In therapie 1

Maart 2013 schreef ik mijn laatste publieke blog over mijn stemming. Ik pakte in diezelfde tijd de draad van mijn therapie met Piet van Roest weer op. Vanaf 1999 was ik lange tijd in therapie geweest voor een ‘gegeneraliseerde angststoornis’. Mijn angsten, die eind 2012 waren teruggekeerd, hadden in de nacht inmiddels het karakter van bijzonder onaangename paniekaanvallen gekregen. Ze gingen op den duur zelfs over in dwang- & waan-gedachten-spiralen. Er waren momenten in die nachten dat ik niet meer wist waar ik het moest zoeken. Ik had Piet weer keihard nodig; al was het alleen al voor mijn zoektocht naar een nieuw medicijn.

In mijn dagelijkse leven wist ik mij redelijk overeind te houden. Alleen raakte ik op den duur al mijn zelfvertrouwen kwijt en trok ik mij steeds meer terug/in mijn schulp. Over een inmiddels al wat langere periode trok ik mij terug uit al mijn vrijwilligerswerk bij retraitecentra en ik brak met een zeer intensieve en goede vriendschap van meer dan 20 jaar. Vaak had ik daar plausibele redenen voor. Het was een proces van ‘ontbinding’ waarvan ik veel later pas doorkreeg wat de echte wortel was: een extreem negatieve zelfbeoordeling welke weer een gevolg was een hechtingsstoornis. Ja; ik was naar mijn eigen gevoel een ‘naar kind’ waarvan mijn vader op mijn 15de zei dat hij ‘nog nooit een dag plezier had gehad’. Denk ik nu te snappen waarom het leven van mijn broer Peter in eenzaamheid eindigde? We waren nogal niet gewild en zeker met teveel; zeker de laatste zes van de tien.

Ik schreef weinig of geen blogs meer en het plan om te gaan promoveren op “wanhoop” verdween in de ijskast. En ik ben zelfs bang dat het in de prullenbak verdwijnt.

Nee; het is geen leuke tijd geweest de afgelopen twee/drie jaar. In ieder geval aan de ‘binnenkant’. Ik denk dat alleen mijn vrouw hier echt iets van merkte. Aan de ‘buitenkant’ verging het me uitstekend. Want er is een zoon getrouwd, een schoonzoon gepromoveerd en een kleinkind geboren; wat niet niks is!

In het laatste jaar (2015) gebeurden er twee dingen die een wending teweeg brachten.

1. Ik had de film ‘Tree of Life’ gezien waarin en jongetje voorkomt waarin ik mij helemaal herkende! In de vervreemding tussen vader en zoon ontwikkelde het kind zich in een steeds meer ‘negatieve’ richting. Hij werd rebels en kreeg zelfs een ‘naar karakter’. Dit was ik! Ik stikte bijna in mijn emoties bij het zien daarvan. Maar als ik dat kind zou begrijpen zou ik ook meer kunnen begrijpen van mijn eigen ontwikkeling!!!

2. Ik schreef in februari een 4-tal vragen op in mijn dagboek en stelde de beantwoording daarvan tot het doel van mijn therapie:

  • ik wil de dynamiek van mijn innerlijk begrijpen
  • ik wil een plek in mijzelf vinden van waaruit ik niet meer meegesleurd wordt in die innerlijke ‘turmoil’
  • ik wil 1 & 2 in een spiritueel licht gaan zien en daarin een plek vinden van nieuwwording/genesis/godsgeboorte
  • en daarin wegen naar/van verbinding met God, mezelf en mijn wereld

