Thomas Merton over ons Zelf: illusie en ons ware Zelf

Iemand vroeg aan Thomas Merton hoe wij er uit zullen zien in de hemel. Zijn antwoord was kenmerkend en verassend: “there won’t be left much of you there…” (bron James Finley)

Hier staat de vraag naar ons zelf centraal (zie deel 1). In spiritualiteit wordt er vaak een onderscheid gemaakt tussen ons echte en illusoire zelf. Thomas Merton heeft daar veel over gezegd en er is veel over geschreven door anderen. In New Seeds of Contemplation (NSC) komen we veel uitspraken daarover tegen. Een paar citaten in een bepaalde ordening.

Over het onechte zelf

Het ‘leven in duisternis’ begint met de veronderstelling dat mijn onechte zelf, het zelf dat alleen maar bestaat in mijn egocentrische verlangen, de meest fundamentele werkelijkheid in mijn leven is, waaromheen al het andere is geordend. Dus verkwansel ik mijn leven aan mijn verlangens naar plezier en mijn honger naar ervaringen, naar macht, eer, kennis en liefde. Ik tuig dit onechte zelf op en maak zijn totale leegheid tot iets wat ogenschijnlijk echt lijkt. Ik omgeef mijzelf met allerlei afleiding en bedekt mijn zelf onder allerlei pleziertjes…. als omhulsels waarmee ik mijzelf aantrekkelijk maak voor mijzelf en de wereld. Alsof er een onzichtbaar lichaam zou zijn dat zichtbaar zou kunnen worden als je het oppervlak met zichbare dingen bedekt.… Ik ben leeg en het pleisterwerk van plezier en ambities heeft geen enkele ondergrond. Ik wordt wie ik ben in dat uiterlijk. Maar al dat uiterlijk is ten dode opgeschreven door haar toevalligheid. En als ze weg zijn zal er niets van mij over zijn dan mijn eigen naaktheid en leegte; het is een luchtbel. En zij vertellen mij dat ik mijn eigen vergissing ben… (NSC, 27-28)

Deze mensen hebben zichzelf gereducereed tot een leven binnen de begrenzingen van hun vijf zintuigen … maar dat is niet de schuld van hun lichaam. Het is hun eigen schuld omdat ze ingestemd hebben met de illusie die zijn veiligheid heeft gezocht in zelfbedrog en die geen oor heeft voor voor de stille stem van God die hen uitnodigt om op avontuur te gaan en risico’s te nemen door onderweg te gaan in vertrouwen en over de veilige en beschermende begrenzingen van de vijf zintuigen te trekken.  (NSC, 34-35).

Ieder van ons wordt overschaduwd door een illusoir ik; en onecht zelf… Wij zijn geen ster in het herkennen van illusies en al helemaal niet diegene die we over ons zelf koesteren. (34)

We moeten kiezen tussen twee identiteiten: het uiterlijke masker wat ons erg echt lijkt en welk leeft vanuit een schimmige autonomie gedurende de korte tijd van het aardse bestaan en de verborgen innerlijke persoon die in onze ogen niets lijkt te zijn maar die zichzelf voor eeuwig aan de waarheid kan toevertrouwen van waaruit zij bestaat. Het is dit innerlijke zelf dat is opgenomen in het geheim van Christus; door Zijn liefde, door de Heilige Geest. In geheim leven we dus ten diepste in Christus (295)”

Rinie: Een aantal kenmerken en eigenschappen lees ik hier over dat ‘illusoire zelf’ van mezelf. Zij denkt dat ze iets ‘op-zich-zelf’ is en dat zichzelf moet maken en redden. En dat is hard werken en een hoop gedoe. Ze heeft geen fundament en is gebouwd van stro. In dat licht is het ‘verloochenen’ van jezelf of de dood van jezelf niet meer dan het loslaten / achter je laten van een illusie! Van een schijnzekerheid van geld, huis, partner en pensioen. Eigenlijk het opgeven van iets wat helemaal niets is; lucht en leegte.. Het is een schijnwerkelijkheid van angst, kramp en jezelf met kunst en vliegwerk overeind houden! Een kasteel van zand gebouwd op zand… Waarom zijn wij daar zo aan gehecht?

Over ons ware zelf

Contemplatie staat op geen enkele wijze in relate met dit uiterlijke zelf. Er is een onoverbrugbare tegenstelling tussen het diepe transcendente zelf dat alleen in contemplatie ontwaakt en het oppervlakkige uiterlijke zelf dat we vaak aanduiden met de eerste persoon enkelvoud. (NSC, 7)

Het geheim van mijn ware identiteit ligt verborgen in God. Hij alleen kan van mij degene maken die ik werkelijk ben, of liever: degene die ik zal zijn wanneer ik eindelijk ten volle begin te zijn. Maar dit werk zal nooit voltooid zijn als ik die ware identiteit niet verlang, als ik me niet inspan om haar te ontdekken met God en in God…
De zaden die door Gods wil ieder ogenbllk in mijn vrijheid worden geplant, zijn de zaden van mijn identiteit, van mijn eigen realiteit, van mijn eigen geluk, van mijn eigen heiligheid. Die zaden weigeren is alles weigeren, het is de weigering van mijn eigen bestaan en zijn, van mijn identiteit en mijn ware zelf. (NSC, 33)

In de diepste kern van ons wezen is er een punt van niets-zijn, waar zonde en illusie niet zijn doorgedrongen, een kern van loutere waarheid, een vonk die geheel God toebehoort, die nooit tot onze beschikking is, van waaruit God over onze levens beschikt, en die niet toegankelijk is voor de spelingen van onze geest of de brutaliteit van onze wil. Die kleine kern van niets-zijn en volstrekte armoede is de zuiverste glorie van God in ons. Het is, om zo te zeggen, Zijn Naam die in ons is geschreven, als onze armoede, onze behoeftigheid, onze afhankelijkheid, ons kindschap. Het is als een pure diamant die schittert met het onzichtbare licht uit de hemel. Het is in iedereen aanwezig en als wij het konden zien, dan zouden wij de ontelbare lichtpunten zien die samenkomen in de uitstraling en de schittering van een zon, die al de duisternis en de wreedheid van het leven volkomen zal doen verdwijnen… Ik kan daar geen programma voor opstellen. Het is een gave. Maar deze poort van de hemel is overal. (Louisville)

