Spiritest

De Spiritest van Trouw gedaan. ‘Beetje spritueel’ ben ik..

Beetje spiritueel
Buitengewone claims, onorthodoxe methoden en omstreden theorieën neemt u kritisch onder de loep. U staat stevig met beide benen op de grond. Toch overvalt u wel eens het gevoel dat er ‘meer’ is in het leven. Bijvoorbeeld bij geboorte, ziekte en dood. Liever praat u dan met familie en vrienden over de zin van het leven dan dat u een wierookstokje aansteekt bij uw huisaltaar – want die heeft u niet. Ook een jaarlijkse meditatieretraite is voor u een aantal stappen te ver op het spirituele pad. U bent een schipperende spiritueel.

Op het meeste hiervan ben ik best wel trots… Vooral dat ‘schipperen’ vind ik heel leuk. Omdat ik niet vertrouw op mijn intuïtie of op mijn gevoel alleen en God nog nooit ‘ervaren’ heb en niet in wonderen geloof(althans niet op de manier van de vraag?) ben ik het maar een ‘beetje’? Eigenlijk vind ik dat nog teveel. En of er ‘meer’ was bij mijn geboorte kan ik me niet herinneren.. Wie weet bij mijn dood?

Ik verlang eigenlijk wel naar een nieuwe reformatie waarin de zaken weer eens flink op de kop worden gezet over geloof en ongeloof; spiritueel of niet spiritueel. Er wordt zo verschrikkelijk snel in oude of nieuwe ‘sjablonen’ gesproken dat we elk gevoel voor geheim en nuance lijken te zijn kwijtgeraakt. Maar goed, ik schipper lekker door… En o ja; ik heb wel een ‘huisaltaar’.

Ik heb zojuist een brief van Thomas Merton aan een ‘ongelovige’ vertaald…. 1966 Een verademing… Thomas Merton’s Brief over ongeloof

Stilte. Jan Oegema en Sara Maitland

Een prachtig artikel van Jan Oegema (Hoe anders is mijn stilte) in Trouw(toch wel echt ‘mijn’ krant) over stilte. Uitermate boeiend in zijn stellingname. Een innerlijk gesprek over zijn ervaringen met stilte, de trends in Nederland en zijn conclusies. Binnenkort komt een boek van hem hierover uit. Een voor mij provocerende stellingname was de conclusie dat stilte geen middel is maar doel. Hij ontleende dat aan het meer dan prachtige boek van Sara Maitland ‘Stilte als antwoord’ (Hoeveel stilte kun je aan). Als hij zelfs haar ‘God is stilte’ in de mond legt haak ik af. Ik kan die stelling in haar laatste hoofdstukken niet vinden. Haar benadering is veel fijnzinniger; stilte is middel en doel. En ze is in haar onderzoek naar stilte nog nooit ‘een stille hemel'(306) tegengekomen. Maar zij komt wel tot boeiende conclusies.

Zij ontdekt een stilte die je ‘ik afbreekt’; kenosis(206 e.v.,271), maar ook een stilte die je helpt ‘je eigen verhaal te vinden’ (260,271,279). Loslaten en vinden dus. Beiden hebben bij haar bestaansrecht. Zoals muziek niet kan bestaan zonder stilte maar omgekeerd is ook waar. Vanaf pag. 298 geeft ze een sublieme opsomming van wat ze gevonden heeft. En een soort conclusie?

Soms denk ik dat de stilte is als een Zwart Gat:.. Alles wat binnen dat bereik komt …. welk object dan ook-zelfs het menselijk ego- uitrekken,verwringen,verdraaien en samentrekken terwijl het naar het centrum wordt getrokken,… en … misschien overgaan… in God’ (Sara Maitland; 309)

(maar of ze daarmee zegt dat God stilte is…?)

Natuurlijk ga ik zijn boek kopen.. Ik wil in gesprek blijven over en met de stilte en me steeds weer laten verrassen. Want ik denk dat juist in dat heen en weer tussen onweten en het woorden vinden ik mij in het Godsgebeuren bevind. Ook in de verwoording van Jan vind ik mijn ‘richting’.

