zij..? Maar nu doe ik aan wat we nu hebben geen recht. Toch is er op een of andere wijze een distantie/afstand? Ik zoek naar beelden en verbindingen ‘over’ die seperatie heen..

Op mijn werk doe ik vaak alleen nog datgene wat ik al jarenlang deed. Nee; ik ben geen ‘Grumpy Old Man’ ook al speel ik daar wel vaak mee. Ik ben nog steeds gedreven; maar mijn werk heeft geen duidelijke bedding en/of helder perspectief meer terwijl mijn lichaam en geest misschien nog wel 25 jaar voor zich heeft (D.V. /Insha’Allah). Ik wil heel graag echte uitdagingen en verbindingen over mijn ‘pensionering’ heen. (Ouder worden en werk) Of is dit mijn ontkenning van de dood? Natuurlijk is opa zijn een mooi iets maar dat is geen ‘werk’? Ik moet heel hard aan de slag om opnieuw geboren te worden… En ik heb wel een idee, maar dat wordt een volgend blog..

Nee ik wil hier geen chachrijn communiceren maar wel leven in zijn weerbarstigheid..

Bob Dylan – “11 Outlined Epitaphs” (1963)

Al’s wife claimed I can’t be happy
as the New Jersey night ran backwards
an’ vanished behind our rollin’ ear
“I dig the colors outside, an’ I’m happy”
“but you sing such depressin’ songs”
“but you say so on your terms”
“but my terms aren’t so unreal”
“yes but they’re still your terms”
“but what about others that think
in those terms”
“Lenny Bruce says there’re no dirty
words . . . just dirty minds an’ I say there’re
no depressed words just depressed minds”
“but how’re you happy an’ when ‘re you happy”
“I’m happy enough now”
“why?”
“cause I’m calmly lookin’ outside an’ watchin’
the night unwind”
“what’d yuh mean unwind?”
“I mean somethin’ like there’s no end t’ it
an’ it’s so big
that every time I see it it’s like seein’
for the first time”
“so what?”
“so anything that ain’t got no end’s
just gotta be poetry in one
way or another”
“yeah, but . . . “
“an’ poetry makes me feel good”
“but . . .”
“an’ poetry makes me feel happy”
“ok but . . . “
“for the lack of a better word”
“but what about the songs you sing on stage?”
“they’re nothin’ but the unwindin’ of
my happiness”

Mystieke / Contemplatieve Antropologie 3 De wereld

Het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+). ‘Natuurlijk‘ doe ik dat aan de hand van Thomas Merton. Ik zou niet iemand anders kennen die die drie zo natuurlijk verweven heeft in al zijn geschriften! Zo kwam er recent een studie uit over zijn denken over de ‘omgeving’. Dus ook in ons denken over onze verhouding tot de natuurlijke werkelijkheid inspireert hij.

Ik hehandel het perspectief op de wereld aan de hand van een vertaling van een ontmoeting met een aantal contemplatieve vrouwen (prioressen) in 1968. Ik vertaal integraal het eerste deel van de sessie over “Contemplatief leven als profetische roeping“. Op de achtergrond in deze ontmoeting horen we de studenten opstand in Parijs, het Tweede Vaticaans Concilie, de oorlog in Vietnam en de dreiging van een kernoorlog. In dit blog gebruik ik zelfgekozen ‘actuele’ illustraties van wat hij zegt. Wat volgt zijn dus voortdurend zijn woorden. Hij is op zoek naar de profetische rol van de contemplatieve ordes. Maar in de stijl van zijn denken is dat geen andere dan de rol van welke andere gelovige dan ook. Dus spreekt hij ook mij aan….

>>>

merton9

“Ik wil over het profetische aspect van onze roeping praten. Zoals ik dat hier zal behandelen is nooit zo door iemand anders gezegd. In een bepaald opzicht is dit geen mainstream positie; het is radicaal en persoonlijk. Ik voeg mij daarbij bij nogal wat mensen die zich normaal gesproken buiten de structuren van de Kerk bevinden en die door nogal wat jongeren nagevolgd worden.