Onze werkelijkheid, ons ware zelf, is verborgen in wat schijnbaar onze leegte is. NSC, 281)

To say that I am made in the image of God is to say that Love is the reason for my existence, for God is love. Love is my true identity. Selflessness is my true self. Love is my true character. Love is my name. Seeds of Contemplation (1949)

Van ik naar Zelf

Voor mij betekent heilig worden mezelf zijn. Daarom is de vraag van heilig wording en redding in feite de uitdaging om uit te vinden wie ik ben, en het ontdekken van mijn Ware Zelf…. God laat ons vrij dat te worden wat wij zelf willen. Wij kunnen al of niet ons zelf zijn; wat we maar willen. Wij hebben de vrijheid om echt of onecht te zijn. We kunnen eerlijk of bedrog zijn. De keus is aan ons. We kunnen de ene keer het ene masker en de andere keer een ander masker dragen, en, als we dat willen, er nooit aan toe komen om met ons ware gezicht naar buiten te treden. Maar die keuzes zijn niet zonder gevolgen. (NSC, 31-32)

Daarvoor moet ik mijzelf leren kennen, beide kanten, het kwaad en het goede wat in mij huist. Het zal niet genoeg zijn om alleen de ene kant te kennen en niet de andere; alleen het goede of alleen het kwade. Ik moet dus in staat zijn het leven lief te hebben wat God mij gegeven heeft; voluit en vruchtbaar. En zelfs goed gebruik maken van het kwaad wat daarin aanwezig is. (Guilty Bystander, 95)

Het is overduidelijk dat er geen speciale methode/techniek is, en ook niet kan zijn, om dat innerlijke zelf te kunnen ontdekken en tot leven te wekken. Omdat het innerlijke zelf pure spontaniteit is die zonder vrijheid niets is…. Zo’n idee zou een volledig misverstaan zijn van de existentiële werkelijkheid waar we het hier over hebben. Het innerlijke zelf is geen deel van ons zijn, zoals een motor is een auto. Het is heel onze substantiële realiteit in zijn ultieme, meest persoonlijke en meest existentiële zin. Het is als leven en het is leven: het is ons spirituele leven op zijn best. Het is het leven waardoor alles in ons leeft en beweegt. Het is in alles en door heel ons leven en overstijgt alles wat wij zijn. … Het is een nieuwe en ondefinieerbare kwaliteit van ons zijn. (The Inner Experience, 6)

Het enige wat we kunnen doen, met behulp van welke geestelijke oefening dan ook, is in onszelf iets van de stilte, de nederigheid/aardsheid, het loslaten, de zuiverheid van het hart realiseren en de fundamentele openheid die nodig is voor het innerlijke zelf om haar verlegen, onvoorspelbare manifestatie van haar aanwezigheid mogelijk te maken. (The Inner Experience, 7)

Op een bepaalde manier kunnen we zeggen dat ons zijn direct communiceert met het Zijn van God. Als wij bij ons zelf binnengaan, ons ware zelf vinden, en door het innerlijke “Ik” verder trekken, worden we naar binnen meebewogen in de immense duisternis waar we “Ik Ben” van de Eeuwige ontmoeten. (IE, 11)

In onze (Christelijke/Joodse/Islamitische) traditie is er een oneindige metafysische kloof tussen het zijn van God en het zijn van de ziel, tussen het “Ik” van de Eeuwige en ons eigen innerlijke “ik”. En toch, paradoxaal, bestaat ons meest intieme “ik” in God en woont God in haar. (IE, 12)

Finally I am coming to the conclusion that my highest ambition is to be what I already am (2 october 1958)

Rinie: Het verschil tussen ons illusoire en ons echte zelf in God is heel groot maar het ontvankelijk worden voor die aanwezigheid in ons vraagt om een heel subtiel onderscheid. Wij vinden die plaats nooit als wij gebruik blijven maken van de werkwijzen van het illusoire zelf. We moeten ons laten verleiden, in een open ontvankelijkheid zonder eigenmachtigheid, door die werkelijkheid. Dan krijgt onze ‘identiteit’ een diepe grond en een werkelijk en houdbaar perspectief.

Over dat onderwerp heb ik een drieluik gemaakt; een serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Mystieke / Contemplatieve antropologie 2

“De omgeving waarin het monastieke gebed gedijt is de woestijn waar de menselijk troost afwezig is en waar de veiligheidsroutines van de menselijke stad geen soulaas bieden….” (Contemplative Prayer, 1)

Direct nadat ik het vorige blog had gemaakt werd ik al onrustig. Dit soort benaderingen wekken de verwachting van vrede, schoonheid en ‘alles is goed’ op. Alsof mystiek iets moois is. Zo mooi is het allemaal niet. Er is ondraaglijk lijden, lelijkheid en kwaad. Een oude man van 94 die zijn dagen slijt in het verzorgingstehuis zonder enige blijk van waardigheid (ik was gisteren bij hem). De dagelijkse wanhopig makende uitzichtloosheid van het Palestijnse volk… De barbarij rondom voetbalvelden… Nee ik ga niet zeggen dat dat er niet bij hoort. Het is alles inclusief of het wordt een vervreemdende spiritualiteit / mystiek. Ja dit is mijn stokpaardje: het Koninkrijk Gods is midden onder ons of het is nergens. In deze wanhoop, in deze puinhoop; Irrsal und Wirrsal.

