Mieke Fransen -Stolwijk 1951-2011 (21 jaar mijn collega sociale vakken)

29 augustus; “Gewoon lief zijn voor elkaar…” Mieke

Een indrukwekkende begrafenis; heel veel mensen en 5 zeer lieve toespraken van haar kinderen. Met een prachtig gezongen ‘Bist du bei mir‘ en Ave Maria. (en nog veel meer natuurlijk…). Vandaag 12 september staat er een mooie necrologie van haar in Trouw. Een prachtige rubriek; maar ook hier weer de vraag hoe je recht doet aan de lichte en donkere; de mooie en de lastige kanten van mensen. Ik weet het niet; want wie zou die dan moeten schrijven?

In Memoriam

Geboren: 11 december 1951, Amsterdam
Overleden: 23 augustus 2011, Bussum

De volgende tekst is geschreven  door de directeur van mijn school.

Precies 25 jaar heeft Mieke haar talenten en daadkracht ingezet op de CAH. In totaal heeft ze zelfs 40 jaar onderwijs verzorgd. Duizenden, vooral jongeren, heeft ze inzicht gegeven in hun talenten en ondersteund bij hun maatschappelijke ontwikkeling. Ze was, zo vertelde ze enkele weken geleden, nog lang niet uitgedoceerd, integendeel. Nog boordevol motivatie en ambitie. Wat voelt het dan onwerkelijk om een In Memoriam te schrijven, omdat haar stem zo plotseling is verstomd en haar levensvuur zo ruw is gedoofd.

Deze korte terugblik is mijns inziens treffend als het de twee kwaliteiten naar voren laat komen die het leven en in het bijzonder het onderwijs van Mieke zo kenmerkten, namelijk openhartig en principieel. De afgelopen jaren heeft ze op persoonlijke titel twee (uiteenlopende) boekjes geschreven waarin de openhartige, maar ook eigenzinnige en humorvolle schrijfstijl opvallen. Mieke schreef echter de boekjes vooral om de leefstijl aan de orde te stellen. Mensen uit te dagen om zelfbewust in het leven te staan. Ze was een practicus. Dikwijls confronterend, voor sommigen ook wel eens moraliserend en weinig genuanceerd.

Openhartig

Het onderwijs van Mieke was voor studenten intrigerend en geloofwaardig, omdat ze de problematiek van gebrek aan zelfvertrouwen, een onduidelijk zelfbeeld en een verlammend gevoel van minderwaardigheid zelf in haar eigen leven zo dikwijls had doorworsteld. En ook op latere leeftijd nog steeds met vallen en opstaan trotseerde. “Schaam je niet voor je tekortkomingen, leer van je fouten en onderschat je eigen talenten niet!”

Met een flinke dosis humor wist ze diverse taboes aan de orde te stellen en haar openhartigheid en eerlijke benadering werkten vaak aanstekelijk. Vele studenten zullen zich de interactieve lessen van Mieke herinneren vanwege het buitengewone openhartige en persoonlijke karakter.

Principieel

Mieke heeft in haar leven uitgedragen hoe belangrijk het is om vaste waarden en normen in je leven te hebben. Ze geven houvast in moeilijke tijden, ondanks dat je dikwijls niet begrepen wordt en/of voor ouderwets wordt uitgemaakt. Mieke was radicaal en standvastig in haar meningen en daarom was collegiale samenwerking niet altijd even gemakkelijk. Mieke kon heel goed een andere zienswijze of benadering accepteren, maar voelde zich niet gedrongen om een compromis te zoeken. Als ‘verklaring’ schrijft ze in haar boekje “Beter dat ik niet rij” dat ze aan het “ziende blind”-syndroom lijdt en daardoor het gevoel voor details en omgeving behoorlijk mist. Met als gevolg een gevaar in bijvoorbeeld verkeer, sport of teamwerk.

Toen in de zomervakantie de diagnose van kanker werd vastgesteld, bleef ze tot het laatst strijdbaar en kiezen voor het leven. Kon God ook niet in haar leven een wonder verrichten? Haar leven kon toch nog zoveel betekenen voor haar man, kinderen en kleinkinderen, voor studenten en werknemers die zich als verantwoordelijk mens willen ontwikkelen.

Tussen leven en dood is echter geen compromis mogelijk en ogenschijnlijk heeft de dood gezegevierd. Miekes rotsvaste geloof was echter dat in Christus de dood is overwonnen en dat haar leven geborgen is in Gods Hand. Nodigt zelfs het sterven van Mieke ons allen niet uit om ook principieel voor het Leven te kiezen?