Alle zogenaamde profetische bewegingen van tegenwoordig falen omdat zij, op de een of andere wijze, toch weer ‘passen’ binnen onze samenleving. Het gigantische probleem waarvoor we staan is het verschijnsel dat we in een maatschappij leven die het afwijkende in haar systeem weet te integreren. De stelling achter dit standpunt is, met andere woorden, dat we in een totalitaire maatschappij leven. In de politieke zin is zij niet fascistisch maar op een bepaalde manier is zij wel in de economische zin zo georganiseerd. Het draait allemaal om winst en marketing. Binnen dat systeem is er geen vrijheid. Je heb alleen maar keuze uit gimmicks, je merk TV, jouw opties van de auto. Maar je bent niet vrij om geen auto te hebben. Met andere woorden, het leven is voor iedereen vastgelegd. Zelfs de hippies met hun alternatieve levensstijl leven in een voorgeprogrammeerd alternatief. Hoewel ze een serieuse poging doen om zich daaraan te onttrekken. Ze stichten onrust, ze doen wat stof opwaaien, iedereen is redelijk geschokt en aangedaan en er zelfs en beetje door opgewonden. Maar na drie jaar is de hele zaak over en komt er de volgende mode voorbij. Het stelt allemaal niets voor.

Wij religieuzen vallen onder dezelfde categorie. Ook wij zijn goed voor een bepaalde hoeveelheid nieuws items. Het Vaticaans Concilie zorg voor meerdere columns en nonnen zorgen voor enkele veranderingen. En daarna is alles weer voorbij. We worden meegenomen in een levensstijl waarin alles gereduceerd wordt tot een bepaalde onverschilligheid; het maakt allemaal niets uit. Op pagina 1 staat een non met een nieuw habijt en op pagina twee staat een striptease danseres -de nieuwswaarde voor beiden is even groot. Er is geen enkele aanwijzing dat het een belangrijker zou zijn dan het andere. Er is alleen verschil in hoeveelheid. Een bericht is zo-en-zo veel ruimte en tijd waard op televisie. De mensen die ik ken en die betrokken zijn bij het maken van televisie zeggen dat ze onder de indruk zijn van de technische expertise die erachter schuil gaat. Wat er voor de camera verschijnt is onbelangrijk. Het belangrijkste wat is er allemaal mogelijk is met al deze technieken en niet wat er door gecommuniceerd wordt. Dit is het ‘systeem’ wat ons uitdaagt tot een profetisch antwoord.

Wat gaan we doen? Wat moet de profetische persoon doen? Het oude conservatie antwoord van afscheiding – mensen eenvoudigweg achter tralies zetten – heeft hierop natuurlijk geen enkel effect. Kijk naar de geschiedenis van profetie in het Eerste testament. Een van de kernpunten van wat er tegen de profeet Abraham werd gezegd was: “Verlaat de mensen om je heen”. De profeet moest een bepaald soort samenleving en maatschappelijke structuur achter zich laten. Om profeet te zijn moet je jezelf in de hand van God leggen en vandaar verder trekken. Mozes en het uitverkoren volk moesten het syteem van Egypte verlaten. Er wordt niets gezegd over de mogelijke immoraliteit van Egypte. Het was noodzakelijkerwijs niet echt slechter dan welk ander land. Maar de mensen moetsen eruit wegtrekken omdat ze niet vrij waren; omdat iemand anders hen vertelde wat ze moesten doen. Iemand anders bepaalde hun hele leven voor hen.

Het woord hiervoor is vervreemding, een woord dat door Marx en Freud veel gebruikt wordt. Ik ga nu even niet in op hun gebruik van dit woord door hen, maar de mensen van vandaag zijn vervreemd; bewust of onbewust. Hoe dan ook vertelt iemand anders hen wat ze moeten doen; iemand anders bepaalt hoe het leven geleefd moet worden. Als mensen slaven zijn is het overduidelijk dat iemand anders over hun leven beslist zonder dat hij bang hoeft te zijn voor straf. Maar ook in ons geval, bij het werken voor geld, wordt onze arbeid bepaald door de belangen van iemand anders; ons werk moet passen in hun systeem. Hoe meer mensen betrokken zijn bij iets wat door iemand anders is opgezet hoe minder zij vermoedelijk in staat zijn hun eigen leven in te richten en vorm te geven.