Om dat een beetje duidelijk te maken ben ik te rade gegaan bij twee boeken van Thomas Merton. Ik weet niet of ik deze zaak in het kort duidelijk kan maken maar ik kwam er ooit op toen ik de vernieuwde vertaling van Contemplatief gebed tegenkwam. In de toelichting zette de vertaler zijn keus uiteen van de vertaling van het woord ‘dread’. Hij kiest voor de ‘vreze des Heren’ wat m.i. een foute keuze is. Heel de spiritualiteit van Merton uit die tijd en in die twee werkjes is doordrongen van de existentiële ervaring zoals die verwoord wordt in Zen en het Existentialisme van Niets, Angst en Leegte. Ik heb daarvoor zelfs de woorden geteld die verwant zijn die ervaring in beide boeken. Deze ervaring is uitermate pijnlijk en ontluisterend. Als hij al verbanden legt dan is dat met het Kruis en de ‘spirituele dood’; de wanhoop van de godverlatenheid. Wij hoeven deze ervaring niet op te zoeken; zij is er. Maar we moeten er niet te snel aan voorbij willen gaan. Zoals volgens mij zeer vaak in spiritualiteit gebeurd. Maar zij is geen doel of eindpunt. We worden niet ‘verzopen’ in de dood van Christus; maar gedoopt…! En die ‘vreze des Heren’ komt veel later pas. De vertaler gaat me te snel.

“Nu snappen we dus dat de doorleefde volwassenheid van het spirituele leven langs geen andere weg bereikt kan worden dan via de verschrikkingen, kwellingen, moeiten en angst die noodzakelijkerwijs de innerlijke crises van de ‘spirituele dood’ vergezellen. Het is de crises waarin we tenslotte onze gehechtheid aan ons uiterlijke zelf achter ons laten en ons volledig toevertrouwen aan Christus. …..

Het doel van de ‘donkere nacht’, zoals Johannes van het Kruis aantoont, is niet simpelweg het hart van de mens te straffen en onrustig te maken, maar is bedoeld om te bevrijden, te louteren en te verlichten in de pure Liefde. Deze weg die door verschrikkingen voert eindigt niet in de wanhoop maar in de volmaakte vreugde. Niet in de hel maar in de hemel.” (CP 88 of 110)

In de geest van Thomas Merton zijn dit geen ervaringen van ‘eens en voor altijd’ maar is dit een voortgaand proces van ervaring die pas in de dood hun (voorlopige?) vervolmaking vinden. Het is de oefening van in elk moment en in elke plaats op de verpletterende werkelijkheid ingaan in een ‘naakt’ geloof.

De ware en heilige benadering van het leven is op geen enkele manier een ontsnapping aan de ‘nietsheid’ die ons overmeesterd als wij aan ons zelf zijn overgeleverd. Integendeel, zij gaat bij die duisternis en dat ‘niets’ naar binnen, dringt daarin door, wetend dat de genade van God onze desolate leegheid heeft getransformeerd tot Zijn tempel. En we geloven dat Zijn licht zich verborgen heeft in onze duisternis. Vandaar dat die heilige grondhouding er een is die niet geschrokken terugdeinst voor onze eigen leegheid maar veelmeer met eerbied en ontzag daar naar binnen gaat in het bewustzijn van dat geheim. (Inner Experience, 53 Vervolg)

Volgens mij gaat het er in deze contemplatieve zijnswijze dus om onze verbijsterende en verpletterende (ervaring van de) ‘werkelijkheid’ binnen te gaan in een vertrouwen op ‘Gods’ verborgen scheppende intimiteit in dit alles. Ook in die werkelijkheid van ons eigen zelf…  Zonder dat wij daarbij ook maar enige ‘grip’ krijgen op deze werkelijkheid. Maar wij kunnen haar dan wel in alle vrijheid binnen optreden. Dat is m.i. de essentie van geestelijke oefeningen en deze grondhouding wordt gaandeweg zich eigen gemaakt. In het begin met veel aarzeling en scepsis. Zien soms even. Het schept op den duur wie weet een bepaalde mate van onverschrokkenheid? Lukt mij dat? Door dit soort literatuur te blijven lezen en niet RTL1/2/3/4/5/6/7/8 te kijken en te geloven; zo nu en dan een klein beetje…

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Thomas Merton over Contemplatie

Ik lees op dit moment het boekje van Thomas Merton met zijn toespraken voor abdissen van contemplatieve kloosters. Toespraken uit 1967 en ’68. Ik zal hieruit meer teksten vertalen. Er wordt hem een vraag gesteld:

“De mensen komen naar ons toe en vragen ons hen onderricht te geven over contemplatief gebed. En dat terwijl het al moeilijk is er iets over te zeggen. Wat zijn jouw ideeën hierover wat we hen zouden kunnen meegeven?

Dat zou helemaal een Zen-achtige aanpak moeten zijn! Als jij aan een Zenmeester vraagt, “Wat is de essentie van Zen?”, kun je een klap voor je kop krijgen, of zoiets. En hij zou je daarna aan je lot overlaten om daar een tijdje over na te denken. Onder geen enkele voorwaarde zal hij je een uiteenzetting geven over Zen. Over iets anders misschien, maar niet over Zen.

Die Sufi vriend, waarover ik je vertelde, was hier op bezoek en we hadden een paar bijeenkomsten met hem. Hij is een echte mysticus en heel erg met beide benen op de grond. Een van onze meest serieuze monniken stelde hem de vraag, “Hoe bereik jij de eenheid met God?”. Wat zijn de hulpmiddelen, hoe doe je dat, wat is het systeem? De Sufi lachte alleen maar en zei, “Wij geven geen antwoord op dit soort vragen.” Hij serveerde het af; wilde er niets mee te maken hebben. Je geeft geen antwoord op zulke vragen omdat er maar een antwoord is. En dat is de dynamische eenheid met God.

Zen mensen leggen grote nadruk op het feit dat jij, als je niet zo’n ongelooflijke domoor zou zijn, zou weten dat je verenigd bent met God; dat God allang zo dichtbij is. Oké; iemand komt bij je en vraagt je naar contemplatief gebed. Wat je dan op de een of andere manier moet doen is hem in een positie brengen waarin hij in staat zal kunnen zijn zich bewust te worden hoe dichtbij God is. Daarbij rekening houdend met zijn persoon en zijn achtergrond. Boeddhistisch onderricht zegt dat de enige blokkade hiertoe onwetendheid is. Maar die onwetendheid zit echter wel verweven in alles.

