In therapie (4); De Ander… (sorry; te lang)

Is there anybody we can see? Bob Dylan

Als je mijn andere blogs hebt gevolgd weet je inmiddels hoe de hechtingstheorie van Bowlby een eyeopener voor mij is geweest. Hierin is de ‘stronger and wiser‘ ander, die fungeert als Safe Haven en Secure Base , van levensbelang. Onmisbaar vanaf de conceptie en de eerste twee jaren van onze ontwikkeling maar ook later in onze relaties en in therapie. Ik (her)vond hierin inzichten die ik eerder had gehoord. Denkers die het levensbelang van de relatie / de ander hadden doorzien. Zij gaven het primaat in ons bestaan niet aan het individu/de autonomie maar aan de relatie. Daar wil ik in dit blog iets dieper op ingaan en ze met elkaar in verband brengen.

Martin Buber: Ich werde am Du

MartinBuberIn mijn studententijd (1973-1980 kwam ik hem al tegen. Mijn hoogleraar Klinische Pedagogiek Rob Lubbers ontwikkelde een ‘dialogische’ pedagogiek waarbij hij gebruik maakte van het denken van Martin Buber. Het ‘Ich werde am Du‘ werd voor mij een mantra van het belang van de relatie. Niemand wordt zonder de ander. Pas in de dialoog leef ik; of nog sterker, kom ik tot authentiek leven (“Der Mensch wird am Du zum Ich”). Het aangezicht van de ander die mij echt hoort, ziet en zegent wekt mij tot leven. Met-het-licht-van-jouw-ogen-...-zegen-mij-Jan-van-Kilsdonk-9064160376Ik hoorde dit belang in zijn college’s en voelde iets daarvan in mijn vriendschappen. Ik kwam deze essentie later ook tegen in de theologie in de vorm van het Joodse leerhuis maar ook in de titel van een prekenbundel van Pater van Kilsdonk. 9789061316008_w215Wederkerigheid is de grondtoon van het bestaan die gekwalificeerd wordt door welwillende bejegening, echte ontmoeting; die zelfs religieuze dimensies heeft. De boeken van Martin Buber kregen dan ook altijd een prominente plek in mijn boekenkast. Zijn denken was voor mij een sleutel tot een geheim: wij zijn dankzij relatie/ontmoeting. Aan deze dialogische Ich-und-Du wijze van verhouden worden wel ‘kwaliteitseisen’ gesteld; het zet zich af tegen de instrumentele/’gebruikende’ Ich-Es wijze. Deze dialogische wijze van ontmoeten is zelfs grondleggend voor zijn pedagogisch denken. We komen bij hem trouwens al het volgende woord ‘bevestiging’ tegen. Niet toevallig natuurlijk. Het zou zeer goed kunnen zijn dat Terruwe het woord aan hem heeft ontleend?

Anna Terruwe: Bevestiging

Anna_Terruwe-4“Het is ‘in het hele zijn’ tegenover de ander uitdrukken; jij mag zijn zoals je bent (in actu), om te kunnen worden, die je bent (in potentia), maar nog niet kunt zijn. En je mag het worden op jouw wijze en in jouw uur”

FsM4AQTJWXvyumnvvk0SIk denk niet dat er veel mensen zijn die haar nog kennen. Zelf heb ik bijna al haar boekjes nog. Ik stuitte op haar, later in mijn studententijd nadat mijn leven (innerlijk) steeds meer gekleurd werd door mijn schuldgevoelens en angsten. Veel van haar boekjes zijn niet meer te verkrijgen. Er is een stichting aan haar gewijd en de Radboud Universiteit reikt jaarlijks een scriptieprijs uit (relatie-instrument-van-genezing). In de VS zijn er nog een paar mensen die nog aandacht aan haar besteden. Dat ik mezelf herkende in haar omschrijving van de ‘frustratieneurose‘ was de aanleiding, maar wat mij in haar vooral raakte was haar omschrijving van de genezing langs de weg van de ‘Bevestiging‘. In deze relationele bejegening wordt (hier vooral in de therapeutische context), verbaal en non-verbaal maar vooral affectief, de volgende ‘boodschap’ aan je gecommuniceerd: “Je mag zijn wie je nu bent en je mag worden wat je nog niet bent maar dan wel op jouw tijd en wijze…”. Dit was zalf voor mijn ziel… Ik wist dat ik deze bevestiging gemist had; in ieder geval was hij nooit tot mij doorgedrongen en/of door bepaalde ervaringen overruled. Hier was de kern: ik genees aan de ander; mits deze ander natuurlijk in staat is om deze bevestiging te geven. Ook hier weer dus de gedachte dat ik mijn bestaan/zijn geschonken krijg van de ander. Zonder deze bevestiging door die ander kunnen wij niet zijn…

1a Carl RogersCarl Rogers: De therapeutische grondhouding

“When a person realizes he has been deeply heard, his eyes moisten. I think in some real sense he is weeping for joy. It is as though he were saying, “Thank God, somebody heard me. Someone knows what it’s like to be me”   Carl R. Rogers

Vanaf mijn studententijd heb ik mij (gedeeltelijk dus ook uit noodzaak/liefhebberij) in mijn vak als trainer ook beziggehouden met therapieën. Uiteraard kwam ik daar de persoon van Carl Rogers tegen. Hij stelde een paar eisen aan de therapeut in de omgang met de client die ik tot op de dag van vandaag blijf tegenkomen in de therapeutische literatuur:
a0f910ff3da58955bc4b0b67927094f6> unconditional positive regard / onvoorwaardelijke acceptatie
> empathisch luisteren en reageren
> authentiek zijn van de therapeut in de relatie
Ik voeg daar de psychoanalytische eis van ‘gleichsschwebende Aufmerksamkeit‘ aan toe en ik had zo een rijtje van concrete waarneembare wijzen van optreden in (therapeutische) relaties die ik in mijn trainingen zo kon meenemen. In deze voorwaarden zag ik iets geoperationaliseerd van de vorige twee denkers/doeners. Overigens vertaalde Rogers deze grondhouding ook naar het onderwijs. Dat hier nog veel meer over te zeggen is moge duidelijk zijn.

John Bowlby: Hechtingsleer

Eigenlijk kwam ik John Bowlby pas recent tegen (voor de links: zie eerste alinea). Ik dacht dat ik getraumatiseerd was en las veel over trauma-therapie. Langs die weg stuitte ik op zijn inzichten… Wat mij in de eerste plaats zo opvalt aan Bowlby en zijn leerlingen is het ongelooflijke belang dat zij toeschrijven aan de hechting voor de ontwikkeling van het kind vanaf de geboorte (zelfs van voor de geboorte) en gedurende het hele leven. Een wezenlijk deel van ons ‘systeem’ is volgens hem gericht op het zoeken en vinden van een veilige haven en een steunende en stimulerende uitvalsbasis om te kunnen exploreren(=hechting & care-syteem). Zie daarvoor alleen al de aangrijpende reacties van een kind in het filmpje ‘Still Face‘. Het gaat daarin niet alleen om ‘veilige verbinding’ maar ook om een ‘uitnodiging tot autonomie’; in ieder geval om een verbondenheid en welwillendheid van de ander hier tegenover. Het vraagt geen perfecte hechtingsfiguren maar ‘good enough’ bejegening en bij de onvermijdelijke ‘disruptions’ om herstel. Gaat dit structureel en/of langdurig mis dan ontstaan i.p.v. een veilig hechtingssyteem allerlei onveilige systemen met hun daarbij horende gedragssytemen (working model). Er ontstaan voor de omgeving allerlei moeilijk verstaanbare overlevingsstrategieën van vermijding, afwijzing en/of agressie. “Jij zoekt alleen maar ruzie..”; zoals mijn vader tegen mij zei. Toen snapte ik daar natuurlijk niets van want ik bedoelde het tegendeel… Mijn inmiddels overleden jongere broer zag deze emotionele chaos met verbijstering, angst en wanhoop aan, liggend op de bank, of later teruggetrokken op zijn kamer met de benodigde drank.

Wat wordt er nu gevraagd van het ‘caregiving system’ (George & Solomon 2008 Handbook_Caregiving chapter)? Wat moet die ander ‘doen’, wil zij/hij een veilige haven en een uitnodigende basis zijn. Het gaat hier om een zeer subtiel interactief gebeuren waarbij het gedrag van de een(veiligheidzoekend) het gedrag van de ander oproept(caregiver) en waarbij de ander zich afstemt op dat gedrag en zelfs bij momenten overstijgt. De caregiver 9200000030096787kijkt door het negatieve buitenkantgedrag heen en zien en hoort het verlangen daarin. Maar doet bij momenten ook uitnodiging m anders op te treden of om op avontuur te gaan. De volgende ‘typeringen’ van dat caregiving gedrag kwam ik in de literatuur steeds weer tegen: attentive & sensitive & attuned & responsive & emphatic & inducing security, autonomy, exploration and creativity. Zij reageert dus positief, interactief en afgestemd op het nabijheidszoekend gedrag van de ander. Dit is overigens bij volwassenen niet anders… Het gaat daarbij dus niet alleen om het zoeken van geborgenheid/veiligheid  en verbinding maar zeer nadrukkelijk ook om de ondersteuning van de zoektocht naar individuatie en autonomie.