100100400617436941EGo8NUcJLWist ik dat ik het kon gaan doorgronden? Dat ik er aan toe was om het door te krijgen? Ik lees heel veel naast en rond mijn therapie en in die tijd kwam ik via het ‘impliciete zelf’ en de ‘ziel’ van Daniel Hell en via halve en hele opmerkingen van Piet bij het mentaliseren terecht. Ik denk niet dat ik ooit zoveel en zo snel heb gelezen. Via deze twee boeken kwam ik terecht in de wereld van de hechting in de vroegkinderlijke tijd en de gevolgen van verwaarlozing en onveiligheid in de baby- en kindertijd. 511HvMeyh3L._SX332_BO1,204,203,200_9200000016502605Ja; mijn moeder was een depressieve vrouw. Ja; ze wilde/mocht geen kinderen meer en heeft de eerste maanden van mijn zwangerschap gehuild. “Ja, vertelde ze later, op den duur ging ik wel van jullie houden maar trok wel het meest naar de makkelijkste van jullie toe…” En ja; mijn vader wist zich geen raad met mijn heftigheid en en sloeg er flink op los (Een herinnering die een broer mij stuurde… Ik was toen 12). Ik had geen leven… Ik verinnerlijkte zelfs deze reacties om mij heen tot een zelfbeschouwing van pure negativiteit: ik ben slecht & levensgevaarlijk & geen plezier om mee te leven. Zelfs de duivel heeft het beter; die is slecht… 51EF-OvP2SL._SX324_BO1,204,203,200_Ik wilde dat niet zijn… Het heeft geleid tot een existentiële angst voor mezelf en een vreselijk ambivalent/chaotisch bindingsgedrag. Zelfs in de religieuze zin! En een diepe onmacht om me te verhouden tot al die heftige innerlijke fenomenen. Want ze lagen diep verankerd in mijn preverbale geheugen en mijn hersenen. Je zou kunnen stellen dat ik er vormen van hersenbeschadiging aan heb overgehouden.

(Mijn ouders verwijt ik niets meer; ook zij waren slachtoffer van…)

9200000005399520

Nu ik dit opschrijf merk ik hoe dankbaar ik ben dat ik eindelijk iets van mezelf ben gaan begrijpen! Mijn vrouw en ik kwamen zelfs terug bij een eerder gelezen boek over hechtingsgedrag in relaties van Sue Johnson. Het maakte veel ‘onmacht’ en ongewilde verwijderingen duidelijk. Nee ik ben niet zo makkelijk/helder in de omgang… De signalen die ik uitzend zijn niet allemaal even makkelijk te begrijpen. Nog steeds niet.

(wordt vervolgd…)

Pater van Kilsdonk, Frédéric Lenoir en Carel ter Linden over God

Toen men aan Albert Einstein vroeg ‘Gelooft u in God?’ antwoordde hij: ‘Vertel mij eerst wat u onder God verstaat en dan zal ik u zeggen of ik erin geloof’. (Lenoir, 211)

pater-van-kilsdonk-raadsman-in-delicate-zaken---alex-verburg[0]Afgelopen weken heb ik drie boeken ‘over god‘ gelezen. Heel verschillend maar ze hebben mij ‘stof tot nadenken’ gegeven. Het eerste is van Alex Verburg over Pater Van Kilsdonk. Voor mijn leeftijdgenoten een zeer bekende pastor. Het zijn ‘Memoires’ geworden; geschreven aan de hand van een serie interviews met hem. Ze beschrijven zijn levensloop en gaandeweg komen zijn gedachten over theologie, kerk, bijbel, liturgie en God ter sprake. Twee verhalen hebben mij echt geraakt. Het eerste was een verwijt van een van de mensen die hij veel bezocht en die stervende was; citaat:
‘Jij hebt met mij nooit over God gesproken, met geen lettergreep!’
Met schroom sloeg ik de ogen neer. ‘Dat kan ik niet,’ bekende ik. ‘Over de Eeuwige kan ik alleen maar zwijgen. Maar misschien is er meer God dan jij denkt, dan ik denk. Misschien is er meer God in jou dan jij en ik altijd schenem te denken.’

‘In mij?’ zuchtte Henk. (182)

Een tweede citaat gaat over de ziekenzalving bij zijn dood. Het is tevens het slot van ‘zijn’ boek:
‘Als het lukt, zou ik voor mijn dood met rust en eerbied de laatste zalving wensen, de laatste communie., het viaticum – “via” zit daarin, het is de proviand voor onderweg, voor op reis.  Een diepzinniger en menswaardiger wijze is er naar mijn smaak niet. Maar loop ik haar mis dan is er niets verloren. Zo kinderachtig is God niet. En anders zou dat alsnog een reden tot atheïsme kunnen zijn.’ (236)
Er staan veel meer verhalen van dit soort mooie ‘gelovige’ oprechtheid in dit boekje wat het voor mij, naast de schets van een tijdperk, tot een inspirerend werkje maakte.