De oorzaak van deze onwetendheid is dat je jezelf te serieus neemt als individu. Je bent te veel bezig met overleven; leven en dood zij zo verschrikkelijk verschillend. Of je levend of dood bent is verschrikkelijk belangrijk omdat je als je als individu sterft alles afgelopen is. Er zijn geen individuen na de dood. Er zijn personen ja maar geen individuen. Ik denk dat dit een heel belangrijk punt is omdat wij Christenen niet geloven in een leven na de dood van het individu. We geloven in een leven na dit leven van de persoon, die vrij is, die allang in God is, die een is met God vanaf het begin. De persoon keert terug naar God en vindt zijn zelf in God op een veel dieper niveau dan een individu ooit zou kunnen. Omdat het individu zichzelf ziet als een kleine geïsoleerde entiteit waarvoor al het andere afgesloten is. Zolang wij individuen zijn kunnen wij nooit een zijn met elkaar. Natuurlijk moeten wij als individuen deze zaak uitwerken. Dus kunnen we indirect wel over de vereniging met God spreken maar er is geen antwoord op de vraag.

Probeer je dan een persoon meer bewust te maken?

The only known photograph of God; Thomas Merton

Bewust van iets wat er al die tijd al is. Natuurlijk, het is er en het is er niet. Het is zeer helder; als je je van “zijn” en “ik ben” gewaar bent en bewust wordt, ben je een ander mens; dat is een revolutie. En ja, dat is heel tegenstrijdig; je moet het op de een of andere wijze omschrijven. Maar als een persoon zich ervan bewust wordt dat God zo intiem is, zo dichtbij dat er geen tussenruimte is, maakt dat een essentieel verschil. Dat is ook zoals je je realiseert dat deze presentie niet afhangt van of je onberispelijk bent of iets wat daarop lijkt. Als het daarvan af zou hangen zouden we allemaal lang moeten wachten op die eenheid met God.” (pag. 114-116)

Ik heb ook een drieluik geschreven; een serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Lijkwaden ….

Eigen-lijk was het een steeds terugkerend thema de laatste jaren. Gerda wil absoluut niet in een kist begraven worden en ik vind verbranden niet leuk… Waar je het al niet over kunt hebben bij een goed glas wijn. Volgens mijn Engelse collega ben ik een beetje weird. Al snel kwam de gedachte van ‘in doeken gewikkeld’ bij mij op. Als Moslims dat mogen waarom wij niet. Toen ik in die tijd onderzoek deed kwam ik niet verder dan de Lijkwade van Turijn.

Maar gisteravond, toen ik het weer eens probeerde, werd ik echt een beetje blij! Het blijkt in de eerste plaats te mogen en er zijn allerlei kunstenaars die bedreven zijn in het ontwerpen en maken van een lijkwade.

Sinds 1991 is het mogelijk om in Nederland begraven of gecremeerd te worden zonder kist. De overledene wordt dan op een draagplank gelegd  een doek, lijkwade genoemd. Men mag voor een lijkwade alleen natuurlijke materialen gebruiken zoals katoen, linnen, wol of zijde.

Al surfend kwam ik prachtige ontwerpen tegen zoals van Armien Visser en Margaret Sabee. Het blijkt dat mensen vroeger doodshemden klaar hadden liggen. Die kwam mee met de uitzet.. Ik kwam zelfs een ontwerp van Henny Willems tegen om zelf te maken. Je kunt de instructie bestellen: ‘Rouwtextiel zelf maken’

Naast een hemd en het rouwkleed heb je ook nog een baar nodig. Die kwam ik zelfs in de variant van een biezen mand tegen.

 

Nu vind ik dat laatste niet het belangrijkste maar ik ga wel contacten leggen en nadenken over de stof (in ieder geval ook een ruw linnen doodshemd/’doopjurk’), de te gebruiken kleuren (ook blauw) en de symbolen die ik er op wil. Bij dat laatste is mijn eerste associatie het Keltische Kruis van Thomas Merton. Al pratend hierover stelde we ons voor dat de wade zelfs een plek zou kunnen krijgen op mijn ziek/sterfbed (als me dat gegeven is).

Eigenlijk vind ik dit een prachtig geschenk bij mijn pensionering. En dat meen ik nog ook. Toch wel ‘weird’…?

Als iemand tips heeft in deze stijl mag je hieronder reclame maken.

(Vond ik: een filmpje met Margaret Sabee….; weet nu niet meer of ik nog wel wil…)

Thomas Merton over Stilte

Wie weet ga ik dat wel doen… Een aparte website: ‘Thomas Merton over….’ Al lezend en studerend kom ik zoveel mooie dingen van hem (of over hem) tegen dat ik steeds vaker aan het vertalen sla. Zo ben ik nu in ‘The Springs of Contemplation” begonnen. Een verzameling conferenties uit 1967 en 1968 gehouden voor een kleine verzameling abdissen van contemplatieve vrouwenkloosters. Om samen met hen zich te bezinnen op de toekomst van hun ordes.

De eerste conferentie is al gelijk raak. Hier stelt hij de vraag naar de bedoeling van het zwijgen / de stilte van en klooster. Het raakt onmiddellijk aan mijn blogs over de stilte en meditatie. Stilte is populair. Maar Merton maakt mij attent op de essentie hiervan. Althans hij geeft er een inhoud aan waarvan ik zeg ‘ja dit herken ik’. Ik weet nog dat ik een stilte weekend volgde en me er hardop over verwonderde dat mijn groepsgenoten als gevolg daarvan het niet nodig vonden een vorm van groet te betrachten op het moment van zien van elkaar. Ik merkte dat ik mij daar zeer aan stoorde. In plaats van een oefening in ‘verstilling’ werd het een oefening in autisme…

Hij spreekt hier tot mensen die zich bezinnen op de toekomst van het contemplatieve kloosterleven. Voor Merton is dat geen ‘uitzonderlijk’ leven maar leven in zijn diepste en meest essentiële vorm. Ons leven is dus niet iets anders! Iedere plek en elk leven is ten diepste contemplatief leven in gemeenschap.