Onze samenleving is zo ingericht dat mensen daar gelukkig mee zijn. In een politie- of een totalitaire staat zou je willen ontsnappen. Onze maatschappij zorgt voor genoeg beloningen zodat je daar volledig mee kunt instemmen; op voorwaarde dat je je eigen auto, tv, huis, eten en drinken krijgt. En voldoende andere soorten van comfort/troost.

Nu lopen tegen we tegen een probleem aan als we hierover willen praten. We begeven ons namelijk op het gevaarlijke terrein van de oude conservatieve Katholieken die de wereld benaderen als zijnde boosaardig. En dat ons verlangen naar stoffelijke dingen slecht zou zijn. Het is alsof je aan een slinger draait: de wereld is slecht, zie af van plezierige dingen, geef je geld weg, verloochen je eigen wil, enz. Het probleem van het innemen van een kritische positie is dat de gemiddelde progressieve Katholiek onmiddellijk zal zeggen: “Daar heb je oude liedje weer…”.

Hoe kunnen wij kritisch staan t.o.v. de wereld? De wereld is goed. En dan krijgen we de nogal naieve benadering die zegt: “Begin alsjeblieft niet over die zogenaamde vervreemding, wij zijn gelukkig. Dit is het echte leven. Het is mooi, het is geweldig”. Aan de andere kant zijn er mensen zoals Lewis Mumford, Jacques Ellul en Herbert Marcuse die zeggen dat dit vervreemde leven niet goed is. Dat het uiteindelijk een slechte zaak is omdat de uitkomsten hiervan niet echt zijn. Ze zijn van kwantitatieve aard en niet kwalitatief.

Wat gebeurde er in het Eerste Testament met Elia de profeet? Hij moest in zij eentje opboksen tegen het complete systeem. Op een gegeven moment heeft hij het hele leger van Jezebel achter zich aan en moet hij vluchten. Hij vlucht de woestijn in, in de richting van berg Sinaï en moet zich in een grot verbergen. Hij dreigt te sterven van de honger en de raven komen hem voedsel brengen. Hier bevinden wij ons in het hart van de profetische Carmel traditie. Iets vergelijkbaar gebeurd er met Sint Franciscus. Ook voor hem is er sprake van een radicale breuk met de wereld naar een profetisch en bevrijd leven waar hij zijn eigen keuzes kan maken. Hier gaat het om! Johannes de Doper is een ander voorbeeld.  Iedere keer weer als jij keuzes maakt vanuit je diepste innerlijk wordt jij niet voorgeprogrammeerd door iemand anders.

Een van de kernvragen van het profetische leven is dat de persoon die mensen probeert wakker te schudden dat niet door tegen de mensen die slaaf zijn te zeggen dat ze zich moeten bevrijden maar mensen die de illusie hebben dat ze vrij zijn te vertellen dat ze slaaf zijn. Dat is geen aangename boodschap…. Het is geen echt nieuws als je tegen zwarten zegt dat ze een moeilijk leven hebben. Het profetische is als je tegen blanken mensen gaat zeggen dat ze de zwarten nodig hebben om bevrijd te worden zodat ze zelf bevrijd kunnen worden. Er zijn maar weinig mensen die dat zeggen. James Baldwin doet dat. Veel mensen denken dat er enkele blanken zijn die de zwarten iets willen geven en dat de zwarten de blanken een gunst bewijzen door dat in dank in ontvangst te nemen. En dat op die manier iedereen gelukkig zal worden. Wij moeten ons realiseren dat dit “progressieve” standpunt evengoed een valkuil kan zijn; net als al die andere.

Als wij willen voldoen aan onze profetische roeping, moeten we ons realiseren, of we nu revolutionair zijn of niet, dat we radicaal genoeg moeten zijn om ons los te kunnen maken uit dat wat ten diepste een totalitaire maatschappij is. En wij maken daar deel van uit. Het is niet een maatschappij die er aankomt, zij is er nu. Wij moet dus echt alert zijn op sommige van de mensen die ik net noemde. Hoewel ze soms als pessimist worden gezien. We moeten ook onze aandacht vestigen op de profeten in de Bijbel die uit hun volk werden weggeroepen om zich opnieuw ergens te vestigen waar zij vrij voor het aangezicht van God keuzes kunnen maken zonder dat zij voorgeprogrammeerd worden door de maatschappij waarin zij leven.