god_isbn_9789079001316_1_1373169604Het tweede boek heeft een heel ander karakter. Ik kwam erop via een interview met de Franse filosoof/schrijver Frederic Lenoir over zijn nieuwe boekje GOD?  in Trouw. Het boek lijkt in de eerste plaats een ‘geschiedenis van God’ zonder noten. Zo nu en dan wat ‘ongefundeerd’. Ik kan geen nader onderzoek doen naar zijn beweringen. Een geschiedenis van ons denken, spreken en doen over ‘god/God’. Vooral het laatste hoofdstuk over de toekomst van ‘god’ en zijn persoonlijke epiloog maken het boek pas echt leuk. Een uitgebreid citaat uit de epiloog typeert de toon van het boek:
Zoals na lezing van dit boek duidelijk moge zijn: God is een te beladen begrip. Er is veel over God gesproken. Te veel uit naam van God gesproken. Er zijn volkomen tegenstrijdige dingen over God gezegd. Zozeer zelfs dat het woord zijn betekenis bijna volkomen heeft verloren. Hannah Arendt heeft dit zeer treffend beschreven in ‘The life of the Mind; 1978’: het is onmogelijke te stellen ‘dat God dood is, iets waarover we net zo min iets kunnen weten als over zijn bestaan (…) maar de manier waarop men duizenden jaren lang over God heeft gedacht overtuigt niet meer; als er iets dood is, kan dat alleen de traditionele opvatting van God zijn’. (212)
Vervolgens geeft  hij een korte schets geven van zijn autobiografie met God. (zie voor een uitgebreidere bespreking door Bert Altena zie hier)

9200000010047009Het derde boek ‘over God’ is van Carel ter Linden. De man en zijn broer Nico zijn belangrijk geweest in een deel van mijn eigen geloofsgeschiedenis. Zijn godsbeeld en leeswijze van de bijbel waren inspirerend en richtinggevend voor mij. Het boek wil een testament zijn van wat er van zijn geloof geworden is. Een prachtige gebonden en niet al te dure uitgave. Het boek is een verslag van het afscheid van het godsbeeld van ‘de Schepper’ en hoe hij nu nog de bijbel leest. Zijn godsbeeld is ‘ingedikt’ tot de ‘Essentie’; een ‘inspirerende metafoor’. Vooral de inzichten in de evolutie en de ervaringen met lijden hebben hem afscheid doen nemen van zijn klassieke reformatorische godsbeelden. Overigens vond ik de stukken waarin de evolutie expliciet uiteen werd gezet het minst inspirerend. Aan ‘feiten’ valt volgens mij weinig inspiratie/hoop te ontlenen. Het boek kreeg na verloop van tijd iets tragisch. ---Het beeld dat bij mij boven kwam drijven was dat van een man die lange tijd heeft gevaren met een VOC schip dat schipbreuk heeft geleden. Aangespoeld op een onbewoond eiland houden hij en zijn tochtgenoten zich warm met het brandhout van het schip… Dit in tegenstelling tot de mystici. Zij worden gedwongen elk schip, dat door de tijd heen gebouwd is rond God, ‘achter zich te verbranden’. Maar ze hebben de zoektocht, het geloof en verlangen niet opgegeven… Hoewel dat niet altijd ‘van harte ging’. Ze vermoeden een Godheid achter god (Eckhart). Het verlies bij mystici wordt winst en dat las ik in dit boek niet.

omslag_Etty_HILLESUM_Het_WerkDe afwezigheid van de mystici bij Carel verwonderde mij. In de eerste twee boeken kom je de mystici juist wel tegen. Alle drie de boeken zijn m.i. de moeite waard om te lezen maar van de derde werd ik daardoor denk ik niet warm… Een boeiend gemeenschappelijk kenmerk was dat alle drie de boeken over god spreken vanuit hun persoonlijk perspectief en het eigen levensverhaal. Daardoor maakt god een ‘ontwikkeling’ door. Bij Lenoir lijkt God nog het meest meest zijn transcendente karakter te behouden. In zijn epiloog verwijst hij nadrukkelijk naar Eckhart e.d.. Bij ter Linden klapt god helemaal ‘naar binnen’ en verdampt hij tot een menselijke verbeeldingservaring. Het geloven eindigt bij hem als een leeggelopen luchtballon. Van Kilsdonk houdt zich meesterlijk op de vlakte als hij zegt:
‘Als iemand mij zou vragen, een kundig iemand, iemand die voor een ieder eerbied heeft, niet alleen voor mij: “Vind je het geloof onaanvechtbaar waar?”. dan zou ik antwoorden: “Pardon meneer, dit gaat te ver. Hier praat je niet over.” (236)