9200000005399520Een zeer recente variant van deze hechtingstheorie voor volwassenen is natuurlijk het boek van Sue Johnston; in Nederland ondersteund door de therapeutisch school EFT. De focus is daarbij op emoties en het vinden van verbinding in de relatie. 51o7Z0pu81LDe moraal is dat de meeste emoties in de relatie te maken hebben met het verbinding zoeken maar dat vaak het daarbij toegepaste gedrag niet altijd begrijpelijk en effectief is. Je eigen en andermans ‘patronen’ daarin leren verstaan is de focus van de therapie. Je emoties brengen je op je spoor van het naar verbinding zoekend verlangen. Deze inzichten zijn verwant aan transformerende kracht van emoties in de relatie zoals je die tegenkomt bij Diana Fosha.

De relationele psychoanalyse

41Q6-WBFjML._SX331_BO1,204,203,200_Min of meer parallel aan mijn ontdekking van de inzichten van John Bowlby en zijn leerlingen over het levensbelang van veilige hechting kwam ik een aantal psychoanalytici tegen die, vanuit de inzichten rondom traumaverwerking, zelfs spraken van een paradigmatische verandering in de psychoanalyse. Allan Schore is daarin voor mijn gevoel nogal een spil. Zijn nieuwe inzichten, op basis van o.a. hersenonderzoek, over het primaat van de emoties t.o.v. cognitie, het essentiële belang van de rechter hersenhelft in de therapeutische communicatie en de wortels van ons worden en zijn in de intersubjectiviteit waren baanbrekend. Vooral in relatie tot de dominantie van de cognitieve therapieën kun je zeker spreken van een revolutie (Neuropsychotherapist-6) in de wereld van therapie. Affect-regulation-systemsMin of meer tegelijkertijd ontstonden ook heel nieuwe begrippen als ‘affectregulering‘ en ‘mentaliseren‘. Zelfs binnen de hersenonderzoekers groeit de overtuiging dat “we are wired to connect“. 9200000025773735Al deze nieuwe inzichten ontstonden overigens nadrukkelijk in de directe buurt van het denken over de hechtingstheorieën van Bowlby. Voor mij fascinerende literatuur(Interpersoonlijke Neurobiologie (Geuzinge)). 9200000055981658De traumatiserende en beschadigende impact van destructieve relationele (attachment) ervaringen, die zelfs invloed hebben op de hersenontwikkeling rondom emotie- regulering en mentaliseren… Maar ook de genezende en herstellende werking van een heilzame intersubjectiviteit in de therapeutische relatie waren inzichtgevend en hoopgevend voor mij. Wie weet schrijf ik later nog eens een blog over de rol van intuïtie, rechter hersenhelft en het niet-talige-rechterhersenhelft-bewustzijn daarbij (vroeger het onbewuste?).

Wat wil ik hier nu allemaal mee zeggen?

Ik wil het ongelooflijke belang van de ander aantonen voor de wording, ons bestaan en onze verdere ontwikkeling van wie wij zijn. De inzichten van Marin Buber, Anna Terruwe, Carl Rogers en veel later John Bowlby met zijn hechtingstheorie hebben mij op dit spoor gezet. Zij hebben mij ook duidelijk gemaakt dat er hoge kwalitatieve eisen worden gesteld aan de bejegening door die ander. Die bevestigende, levenwekkende, veilige ontmoeting is niet vanzelfsprekend maar is wel van levensbelang. De ander geeft ‘mijn zijn’ op een dynamiserende wijze aan mijzelf terug waardoor mijzelf ontdekt maar ook uitgenodigd wordt meer te worden dan dat (Fonagy/ affectieve containment). Een heel subtiel ‘spiegelen’ die uitnodigt tot dynamisch anders zijn. Het gaat daarin om het instandhouden van het subtiele spanningsveld/de paradox van verbondenheid en autonomie; veiligheid en exploratie. Een heen en weer tussen ‘Haven’ en ‘Base’. Natuurlijk beschikken de meesten van ons over meerdere verwarrende, verstorende  en destructieve voel/doe/denk modellen waarin we met onszelf en/of de ander negatief aan de haal gaan. En daarmee en/of de exploratie en/of de veilige relatie teniet doen. De gezondere delen van ons zouden deze stoorzenders moeten identificeren, bevragen, verhelderen, herzien en transformeren. Zodat een ieder van ons weer in die veilige en exploratieve modus terechtkomt. Vriendschap, liefdesrelaties, trainingen en therapie zijn als het goed is vruchtbare bodems hiervoor. Maar ik denk dat ‘volwassenwording’ ook inhoud dat je in jezelf, voor jezelf die ‘ander’ wordt. Dan hebben we het o.a. over zelfcompassie. Dan zijn bevestiging, affectregulering en mentaliseren een deel van jezelf geworden. Dan heb je je die bejegening ‘eigen’ gemaakt. Maar nog veel meer gaat het er ook om dat ik ‘die ander’ zal zijn voor de ander. Voor mijn partner, de kinderen, vrienden en de vreemdeling op mijn pad. Soms denk ik wel eens ‘had ik dit maar eerder geweten’.

broadside3Waar ik nog wel naar op zoek ben is de vraag of religie, religieuze ervaringen en spiritualiteit ook hiervoor een voedingsbodem zouden kunnen zijn. Het verwondert mij dat ik hier maar weinig actueels over vind. Klassiek ken ik de typering van religie als ‘comfort and challenge‘ maar dat was dan weer weinig individueel/spiritueel en pastoraal uitgewerkt. Bij zowel Martin Buber als bij Anna Terruwe vind je die religieuze/goddelijke dimensie nadrukkelijk wel aanwezig. Etymologisch is er trouwens ook een verband tussen het woord religie en verbinden(re-ligare). Maar kan ‘god’ die veilige haven en die stimulerende bron en context zijn? In symbolen, rituelen, teksten en ‘de ander’/de communiy? Zelf denk ik zeer nadrukkelijk van wel maar vanzelfsprekend is dat niet. Er zijn bijvoorbeeld maar weinig ‘moederlijke/tedere‘ godsbeelden. Het zou wat mij betreft wel eens een essentieel onderscheid tussen gezondmakende en ongezonde religie kunnen zijn? Zouden de inzichten van dit blog nu voorwaardelijk zijn aan Deel 3? Ik denk een beetje van wel… Ik denk dat de ander nodig is om op jezelf te kunnen zijn. In ieder geval op de weg daar naar toe.

P.S. Bij het opruimen van de zolder dezer dagen vonden we een doos met brieven terug uit onze verkeringstijd, mijn jeugd en studententijd. Uit mijn (wanhopige) brieven bleek welk een ‘neuroot’ ik was in die tijd (ben?). Wat een vreselijk ingewikkeld/verscheurd gevoelsleven; zowel in relaties als in mijn ‘geloofsleven’. Het is pijnlijk om te zien hoeveel ‘werkelijkheidswaarde’ ik aan ze toekende; hoe serieus ik ze nam. Het is een godswonder dat ik nooit opgenomen ben geweest en dat Gerda toch met mij getrouwd is…

Slot van 4 delen ‘In Therapie’. Deze blogs zijn tevens opgedragen aan Piet van Roest mijn psychiater vanaf 1999 tot nu toe. Wie weet is hiermee zijn werk aan mij ook min of meer afgesloten… Dank je Piet!

Deel 1
Deel 2
Deel 3

Geen depressie, geen angststoornis maar hechting was en is mijn probleem?

9781462525546Deze ontdekking had ik natuurlijk veel eerder moeten doen. Dat had me heel veel momenten van diepe ontreddering en verwarring gescheeld; ook voor mijn vrouw.

Wat waren dan de problemen? Ik denk dat ik tot mijn puberteit vrijwel geen positieve herinneringen heb. Rond mijn 15 vond ik vrienden en een ‘ongelukkige verliefdheid’ die veel voor mij betekenden. Voor het eerst van mijn leven haakte ik naar buiten in de verwachting van de grote liefde en vond ik vrienden die mij leuk vonden. Rond mijn 21 vond ik god/jezus maar daarmee begonnen ook de echte problemen. Een vreselijke, voor mij onbegrijpelijke, ingewikkelde innerlijke/emotionele ‘huishouding’ die mij van ’s morgens vroeg tot diep in de nacht in de greep had. Angsten & haatgevoelens & afweer & schuldgevoelens & wanhoop wisselden elkaar af of liepen door elkaar heen. Existentieel en religieus. Toen ik mijn vrouw leerde kennen was er sprake van een vreselijke bindingsangst. Op de een of andere wonderlijke wijze kon ik mijn werk goed doen, werd ik een niet onaardige partner en vader en was ik een best wel leuke vriend(kwam wel in 2000 voor 40% in de WAO terecht). Maar de demonen verdwenen niet. Eerst dacht ik dat het depressies waren maar na een bezoek aan de psychiater hielden we het op een angststoornis. Dit leidde tot een redelijk succesvolle psychotherapeutische behandeling van meer dan 5 jaar.