Ik vertaal integraal het eerste deel van zijn conferentie: “Presence, Silence, Communication”

“In het contemplatieve leven staan we allemaal voor de vraag “Wat moeten we doen?”. Een van de dingen die we kunnen doen is bij elkaar komen zoals we dat nu doen; als zusters en broeders in Christus en laten gebeuren wat nooit eerder gebeurt is, deze vorm vorm van zoekende retraite.
    Natuurlijk is wat we nu doen, dat wat we verondersteld worden te doen: samen komen op een rustige plek, waar we kunnen praten nadenken en bidden. Een belangrijk sleutel woord is presence (Rinie: ik zal dat meestal onvertaald laten maar vormt wel een kern de latere spiritualiteit van Thomas Merton).  We willen gewoon aanwezig bij elkaar zijn en ons toevertrouwen aan dat wat gebeurt. Als je mijn boeken gelezen hebt ken je mij niet echt. Kijk maar eens goed wat en wie ik echt ben. Prensence daar gaat het echt om. Het is belangrijk je te realiseren dat de Kerk zelf presence (= bewust geworden aanwezigheid?) is en dat geld ook voor het contemplatieve leven. Samen leven (in het klooster) is presentie; niet een instituut. We hebben er op vertrouwd dat een instituut een vervanging kon zijn voor de realiteit van de presentie; en zo werkt het dus gewoon niet!
    Er is sprake van een Pinksteren in het klein daar waar Kerk is (Rinie: hij bedoeld hier de groep die hier bij elkaar is). Pinksteren betekent nieuw leven, en dat betekent veranderingen in ons leven. Maar veranderingen zijn niet gemakkelijk; nieuw leven is verontrustend en verwarrend. De basis ervaring van religieuzen in deze tijd is de strijd, in hun hart weten zij dat er iets van hen gevraagd wordt door God, en dat ze op de een of andere wijze verhinderd worden dat te doen. Het is waar dat veel jonge mensen die het religieuze leven kwamen opzoeken het gevoel hebben dat het zelfs moeten verlaten om God te vinden. Voor sommigen van hen is dat misschien waar; voor anderen zou dat wel eens een illusie kunnen zijn. Wij zijn allemaal bezig voor ons zelf die zaken op een rijtje te zetten. En dat gaat lang duren; de antwoorden liggen niet zomaar voorhanden.
Laten we in dat verband de stilte , onze specialiteit hier in dit Trappistenklooster,  als voorbeeld nemen. Stilte kan een groot probleem of een diepe genade zijn. Als het te geformaliseerd wordt houdt het op een bron te zijn van genade en wordt het een probleem omdat het niet meer een dienende presentie is. Gedurende veel te lange tijd is stilte een vorm van afwezig zijn aan elkaar geweest. Daarmee wordt het een contradictie, en gaan mensen aan haar lijden. Een gemeenschap kan niet op deze basis bestaan. Contradictie is een deel van het leven maar als een systematische bron van frustratie van basale culturele waarden dan wordt het iets anders. Een mens moet in staat zijn om om zich te verhouden tot heel veel verwarrende zaken in de cultuur, dat is vanzelfsprekend, maar dat betekent nog niet dat we nooit muziek mogen horen. Wij trappisten hebben een heel slechte reputatie op dat gebied. Onze stilte heeft de neiging dat mechanische effect te hebben. Zo was het schijnbaar de bedoeling dat stilte betekende dat je moest doen alsof er niemand in je buurt was. Je was stil omdat je de ander min of meer wilde buitensluiten.
Als mensen bij elkaar komen is er altijd een vorm van aanwezig zijn bij elkaar, zelfs als je dat een maagzweer bezorgt (Rinie: daar had Merton nogal eens last van..) We zullen die zaken zo moeten arrangeren dat de aanwezigheid een positieve en niet een negatieve ervaring is. Hetgeen betekent dat we misschien wel meer moeten praten om te leren hoe we in stilte op een positieve wijze present aan elkaar kunnen zijn. Er moet genoeg communicatie zijn zodat stilte een zegen wordt. Die stilte vergt een diepere liefde en pas tot die liefde voldoende gegroeid is, heeft het geen enkele zin te doen net alsof die er wel is. Stilte in ons leven is pas gerechtvaardigd als we elkaar voldoende liefhebben om ook in stilte bij elkaar te zijn. Pas als we die diepte van het gemeenschappelijk leven bereikt hebben zullen we pas de bijzondere roeping en zegen van het samen stil zijn gaan ontdekken. Maar we zullen dat nooit bereiken door elkaar buiten te sluiten en elkaar als object te behandelen. Dit zullen we geleidelijk aan vinden als we elkaar leren lief te hebben.” pag.3-5

Rinie:
Hier krijgt de stilte (als geestelijke oefening) dus een plaats in het samen zijn. Zonder verbinding en ontmoeting dus geen stilte!! De stilte is geen doel in zich maar wordt geboren in en uit de dialoog. De Lectio Divina eindigt in de stilte. Ze begint er dus niet mee! Daarmee wordt de contemplatie en de stilte een overvloedige leegt en een oorverdovende stilte! Deze stilte is dus een heel diepe verbinding! Met alles en iedereen!

Lex Boot over christelijke meditatie

Hij was al eerder betrokken bij het Handboek over meditatie. Nu heeft hij een ‘kleine gids‘ geschreven over meditatie. Uiteraard gelijk aangeschaft. Ik vind het fantastisch dat zaken als Lectio Divina, loopmeditatie, centering prayer en mantrameditatie tot de vanzelfsprekendheden van de kerk gaan behoren. Erg leuk! Alleen al vanwege zijn handzaamheid een aanrader!. Er worden zelfs mediabestanden mee geleverd! Achter hem staat de beweging van Vacare; een intiatief van de PKN.

In zijn inleiding verteld hij wat het hart is van christelijke meditatieve weg:

de verstilde omgang met God en …het spirituele proces van omvorming in liefde.

Vervolgens zegt hij:

Daarover hebben we geen beschikking, en een geestelijk proces kunnen wij niet oproepen. Meditatiemethoden leren je echter wel je open te stellen voor wat je mag ontvangen.

Al de daarop volgende manieren van mediteren in het boekje helpen je om deze grondhouding van ontvankelijkheid te voeden. In het zitten, lopen, stilte, zingen; vormen die de eeuwen van spirituele vorming hebben doorstaan. Juweeltjes dus. Maar net als bij het Handboek ga ik weer een klein beetje op een andere positie staan? Ik aarzel daarbij. Ik voel nu al de hete adem van mijn vrouw in mijn nek…”waarom moet jij het weer beter weten”… En daar heeft ze helemaal gelijk aan, maar ik hoop dat ik het belang van de ‘subtiele nuance’ kan aantonen….