En dan dit nog… Is er leven na de dood? Is er een God buiten ons? Als ik de mensengeschiedenis zo bekijk is er in ieder geval nog god na mijn dood…

(Zie hier een bespreking van Jan Greven)

Mystieke / Contemplatieve antropologie 1

Vanaf mijn studententijd wil ik al weten hoe wij ‘in elkaar steken’. Filosofie, antropologie en psychologie waren mijn ‘hoofdvakken’. Ik wilde de structuur en dynamiek van ons ‘zijn’ in kaart hebben. Vandaar mijn poging om dat weer eens op een rij te zetten. Of ik daarbij met God begin of eindig maakt mij niet zoveel uit. Naar aanleiding van het prachtige boek ‘Dieper dan het diepste zelf’ en mijn verlangen om een serie lezingen over God en ons Zelf te organiseren (met de Hezenberg) ben ik gaan tekenen.

Laat ik beginnen met mijn Godsbeeld. In deze ‘topografie’ probeer ik 4 perspectieven op God in beeld te brengen. Het is vier keer hetzelfde zeggen. God als de scheppende, alles dragende en allesdoordringende liefdevolle werkelijkheid. Hagia Sophia (godheid bij Eckhart?) als oorsprong/bron. De dynamische, kenotische en scheppende werkelijkheid onderling wordt prachtig beschreven door Meister Eckhart:

Zijn is God. God en zijn, zijn het zelfde – of God heeft het zijn van een ander en is dus zelf niet God. Alles wat is, heeft het feit van zijn bestaan door te zijn en uit het zijn. Als daarom Zijn iets anders is dan God, ontleent een ding zijn bestaan aan iets anders dan God. Bovendien is er niets dat aan het zijn voorafgaat, want dat wat het zijn verleent, schept en is schepper. Scheppen is het zijn geven uit niets.

Het NU waarin God de eerste mens schiep en het NU waarin de laatste mens verdwijnt en het NU waarin ik spreek, zijn alle hetzelfde in God waarin alleen HET NU is…

“ What has no essence, does not exist. There is no creature that has essence, because the essence of all is in the presence of God. If God went out of the creatures even for a single moment, they would disappear into nothingness.”

En dan nu naar ons zelf. In allerlei tradities wordt een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen ons ware en onechte zelf. Ik lees hierin twee ‘wijzen van zijn’ in deze wereld. Het valse zelf is daarbij een tegenstelling met het tweede in de zin dat zij niet ziet/weet wat het andere zelf wel ‘weet’. Het valse zelf leeft ‘zonder ziel’ en weet niet dat zij ‘hangt in God’ (Ruusbroek). Het ware zelf neemt de eerste werkelijkheid wel in zich op alleen op een heel andere wijze. Beide wijzen van zijn hebben wel gevolgen voor het dagelijkse leven. Je zou kunnen zeggen dat het tweede door en door aards is maar daar heel anders in leeft. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de eerste wereldvreemd is omdat ze niet door heeft waar ze uit leeft en waar naartoe. Ook hier weer Meister Eckhart:

Fragment uit preek 4 van Meister Eckhart
Zo waar als de Vader in zijn enkelvoudige natuur zijn Zoon natuurlijk baart, zo waar baart hij hem in het binnenste van de geest, en dit is de innerlijke wereld. Hier is Gods grond mijn grond en mijn grond Gods grond. Hier leef ik uit mijn meest eigene, zoals God uit zijn meest eigene leeft. Wie ooit slechts een ogenblik lang in deze grond zou kijken, voor die mens zijn duizend marken rood geslagen goud evenveel als een valse penning. Vanuit deze binnenste grond moet je al je werken verrichten zonder waarom.