Wat is dan de nieuwe ontdekking? In 2012 maakte ik het redelijk goed en ik ontwikkelde grootse plannen voor mijn oude dag: ik wilde gaan promoveren op de wanhoop.PROMOTIEONDERZOEK (def) Was het het gebrek aan expliciete steun, was het de denigrerende opmerking van een vriend? Ik weet het niet maar plotseling ging ik vreselijk onderuit. De vreselijke angsten kregen zelfs een compulsieve dimensie en ik verkeerde weer in een diepe wanhoop en er kwam niets meer uit mijn vingers. Ik  verbrak vriendschappen en ging opnieuw intensief in therapie. Bij toeval zag ik de film ‘Tree of Life’ met daarin een scenes van een jochie dat in een destructieve interactie terechtkwam met zijn vader en zijn omgeving. Ik stikte bijna in mijn emoties; dit was ik… Maar nu wilde ik dat kind eindelijk gaan begrijpen en kwam al studerend terecht bij de hechtingstheorieën van Bowlby. Binnen een jaar had ik bijna alles gelezen over (onveilige) hechting, emotieregulatie en mentaliseren. Eindelijk vond ik een ‘theorie’ die al mijn ervaringen vanaf de zwangerschap tot nu toe in een samenhangend en te begrijpen verhaal onderbrachten. Al die diepe existentiële wanhoop vol schuld en doem en de diepe ontredderende mislukte interacties met mijn vrouw kon ik nu ‘plaatsen’. Zelfs de diepe religieuze crises, schuldgevoelens en machteloosheid vonden hun plek hierin. (Zie ook a b c)

Ik heb nu een kapstok voor de emoties waarmee ik opsta. Ik begrijp iets van mijn ontreddering waarin ik terechtkom als er iets ‘misgaat’ tussen mijn vrouw en mij. Of tussen mij en mijn vrienden/familie. Het ongelooflijk diepe verlangen naar die ‘Safe Haven’ en ‘Secure Base’ dat mij dreef. Hoe ik die, als volwassen man, niet buiten mezelf maar in mezelf moet zien te vinden. ‘I guess it’s up to me‘(Bob Dylan) en dat dan op een niet cynische manier. Ik zie/voel iedere keer ‘de vrucht die niet gewenst was’, de baby die niet uit z’n bedje werd gehaald, de peuter die niet getroost werd, het kind dat het maar niet goed kon doen, het jochie dat met zeer grote regelmaat in elkaar geslagen werd, dat het grootste deel van de tijd alleen op zijn kamer doorbracht en gewoon vergeten werd, de puber waarvan mijn vader zei dat hij nog nooit een dag plezier van had gehad… Alsof ik voor zijn plezier geboren zou moeten zijn… Begrijp ik nu meer van Peter, van mijn zussen, van mijn ouderlijk gezin?

Het is eigenlijk schokkend om te ontdekken hoe ik in een vertekende werkelijkheid heb geleefd en nog leef. Mijn heftige ‘needs and vulnarabilities’…; de ‘distorted facts’ over mezelf en de ander. ‘Working models’ noemen ze dat, die heel mijn belevingswerkelijkheid inkleuren en die het gevaar lopen mijn handelen te sturen. Ik denk te ‘weten’ hoe mijn/de wereld in elkaar steekt. Eigenlijk ben ik, als het om relationele en spirituele intimiteit gaat, permanent ‘in de war’. Ik zie, voel en hoor dingen die er niet zijn; spoken en demonen van binnen en van buiten. Daarom is het bijbelverhaal van de ‘man tussen de graven’ en Jezus zo’n metaforisch sleutelverhaal voor mij. Met mij is geen fatsoenlijk gesprek te voeren. Het ‘craving’ naar veilige hechting en de vermijding van elk contact zijn als een permannte wisselstroom aanwezig in mij; ze strijden zelfs om voorrang. Voor hetzelfde geld was ik in een klooster terechtgekomen (ik denk alleen dat ze me er niet zouden hebben toegelaten..).

Maar het is minstens zo schokkend voor de mensen om mij heen; vooral voor mijn vrouw. Als mensen naar ons huwelijk vroegen was dat van mij (zo nu en dan) een hel en voor haar ‘goed…’. Ik zie nu in dat zij geen bron/oorzaak was van mijn ellende maar dat onze ‘disruptive interactions’ voor mij een trigger… Een pijnlijke her-innering van vreselijke tijden.

Een verademing om mezelf weer iets beter te begrijpen…; en (een klein beetje?) ook opgedragen aan mijn vrouw…

Nobody said it was easy (Sheryl Crow)
No one ever said it would be this hard (Coldplay)

In therapie 2; emotionele cartografie

Zoals ik al eerder zei wilde ik mezelf nu eens echt gaan begrijpen. Wat is de oorzaak van mijn stemmingsstoornis? Wat was de oorsprong van mijn ‘bijzondere’ gedrag in mijn kindertijd en jeugd. Ik wilde inzicht krijgen in de diffuse negatieve onderstroom van m’n leven. De naargeestigheid van de verhalen in mijn hoofd/hart/(onder-)buik. Inzicht in mijn wanhoop.

Langzaam groeide er, aan de hand van de therapie en mijn niet te stuiten leeshonger, een paar inzichten waardoor ik nu kan  zeggen dat ik iets van de archeologie; structuur en dynamiek van mijn innerlijk leven ben gaan begrijpen.

Waarom ben ik niet die ‘vrolijke Frans’ geworden die ik misschien had kunnen zijn? Via literatuur over trauma kwam ik bij John Bowlby en zijn hechtingstheorie en hechtingsstijlen terecht. Ik doorzag eindelijk iets van het ‘afwerende’ gedrag van mij als kind en de ongelooflijke bindingsangst van mij als volwassene. Het was alsof de mist wegtrok en allerlei defensieve overlevingsstructuren en patronen aan het licht kwamen.

Via mijn werk kende ik al het stressreactiemodel van Fight & Flight & Freeze. In de literatuur over die hechting kwam ik voortdurend de ‘onveilige’ modus tegen. Goed gehechte kinderen kennen een Safe Haven en Secure Base. Als die vluchthaven en uitvalsbasis er niet is ontstaat er paniek/stress. Schokkend is dat om te zien in de opname van het experiment ‘Still Face’. Heb ik als baby vaak en langdurig verkeert in zo’n staat staat van pre-verbale radeloosheid?

Mijn vader was altijd aan het w(k)erk. Mijn moeder had 4 schoolgaande kinderen waarvan 1 ernstig ziek en drie kinderen in de luiers. Daar kwam nog eens de toen vigerende ‘theorie’ bij dat het goed voor hun longen was als je kinderen liet huilen… De buren vroegen zich af waar dat bonkend geluid ’s nachts vandaan kwam. Ik herinner mezelf heen en weer wiegend in de keuken neuriënd van ‘wat moet ik nou doe-oen’. Ik moet zo’n 3-4 zijn geweest? Een soort permanente staat van wanhoop?; Freeze?

Wat de laatste 15 jaar ook duidelijk is geworden aan de hand van het zich revolutionair snel ontwikkelende hersenonderzoek dat dit soort stemmingen van invloed blijken te zijn op de ontwikkeling van de hersenstructuur van de emotieregulering. De amygdala, de hippocampus, de prefrontale cortex, cortisol, het immuunsysteem, de hormonen (zoals serotonine en dopamine) enz. spelen een uniek en subtiel samenspel in het verloop en de regulering van de emoties. 51EF-OvP2SL._SX324_BO1,204,203,200_Bij geboorte is dit systeem nog niet uit-ontwikkeld en heeft het die veilige hechting nodig om dat systeem te optimaliseren. Later verbind zich dat aan taal en verhalen en ontstaat er een samenspel tussen de linker- en rechterhersenhelft. Stoornissen in de ontwikkeling van deze onderdelen (teveel of te weinig/te groot of te klein) en hun onderlinge dynamiek blijken betrokken te zijn bij allerlei emotionele stoornissen zoals depressie en angstoornissen(zie Sue Gerhardt).

Als gevolg van het lezen hierover kon ik steeds meer structuur gaan zien in mijn emoties. Er blijken allerlei ‘modi’ van emoties te bestaan. Ik sprak al over de stressreacties van Vechten, Vluchten en Verlamming. Ik kwam de modellen van Paul Gilbert, en Stephen Porges tegen. Ik zag bij Gilbert een onderscheid tussen drie modi/systemen: Drive, Soothing en Threat. Bij Porges een net weer even andere verdeling tussen de ‘toestanden’ van veiligheid, gevaar en levensbedreiging. Allebei hebben ze een dimensie van optimaal functioneren en polen van gevaar en verlamming. Alle dimensies hebben hun eigen configuraties in het autonome zenuwstelsel en niveau’s van  hormonen en neurotransmitters die de affecten reguleren(Window of affect Tolerance).

Aan de hand hiervan maakte ik mijn eigen 5 (is er een 6de play/spel modus?)modi model(5 Modi). Vijf fysiologische toestanden waarin ik zou kunnen verkeren. 666863788Vijf emotionele configuraties die in een samenspel tussen situatie, innerlijk verhaal en het emotionele brein mijn bestaan van dat moment kleuren. Ja; ik ben voor een heel groot deel mijn gevoel (Damasio). Ik kon nu vanuit een bepaalde positie (kom ik uitgebreid op terug in deel 3) in mezelf gaan bezien in welke emotionele staat ik verkeerde. Seeking(Secure Base), Soothing(Safe Haven), Fight, Flight of Freeze. Deze zijn natuurlijk niet absoluut van elkaar te scheiden en ze kennen allerlei overgangsgebieden en mengvormen maar ze zijn wel te onderscheiden.