Een mooi voorbeeld van het vinden van je levensverhaal in de stilte is het boekje van  Bieke Vandekerkhove ‘De smaak van stilte’. Een existentieel verhaal van afbraak(ernstige handicap) en vinding van haar ‘zelf’ langs de weg van de confrontatie met haar gebroken levensverhaal in de stilte..

Tenslotte, in dit verband, een nieuw boek wat ik nog niet gelezen heb. Maar waar de schrijvers in verzet komen tegen het beeld van de zwijgende God. Ben ook daar weer zeer benieuwd naar!

“Stilte in de weg naar de ziel en de ziel is de weg naar God” (uit The Big Silence)

‘Rouwen om een verloren god’

Ik heriner mij een zeer pijnlijke scène op tv, uit de VPRO documentaire ‘Dying/1992’, waarin mensen gefilmd werden die geconfronteerd werden met kanker en sterven. In dit citaat ging het om een echtpaar waarin de vrouw inmiddels ernstig ziek was en niet veel meer kon.

man wanhopig boos: ‘Where is the sweet little girl I married to?’
vrouw bits: ‘The sweet little girl got cancer, you know…’

Een  aangrijpend voorbeeld van een volledige onmacht(voorlopig?) om zich te verhouden in/tot een volledig/radicaal nieuwe situatie.. De woestijn..

Aan deze herinnering moest ik denken n.a.v. een paar terloopse gesprekjes waarin mensen mij bekenden dat ze niets meer konden met de god van hun verleden. Toen ik tegen een van hen zei dat het was alsof je je vader had verloren begon hij spontaan te huilen..(ik weet natuurlijk niet welke snaar dit raakte). Bij allen was er sprake van een gemis; een rouw om een verloren god. Het maakt daarbij niet uit of die god nu evangelisch, gereformeerd of gereformeerde gemeente was. Ja, soms waren ze ook blij, maar toch….

Blijkbaar is de god van ons verleden geen garantie voor de toekomst! Volgens mij komt het omdat ze geen van allen de weg van ‘on-weten‘ (Eckhart e.d.) van huis uit hadden meegekregen. De god die hen verteld was dat/die was ‘het’. Bullshit; daarmee reduceer je God tot jouw beeld/club/tijd/plaats… Wij weten niet zoveel… ‘Ho even’, zal iemand zeggen, ‘maar dat is toch de Vader van Jezus; die ons Hem geopenbaard heeft..?!’. Maar dan weet ik nog niks… Alleen maar dat, wat ik aan ‘beelden’ heb meegekregen uit mijn gezin, kerk, Nederland en mijn tijd. Dus..?

Beeldenstorm; God, elke dag nieuw en ongeweten.. Soms ben ik daar niet rouwig om…

‘En zo is jouw onweten niet een gebrek, maar juist je opperste volmaaktheid, en jouw lijdelijk ondergaan is zo je hoogste werk. En zo, op die manier, moet je afzien van al je bezigheden en al je vermogens tot zwijgen brengen, wil je werkelijk die geboorte in je ervaren. Wil je de geboren koning vinden , dan moet je al het andere dat je kunt vinden voorbijlopen en achter je werpen.’ (Kerstpreek Eckhart, 39)

Boeken over ‘God’ van de laatste tijd…

Ik heb een ‘paar’ slechte eigenschappen; een daarvan is dat ik bibliofiel ben. Dat betekent dat ik ‘het niet kan/wil laten’ boeken uit mijn interesse gebieden te kopen. Ik ben een echte verzamelaar. Zie o.a. mijn spirituele bibliografie… Een diep(e) verlangen/wanhoop maakt dat ik blijf zoeken naar het ultieme boek… Die ‘over God’ hebben wel mijn meeste belangstelling. Toch bevredigt niet elk boek mij. Voor mij moeten ze voldoen aan drie criteria:

1. Ze moeten refereren aan de diepten van mijn ziel. Oftewel ze moeten gaan over de personale/existentiële laag in mijzelf. Als ze daar geen snaar raken van herkenning van mijn verlangen en wanhoop dan boeien ze me niet. Als ze niet gaan over dood en leven dat hoeft het voor mij niet. Het moet mijn spiritualiteit kietelen/prikkelen. Voorbeelden?