We moeten onder ogen zien dat ons contemplatieve leven zoals wij dat nu vormgeven niet alleen niet-profetisch is maar het is zelfs anti-profetisch. Het is ontworpen om zelfs maar kleinste vorm van profetische reactie te blokkeren. Als iemand van ons hier iets profetisch zou doen zou het de hele gemeenschap shockeren. We kunnen er niet mee omgaan. We proberen de zaak zelfs systematisch aan te passen door iets te realiseren waarin iedereen veel vrij tijd heeft, een minimum aan werk en met niemand op zijn nek. Dat is een prettig leven maar het heeft niets te maken met een contemplatief leven.

Ik denk dat we het beter kunnen doen dat dat. Niet alleen individuen maar de hele gemeenschap zelf zou profetisch moeten zijn. Dat is een ideaal natuurlijk. Maar dat is onze taak: niet om profetische individuen voort te brengen die ons alleen maar hoofdpijn zullen bezorgen, maar wij willen een profetische gemeenschap zijn.

Wij moeten ons dus niet identificeren met de mensen in onze tijd?

Ja en nee. Wij moeten voor hen een teken van tegenspraak zijn wat hen herinnert aan een vrijheid die ze zelf overboord hebben gegooid. Maar dat betekent dat wijzelf die vrijheid verworven dienen te hebben of in ieder geval daar naar moeten zoeken als we die nog niet hebben.” (TSoC, 129-134)

>>>>

Rinie: Wat mij hierin aanspreekt is het op een alternatieve wijze midden in het leven mogen en moeten staan als gelovige/contemplatlief. Geen antibeweging maar een in de vrijheid en de liefde staand iemand. Is Compassie daar een goed voorbeeld van? Ik weet wel dat mijn onvoorstelbaar verburgerlijkte kerk daar niet sterk in is. En de vrome kerken van de rechterflank al helemaal niet. Hier zie ik daar wel iets van.

Thomas Merton over ons Zelf: illusie en ons ware Zelf

Iemand vroeg aan Thomas Merton hoe wij er uit zullen zien in de hemel. Zijn antwoord was kenmerkend en verassend: “there won’t be left much of you there…” (bron James Finley)

Hier staat de vraag naar ons zelf centraal (zie deel 1). In spiritualiteit wordt er vaak een onderscheid gemaakt tussen ons echte en illusoire zelf. Thomas Merton heeft daar veel over gezegd en er is veel over geschreven door anderen. In New Seeds of Contemplation (NSC) komen we veel uitspraken daarover tegen. Een paar citaten in een bepaalde ordening.

Over het onechte zelf

Het ‘leven in duisternis’ begint met de veronderstelling dat mijn onechte zelf, het zelf dat alleen maar bestaat in mijn egocentrische verlangen, de meest fundamentele werkelijkheid in mijn leven is, waaromheen al het andere is geordend. Dus verkwansel ik mijn leven aan mijn verlangens naar plezier en mijn honger naar ervaringen, naar macht, eer, kennis en liefde. Ik tuig dit onechte zelf op en maak zijn totale leegheid tot iets wat ogenschijnlijk echt lijkt. Ik omgeef mijzelf met allerlei afleiding en bedekt mijn zelf onder allerlei pleziertjes…. als omhulsels waarmee ik mijzelf aantrekkelijk maak voor mijzelf en de wereld. Alsof er een onzichtbaar lichaam zou zijn dat zichtbaar zou kunnen worden als je het oppervlak met zichbare dingen bedekt.… Ik ben leeg en het pleisterwerk van plezier en ambities heeft geen enkele ondergrond. Ik wordt wie ik ben in dat uiterlijk. Maar al dat uiterlijk is ten dode opgeschreven door haar toevalligheid. En als ze weg zijn zal er niets van mij over zijn dan mijn eigen naaktheid en leegte; het is een luchtbel. En zij vertellen mij dat ik mijn eigen vergissing ben… (NSC, 27-28)

Deze mensen hebben zichzelf gereducereed tot een leven binnen de begrenzingen van hun vijf zintuigen … maar dat is niet de schuld van hun lichaam. Het is hun eigen schuld omdat ze ingestemd hebben met de illusie die zijn veiligheid heeft gezocht in zelfbedrog en die geen oor heeft voor voor de stille stem van God die hen uitnodigt om op avontuur te gaan en risico’s te nemen door onderweg te gaan in vertrouwen en over de veilige en beschermende begrenzingen van de vijf zintuigen te trekken.  (NSC, 34-35).