Dia1

  • Soothing / Rust / Safe Haven / Geborgenheid / Relaxed / + / zelf
  • Seeking / Drive / Flow / actief / Secure Base / Exploratief/ + / zelf
  • Fight / vechten / aanval / woede / Hyperarousal / – / gekwetst zelf
  • Flight / vlucht / Hyperarousal / – / gewond zelf / angst
  • Freeze / verlamming / paniek / Hypoarousal / depressief / – / ‘dood’ zelf / Submit

Iedere emotionele configuratie heeft zijn eigen situaties/triggers, zijn eigen innerlijke verhalen over mezelf, god en wereld(+over vroeger en nu) en zijn eigen geactualiseerde ‘fysiologie’. Elke modus heeft zijn eigen defensiemechanismen en overlevingsstrategieën. Elke modus heeft ook z’n eigen emotie-woorden, respectievelijk: voel me uitgedaagd / ben dankbaar / boos/ verdrietig / wanhopig. En een mens oscilleert ‘doorheen’ al die modi; verticaal en horizontaal. In principe grotendeels in positieve gezonde dimensies en in een bepaalde mate vrij. Maar er zijn ziekmakende ‘posities’ waarin mensen in hun functioneren te sterk gedomineerd worden door de vecht-, vlucht- en/of verlammingsverhalen en hun bijbehorende fysiologie. Meestal hebben ze het karakter van ‘vastlopers’ en rigiditeit. Mensen zijn hierbij vastgelopen in een bepaalde modus. Hun schild is hun huis. Maar het zijn tevens karrensporen waar een zuigende werking van uit gaat.

Nog iets ingewikkelder wordt dit ‘model’ als we, aan de hand van de nieuwste hersen-biologische en -psychologische inzichten, dat  het ‘onderste’ gebied (van Fight&Flight&Freeze) het gebied is van het ‘impliciete zelf‘ van de rechterhersenhelft. We bevinden ons hierbij niet in het gebied van de cognitie, het talige en bewustzijn maar van het pre- / non-verbale en voor- / on-bewuste gebied wat zich-zelf in beelden en intuïtie beleeft. ‘Voor we het weten’ schieten we in een van die drie modi. 9789025427603-240x300Er is dus niet eerst het denken en dan het gevoel maar omgekeerd: het verhaal is secundair aan het gevoel. Wij ‘maken’ een verhaal bij ons voelen. Hierin spelen zelfs impliciete pre-/non-verbale herinneringen een cruciale rol! Heeft de cognitieve psychologie (i.h.b. RET) zich dus vergist? Ik denk een beetje van wel. Hier bevinden we ons ook op gebeid van de emotionele gijzeling van Daniel Goleman(flooding). Je bevind je dus al in die modus voordat je het doorhebt.

Ik kreeg met deze inzichten een emotionele cartografie in handen waarmee ik mezelf in kaart kon brengen en waarmee ik helderheid kreeg. Er ontstond in mijzelf een plek, een kleine oase van vrijheid. Ik kon een heel klein beetje uit mijn toestanden stappen. Alleen blijft nu nog de vraag hoe ik dat doe en kan ik hier dan nog iets spiritueels van maken? Speelt God nog een rol? Was deze oase misschien mijn cel?

Deel 3

Lost; verdwaald (2)

I’m lost; naar mijn mening zong ik dat in een prachtige ‘blues’. Het was het einde van een zeer heftige droom waarin ik volledig verdwaald was geraakt temidden van carnaval vierende mensen. Toen ik tenslotte weer verenigd was met mijn ‘Bijvrouwen’ familie(ik was daar met hen op vakantie), inclusief de neven en nichten en hun partners, werd ik, terwijl ik dit ‘I’m Lost’ uit volle borst zong, ontmaskerd door een nieuwe aangespoelde neef. Hij keek mij doordringend aan en begon te vertellen over allerlei zeer gevaarlijke en ernstig gestoorde mannen; de associaties waren niet zozeer trefzeker maar wel zeer duidelijk met een bedoeling iets over mij te zeggen. Ik werd wakker gemaakt door mijn vrouw.

Ik ben een week geleden, na een bezoek aan mijn psychiater, overgestapt op een ander medicijn (Cymbalta -> Lyrica). Er waren allerlei aanwijzingen, de laatste tijd, dat mijn gebruikelijke angsten/stemmingen blijvend de kop op staken. Mijn vrouw ziet dat heel scherp en zegt dan na verloop van tijd: “zijn de medicijnen niet uitgewerkt?”. Natuurlijk vind ik dat een laffe reactie en een vorm van ‘niet nabij willen/kunnen zijn’ aan/in mijn angsten en depressies. Zij noemt zo’n tijd ‘op eieren lopen’. Ik ben dan zeer kwetsbaar en niet makkelijk benaderbaar en zij vind het bedreigend en geeft het na 1 vraag al op. Zij: ‘zoek het dan ook maar lekker zelf uit met je zure gedrag’. Ik: ‘lekker makkelijk; na 1 poging al opgeven..; ben ik niet meer waard?’. Passief/aggressief zou je mijn gedrag kunnen noemen: vol verwijt… Nee, we gedragen ons zeer fatsoenlijk naar elkaar maar het is wel een ijstijd. En dat niet voor het eerst

Bob-Dylan-The-Times-They-Ar-579933It’s a restless hungry feeling
That don’t mean no one no good
When ev’rything I’m a-sayin’
You can say it just as good.
You’re right from your side
I’m right from mine
We’re both just one too many mornings
An’ a thousand miles behind                    

One too many mornings; Bob Dylan

Een systeem van ‘wanen’ noemt mijn psychiater het; mijn angsten en gedachten van verdoeming. Een monoliet van piekergedachten die niet uit te zetten zijn en een volledig eigen leven zijn gaan leiden. Stemmingstoornis (GAS) noemt hij dat. Maar er is, in zo’n tijd waarin die stemming weer gaan domineren zoals nu, voor mij geen duidelijke grensovergang meer tussen mijn ‘waanideeën’ en de werkelijkheid. Voor mij zijn het werkelijke zelfevaluaties die zelfs bepalend (zouden kunnen zijn) voor mijn handelingen. Ik heb het van nabij meegemaakt, wel 8 keer denk ik, in de vorm van bipolariteit. In zijn innerlijke en uiterlijke ‘werkelijkheid’ kreeg hij eindelijk de kans om zijn droom(kasteel) te realiseren. Voor zijn nabije omgeving was het enthousiasme. Volgens mij was hij gek… Volgens hem was ik jaloers.. Het gaat mij hier niet om hem maar om die waanzinnig moeilijk te bepalen grens tussen ‘waan’ en werkelijkheid… Als ik mijzelf evalueer in zo’n stemming blijft er niets van mijzelf over; ben ik alles kwijt.. En geloof me, dat kan voor je-zelf heel overtuigend zijn!de-ziekte-tot-de-dood-s-kierkegaard-9789085066101-voorkant

(Intussen heb ik wel het initiatief genomen om te gaan promoveren… Of zou dat ook een de waan ingegeven handeling zijn. Het onderwerp is: ‘Wanhoop en Spiritualiteit‘.)

Nu gebruik ik dat nieuwe medicijn. Fascinerend! Binnen een halve dag waren die ‘gedachten’ verdwenen. De stemming gehalveerd… En vooral mijn gedrag veranderd. Er komt energie los. Er gaat weer iets stromen. In eerste instantie Boosheid en Expliciet verwijt? en zoek ik de confrontatie die ik maandenlang heb vermeden. Het passieve ben ik kwijt; ruimte voor agressief verwijt… Er gaat weer iets stromen… Volgens mij zijn er geen medicijnen die moord of zelfmoord als bijwerking hebben maar er komen er wel erg veel soorten emoties los in die omslagtijd. Neigingen tot doortastend, ‘te’ rigoureus en desastreus optreden. Ik had bijna heel mijn blog verwijderd en vernietigd. Volgens mij speelt dit vooral als ze werken! Psychiaters en doktoren moeten daar op bedacht zijn.

Terug naar ons nachtelijk ‘Auping overleg’; “Je bent je liefde voor mij wel helemaal kwijtgeraakt de afgelopen tijd..”, constateerde en vroeg ik. Het bleef pijnlijk stil. Eigenlijk wist ik het antwoord wel. Ik zou haar niet gelooft hebben als het antwoord anders zou zijn. Na enige tijd herhaalde ik de vraag. Ik wist het wel maar wilde het uit haar mond weten. Na een herhaalde aarzeling zei ze: “Het is goed dat ik je al zolang ken…”. IMG_Gerda

Wat ben ik trots op haar en op ons. Wat hebben we allemaal wel niet bereikt. Geduld… Wat ben ik haar dankbaar dat zij het met mij uithoud…

(Een eerder blog gaf, achteraf gezien, al aanwijzingen in deze richting…)

lg80130En om nog even in de ‘Blues’ te blijven: ‘Nobody loves you when you’re down and out‘ (en Janis Joplin en deze en deze versie). Maar snappen kan ik dat ook weer wel. We zijn geen aantrekkelijke mensen; de sacherijnige zeurkousen. Die Founding Fathers of the Grumpy old men society.

Writer’s block blog (1)

Het ontbrekende kan niet geteld worden

Het is nu al bijna twee maanden stil geweest op deze plek. Hoe maak je op je website zichtbaar hoe je leven, op de achtergrond van je blogs, zich bij tijden voortsleept zonder dat er een appel van uit gaat om zielig gevonden te worden?