De mysticus leeft dus niet in een andere wereld maar beleeft haar volledig anders! Zij weet van haar ‘Grunt’ en hoeft zichzelf niet meer te redden. Zij weet dat ze ‘de geliefde zoon/dochter’ is en leeft dus rijk. Zij gaat zelfs actief deelhebben aan die kenotische en scheppende beweging. Als je dan denkt dat dat ‘geen kruis’ betekent dan heb ik het nog niet voldoende duidelijk gemaakt. In beelden:

Ruusbroek:

Het hoogste van de natuurlijke weg is het wezen van de ziel. Die hangt in God en rust in haar. Zij is hoger dan de hoogste hemel en dieper dan de bodem van de zee en wijdser dan heel de wereld met al haar elementen. (eigen vertaling pagina 114)

Die wezenlijk eenheid van onze geest met God bestaat niet in zichzelf maar zij verblijft in God, zij komt uit God voort, zij hangt in God en zij keert terug in God als haar eeuwig thuis. Zij raakt nooit afgescheiden en blijft trouw aan haar oorsprong. … En deze eenheid is boven tijd en plaats verheven en is een voortdurende scheppend werken van God. (118)

Je hier aan toevertrouwen, dit weten; dan is je leven toch een goddelijk kunstwerk in wording?

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Marius Noorloos: Evangelisch-orthodox; de toekomst?

Ik heb me flink opgewonden over het interview met Marius Noorloos in Trouw. Mijn vrouw vindt dat ik het te negatief lees maar ik blijf me storen aan een paar zaken. Zij is juist heel positief over zijn initiatief.

“Veel kerken zijn gevlucht in het activisme. Vooral in de jaren tachtig werd de inhoud van het geloof ingeruild voor protest tegen kernwapens.”

Ingeruild? Was het maar waar. Voor mijn beleving was de laatste werkelijk spannende activiteit van de kerk de Vredesbeweging; waarna het, op dat soort punten, heel stil is geworden. Dat was geen inruil tegen het evangelie… Ik zie nog prof. Berkhof met het ‘Blauwe Boekje’ in zijn hand in Utrecht. Dat was werkelijk evangelische bevlogenheid. (En natuurlijk de strijd tegen de Apartheid.)

‘Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen…… Inzet voor de maatschappij is broodnodig, begrijp me niet verkeerd, maar vergeet het evangelie niet. Dat is olie voor de motor.’

Hij stelt daar, naar het lijkt, het evangelie/Jezus en maatschappelijke inzet toch een beetje tegenover elkaar. Alsof dat een tegenstelling is!? Alsof er in die jaren niet mensen waren als Thomas Merton, Jurjen Beumer en Dorothee Sölle die die twee onlosmakelijk en heel intiem met elkaar geïncarneerd zagen. De leegloop van kerken, het verschijnsel van de burn-out bij predikanten is een veel ingewikkelder probleem dat dat activisme van voorheen! Ik kan me na de jaren tachtig geen ‘activisme’ meer herinneren en toch ging de leegloop (veel harder) door. En het ‘succes‘ van evangelischen en orthodoxen (die elkaar lang niet altijd verdragen!) moet ik op de lange termijn ook nog zien. Kijk naar het fenomeen van de post-orthodoxen en post-evangelischen en de vele scheuringen in evangelische gemeenten. Blinken en verzinken.

Nu kan ik daar wel de uitspraak van Karl Rahner: ‘De vrome van morgen zal “mysticus” zijn, iemand die iets “ervaren” heeft, of hij zal niet meer zijn; 1966’ tegenover zetten. Maar dan ga ik ook weer aan heel veel dingen voorbij. Zoals het verband tussen leeftijdsfasen en geloofsvormen / geloofsverhalen. En het verband tussen kerkgemeenschappen en sociale en maatschappelijke verbanden. Zie en lees wederom Joep de Hart.

Maar als je de rest van mijn blogs leest dan zul je zien dat mijn de impliciete en expliciete  aanwezigheid van het Koninkrijk van God en het verborgen en manifeste lichaam van Christus (in) deze wereld mij het meest inspireert en levend maakt. Me daarin/daardoor mee laten nemen. Dat is geen succes nummer maar veelmeer de weg van de graankorrel. Het effect? Geen idee…. En een kerkelijke gemeente? Dat is als het goed is een oefenplaats in het je laten meenemen in deze werkelijkheid. En een predikant? Die snapt daar een klein beetje van. En is hij/zij dat een beetje kwijt; dan zou een beetje geestelijke begeleiding geen gek idee zijn…

Sorry schat; ook na zes keer lezen kan ik geen vuur vinden in dit krantenartikel. Zelfs het woord secularisatie is een achterhaalde term… En iemand die vroom en radicaal tot twee dingen maakt met het tussenvoegsel ‘en’ wekt in ieder geval de schijn dat dat twee dingen zijn. Jezus was/is de werk-elijkheid van God (in) deze wereld..