Ieder van ons wordt overschaduwd door een illusoir ik; en onecht zelf… Wij zijn geen ster in het herkennen van illusies en al helemaal niet diegene die we over ons zelf koesteren. (34)

We moeten kiezen tussen twee identiteiten: het uiterlijke masker wat ons erg echt lijkt en welk leeft vanuit een schimmige autonomie gedurende de korte tijd van het aardse bestaan en de verborgen innerlijke persoon die in onze ogen niets lijkt te zijn maar die zichzelf voor eeuwig aan de waarheid kan toevertrouwen van waaruit zij bestaat. Het is dit innerlijke zelf dat is opgenomen in het geheim van Christus; door Zijn liefde, door de Heilige Geest. In geheim leven we dus ten diepste in Christus (295)”

Rinie: Een aantal kenmerken en eigenschappen lees ik hier over dat ‘illusoire zelf’ van mezelf. Zij denk dat ze iets ‘op-zich-zelf’ is en dat zichzelf moet maken en redden. En dat is hard werken en een hoop gedoe. Ze heeft geen fundament en is gebouwd van stro. In dat licht is het ‘verloochenen’ van jezelf of de dood van jezelf niet meer dan het loslaten / achter je laten van een illusie! Van een schijnzekerheid van geld, huis, partner en pensioen. Eigenlijk het opgeven van iets wat helemaal niets is; lucht en leegte.. Het is een schijnwerkelijkheid van angst, kramp en jezelf met kunst en vliegwerk overeind houden! Een kasteel van zand gebouwd op zand… Waarom zijn wij daar zo aan gehecht?

Over ons ware zelf

Contemplatie staat op geen enkele wijze in relate met dit uiterlijke zelf. Er is een onoverbrugbare tegenstelling tussen het diepe transcendente zelf dat alleen in contemplatie ontwaakt en het oppervlakkige uiterlijke zelf dat we vaak aanduiden met de eerste persoon enkelvoud. (NSC, 7)

Het geheim van mijn ware identiteit ligt verborgen in God. Hij alleen kan van mij degene maken die ik werkelijk ben, of liever: degene die ik zal zijn wanneer ik eindelijk ten volle begin te zijn. Maar dit werk zal nooit voltooid zijn als ik die ware identiteit niet verlang, als ik me niet inspan om haar te ontdekken met God en in God…
De zaden die door Gods wil ieder ogenbllk in mijn vrijheid worden geplant, zijn de zaden van mijn identiteit, van mijn eigen realiteit, van mijn eigen geluk, van mijn eigen heiligheid. Die zaden weigeren is alles weigeren, het is de weigering van mijn eigen bestaan en zijn, van mijn identiteit en mijn ware zelf. (NSC, 33)

In de diepste kern van ons wezen is er een punt van niets-zijn, waar zonde en illusie niet zijn doorgedrongen, een kern van loutere waarheid, een vonk die geheel God toebehoort, die nooit tot onze beschikking is, van waaruit God over onze levens beschikt, en die niet toegankelijk is voor de spelingen van onze geest of de brutaliteit van onze wil. Die kleine kern van niets-zijn en volstrekte armoede is de zuiverste glorie van God in ons. Het is, om zo te zeggen, Zijn Naam die in ons is geschreven, als onze armoede, onze behoeftigheid, onze afhankelijkheid, ons kindschap. Het is als een pure diamant die schittert met het onzichtbare licht uit de hemel. Het is in iedereen aanwezig en als wij het konden zien, dan zouden wij de ontelbare lichtpunten zien die samenkomen in de uitstraling en de schittering van een zon, die al de duisternis en de wreedheid van het leven volkomen zal doen verdwijnen… Ik kan daar geen programma voor opstellen. Het is een gave. Maar deze poort van de hemel is overal. (Louisville)