Het gezin waar ik deel van uit mag maken is geen uitzonderlijk fenomeen. Twee volwassen kinderen die na hun studie hun weg zijn gegaan en hebben gevonden. Weinig vasts en vaak onder de zwarte vlag van bezuinigingen; maar ze doen het fantastisch. Twee van een geheel ander kleur nog bij ons thuis die hun stinkende best aan het doen zijn om een goede basis te leggen voor die onzekere toekomst. Daaromheen hebben inmiddels drie fantastische ‘schoon’-kinderen aan/ingehaakt. Een fantastische ‘bunch’ die ook nog eens heel goed bij elkaar passen. De spanning zit hem in de onzekerheden om hen heen. Bezuinigingen, reorganisaties en onzekerheden rondom ‘verblijf’ e.d. zitten hen op de huid. Wij (en zij) houden ons hart vast bij deze verhalen. Maar dit is geen nieuws; dit is er altijd geweest en zal altijd zo blijven. (Alleen is deze crisis wel erg hardnekkig…)

9056701789Maar dat zit me allemaal niet dwars. Kost wel veel energie, maar toch. Is het dat ik 60 ben geworden en twee mensen van heel dichtbij zijn overleden? Mijn schoonzus en mijn laatste en liefste oom? Is het de zo nu en dan weerkerende depressie die opspeelt? Afscheid van vrienden? Dat soort ervaringen waren echter vaak ook weer inspiratie tot schrijven…

>>>>>

Overigens een prachtig interview in Trouw van 26 januari met psychiater Wibo Algra die betrokken is geweest bij de ontwikkeling van de DSM V. Zeer herkenbaar die contaminatie van gevoelens en gedragingen…

Citaat: “We denken dat er bij ziekten als schizofrenie of depressie allerlei symptomen zijn die weer andere symptomen oproepen. Als je somber bent, ga je vanzelf denken dat mensen negatief over je denken. Die gedachten kunnen stemmen worden die je dat vertellen. Dan ga je je misschien wel terugtrekken, je komt niet meer de deur uit en gaat jezelf verwaarlozen. Anderen worden er misschien wel heel angstig van, gaan mensen in paniek bellen of veel drinken. Die oorzakelijke ketens hebben we wellicht gemist. We gingen er te veel vanuit dat symptomen braaf allemaal tegelijk ontstaan door een genetisch probleem. Alsof het levensverhaal van patiënten er helemaal niet toe doet.”

>>>

Nee, er is denk ik sprake van een diepe breuk in mijn leven; het is mijn werk denk ik. De laatste jaren raakte ik betrokken bij het werken aan een inspirerende toekomstvisie voor de school waarop ik werk en een toekomstvisie voor het werkveld van de studenten. Dat gaf mij een boost. Met een paar mensen zouden we nieuwe inspirerende concepten en netwerken bij elkaar gaan brengen of zelf bedenken. Een betekenisvolle bedrijfsvoering voor de agribusiness. En ik zou me vooral richten op ‘de ziel‘ van ondernemen.

In de twee jaar tijd is er geen enkel product uit onze vingers gekomen. Alleen een paar blogjes van mijn hand en een meter boeken in mijn kast. Teveel ego’s om synergie mee te creëren? Heb ik mijn eigen bijdrage/deskundigheid overschat? Ik ben eruit gestapt.. ‘Een heel goed idee’; zei een van de andere ego’s. Pijnlijk dus.. En nu is ook nog eens onze directeur opgestapt die mischien wel de kartrekker was van al deze dingen. Hiermee verliet de ziel de school? Ik wilde nog 6 jaar meewerken aan die toekomst… Voor het eerst denk ik echt aan mijn pensioen…

Bevind ik mij in overgangen die mij in mijn fundamenten raken? Ik ben 60 en definitief een bepaald soort lichaam met bepaald soort mogelijkheden kwijt. Ik heb echt heel erg fantastische en lieve kinderen. Maar voor mijn kinderen thuis ben ik vader en vraag ik van hen geen steun. Maar voor wie de deur uit zijn? Ik merk dat ik op de een of andere wijze zoek naar een nieuw cont(r)act.. In mijn hoofd heb ik vaak het beeld van een meertrapsraket. Wij hebben ze gelanceerd en ik land vervolgens in zee en zij..? Maar nu doe ik aan wat we nu hebben geen recht. Toch is er op een of andere wijze een distantie/afstand? Ik zoek naar beelden en verbindingen ‘over’ die seperatie heen..

Op mijn werk doe ik vaak alleen nog datgene wat ik al jarenlang deed. Nee; ik ben geen ‘Grumpy Old Man’ ook al speel ik daar wel vaak mee. Ik ben nog steeds gedreven; maar mijn werk heeft geen duidelijke bedding en/of helder perspectief meer terwijl mijn lichaam en geest misschien nog wel 25 jaar voor zich heeft (D.V. /Insha’Allah). Ik wil heel graag echte uitdagingen en verbindingen over mijn ‘pensionering’ heen. (Ouder worden en werk) Of is dit mijn ontkenning van de dood? Natuurlijk is opa zijn een mooi iets maar dat is geen ‘werk’? Ik moet heel hard aan de slag om opnieuw geboren te worden… En ik heb wel een idee, maar dat wordt een volgend blog..

Nee ik wil hier geen chachrijn communiceren maar wel leven in zijn weerbarstigheid..

Bob Dylan – “11 Outlined Epitaphs” (1963)

Al’s wife claimed I can’t be happy
as the New Jersey night ran backwards
an’ vanished behind our rollin’ ear
“I dig the colors outside, an’ I’m happy”
“but you sing such depressin’ songs”
“but you say so on your terms”
“but my terms aren’t so unreal”
“yes but they’re still your terms”
“but what about others that think
in those terms”
“Lenny Bruce says there’re no dirty
words . . . just dirty minds an’ I say there’re
no depressed words just depressed minds”
“but how’re you happy an’ when ‘re you happy”
“I’m happy enough now”
“why?”
“cause I’m calmly lookin’ outside an’ watchin’
the night unwind”
“what’d yuh mean unwind?”
“I mean somethin’ like there’s no end t’ it
an’ it’s so big
that every time I see it it’s like seein’
for the first time”
“so what?”
“so anything that ain’t got no end’s
just gotta be poetry in one
way or another”
“yeah, but . . . “
“an’ poetry makes me feel good”
“but . . .”
“an’ poetry makes me feel happy”
“ok but . . . “
“for the lack of a better word”
“but what about the songs you sing on stage?”
“they’re nothin’ but the unwindin’ of
my happiness”

Eenzaamheid, wanhoop en Identiteit; Paul Verhaeghe

Dit boek, Identiteit, kwam ik tegen; de achterflap en de inhoud waaraan ik even gesnuffeld heb intrigeerde mijn. Ik kwam beschrijvingen tegen die ik zo bij Thomas Merton zou kunnen lezen over de vervreemding: onze marktconforme lege identiteit. Bij nader inzien bleek ik zijn vorige boek ook al te hebben. Paul Verhaeghe is een Belg en een analytisch geschoolde psychiater, die een sterk pleidooi houdt voor een heel andere benadering van veel psychisch leed. Het interview met hem over zijn nieuwste boek door Wim Brands vond ik een verademing (Paul Verhaeghe; 15 min doorspelen  / en hier + Recensie Identiteit). Een paar van zijn inzichten zet ik hier op een rij. Het is natuurlijk onmogelijk om twee boeken in een blog samen te vatten (Interview / Het Einde van de Psychotherapie). Ze lezen als spannende detectives waarbij de ontknoping niet te filmen voor de hand ligt. Maar die eenvoud is absoluut niet ‘simpel’. Ze zijn de essenties van het leven. Ik zie ook wel verbanden met mijn andere blog over het Zelf.

Zijn missie

In de eerste plaats verzet hij zich tegen de mainstream psychotherapeuten die oorzaak van veel van ons moderne lijden, zoals depressies, ADHD e.d., eetstoornissen, fobieën en die in het autistische spectrum, bij het individu en dan nog het meest in de hersenen zoeken. De DSM en de symptoom bestrijding met medicijnen zijn leidend in de ‘korte termijn psychotherapie’. Zijn profetie is dat zij op den duur niets anders bestrijden/onderdrukken dan de uiterlijke conversie verschijnselen. Op basis van zijn jarenlange ervaring, zijn psychoanalytisch perspectief en reflectie, zoekt hij de diagnose en daarmee ook de therapie in een heel andere richting.

Zijn visie

Dat heeft alles te maken met zijn ‘antropologie’. In zijn visie vormt onze ‘identiteit’, ons-zelf-zijn, zich in een dynamische wisselwerking tussen ons lichamelijk-zijn, met zijn driften en affecten, en de directe omgeving/Ander. Dat zijn de opvoeders, de maatschappij en de verdere ‘materiele’ omgeving. Door de tijd heen schrijven wij het verhaal van wie en hoe wij willen en kunnen zijn. En dat wordt een al of niet leefbaar kunstwerkje; de identiteit. In dat kunstwerk zit een zeer kwetsbare dualiteit/polariteit verweven. Een zeer dynamisch en complex heen en weer tussen verbondenheid / identificatie/ solidariteit met de Ander en die van het Zelf/ autonomie/ individualisering / separatie / vrijheid en op jezelf zijn. Nog een keer; deze ‘identiteit’ heeft alles met mijn eigen lichamelijkheid en contextualiteit te maken. Inclusief de daarin centrale ‘driftregulering‘. Dit voortgaande verhaal kan ‘goed genoeg’ lukken of ernstig vastlopen/mislukken zoals ik al zei.