En voorbeelden van predikanten van na hun ‘dode punt’ heb ik niet zoveel. Wel voorbeelden  die dat punt nog voor zich hebben of in zich mee dragen: Inger van Nes / Time to Turn / en ikzelf natuurlijk. En, o ja, een voorbeeld van een gereformeerd theoloog die door de tijd heen meer is gaan geloven.

Frits de Lange; een (zich) ‘bekerende’ gereformeerde mysticus

Wat een prachtig interview met hem bij Het Vermoeden. Een man gedoopt in de teksten van Dietrich Bonhoeffer en Simone Weil. De boeken die hij hierover geschreven heeft staan integraal op zijn website! Zijn artikelen over de ‘ouder wordende mens‘ in Trouw, een paar jaar geleden, hadden mij al heel erg aangesproken.

Ik heb vreselijk de neiging te reageren maar ik vind dat je de uitzending gewoon moet zien. Het ‘Godsbeeld‘ maar ook het ‘mensbeeld’ (zijn kijk op het ‘ik’) en wat ‘bekering is’, wat uit dit interview naar voren komt is …. Nee, ik doe het niet; gewoon kijken. Een man die is blijven leren en steeds minder ego heeft gekregen? Dat kom je niet veel tegen. Ja alleen bij mystici… De Heilige Tekst uit dit interview geef ik hier, als smaakmaker, weer.

De oneindigheid van tijd en ruimte scheiden ons van God. Wij kunnen geen stap in de richting van de hemel doen. God komt door de kosmos heen tot ons. Over de eindeloze tijd en ruimte komt Gods nog oneindig eindelozer liefde, om ons aan te raken.
Wij hebben de macht hem toe te laten of de toegang te weigeren. Als wij doof blijven voor zijn komst, dan komt hij, net als een bedelaar, keer op keer terug, maar op een dag komt hij niet meer. God legt een heel klein zaadje in ons en gaat dan heen.
Vanaf dat tijdstip hebben wij noch God, iets anders te doen dan te wachten. Wij moeten alleen maar onze toestemming, ons jawoord, blijven beamen. Dat is moeilijker dan het lijkt, want het groeien van het zaad in ons doet pijn.
Uiteindelijk groeit het zaad uit eigen kracht. Eens komt het ogenblik, dat de ziel God toebehoort, waarop zij niet alleen maar met de liefde instemt, doch werkelijk zelf liefheeft. Het is Gods liefde voor zichzelf, die door de ziel heengaat. Alleen God is in staat God lief te hebben.

Simone Weil – uit: Wachten op God

En aan het eind deelt hij een tekst van Meester Eckhart;

Geef acht op jezelf
en daar waar jij jezelf aantreft
laat jezelf daar los

Zijn nieuwste boek heb ik aan mijn vrouw, die stafmedekster Kwaliteitszorg in een grote zorginstelling  is, cadeau gedaan.

En dit, over een ‘persoonlijk God’, moet je ook lezen. En natuurlijk zijn artikel in Trouw over ‘Compassie‘.

Inmiddels staat de tekst van het interview ook op zijn website.

Welmoed Vlieger en Meester Eckhart

Deze alinea kwam ik tegen in een prachtig artikel van Welmoed Vlieger over Meester Eckhart. Deze vond ik zo mooi dat ik hem hier wilde inlijsten. Ik herken de spiritualiteit van Thomas Merton hierin. Als dit smaakt naar meer dan moet je het hele artikel lezen…

Nu is er wel iets bijzonders met die mystieke eenwording bij Eckhart, namelijk dat deze onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn. God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. Eckharts mystiek draait dus niet zozeer om eenwording ( in de zin van ‘ver-eniging’ van wat daarvoor nog gescheiden was) maar om eenheid, oftewel: om wat ís. En hier blinkt Eckhart uit in eenvoud: we hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.