Ik wil dat doen a.d.h.v. een paar citaten van Thomas Merton als hij het heeft over meditatie en gebed. De eerste drie komen uit een conferentie met de Zusters van Loretto(15 mei 1963) en het andere is een Thomas Merton antwoord op de steeds weerkerende vraag van zijn vriend Abdul Aziz naar zijn methode van bidden.

“Als je bid/mediteert meet dat dan niet af aan je eigen verwachtingen als je er mee begint… Je moet heel realistisch zijn in het spirituele leven – over alles – maar vooral als gaat om gebed.
Laat je gebed geen gevecht tegen de werkelijkheid. En de eerste werkelijkheid die er is ben jijzelf, en dat is de plaats waar gebed begint. Het begint met jou, en je hoeft niet van jezelf naar God te gaan, want God is in je. Alles wat je hoeft te doen is blijven waar je bent. Je hoeft dit ‘ basaal aards zijnde’ welke je bent, niet te ontvluchten en de ladder van Jacob op te klimmen helemaal naar de hemel waar God is. Want als je dat doet, zul je nooit bidden. Je zou niet kunnen bidden daar.
Je moet beginnen waar je bent en daar trouw aan zijn. Want God is in je zoals je bent, en verwacht niet van dat je iemand anders bent dan dat je bent. Aanvaard dat God een omvorming zal scheppen in je leven. Maar jij moet leren gewoon zo samen met God te zijn in je eigen leven zoals het is zodat Hij deze omvorming kan geven.” (54)

“Als we oplettend zijn voor dat wat is zijn we oplettend voor God en God raakt ons aan in dat wat is (werkelijkheid). Als met God bent zie je God in alles en iedereen …. Heel de schepping is de plaats waar God liefde zich manifesteert…”(56)

“God is in ons diepste innerlijk (true) zelf wat blijft zelfs als alles van ons is afgenomen. Alles kan verdwenen zijn maar God is in ons innerlijke midden en dat blijft als wij sterven. Echte vrijheid is in staat zijn om naar dat midden te kunnen gaan en daar te blijven.”(57)

“… Je vraagt me naar mijn manier van mediteren. Strikt genomen is mijn gebed heel eenvoudig. Het concentreert zich helemaal op de aandacht voor de aanwezigheid van God en op Zijn wil en Zijn liefde. Het is dus geconcentreerd op geloof, want dat is het enige waardoor wij Gods aanwezigheid kunnen kennen. Je zou kunnen zeggen dat dit aan meditate het karakter geeft dat door de profeten wordt omschreven als ‘voor God staan alsof je Hem zag’. Toch betekent het niet dat ik mij dingen verbeeld of me een bepaalde voorstelling van God maak, want dit zou volgens mij een soort afgoderij zijn. Integendeel, ik aanbid Hem als de Onzichtbare, die ons begrip oneindig te boven gaat. Ik word mij van Hem bewust als degene die alles is. Mijn gebed neigt heel sterk naar wat jullie fana noemen. In mijn hart is die grote dorst de nietigheid te erkennen van alles wat niet God is. Mijn gebed is dan een soort lofprijzing die oprijst uit die kern van Niets en Stilte. Het feit dat ik nog ‘zelf’ aanwezig ben, erken ik als een obstakel, waartegen ik niets kan doen tenzij Hijzelf het obstakel wil  wegnemen. Als Hij het wil, kan Hij dan het Niets herscheppen in totale klaarheid. Als Hij dat niet wil, lijkt het Niets voor zichzelf een object te zijn en blijft het een obstakel. Dat is mijn gewone manier van bidden of mediteren. Het is niet ‘over iets nadenken’, maar een zoeken, zonder omwegen, naar het gelaat van de Onzichtbare, dat je niet kunt ontdekken, tenzij je jezelf verliest in Hem die onzichtbaar is. Ik schrijf normaal gesproken niet over deze dingen en ik vraag je daarom hier discreet mee om te gaan. Maar ik schrijf dit als een bewijs van mijn vertrouwen in je en van onze vriendschap. …. “(349, 2 januari 1966)

Tot zover Thomas Merton. (vertalingen van mij en Dirk Doms)

Christelijke meditatie (en wie weet wel alle meditatie), of je nu ademt, loopt, zit, staat, ligt en/of stil bent, wil in verbinding brengen met deze werkelijkheid die is. Alle oefeningen willen een hulpmiddel zijn om ons te bevrijden uit de afleiding en verstrooiing en ons terugbrengen naar dat wat er allang is; God!!

De tweede geciteerde opmerking uit het boekje geeft mij de zorg dat mensen iets gaan zoeken en gaan zitten wachten op een ontmoeting/ervaring terwijl die er allang is! Nee en dat is geen spectaculaire ervaring. Oefenen in meditatie wil ons juist bevrijden uit de illusie dat het ergens anders is! Als je zit, ademt, loopt, kijkt, luistert, werkt, speelt is het er. Het was er zelfs allang.. Merk je het niet?

Maar misschien zeur ik wel vreselijk…

Thomas Merton tegen de zusters van Loretto

‘Geborgen in een geheim’

Zou dit Merton op zijn best zijn? Voor de vuist weg sprekend…? Wel voorbereid maar met een kwinkslag en diep oprecht? Ben een recent uitgekomen werkje aan het lezen en kom daarin een paar prachtige alinea’s tegen. Uitgesproken tegen novicen in een nabij gelegen en bevriend vrouwen klooster ‘Loretto’ (1961/2).