Zijn diagnose

Zijn stelling is nu dat in onze tijd dat evenwicht verloren is gegaan als gevolg een ontwrichtende maatschappelijke / collectieve ontwikkeling waarin de verbinding/solidariteit geen bedding meer vind en waarin de autonomie is verdampt/gecorrumpeerd/ingepikt door collectivisering in mode en trends. De ‘ultieme vervreemding’ zou Thomas Merton dit noemen. De symptomen van deze ‘verloren identiteit’ zijn een diepe wanhoop, eenzaamheid en angst. We weten niet wie we zijn en waartoe wij dienen. Een diep existentiële crisis. Hij noemt het de ‘actuaalneurose’. We zijn de dialoog tussen innerlijk (ons lichaam) en uiterlijk (de omgeving) kwijtgeraakt; of nog erger wij zijn nooit echt aan dat ‘gesprek’/ die verwoording en verbeelding begonnen. Al die moderne psychische ziekten zijn een symptoom van de diepe existentiële wanhoop, angst en eenzaamheid.

De therapie

Zoals ik het zie en lees wordt de therapie hiermee niet een corrigerende emotionele setting die zich focust op trauma’s zoals vroeger, maar een liefdevolle en gezagvolle ‘spiegelende’ relatie waarin de mensvorming vanuit de eigen diepte misschien wel voor het eerst kan gaan plaatsvinden. Authentieke identiteitsvorming. Wie ben ik, wie mag ik zijn en wie wil ik worden. Hij ziet hierin nieuwe eisen aan de politiek, samenleving, opvoeding, onderwijs en management.

Is dit nieuw? Nee ik herken hier Terruwe, Hermans, mindfulness en de narratieve psychologie in. Een boek waar ik lezend, vaak aan moest denken, was dat van Mark Epstein, Gedachten zonder denker, wat ook ‘het afwezige zelf’ in de moderne westerse mens als kernprobleem definieerde. Dus niet een teveel aan zelfliefde maar een diep ‘tekort’; een diepe onmacht om zich tot zichzelf en de wereld te verhouden. Een identiteitsvorming die al zeer snel de weg is kwijtgeraakt. Een boek dat ik wel drie keer gelezen heb. Ook omdat hij hierin een relatie legt met Zen. En ook over de illusies over wie wij zelf zijn. Blijkbaar blijft de vraag naar wie wij zelf zijn, mogen zijn, moeten zijn de/een kern. Maar die kern ontdekken wij alleen in een voortgaande dialoog/gesprek met ons Zelf en de Ander die een ‘spiegel’ voor ons wil zijn. Liefdevol maar wel met gezag (Brinkgreven en Dwang). Goede geestelijke begeleiding kan en moet dit zijn. De bron hervinden van wie je mag zijn…

Daarmee bezig zijn is dan dus iets meer dan een hobby. Deze website is misschien wel een lange poging om mijn eigen innerlijke en maatschappelijke weg te vinden in deze soms schijnbaar waanzinnige werkelijkheid. Mijn spirituele en existentiële topografie / biografie / identiteit. Mijn ‘Talking/Writing cure’. En als dit blog niet uitnodigt de interviews te bekijken, de recensies te lezen en/of een van de boeken te gaan lezen heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Thomas Merton over ons Zelf: illusie en ons ware Zelf

Iemand vroeg aan Thomas Merton hoe wij er uit zullen zien in de hemel. Zijn antwoord was kenmerkend en verassend: “there won’t be left much of you there…” (bron James Finley)

Hier staat de vraag naar ons zelf centraal (zie deel 1). In spiritualiteit wordt er vaak een onderscheid gemaakt tussen ons echte en illusoire zelf. Thomas Merton heeft daar veel over gezegd en er is veel over geschreven door anderen. In New Seeds of Contemplation (NSC) komen we veel uitspraken daarover tegen. Een paar citaten in een bepaalde ordening.

Over het onechte zelf

Het ‘leven in duisternis’ begint met de veronderstelling dat mijn onechte zelf, het zelf dat alleen maar bestaat in mijn egocentrische verlangen, de meest fundamentele werkelijkheid in mijn leven is, waaromheen al het andere is geordend. Dus verkwansel ik mijn leven aan mijn verlangens naar plezier en mijn honger naar ervaringen, naar macht, eer, kennis en liefde. Ik tuig dit onechte zelf op en maak zijn totale leegheid tot iets wat ogenschijnlijk echt lijkt. Ik omgeef mijzelf met allerlei afleiding en bedekt mijn zelf onder allerlei pleziertjes…. als omhulsels waarmee ik mijzelf aantrekkelijk maak voor mijzelf en de wereld. Alsof er een onzichtbaar lichaam zou zijn dat zichtbaar zou kunnen worden als je het oppervlak met zichbare dingen bedekt.… Ik ben leeg en het pleisterwerk van plezier en ambities heeft geen enkele ondergrond. Ik wordt wie ik ben in dat uiterlijk. Maar al dat uiterlijk is ten dode opgeschreven door haar toevalligheid. En als ze weg zijn zal er niets van mij over zijn dan mijn eigen naaktheid en leegte; het is een luchtbel. En zij vertellen mij dat ik mijn eigen vergissing ben… (NSC, 27-28)

Deze mensen hebben zichzelf gereducereed tot een leven binnen de begrenzingen van hun vijf zintuigen … maar dat is niet de schuld van hun lichaam. Het is hun eigen schuld omdat ze ingestemd hebben met de illusie die zijn veiligheid heeft gezocht in zelfbedrog en die geen oor heeft voor voor de stille stem van God die hen uitnodigt om op avontuur te gaan en risico’s te nemen door onderweg te gaan in vertrouwen en over de veilige en beschermende begrenzingen van de vijf zintuigen te trekken.  (NSC, 34-35).

Ieder van ons wordt overschaduwd door een illusoir ik; en onecht zelf… Wij zijn geen ster in het herkennen van illusies en al helemaal niet diegene die we over ons zelf koesteren. (34)

We moeten kiezen tussen twee identiteiten: het uiterlijke masker wat ons erg echt lijkt en welk leeft vanuit een schimmige autonomie gedurende de korte tijd van het aardse bestaan en de verborgen innerlijke persoon die in onze ogen niets lijkt te zijn maar die zichzelf voor eeuwig aan de waarheid kan toevertrouwen van waaruit zij bestaat. Het is dit innerlijke zelf dat is opgenomen in het geheim van Christus; door Zijn liefde, door de Heilige Geest. In geheim leven we dus ten diepste in Christus (295)”

Rinie: Een aantal kenmerken en eigenschappen lees ik hier over dat ‘illusoire zelf’ van mezelf. Zij denk dat ze iets ‘op-zich-zelf’ is en dat zichzelf moet maken en redden. En dat is hard werken en een hoop gedoe. Ze heeft geen fundament en is gebouwd van stro. In dat licht is het ‘verloochenen’ van jezelf of de dood van jezelf niet meer dan het loslaten / achter je laten van een illusie! Van een schijnzekerheid van geld, huis, partner en pensioen. Eigenlijk het opgeven van iets wat helemaal niets is; lucht en leegte.. Het is een schijnwerkelijkheid van angst, kramp en jezelf met kunst en vliegwerk overeind houden! Een kasteel van zand gebouwd op zand… Waarom zijn wij daar zo aan gehecht?

Over ons ware zelf

Contemplatie staat op geen enkele wijze in relate met dit uiterlijke zelf. Er is een onoverbrugbare tegenstelling tussen het diepe transcendente zelf dat alleen in contemplatie ontwaakt en het oppervlakkige uiterlijke zelf dat we vaak aanduiden met de eerste persoon enkelvoud. (NSC, 7)

Het geheim van mijn ware identiteit ligt verborgen in God. Hij alleen kan van mij degene maken die ik werkelijk ben, of liever: degene die ik zal zijn wanneer ik eindelijk ten volle begin te zijn. Maar dit werk zal nooit voltooid zijn als ik die ware identiteit niet verlang, als ik me niet inspan om haar te ontdekken met God en in God…
De zaden die door Gods wil ieder ogenbllk in mijn vrijheid worden geplant, zijn de zaden van mijn identiteit, van mijn eigen realiteit, van mijn eigen geluk, van mijn eigen heiligheid. Die zaden weigeren is alles weigeren, het is de weigering van mijn eigen bestaan en zijn, van mijn identiteit en mijn ware zelf. (NSC, 33)

In de diepste kern van ons wezen is er een punt van niets-zijn, waar zonde en illusie niet zijn doorgedrongen, een kern van loutere waarheid, een vonk die geheel God toebehoort, die nooit tot onze beschikking is, van waaruit God over onze levens beschikt, en die niet toegankelijk is voor de spelingen van onze geest of de brutaliteit van onze wil. Die kleine kern van niets-zijn en volstrekte armoede is de zuiverste glorie van God in ons. Het is, om zo te zeggen, Zijn Naam die in ons is geschreven, als onze armoede, onze behoeftigheid, onze afhankelijkheid, ons kindschap. Het is als een pure diamant die schittert met het onzichtbare licht uit de hemel. Het is in iedereen aanwezig en als wij het konden zien, dan zouden wij de ontelbare lichtpunten zien die samenkomen in de uitstraling en de schittering van een zon, die al de duisternis en de wreedheid van het leven volkomen zal doen verdwijnen… Ik kan daar geen programma voor opstellen. Het is een gave. Maar deze poort van de hemel is overal. (Louisville)