De glans van het gewone / Frans Maas

Net dit prachtige boekje van Frans Maas gelezen. Prof.dr. F.A. Maas was de opvolger van Kees Waaijman maar is nog veel meer bekend als de Eckhart kenner en vertaler. In het boekje is Meester Eckhart degene waar hij het meest naar verwijst. Het duurde even voordat hij mij raakte. Hij is nu docent aan het Titus Brandsma Instituut.

>

Het boekje is een uitgaven van het KSVG een studievereniging die zich op het grensvlak van religie en geestelijke gezondheid beweegt. Ik ken het uit mijn studietijd van de prachtige uitgaven van Han Fortmann (‘Opdat zij gezond zijn in het geloof’) en prof.dr.F.J.J. Buytendijk. Als streng protestant waren deze uitgaven een ‘zalving voor mijn geprangde ziel’. Ik smulde.

Ik lees ze nog steeds met veel belangstelling. De meesten lees ik van a tot z. Hun studiedagen zijn zeer de moeite waard en het alles heeft een hoog niveau. De studiedag over mindfulness was voor mij gedenkwaardig o.a. door de toespraak van Hein Blommenstijn: ‘if you meet jesus; kill him’. Veel uitgaven zijn nog te bestellen. (zie ook Speling)

>

Bij Frans en Hein staat de werkelijkheid centraal. Hein: “een vrije verhouding met de feitelijkheid zoals die is” 98. En bij Frans: “In God zijn alle dingen gelijk en ze zijn God zelf. (Eckhart) …. religieuze diepte heeft de werkelijkheid al op zichzelf. het is alleen zaak dat zijn te zien…” 150

Jopie Huisman

‘Rouwen om een verloren god’

Ik heriner mij een zeer pijnlijke scène op tv, uit de VPRO documentaire ‘Dying/1992’, waarin mensen gefilmd werden die geconfronteerd werden met kanker en sterven. In dit citaat ging het om een echtpaar waarin de vrouw inmiddels ernstig ziek was en niet veel meer kon.

man wanhopig boos: ‘Where is the sweet little girl I married to?’
vrouw bits: ‘The sweet little girl got cancer, you know…’

Een  aangrijpend voorbeeld van een volledige onmacht(voorlopig?) om zich te verhouden in/tot een volledig/radicaal nieuwe situatie.. De woestijn..

Aan deze herinnering moest ik denken n.a.v. een paar terloopse gesprekjes waarin mensen mij bekenden dat ze niets meer konden met de god van hun verleden. Toen ik tegen een van hen zei dat het was alsof je je vader had verloren begon hij spontaan te huilen..(ik weet natuurlijk niet welke snaar dit raakte). Bij allen was er sprake van een gemis; een rouw om een verloren god. Het maakt daarbij niet uit of die god nu evangelisch, gereformeerd of gereformeerde gemeente was. Ja, soms waren ze ook blij, maar toch….

Blijkbaar is de god van ons verleden geen garantie voor de toekomst! Volgens mij komt het omdat ze geen van allen de weg van ‘on-weten‘ (Eckhart e.d.) van huis uit hadden meegekregen. De god die hen verteld was dat/die was ‘het’. Bullshit; daarmee reduceer je God tot jouw beeld/club/tijd/plaats… Wij weten niet zoveel… ‘Ho even’, zal iemand zeggen, ‘maar dat is toch de Vader van Jezus; die ons Hem geopenbaard heeft..?!’. Maar dan weet ik nog niks… Alleen maar dat, wat ik aan ‘beelden’ heb meegekregen uit mijn gezin, kerk, Nederland en mijn tijd. Dus..?

Beeldenstorm; God, elke dag nieuw en ongeweten.. Soms ben ik daar niet rouwig om…

‘En zo is jouw onweten niet een gebrek, maar juist je opperste volmaaktheid, en jouw lijdelijk ondergaan is zo je hoogste werk. En zo, op die manier, moet je afzien van al je bezigheden en al je vermogens tot zwijgen brengen, wil je werkelijk die geboorte in je ervaren. Wil je de geboren koning vinden , dan moet je al het andere dat je kunt vinden voorbijlopen en achter je werpen.’ (Kerstpreek Eckhart, 39)