Onze werkelijkheid, ons ware zelf, is verborgen in wat schijnbaar onze leegte is. NSC, 281)

To say that I am made in the image of God is to say that Love is the reason for my existence, for God is love. Love is my true identity. Selflessness is my true self. Love is my true character. Love is my name. Seeds of Contemplation (1949)

Van ik naar Zelf

Voor mij betekent heilig worden mezelf zijn. Daarom is de vraag van heilig wording en redding in feite de uitdaging om uit te vinden wie ik ben, en het ontdekken van mijn Ware Zelf…. God laat ons vrij dat te worden wat wij zelf willen. Wij kunnen al of niet ons zelf zijn; wat we maar willen. Wij hebben de vrijheid om echt of onecht te zijn. We kunnen eerlijk of bedrog zijn. De keus is aan ons. We kunnen de ene keer het ene masker en de andere keer een ander masker dragen, en, als we dat willen, er nooit aan toe komen om met ons ware gezicht naar buiten te treden. Maar die keuzes zijn niet zonder gevolgen. (NSC, 31-32)

Daarvoor moet ik mijzelf leren kennen, beide kanten, het kwaad en het goede wat in mij huist. Het zal niet genoeg zijn om alleen de ene kant te kennen en niet de andere; alleen het goede of alleen het kwade. Ik moet dus in staat zijn het leven lief te hebben wat God mij gegeven heeft; voluit en vruchtbaar. En zelfs goed gebruik maken van het kwaad wat daarin aanwezig is. (Guilty Bystander, 95)

Het is overduidelijk dat er geen speciale methode/techniek is, en ook niet kan zijn, om dat innerlijke zelf te kunnen ontdekken en tot leven te wekken. Omdat het innerlijke zelf pure spontaniteit is die zonder vrijheid niets is…. Zo’n idee zou een volledig misverstaan zijn van de existentiële werkelijkheid waar we het hier over hebben. Het innerlijke zelf is geen deel van ons zijn, zoals een motor is een auto. Het is heel onze substantiële realiteit in zijn ultieme, meest persoonlijke en meest existentiële zin. Het is als leven en het is leven: het is ons spirituele leven op zijn best. Het is het leven waardoor alles in ons leeft en beweegt. Het is in alles en door heel ons leven en overstijgt alles wat wij zijn. … Het is een nieuwe en ondefinieerbare kwaliteit van ons zijn. (The Inner Experience, 6)

Het enige wat we kunnen doen, met behulp van welke geestelijke oefening dan ook, is in onszelf iets van de stilte, de nederigheid/aardsheid, het loslaten, de zuiverheid van het hart realiseren en de fundamentele openheid die nodig is voor het innerlijke zelf om haar verlegen, onvoorspelbare manifestatie van haar aanwezigheid mogelijk te maken. (The Inner Experience, 7)

Op een bepaalde manier kunnen we zeggen dat ons zijn direct communiceert met het Zijn van God. Als wij bij ons zelf binnengaan, ons ware zelf vinden, en door het innerlijke “Ik” verder trekken, worden we naar binnen meebewogen in de immense duisternis waar we “Ik Ben” van de Eeuwige ontmoeten. (IE, 11)

In onze (Christelijke/Joodse/Islamitische) traditie is er een oneindige metafysische kloof tussen het zijn van God en het zijn van de ziel, tussen het “Ik” van de Eeuwige en ons eigen innerlijke “ik”. En toch, paradoxaal, bestaat ons meest intieme “ik” in God en woont God in haar. (IE, 12)

Finally I am coming to the conclusion that my highest ambition is to be what I already am (2 october 1958)

Rinie: Het verschil tussen ons illusoire en ons echte zelf in God is heel groot maar het ontvankelijk worden voor die aanwezigheid in ons vraagt om een heel subtiel onderscheid. Wij vinden die plaats nooit als wij gebruik blijven maken van de werkwijzen van het illusoire zelf. We moeten ons laten verleiden, in een open ontvankelijkheid zonder eigenmachtigheid, door die werkelijkheid. Dan krijgt onze ‘identiteit’ een diepe grond en een werkelijk en houdbaar perspectief.

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).