Ik heb er een paar vertaald die allemaal eenzelfde ‘geest’ dragen. De foto’s zijn gemakt door Thomas Merton

*

Ik was ingewijd op Hemelvaart donderdag. Ik veronderstel, dat als jullie je gelofte doen op die dag, dat jullie allemaal zullen opstaan met Christus. Maar weet je, jullie hoeven helemaal niet ‘ten hemel op te varen’; je hoeft helemaal nergens heen te gaan. De heilige Paulus zegt: “Wie zal Hem van de hemel doen neerdalen en wie Hem uit de diepten naar boven halen? Nee, het Woord is heel dichtbij. Het is in ons hart.” En dat is de reden waarom je niet hoeft op te klimmen; omdat de hemel op aarde is. Hemel is in je hart omdat Christus in ons hart is. En dat is een geweldig iets wat we ons moeten realiseren; dat je nergens heen hoeft te gaan om onze Heer te vinden. We hoeven Hem niet te vinden omdat Hij komt om ons te vinden, zie je. Dat is het belangrijkste wat we ons moeten realiseren. We vinden Hem door ons door Hem te laten vinden.  …… Het is eigenlijk zijn werk en niet zozeer dat van ons… (10)

*

Die hele onderneming, van het gevoel dat heilig zijn net om de hoek is, is een geweldig verwarrende illusie. Zo zit dat niet in elkaar, zie je. Wij zouden helemaal niet in die dimensie moeten leven. Alsof we langs een horizontale lijn ons voortbewegen, waar we voortdurend op zoek zijn naar zijn wat er nu weer in ons vizier komt en wat we nooit zullen bereiken. Het is als een wortel die de ezel wordt voorgehouden en waarbij de ezel zich alsmaar voortbeweegt maar de wortel nooit krijgt. Sommige mensen zouden willen dat het spirituele leven ook zo is. Maar zo hoort dat niet te zijn. Hierdoor loop je voortduren vooruit op jezelf. Je pakt dan nooit op waar je werkelijk hoort te zijn; namelijk precies daar waar je nu bent, zie je. En je bent daardoor altijd buiten jezelf en dat betekend dat je vervreemd bent van jezelf, weg van waar Christus is. (11)

*

Het gaat er niet om dat we Christus morgen met ons is; we hebben Hem nu met ons. En, omdat we Hem nu met ons hebben, zullen we morgen ook bij Hem zijn en niet omgekeerd. In plaats van te zoeken naar die prachtige dag of moment waarop we dat alles zullen ontvangen, moet je je realiseren dat we niet hoeven te wachten. In een bepaald opzicht zijn we, vanaf het moment dat we ons helemaal hebben overgeven aan Hem ( R. = die ‘vow’), aangekomen, niet in de hemel, maar in de Kerk (R. = dat mystieke lichaam van Christus) We zijn dan aangekomen waar wij thuishoren. Als we zijn waar we horen doet niets anders er meer toe. Als we dan toch nog ergens naartoe moeten zal Hij ons daar brengen. Wij hoeven onze reis niet meer te organiseren; we doen gewoon wat Hij zegt. Als je eenmaal in de trein bent gestapt blijf je daar gewoon tot je op je bestemming bent aangekomen. (11)

Als jullie dus bij jullie gelofte afzien van jullie zelf, zien jullie zeker af van heel jullie zelf. Maar dat doe je in de eerste plaats en vooral van jullie oppervlakkige zelf. Degene die denkt het allemaal opwindend is maar wat dat niet echt is. In het religieuze leven is het heel belangrijk om je bewust te zijn dat we niet zo opgewonden zijn over zoveel dingen aan de oppervlakte omdat diep van binnen we veel meer betrokken zijn op die zaken die veel belangrijker zijn. Maar dat zijn dingen waar niet waar we niet over kunnen spreken. De dingen nu waar we over kunnen spreken, de dingen die we wel kunnen uitleggen, zijn meestal de minst belangrijke zaken in ons leven. En zij leiden ons af van de diepere zaken waar we niets over kunnen zeggen. Je kan ze niet eens goed begrijpen. Dat zijn de echte dingen in ons leven … Deze dingen hoef je niet los te laten; zij zullen nooit van je af worden genomen. Hier gaat het om de Maria-Martha zaak. … Er is een ding dat er werkelijk toe doet, dat niet van je af kan worden genomen. Het gaat hier niet om actie of  contemplatie. Het is wezenlijker, het is je ziel verenigd met God, Gods aanwezigheid in je ziel. Het is Zijn wil in jou. Niemand kan daar aankomen; niemand kan daar iets aan doen; niemand kan daar iets aan beschadigen, zelfs niet in het minste bene – zelfs jijzelf kunt dat op een baalde manier niet…. Zelfs hoewel wij ons leven door ons eigen schuld flink gecompliceerder kunnen maken zal het geen effect hebben op het diepe werk dat God aan het doen is ons hart. (12-13)

Ze hebben een gemeenschappelijk thema. Een ‘weten’, dat mij dit gebed ingaf:


Hier ben ik

Dit
Nu
Hier
Zo

In U
U in mij

Scheppend

Zeer goed

Mijn schoonzus van 60 is overleden…

Thomas Merton: Prachtig vernieuwde site!

The Thomas Merton Center at Bellarmine University

Alleen al deze vijf teksten maken het bezoek de moeite waard:

On the last day of January 1915, under the sign of the Water Bearer, in a year of a great war, and down in the shadow of some French mountains on the borders of Spain, I came into the world…

For me to be a saint means to be myself. Therefore the problem of sanctity and salvation is in fact the problem of finding out who I am and of discovering my true self.

The theology of love must seek to deal realistically with the evil and injustice in the world, and not merely to compromise with them.

 

We are living in a world that is absolutely transparent, and God is shining through it all the time.

Thomas Merton 10 november 1963:

“Whatever I may have written, I think it all can be reduced in the end to this one root truth: that God calls human persons to union with Himself and with one another in Christ, in the Church which is His Mystical Body. It is also a witness to the fact that there is and must be, in the church, a contemplative life which has no other function than to realize these mysterious things, and return to God all the thanks and praise that human hearts can give Him. It is certainly true that I have written about more than just the contemplative life. I have articulately resisted attempts to have myself classified as an “inspirational writer.” But if I have written about interracial justice, or thermonuclear weapons, it is because these issues are terribly relevant to one great truth: that man is called to live as a child of God. Man must respond to this call to live in peace with all his brothers and sisters in the One Christ.”