2. Ze moeten in dialoog staan met de breedte van de christelijke/religieuze tradities. Een erg ‘binnenkerkelijk’ boek hoef ik niet. Een blik naar binnen en naar buiten wil ik zien. Meestal zie ik dat wel aan de literatuurverwijzingen. Voor mij speelt hierin ook de vraag naar de interreligieuze dialoog. Een boek dat sterk binnenkerkelijke trekjes (Geref. Bond/IZB /PKN heeft maar toch heel existentieel op open geschreven is is het boek van Wim Dekker. Het boeiende van dat boek is dat God daarin tot relevant verleden en hoop op de toekomst wordt. Maar is beperkt doordat ‘Zijn immanente Presentie’ in het ‘hier en nu’ niet of nauwelijks ter sprake komt? Klik hier voor een paar mooie (maar erg kerkelijke) besprekingen op het boek.

3. Tenslotte moet het wel een serieus ‘denkwerk’, met een flinke scheut theologie, filosofie en psychologie, zijn. Op deze laag zitten voor mij ook de boeken over de vraag naar de relevantie van godsdienst voor de toekomst van de samenleving. Voorbeelden?

Tip? Handboek Christelijke Meditatie

im Edelsten, im Grunde, ja, im Sein der Seele, das heiβt im Verborgensten der Seele; dort schweigt das »Mittel«

(Meister Eckhart; Deutsche Predigten und Traktate von Josef Quint. Blz. 416, regel 23)

Op de site van Lex Boot vind je uitgebreide informatie over het ‘Handboel Christelijke Meditatie’. Ik was benieuwd. In de titel had ik zelf liever de term ‘contemplatie’ gezien i.p.v. ‘meditatie’ omdat de laatste term mij te ‘actief’ en ‘cognitief’ klinkt. Mij spreekt de ontvankelijkheid en openheid die inherent is aan de ‘contemplatievebenadering veel meer aan. De ‘methoden’ en ‘technieken’ die erin beschreven staan doen namelijk helemaal niets. Ze willen je alleen maar helpen dat te gaan zien wat er allang is! Eigenlijk zijn het vormen van ‘ontwaken’. Maar…; gewoon eerst lezen. Ben benieuwd.

1001004011549157

En toen….

Laat ik beginnen met wat het wel is. Een zeer grondig overzicht van allerlei ‘Meditatie’ vormen (zie daarvoor de site van Lex boot). Met een paar inleidende hoofdstukken die christelijke meditatie theologisch en historisch ‘afbakenen’. Het is als handboek zijn geld dubbel en dwars waard. Maar raakt het boek mij nu? Inspireert het mij tot… Ik merkte dat ik dat punt knap teleurgesteld raakte…

‘We zijn theologische vertrekpunten en historische lijnen langsgelopen….volgende hoofdstukken gaan over vertrekpunten om tot de goede meditatieve basishouding te komen..(75)’

Dit korte citaat typeert wat mijn betreft de benaderingswijze van de (christelijke) meditatie van dit boek. Het begint in de theologie en denkt daarmee de geleefde werkelijkheid dienend te beschrijven. Volgens mij een ernstig euvel in veel kerken? Hoe kan je zo’n existentieel en spiritueel fenomeen, hetgeen meditatie in de eerste plaats is, waarlangs het verlangen van mensen zich een weg zoekt naar verlossing/ verlichting/ God/ echte ontmoeting&ervaring / het echte zelf / het echte leven, vanuit dat vertrekpunt inspirerend benaderen? Dat heeft natuurlijk alles met mijn leeswijze te maken. Ik werd er een beetje nijdig van; het gaat over meditatieve oefeningen binnen spiritualiteit maar is zelf geen spiritueel boek. Het gaat over de Lectio maar het raakte mij niet (dan alleen in mijn allergie). M.i. hadden ze in de geleefde spiritualiteit moeten beginnen en vervolgens theologie moeten gaan beschrijven ten dienste hiervan; het openen van diepte perspectieven. Dat God er allang is, maar dat wij dat niet zien; dat wij allang in Hem bewegen, maar onwetend zijn en dat het loslaten van die rationele discursieve theologie iets heeft van de schellen die van je ogen vallen. Zelf heb ik dat te danken aan Thomas Merton en Ton Lathouwers en zijn benaderingswijze van Zen. Bij bij beiden krijgt die zoektocht niet het karakter van een ‘methode’ maar van een gevecht op leven en dood: om het leven van/voor allen. Het grote mededogen… Alle meditatie wordt daarmee een weg om ….; geen doel op zich?
Een tweede kritisch punt is dat het ‘christelijke’ in dit boek m.i. meer het karakter van de ‘PKN’/ de protestantse kerkelijke christus heeft dan de dienstknecht gestalte van Christus die impliciet en expliciet in mijn en onze geschiedenis zich incarneert(Karl Rahner). Want dat is volgens mij meditatie: gedoopt worden/kopje onder gaan in die werk-elijkheid. En daar gelaafd uit opstaan.
Een derde punt is dat het Boeddhisme, in de inleiding, me te nadrukkelijk op een tweede plan wordt gezet en dat terwijl zij juist een weg van verlossing in/uit het lijden wil bieden. het is hier en daar mij een beetje te exclusief (niet bij Kick Bras!) i.p.v. inclusief. Het zal daarmee voor de hoofdstroom in protestants Nederland een zeer leesbaar boek zijn.