Onze werkelijkheid, ons ware zelf, is verborgen in wat schijnbaar onze leegte is. NSC, 281)

To say that I am made in the image of God is to say that Love is the reason for my existence, for God is love. Love is my true identity. Selflessness is my true self. Love is my true character. Love is my name. Seeds of Contemplation (1949)

Van ik naar Zelf

Voor mij betekent heilig worden mezelf zijn. Daarom is de vraag van heilig wording en redding in feite de uitdaging om uit te vinden wie ik ben, en het ontdekken van mijn Ware Zelf…. God laat ons vrij dat te worden wat wij zelf willen. Wij kunnen al of niet ons zelf zijn; wat we maar willen. Wij hebben de vrijheid om echt of onecht te zijn. We kunnen eerlijk of bedrog zijn. De keus is aan ons. We kunnen de ene keer het ene masker en de andere keer een ander masker dragen, en, als we dat willen, er nooit aan toe komen om met ons ware gezicht naar buiten te treden. Maar die keuzes zijn niet zonder gevolgen. (NSC, 31-32)

Daarvoor moet ik mijzelf leren kennen, beide kanten, het kwaad en het goede wat in mij huist. Het zal niet genoeg zijn om alleen de ene kant te kennen en niet de andere; alleen het goede of alleen het kwade. Ik moet dus in staat zijn het leven lief te hebben wat God mij gegeven heeft; voluit en vruchtbaar. En zelfs goed gebruik maken van het kwaad wat daarin aanwezig is. (Guilty Bystander, 95)

Het is overduidelijk dat er geen speciale methode/techniek is, en ook niet kan zijn, om dat innerlijke zelf te kunnen ontdekken en tot leven te wekken. Omdat het innerlijke zelf pure spontaniteit is die zonder vrijheid niets is…. Zo’n idee zou een volledig misverstaan zijn van de existentiële werkelijkheid waar we het hier over hebben. Het innerlijke zelf is geen deel van ons zijn, zoals een motor is een auto. Het is heel onze substantiële realiteit in zijn ultieme, meest persoonlijke en meest existentiële zin. Het is als leven en het is leven: het is ons spirituele leven op zijn best. Het is het leven waardoor alles in ons leeft en beweegt. Het is in alles en door heel ons leven en overstijgt alles wat wij zijn. … Het is een nieuwe en ondefinieerbare kwaliteit van ons zijn. (The Inner Experience, 6)

Het enige wat we kunnen doen, met behulp van welke geestelijke oefening dan ook, is in onszelf iets van de stilte, de nederigheid/aardsheid, het loslaten, de zuiverheid van het hart realiseren en de fundamentele openheid die nodig is voor het innerlijke zelf om haar verlegen, onvoorspelbare manifestatie van haar aanwezigheid mogelijk te maken. (The Inner Experience, 7)

Op een bepaalde manier kunnen we zeggen dat ons zijn direct communiceert met het Zijn van God. Als wij bij ons zelf binnengaan, ons ware zelf vinden, en door het innerlijke “Ik” verder trekken, worden we naar binnen meebewogen in de immense duisternis waar we “Ik Ben” van de Eeuwige ontmoeten. (IE, 11)

In onze (Christelijke/Joodse/Islamitische) traditie is er een oneindige metafysische kloof tussen het zijn van God en het zijn van de ziel, tussen het “Ik” van de Eeuwige en ons eigen innerlijke “ik”. En toch, paradoxaal, bestaat ons meest intieme “ik” in God en woont God in haar. (IE, 12)

Finally I am coming to the conclusion that my highest ambition is to be what I already am (2 october 1958)

Rinie: Het verschil tussen ons illusoire en ons echte zelf in God is heel groot maar het ontvankelijk worden voor die aanwezigheid in ons vraagt om een heel subtiel onderscheid. Wij vinden die plaats nooit als wij gebruik blijven maken van de werkwijzen van het illusoire zelf. We moeten ons laten verleiden, in een open ontvankelijkheid zonder eigenmachtigheid, door die werkelijkheid. Dan krijgt onze ‘identiteit’ een diepe grond en een werkelijk en houdbaar perspectief.

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Mystieke / Contemplatieve antropologie 2

“De omgeving waarin het monastieke gebed gedijt is de woestijn waar de menselijk troost afwezig is en waar de veiligheidsroutines van de menselijke stad geen soulaas bieden….” (CP, 1)

Direct nadat ik het vorige blog had gemaakt werd ik al onrustig. Dit soort benaderingen wekken de verwachting van vrede, schoonheid en ‘alles is goed’ op. Alsof mystiek iets moois is. Zo mooi is het allemaal niet. Er is ondraaglijk lijden, lelijkheid en kwaad. Een oude man van 94 die zijn dagen slijt in het verzorgingstehuis zonder enige blijk van waardigheid (ik was gisteren bij hem). De dagelijkse wanhopig makende uitzichtloosheid van het Palestijnse volk… De barbarij rondom voetbalvelden… Nee ik ga niet zeggen dat dat er niet bij hoort. Het is alles inclusief of het wordt een vervreemdende spiritualiteit / mystiek. Ja dit is mijn stokpaardje: het Koninkrijk Gods is midden onder ons of het is nergens. In deze wanhoop; in deze puinhoop. Irrsal und Wirrsal.

Om dat een beetje duidelijk te maken ben ik te rade gegaan bij twee boeken van Thomas Merton. Ik weet niet of ik deze zaak in het kort duidelijk kan maken maar ik kwam er ooit op toen ik de vernieuwde vertaling van Contemplatief gebed tegenkwam. In de toelichting zette de vertaler zijn keus uiteen van de vertaling van het woord ‘dread’. Hij kiest voor de ‘vreze des Heren’ wat m.i. een foute keuze is. Heel de spiritualiteit van Merton uit die tijd en in die twee werkjes is doordrongen van de existentiële ervaring zoals die verwoord wordt in Zen en het Existentialisme van Niets, Angst en Leegte. Ik heb daarvoor zelfs de woorden geteld die verwant zijn die ervaring in beide boeken. Deze ervaring is uitermate pijnlijk en ontluisterend. Als hij al verbanden legt dan is dat met het Kruis en de ‘spirituele dood’; de wanhoop van de godverlatenheid. Wij hoeven deze ervaring niet op te zoeken; zij is er. Maar we moeten er niet te snel aan voorbij willen gaan. Zoals volgens mij zeer vaak in spiritualiteit gebeurd. Maar zij is geen doel of eindpunt. We worden niet ‘verzopen’ in de dood van Christus; maar gedoopt…! En die ‘vreze des Heren’ komt veel later pas. De vertaler gaat me te snel.

“Nu snappen we dus dat de doorleefde volwassenheid van het spirituele leven langs geen andere weg bereikt kan worden dan via de verschrikkingen, kwellingen, moeiten en angst die noodzakelijkerwijs de innerlijke crises van de ‘spirituele dood’ vergezellen. Het is de crises waarin we tenslotte onze gehechtheid aan ons uiterlijke zelf achter ons laten en ons volledig toevertrouwen aan Christus. …..

Het doel van de ‘donkere nacht’, zoals Johannes van het Kruis aantoont, is niet simpelweg het hart van de mens te straffen en onrustig te maken, maar is bedoeld om te bevrijden, te louteren en te verlichten in de pure Liefde. Deze weg die door verschrikkingen voert eindigt niet in de wanhoop maar in de volmaakte vreugde. Niet in de hel maar in de hemel.” (CP 88 of 110)

In de geest van Thomas Merton zijn dit geen ervaringen van ‘eens en voor altijd’ maar is dit een voortgaand proces van ervaring die pas in de dood hun (voorlopige?) vervolmaking vinden. Het is de oefening van in elk moment en in elke plaats op de verpletterende werkelijkheid ingaan in een ‘naakt’ geloof.

De ware en heilige benadering van het leven is op geen enkele manier een ontsnapping aan de ‘nietsheid’ die ons overmeesterd als wij aan ons zelf zijn overgeleverd. Integendeel, zij gaat bij die duisternis en dat ‘niets’ naar binnen, dringt daarin door, wetend dat de genade van God onze desolate leegheid heeft getransformeerd tot Zijn tempel. En we geloven dat Zijn licht zich verborgen heeft in onze duisternis. Vandaar dat die heilige grondhouding er een is die niet geschrokken terugdeinst voor onze eigen leegheid maar veelmeer met eerbied en ontzag daar naar binnen gaat in het bewustzijn van dat geheim. (Inner Experience, 53 Vervolg)

Volgens mij gaat het er in deze contemplatieve zijnswijze dus om onze verbijsterende en verpletterende (ervaring van de) ‘werkelijkheid’ binnen te gaan in een vertrouwen op ‘Gods’ verborgen scheppende intimiteit in dit alles. Ook in die werkelijkheid van ons eigen zelf…  Zonder dat wij daarbij ook maar enige ‘grip’ krijgen op deze werkelijkheid. Maar wij kunnen haar dan wel in alle vrijheid binnen optreden. Dat is m.i. de essentie van geestelijke oefeningen en deze grondhouding wordt gaandeweg zich eigen gemaakt. In het begin met veel aarzeling en scepsis. Zien soms even. Het schept op den duur wie weet een bepaalde mate van onverschrokkenheid? Lukt mij dat? Door dit soort literatuur te blijven lezen en niet RTL1/2/3/4/5/6/7/8 te kijken en te geloven; zo nu en dan een klein beetje…

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Thomas Merton over Contemplatie

Ik lees op dit moment het boekje van Thomas Merton met zijn toespraken voor abdissen van contemplatieve kloosters. Toespraken uit 1967 en ’68. Ik zal hieruit meer teksten vertalen. Er wordt hem een vraag gesteld:

“De mensen komen naar ons toe en vragen ons hen onderricht te geven over contemplatief gebed. En dat terwijl het al moeilijk is er iets over te zeggen. Wat zijn jouw ideeën hierover wat we hen zouden kunnen meegeven?