Thomas Merton De Paasliturgie van de Schepping

Easter / foto Thomas Merton

Een lentemorgen! Ik ben alléén in het bos. Zonsopgang: een enorme dooier energie die zich uitspreidt en nog uitspreidt als om het hele uitspansel te veroveren. En daarna de plechtigheid van de vogels die hun voedsel zoeken in het natte gras. De veldleeuwerik die voedsel zoekt en zingt. Dan de rustige, volkomen stille, droge zonovergoten lentemorgen, onder de rijzende zon. April is niet de verschrikkelijkste maand. Niet in Kentucky. Het was moeilijk om psalmen te zeggen. De aandacht wordt voortdurend meegetrokken in de grote blauwe boog van het uitspansel, de bomen, de heuvels, het gras en alle dingen. Hoe absoluut centraal is de waarheid dat wij eerst en vooral deel van de natuur uitmaken, weliswaar een zeer bijzonder deel dat zich bewust is van God. In de eenzaamheid wordt men volledig omringd door wezens die God gehoorzamen. Zo blijft er voor mij slechts één plaats open en als ik die plaats inneem, vervul ik Gods wil. De plaats die de natuur ‘open laat’ komt toe aan degene die bewust is, die beseft, die alles als een eenheid ziet, en alles aan God offert in lofprijzing, vreugde en dank. Voor mij zijn dit geen ‘geestelijke daden’ of bijzondere deugden, maar veeleer de eenvoudige, normale, voor de hand liggende functies van de mens. Ik zie niet in hoe hij daarbuiten een mens zou kunnen zijn. Klaarblijkelijk heeft hij geleerd te leven in een andere dimensie die we ‘de wereld’ kunnen noemen in de betekenis van een rijk van de mens en zijn machines, een wereld waarin iedere enkeling in zichzelf en in zijn eigen — min of meer heldere — ideeën, in zijn eigen verlangens is opgesloten en waarin niemand enige aandacht schenkt aan het geheel. Je moet alléén zijn onder de hemel, alvorens alle dingen op de juiste plaats komen te staan en om te midden van alles je eigen plaats te vinden. 

Het is niet het christendom, verre van, dat de mens scheidt van de kosmos, van de zinvolle wereld en van de natuur. Integendeel, het is onze eigen technocratische en in zichzelf verankerde “wereldsheid” die eigenlijk een vervalsing en een verloedering van de natuurlijke perspectieven is, die hem scheidt van de werkelijkheid van de schepping en hem in staat stelt zijn fantasieën te spelen als een kleine autonome god die alles ziet en beoordeelt met betrekking tot zichzelf.
Wij moeten nederig genoeg zijn om onszelf eerst en vooral als deel van de natuur te zien. Dit te ontkennen leidt tot dwaasheid en wreedheid. (…)
Het was een heerlijke morgen. Een teruggaan in de geest naar de eerste morgen van de schepping.

Conjectures of a Guilty Bystander, blz. 294-295  (vertaald door D. Doms)

Eenzaam, alleen en individualiteit; Paastijd

Geeft me iets om voor te sterven‐!
     Die Mauern stehen
     sprachlos und kalt, die Fahnen
     klirren im Winde.
Niet dit maakt de eenzaamheid tot een kwelling:
dat er niemand is die mijn last deelt,
maar dit:
dat ik alleen mijn eigen last te dragen heb.             Dag H.

Niet eens zo lang geleden zei een vriend van mij: ‘wij staan er er helemaal alleen voor; het is ieder voor zich’. In zijn schets hoorde ik een bedreigende vorm van eenzaamheid… Het beangstigde mij. Zo ‘verschrikkelijk’ op eigen benen moeten staan vond ik geen aantrekkelijk mensbeeld (eenzaamlijden). Ben ik niet meer van de ‘verbinding’; het samen ergens voor gaan? In een huwelijk, woongroep of vriendschap? Mij beangstigd die eenzaamheid die ik ook bij Dag Hammarskjold lees..

Een centraal thema uit het werk van Thomas Merton, maar meer nog in dat van Henri Nouwen, is dat subtiele verschil tussen eenzaamheid (loneleyness) en alleen (alone) zijn. Je kunt alleen zijn zonder eenzaam te te zijn (en omgekeerd natuurlijk). Ik vind dit ook terug in de brieven van Dietrich Bonhoeffer. Zijn hartstochtelijk pleidooi, in de gevangenis, voor een volwassen christendom heeft hele scherpe analyses opgeleverd. Die ‘individualiteit’ zie ik ook het boek van Dag Hammarskjold. Zou het zo kunnen zijn dat lijden en verzet/inzet je loutert tot op je ware zelf / je ware individualiteit? Maar dat blijkt dan tegelijkertijd de plaats te zijn van de ware verbondenheid met allen/alles/de werkelijkheid.

Die dubbelzinnigheid herken ik bij hen ook in het thema van de stilte en het zwijgen. De stilte die op een prachtige wijze doorwrocht is in het briljante boek over de stilte van Sara Maitland. Ook hierin weer dat loslaten en alleen zijn die uitgroet tot verbondenheid. Hoe meer Thomas Merton zijn hermitage vond hoe dieper zijn verbondenheid over alle grenzen zich ontwikkelde.

Is dit de overgaven aan de ver-niet-iging? Kenosis? De durf om alles te verliezen? Niets te zoeken, niets te willen? En langs die weg vinden/gevonden worden? Als dat zo is vind ik dat niet makkelijk…; zacht uitgedrukt. Dromen, vrienden, doelen en zelfbeelden verliezen is dat de weg die er ook gegaan moet worden? Of is dit een typische oude mannen blues?

De ‘mystieke ervaring’. Altijd ‐ hier en nu ‐ in de vrijheid
die één is met distantie, in de stilte die geboren wordt
uit zwijgen. Maar ‐ deze vrijheid is een vrijheid in daden,
deze stilte een stilte onder mensen. Voor hem die, in de
wereld staande, vrij is van zichzelf, is het mysterie
voortdurende werkelijkheid, een werkelijkheid in de
rustige rijpheid die geschonken wordt door de
ontvankelijke opmerkzaamheid van de aanvaarding.
De weg naar heiliging gaat in onze dagen noodzakelijk
via daden.
Men moet alles voor alles geven.                  

Dag H.