Het is en blijft echter een prachtige uitgave en overzichtswerk van de meeste ‘contemplatieve'(= als ziende de Onzienlijke en leven!) methoden die er op dit moment zijn en wat theologie en geschiedschrijving daarover(de retraite ontbreekt). Nogmaals; er staat heel veel in en als Handboek is het zeer bruikbaar. In Trouw een positieve bespreking van dit boek (Handboek).

Dietrich Bonhoeffer; een blijvend verbijsterende tekst….

Ik weet niet meer wanneer ik onderstaande tekst van Bonhoeffer voor het eerst tegenkwam. Het zal wel een keer besproken of geciteerd zijn… Ergens in het begin van de negentiger jaren van de ‘vorige eeuw’. Maar hij blijft mij bij. Recent weer teruggevonden in ‘De Biografie’ van Bethe. De tekst bevrijdt mij van de ijdele hoop op ‘wonderen‘ en geeft mij de vrijheid om te doen wat mijn hand vindt om te doen. Een volwassenwording die ik veel later ook in Thomas Merton en Zen vond. In het radicale geloof dat God zich in die dagelijkse werkelijkheid op een radicale weerloze en kwetsbare wijze incarneert/realiseert/schept: Genesis (Sophia). Maar ook voor nu; de zoektocht naar een vertaling en verwoording waarin God in hedendaagse mensenwoorden en daden te horen en te zien is.

16 juli 1944 / Verzet en Overgave)

We kunnen niet redelijk zijn, als we niet erkennen dat we in de wereld moeten leven, ‘etsi deus non daretur’. En dat erkennen wij voor God! God zelf dwingt ons dit te erkennen. Zo brengt onze mondigheid ons tot de waarachtige kennis van onze situatie tegenover God. God doet ons weten dat wij moeten leven als diegenen die hun leven inrichten zonder God. De God die met ons is, is de God die ons verlaat! De God die ons in de wereld doet leven zonder de werkhypothese God, is de god voor wiens aanschijn wij staan. Voor en met God leven wij zonder God. God laat zich uit de wereld terugdringen tot op het kruis, god is zwak en machteloos in de wereld en juist zo en alleen zo is Hij met ons en helpt hij ons. (…)
Hier ligt het wezenlijke verschil met alle religies. De bijbel verwijst de mens naar Gods onmacht en lijden; alleen de lijdende God kan helpen. In zoverre kan men zeggen dat de geschetste ontwikkeling tot mondigheid, die afrekent met een verkeerde voorstelling van God, de blik vrijmaakt voor de God van de bijbel, die door zijn machteloosheid in de wereld macht en ruimte krijgt.

18 juli

De mens wordt opgeroepen Gods lijden aan de goddeloze wereld mee te lijden. (…) Je wordt geen christen door religieus te handelen, maar door, levend in de wereld, te delen in Gods lijden.

Op de blog van Frits de Lange zijn er veel teksten van hem over Bonhoeffer te vinden. Zelfs complete boeken van hem over Bonhoeffer.