Dat zou helemaal een Zen-achtige aanpak moeten zijn! Als jij aan een Zen meester vraagt, “Wat is de essentie van Zen?”, kun je een klap voor je kop krijgen, of zoiets. En hij zou je daarna aan je lot overlaten om daar een tijdje over na te denken. Onder geen enkele voorwaarde zal hij je een uiteenzetting geven over Zen. Over iets anders misschien, maar niet over Zen.
Die Sufi vriend, waarover ik je vertelde, was hier op bezoek en we hadden een paar bijeenkomsten met hem. Hij is een echte mysticus en heel erg met beide benen op de grond. Een van onze meest serieuze monniken stelde hem de vraag, “Hoe bereik jij de eenheid met God?”. Wat zijn de hulpmiddelen, hoe doe je dat, wat is het systeem? De Sufi lachte alleen maar en zei, “Wij geven geen antwoord op dit soort vragen.” Hij serveerde het af; wilde er niets mee te maken hebben. Je geeft geen antwoord op zulke vragen omdat er maar een antwoord is. En dat is de dynamische eenheid met God.

Zen mensen leggen grote nadruk op het feit dat jij, als je niet zo’n ongelooflijke domoor zou zijn, zou weten dat je verenigd bent met God; dat God allang zo dichtbij is. Oké; iemand komt bij je en vraagt je naar contemplatief gebed. Wat je dan op de een of andere manier moet doen is hem in een positie brengen waarin hij in staat zal kunnen zijn zich bewust te worden hoe dichtbij God is. Daarbij rekening houdend met zijn persoon en zijn achtergrond. Boeddhistisch onderricht zegt dat de enige blokkade hiertoe onwetendheid is. Maar die onwetendheid zit echter wel verweven in alles.
De oorzaak van deze onwetendheid is dat je jezelf te serieus neemt als individu. Je bent te veel bezig met overleven; leven en dood zij zo verschrikkelijk verschillend. Of je levend of dood bent is verschrikkelijk belangrijk omdat je als je als individu sterft alles afgelopen is. Er zijn geen individuen na de dood. Er zijn personen ja maar geen individuen. Ik denk dat dit een heel belangrijk punt is omdat wij wij Christenen niet geloven in een leven na de dood van het individu. We geloven in een leven na dit leven van de persoon, die vrij is, die allang in God is, die een is met God vanaf het begin. De persoon keert terug naar God en vindt zijn zelf in God op een veel dieper niveau dan een individu ooit zou kunnen. Omdat het individu zichzelf ziet als een kleine geïsoleerde entiteit waarvoor al het andere afgesloten is. Zolang wij individuen zijn kunnen wij nooit een zijn met elkaar. Natuurlijk moeten wij als individuen deze zaak uitwerken. Dus kunnen we indirect wel over de vereniging met God spreken maar er is geen antwoord op de vraag.

Probeer je dan een persoon meer bewust te maken?

The only known photograph of God; Thomas Merton

Bewust van iets wat er al die tijd al is. Natuurlijk, het is er en het is er niet. Het is zeer helder; als je je van “zijn” en “ik ben” gewaar bent en bewust wordt, ben je een ander mens; dat is een revolutie. En ja, dat is heel tegenstrijdig; je moet het op de een of andere wijze omschrijven. Maar als een persoon zich ervan bewust wordt dat God zo intiem is, zo dichtbij dat er geen tussenruimte is, maakt dat een essentieel verschil. Dat is ook zo als je je realiseert dat deze presentie niet afhangt van of je onberispelijk bent of iets wat daar op lijkt. Als het daar vanaf zou hangen zouden we allemaal lang moeten wachten op die eenheid met God.” (114-116)

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Mystieke / Contemplatieve antropologie 1

Vanaf mijn studententijd wil ik al weten hoe wij ‘in elkaar steken’. Filosofie, antropologie en psychologie waren mijn ‘hoofdvakken’. Ik wilde de structuur en dynamiek van ons ‘zijn’ in kaart hebben. Vandaar mijn poging om dat weer eens op een rij te zetten. Of ik daarbij met God begin of eindig maakt mij niet zoveel uit. Naar aanleiding van het prachtige boek ‘Dieper dan het diepste zelf’ en mijn verlangen om een serie lezingen over God en ons Zelf te organiseren (met de Hezenberg) ben ik gaan tekenen.

Laat ik beginnen met mijn Godsbeeld. In deze ‘topografie’ probeer ik 4 perspectieven op God in beeld te brengen. Het is vier keer hetzelfde zeggen. God als de scheppende, alles dragende en allesdoordringende liefdevolle werkelijkheid. Hagia Sophia (godheid bij Eckhart?) als oorsprong/bron. De dynamische, kenotische en scheppende werkelijkheid onderling wordt prachtig beschreven door Meister Eckhart:

Zijn is God. God en zijn, zijn het zelfde – of God heeft het zijn van een ander en is dus zelf niet God. Alles wat is, heeft het feit van zijn bestaan door te zijn en uit het zijn. Als daarom Zijn iets anders is dan God, ontleent een ding zijn bestaan aan iets anders dan God. Bovendien is er niets dat aan het zijn voorafgaat, want dat wat het zijn verleent, schept en is schepper. Scheppen is het zijn geven uit niets.

Het NU waarin God de eerste mens schiep en het NU waarin de laatste mens verdwijnt en het NU waarin ik spreek, zijn alle hetzelfde in God waarin alleen HET NU is…

“ What has no essence, does not exist. There is no creature that has essence, because the essence of all is in the presence of God. If God went out of the creatures even for a single moment, they would disappear into nothingness.”

En dan nu naar ons zelf. In allerlei tradities wordt een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen ons ware en onechte zelf. Ik lees hierin twee ‘wijzen van zijn’ in deze wereld. Het valse zelf is daarbij een tegenstelling met het tweede in de zin dat zij niet ziet/weet wat het andere zelf wel ‘weet’. Het valse zelf leeft ‘zonder ziel’ en weet niet dat zij ‘hangt in God’ (Ruusbroek). Het ware zelf neemt de eerste werkelijkheid wel in zich op alleen op een heel andere wijze. Beide wijzen van zijn hebben wel gevolgen voor het dagelijkse leven. Je zou kunnen zeggen dat het tweede door en door aards is maar daar heel anders in leeft. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de eerste wereldvreemd is omdat ze niet door heeft waar ze uit leeft en waar naartoe. Ook hier weer Meister Eckhart:

Fragment uit preek 4 van Meister Eckhart
Zo waar als de Vader in zijn enkelvoudige natuur zijn Zoon natuurlijk baart, zo waar baart hij hem in het binnenste van de geest, en dit is de innerlijke wereld. Hier is Gods grond mijn grond en mijn grond Gods grond. Hier leef ik uit mijn meest eigene, zoals God uit zijn meest eigene leeft. Wie ooit slechts een ogenblik lang in deze grond zou kijken, voor die mens zijn duizend marken rood geslagen goud evenveel als een valse penning. Vanuit deze binnenste grond moet je al je werken verrichten zonder waarom.

De mysticus leeft dus niet in een andere wereld maar beleeft haar volledig anders! Zij weet van haar ‘Grunt’ en hoeft zichzelf niet meer te redden. Zij weet dat ze ‘de geliefde zoon/dochter’ is en leeft dus rijk. Zij gaat zelfs actief deelhebben aan die kenotische en scheppende beweging. Als je dan denkt dat dat ‘geen kruis’ betekent dan heb ik het nog niet voldoende duidelijk gemaakt. In beelden:

Ruusbroek:

Het hoogste van de natuurlijke weg is het wezen van de ziel. Die hangt in God en rust in haar. Zij is hoger dan de hoogste hemel en dieper dan de bodem van de zee en wijdser dan heel de wereld met al haar elementen. (eigen vertaling pagina 114)

Die wezenlijk eenheid van onze geest met God bestaat niet in zichzelf maar zij verblijft in God, zij komt uit God voort, zij hangt in God en zij keert terug in God als haar eeuwig thuis. Zij raakt nooit afgescheiden en blijft trouw aan haar oorsprong. … En deze eenheid is boven tijd en plaats verheven en is een voortdurende scheppend werken van God. (118)

Je hier aan toevertrouwen, dit weten; dan is je leven toch een goddelijk kunstwerk in wording?

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).