Ecojustice / Ecospiritualiteit = Geraakt zijn door het Licht

Wat een vondst! In de serie Spirituele Leiders van de RKK zag ik de uitzending over/met Marcelo Barros. Wat een inspirerende man! Dit moet je gewoon even(23 minuten) kijken. Hierin herken ik die universele en inclusieve spiritualiteit in die ik bedoel! Een wijze van spreken waarin de grootste ‘ongelovige’ zich volgens mij kan vinden? En dit brengt mij ook weer terug bij mijn wortels in de bevrijdingstheologie! Het blijkt ook dat er al meerdere boeken van hem in het Nederlands vertaald zijn.

Twee bronnen die iets laten zien van zijn ‘receptie‘ in Belgie zijn een folder rondom de feministisch theologe Ivone Gebara en de aankondiging van een bezoek aan Belgie.

Hoe ver kan je gaan….?

‘Je reinste exhibitionisme….’ zei een goede vriend na een bezoek aan mijn website.

Maar ja wat moet ik dan. Van mijn kinderen kreeg ik op mijn kop dat wat ik op Facebook deed ‘niet maken kan; daar is facebook niet voor…; doe dan een blog’.

Want ja, wat wil ik… Ik wil iets zeggen…; laten zien. Maar ik wil het anders doen dan de meeste mensen op de sociale media. Ik wil echt iets van mezelf laten zien; in al zijn kleinzieligheid maar ook in mijn pogingen iets van mijn leven te maken. Mezelf niet mooier voordoen dan ik ben. Maar ik wil ook iets laten zien van mijn ervaringen en vondsten op het gebied van spiritualiteit.. Een publiek uithangbord. Een ‘Winkel van Sinkel’ van mijn gedachten. Een uitstalling van mijn spiritualiteit op het personale niveau. Toegankelijk en hopelijk leesbaar(kort dus). Een boek/ dagboek/ artikel/ preek daar komt het niet van. Waarom zou ik dit dan niet mogen uitproberen?

En ja daar maak ik ook iets heel persoonlijke van… Eerlijk; zonder franje. Ook omdat ik denk dat daar God gevonden wordt… Zelfs in het mislukken van vriendschappen? Of iemand daar iets mee kan? Moet blijken.

Een spiritualiteit waar je niets aan hebt!

“Tijdens een godsdienstles spreekt de leraar over Gods nieuwe wereld. In de les bevindt zich een dove leerling. De leraar wil het kind bevestigen en zegt: “In Gods nieuwe wereld zul jij kunnen horen.” Het kind protesteert: “Nee, in de nieuwe wereld zal God in gebaren spreken.” (Jacqueline Kool)

Jij wilt niet genezen worden hè…? Nou, op een bepaalde manier niet meer nee…

Jij zwelgt in je lijden…!    Wil je met me ruilen? Wil jij die angsten/depressies van me hebben?

En al die genezingen van Jezus dan… Geloof je die niet? … (aarzelend) Het ligt er aan wat je daar dan onder verstaat…

Het lijkt wel een spiritualiteit van de wanhoop.. Ja, zo zou ik het ook zo zeggen… gewan-de hoop…

(dialogen die ik soms echt voer en soms alleen maar in mijn hoofd..)

Alsof ik niet al 50 jaar meedraai in gelovig Nederland… Ja; ik denk dat ik een punt wil en kan maken… Ja ik vind de focus op geluk/succes/genezing van in flinke delen van de christelijke wereld (en daarbuiten!) misleidend en ‘ongezond’. Dat geleur van genezingsdienst naar genezingsdienst… Met soms van die verschrikkelijk triviale ‘successen’ zoals het verlengen van benen… Is dat cynisme…? Ik word er inderdaad alleen maar boos van. En dan komt er toch weer een succesverhaal van… Ik zie het zelfs een beetje als een vorm van ‘ziekmakende‘ spiritualiteit.

Nee, mijn spiritualiteit heeft een ander karakter..; niet die van het verzet tegen: deze ziekte/ deze plek/ deze werkelijkheid/ deze gegevenheid/ mezelf/ dit levensverhaal… Maar meer iets van de ‘opstand’ temidden van… Niet een ‘willen hebben wat je niet hebt’: dat andere karakter/die andere man/ die (andere) vrouw/ vakantiehuisje… Meer iets van het unieke/verassende/wonderlijke zien van je eigen werkelijkheid. Hetzelfde anders zien. Ogen die gaan ‘zien’; oren die gaan ‘horen’ en dan iets doen: ‘hier ben ik’. Zonder oplossingen… Temidden van.. Ja een spiritualiteit van de wan-hoop. Midden in de dood staan we in het leven… God is hier en nu; en ik heb het niet geweten/gezien… Aan deze plaats en niet ergens anders! (Natuurlijk is die bovenstaande ambivalentie mij niet vreemd..: jonger/ slanker/ vrienden../ soms een andere vrouw..)

Gun ik die mensen dan niet…? Zie ik dat verschrikkelijke lijden dan niet? Juist omdat ik dat zie en weet dat veel niet ‘opgelost’ wordt; veel niet ‘verbetert’.. Is er een heilige van de hopeloze gevallen? ‘Zichzelf verlossen kan hij niet…‘ Is dat nou juist Jezus niet? Maar dan niet als de oplosser…(Dietrich Bonhoeffer) maar wel volluit handelend, levend en liefhebbend.

Ik ben op zoek naar een verwoording en verbeelding van een kwetsbare christelijke spiritualiteit waar je niets aan hebt. Een spiritualiteit waarmee je ‘op kunt gaan staan’ zonder je rolstoel kwijt te raken. Een leefbaarheid in onleefbare situaties. Geen vervreemding van mijn realiteit maar juist er een van vruchtbaarheid van de onvruchtbaarheid. De moed vinden om te zijn waar je niet kunt zijn; om te gaan waar je niet kunt gaan. Tsja; je zult daar maar zitten.. Maar dan toch: in verbinding met… dat wat is. Moed vinden om in te gaan op dat wat is! De nacht / de ‘godverlatenheid‘. Zou dat dan niet de navolging van Christus zijn? Christelijke spiritualiteit begint daar waar je bent en niet ‘straks’ of ‘als.. dan..’ Het is leren leven met dat wat is.., je laten raken en dan verder. Verbinding en dynamiek… Compassie; daar gebeurt iets.. Ook met jezelf…

Kome wat komen moet

God woont in de Focke Simonszstraat

Ik hoorde het van een zeereerwaarde
en hoogbejaarde dominee:
de Here wou met onze aarde
niet één dag langer meer in zee.

Al zouden wij Hem overstelpen
met eredienst en dankgebed,
het zou geen ene moer meer helpen:
er werd een punt achter gezet.

Maar zie daar was diezelfde morgen
zo’n rotjoch in de grote stad
een doodziek duiffie aan ’t verzorgen
dat-ie op straat gevonden had.

“Kristus”, wat mot je dan? Wat wil je?
Ja, kijk me maar es effe an.
Godsallejeisis, beest wat tril je.
Leg nou toch effe rustig, man.”

Toen heeft de Heer Zijn toorn bedwongen,
want Hij kreeg schik in het geval.
Hij spaarde dus de kleine jongen,
de zieke duif en het heelal.

WillemWilmink

Ik ben dus Radicaal Orthodox….?

Deze column stond 29 maart 2001 in Trouw.

Fantastisch zo over God durven praten…

RADICALE ORTHODOXIE
Jean-Jacques Suurmond

Is een geestelijke die een stuk brood heft met de woorden: ‘Dit is mijn lichaam’ niet even gek als iemand die een Edammerkaas omhooghoudt en zegt: ‘Dit is de maan’? Dat vraagt Graham Ward die behoort tot de ‘Radicale Orthodoxie’, eigenlijk de enige interessante nieuwe theologische beweging. Deze ontstond in de jaren negentig in Cambridge en zet brutale stappen die veel vragen oproepen. Een theologie met ballen.

Als Christus een brood neemt en zegt: ‘Dit is mijn lichaam’ gebeurt er inderdaad iets geks. Ons begrip van zijn lichaam wordt enorm uitgerekt. Als het een brood kan zijn, kan het van alles zijn: de kerk, ja zelfs ‘alles in de hemel en op aarde’, zegt de Bijbel. Het lichaam van Christus kan dat van Burt Reynolds zijn, de eerste filmster die zijn gespierde lijf ‘hard als een erectie’ showde in een vrouwenblad, maar ook dat van de zieken en gehandicapten, van homo’s die sterven aan aids, van eenzame ouderen en kinderen die worden misbruikt.

‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt,’zegt Jezus voluit bij het laatste avondmaal. Een lichaam stelt in staat om te geven en te ontvangen. Daarmee neem ik bijvoorbeeld eten tot me, ontvang de liefkozing of kritiek van een ander, geef mijzelf in deze columns, in mijn werk of in de liefde, of vul mijn opgave voor de belastingdienst in. En als mijn lichaam ergens ook dat van Christus is, is er steeds weer verrijzenis, een inspirerend nieuw begin mogelijk.

Ward illustreert dit aan de hand van de film The Full Monty. Die gaat over een groep fabrieksarbeiders die door werkloosheid in sociaal, politiek en fysiek opzicht impotent zijn gemaakt. Om wat geld te verdienen, besluiten ze een avond te gaan strippen in het plaatselijke café. Ze krijgen voor hun naakte lijven groot applaus dat hen zichtbaar goed doet. Ze zijn geen losers meer maar ‘er vindt een opstanding van het mannelijke lichaam plaats, een verlossing’. Bij de aftiteling klinkt het lied ’I Believe in Miracles’.

Deze aandacht voor het lichaam en andere aspecten van het dagelijks leven, geeft de Radicale Orthodoxie iets verfrissends. Religie leeft volgens Ward ‘in commerciële bedrijven, in ‘gothic’ en sciencefiction fantasieën, in fitness clubs, in bars voor doelgroepen en in architecturale design, onder ‘happy hour’ drinkers, tatoeëerders, milieu activisten en cyberpunks.’

Vandaag zien we in de samenleving echter een scheiding tussen religieus en seculier. Het geloof is naar de privésfeer gedrongen. Politici willen religieuze uitingen in het openbaar weren (moet omgekeerd de kerk dan seculiere symbolen, zoals een lintje, in de kerkdienst verbieden?). Geloven is een hobby geworden, zoals vliegtuigen spotten: zinvol voor jezelf maar zonder betekenis voor de rest van de wereld.

Deze splitsing tussen religieus en seculier is het gevolg van een theologisch bedrijfsongeval in de middeleeuwen. God werd op oneindige afstand van de wereld geplaatst, die zo in haar seculiere uppie kwam te staan. De Radicale Orthodoxie grijpt daaroverheen terug naar de vroege christelijke visie van de wereld als de voortgaande schepping van God. Die staat niet los van hem maar is van moment tot moment zijn gave. Door ons lijf nemen we deel aan deze dynamiek van geven en ontvangen. We zijn een bezield lichaam en een belichaamde geest.

De seculiere maatschappij – inclusief de scheiding tussen lichaam en geest – is de vrucht van een ‘slechte theologie’. Goede theologie is geen wetenschap naast de andere. Wetenschappers willen ‘alles van iets’ weten: van de platte slijkgaper tot de planeet Saturnus. Theologen willen daarentegen ‘iets van alles’ begrijpen – namelijk hoe de wetenschappen maar ook de kunsten, cultuur en politiek betrokken zijn op de gevende God. Nu snapt u waarom een bundel van deze columns verdacht veel op een vlooienmarkt lijkt.

Door de scheiding tussen religieus en seculier is de theologie een kwijnende, binnenkerkelijke zaak geworden. Ze lijdt aan ‘valse bescheidenheid’ zegt John Milbank, de pionier van de Radicale Orthodoxie. In de berm van de maatschappij spreekt ze over krakeeltjes en korenbloempjes hemelsblauw.

Anderzijds is de samenleving afgesneden van haar religieuze bronnen en wantrouwig naar binnen gekeerd. In de steden verdringen zich de geseculariseerde lichamen, zwaaiend met een spandoek of woekerpolis, werkzoekend of beroofd van passend onderwijs, scheldend op homo’s of hoofddoekjes, gestrest of depressief, zinzoekend in aroma therapie of met 130 kilometer per uur wegscheurend van de leegte. Ach, laat mij een geïnspireerd, bezield lichaam zien en ik druk het de hand.

Laatst riep een actiebrief predikanten op tot meer maatschappelijke betrokkenheid. Het is tijd voor verrijzenis. Tijd dat het lichaam van Christus in de samenleving opgewekt wordt. Tijd dat gekke theologen met een stuk brood de straat opgaan, het hoog boven de winkelende massa houden en roepen: ‘Jullie zijn mijn lichaam dat voor de wereld gegeven wordt’.