Wim van de Weg (augustus 2011/ directeur CAH)

P.S. En ik? In het bovenstaande kan ik mij geheel vinden. Onze school is een ‘fenomeen’ en markant/kleurrijk persoon kwijt en dat is heel jammer. En Bernard een lieve partner en de kinderen een kanjer van een moeder. Mensen hingen aan haar lippen tijdens haar trainingen. Altijd goede evaluaties is een hele prestatie in het onderwijs. Ik denk dat we wel tien jaar op een kamer hebben gezeten. Eerlijk is eerlijk; onze samenwerking was er niet een zonder haken en ogen maar dat hebben wij beiden altijd heel vervelend gevonden. Ze schreef in haar vrije tijd columns. Twee boekjes waren inmiddels gepubliceerd:
Wees blij dat ik niet rij
Over seks en relaties

Ik hou niet van ‘succes’verhalen en ‘genezingen’

Een paar (recente) observaties die met elkaar conflicteerden..

1. In Trouw een artikel over Mathieu van der Steen; ‘geef je helemaal over aan god en het komt helemaal goed’…
2. Een opmerking van een non in de film ‘No Greater Love’ over haar ervaring met ‘de donkere nacht van de ziel’: “Vreselijk”… Een anderen non in dezelfde film: “18 jaar heeft die nacht geduurd…”.
3. In mij persoonlijk omgeving, al veel langer geleden, het overlijden van een jongen van 6 jaar aan een hersentumor (gebedsdienst voor genezing..) en in een ander geval een huwelijk wat na vele ‘genezing’ nog steeds een ramp is… En wat te zeggen van de levens van de ‘heiligen’ Etty Hillesum, Dietrich Bonhoeffer en Titus Brandsma?

Het gaat in al die ervaringen om de vraag naar de relatie tussen een geloofsleven en succes/geluk… Die positieve relatie tussen een christenleven en succes en genezing ervaar ik als een een bedrieglijke reclame.. Vooral in evangelische kringen hebben ze daar een handje van… Een volksverlakkerij… Ik herinner mij nog het verhaal van een evangelist(moet ik de naam noemen?) uit een evangelische gemeente(moet ik de naam noemen?) die zei dat als je aan een aantal (7-10?) principes van de bijbel zou houden dat dan de zegen gegarandeerd zou zijn. Binnen een jaar was hij zwaar overspannen en werd hij nog weer later uit de gemeente gezet… Als we de werkelijke successcore van de christenlevens op een rij zouden zetten zou niemand meer op basis daarvan christen worden!

Ik zou graag ingeschakeld willen worden in de vorming van jonge bekeerlingen die van plan zijn op weg te gaan als expliciet gelovige. Ik zou ze waarschuwen voor de weg van ‘loutering’ en de nacht van de afbraak van allerlei illusie over jezelf, het leven en God. De twee/drie benen van spiritualiteit. Die afbraak/kruis/dood/einde/verlies van en die van opbouw/bevestiging/zegen/geluk/opstandig. Soms duurt zo’n duisternis een leven lang (Moeder Theresa). Slechts bij momenten komt het tot een ‘dans’.. ‘Zien soms even’…

Een paar titels wil ik hier zeker noemen:
Gerald G. May: ‘The dark night of the soul’
Kathleen Norris: ‘Acedia & me’
John Tarrant: ‘The light inside the dark’ Dit is een prachtig boek van een Zen man.Ik zal later zeker nog een keer iets zeggen over de spiritualiteit van de ‘imperfectie’/de gebrokenheid/de losers en sukkels…. Waar ik persoonlijk veel meer mee op heb.

Ik ben dus Radicaal Orthodox….?

Deze column stond 29 maart 2001 in Trouw.

Fantastisch zo over God durven praten…

RADICALE ORTHODOXIE
Jean-Jacques Suurmond

Is een geestelijke die een stuk brood heft met de woorden: ‘Dit is mijn lichaam’ niet even gek als iemand die een Edammerkaas omhooghoudt en zegt: ‘Dit is de maan’? Dat vraagt Graham Ward die behoort tot de ‘Radicale Orthodoxie’, eigenlijk de enige interessante nieuwe theologische beweging. Deze ontstond in de jaren negentig in Cambridge en zet brutale stappen die veel vragen oproepen. Een theologie met ballen.

Als Christus een brood neemt en zegt: ‘Dit is mijn lichaam’ gebeurt er inderdaad iets geks. Ons begrip van zijn lichaam wordt enorm uitgerekt. Als het een brood kan zijn, kan het van alles zijn: de kerk, ja zelfs ‘alles in de hemel en op aarde’, zegt de Bijbel. Het lichaam van Christus kan dat van Burt Reynolds zijn, de eerste filmster die zijn gespierde lijf ‘hard als een erectie’ showde in een vrouwenblad, maar ook dat van de zieken en gehandicapten, van homo’s die sterven aan aids, van eenzame ouderen en kinderen die worden misbruikt.

‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt,’zegt Jezus voluit bij het laatste avondmaal. Een lichaam stelt in staat om te geven en te ontvangen. Daarmee neem ik bijvoorbeeld eten tot me, ontvang de liefkozing of kritiek van een ander, geef mijzelf in deze columns, in mijn werk of in de liefde, of vul mijn opgave voor de belastingdienst in. En als mijn lichaam ergens ook dat van Christus is, is er steeds weer verrijzenis, een inspirerend nieuw begin mogelijk.

Ward illustreert dit aan de hand van de film The Full Monty. Die gaat over een groep fabrieksarbeiders die door werkloosheid in sociaal, politiek en fysiek opzicht impotent zijn gemaakt. Om wat geld te verdienen, besluiten ze een avond te gaan strippen in het plaatselijke café. Ze krijgen voor hun naakte lijven groot applaus dat hen zichtbaar goed doet. Ze zijn geen losers meer maar ‘er vindt een opstanding van het mannelijke lichaam plaats, een verlossing’. Bij de aftiteling klinkt het lied ’I Believe in Miracles’.

Deze aandacht voor het lichaam en andere aspecten van het dagelijks leven, geeft de Radicale Orthodoxie iets verfrissends. Religie leeft volgens Ward ‘in commerciële bedrijven, in ‘gothic’ en sciencefiction fantasieën, in fitness clubs, in bars voor doelgroepen en in architecturale design, onder ‘happy hour’ drinkers, tatoeëerders, milieu activisten en cyberpunks.’

Vandaag zien we in de samenleving echter een scheiding tussen religieus en seculier. Het geloof is naar de privésfeer gedrongen. Politici willen religieuze uitingen in het openbaar weren (moet omgekeerd de kerk dan seculiere symbolen, zoals een lintje, in de kerkdienst verbieden?). Geloven is een hobby geworden, zoals vliegtuigen spotten: zinvol voor jezelf maar zonder betekenis voor de rest van de wereld.

Deze splitsing tussen religieus en seculier is het gevolg van een theologisch bedrijfsongeval in de middeleeuwen. God werd op oneindige afstand van de wereld geplaatst, die zo in haar seculiere uppie kwam te staan. De Radicale Orthodoxie grijpt daaroverheen terug naar de vroege christelijke visie van de wereld als de voortgaande schepping van God. Die staat niet los van hem maar is van moment tot moment zijn gave. Door ons lijf nemen we deel aan deze dynamiek van geven en ontvangen. We zijn een bezield lichaam en een belichaamde geest.

De seculiere maatschappij – inclusief de scheiding tussen lichaam en geest – is de vrucht van een ‘slechte theologie’. Goede theologie is geen wetenschap naast de andere. Wetenschappers willen ‘alles van iets’ weten: van de platte slijkgaper tot de planeet Saturnus. Theologen willen daarentegen ‘iets van alles’ begrijpen – namelijk hoe de wetenschappen maar ook de kunsten, cultuur en politiek betrokken zijn op de gevende God. Nu snapt u waarom een bundel van deze columns verdacht veel op een vlooienmarkt lijkt.

Door de scheiding tussen religieus en seculier is de theologie een kwijnende, binnenkerkelijke zaak geworden. Ze lijdt aan ‘valse bescheidenheid’ zegt John Milbank, de pionier van de Radicale Orthodoxie. In de berm van de maatschappij spreekt ze over krakeeltjes en korenbloempjes hemelsblauw.

Anderzijds is de samenleving afgesneden van haar religieuze bronnen en wantrouwig naar binnen gekeerd. In de steden verdringen zich de geseculariseerde lichamen, zwaaiend met een spandoek of woekerpolis, werkzoekend of beroofd van passend onderwijs, scheldend op homo’s of hoofddoekjes, gestrest of depressief, zinzoekend in aroma therapie of met 130 kilometer per uur wegscheurend van de leegte. Ach, laat mij een geïnspireerd, bezield lichaam zien en ik druk het de hand.

Laatst riep een actiebrief predikanten op tot meer maatschappelijke betrokkenheid. Het is tijd voor verrijzenis. Tijd dat het lichaam van Christus in de samenleving opgewekt wordt. Tijd dat gekke theologen met een stuk brood de straat opgaan, het hoog boven de winkelende massa houden en roepen: ‘Jullie zijn mijn lichaam dat voor de wereld gegeven wordt’.

God.. Ja ‘God’ is ‘mijn ding’….

Mijn ziekte zijt Gij (Huub Oosterhuis)

Het oudste en het langste blok van mij boeken kast gaat over God/god/. Whatever that may be… Ik kan me niet herinneren of ik was daar mee bezig. Maar dan wel als een vanzelfsprekende aan/afwezigheid. De eerste jaren een Lastpak van hier tot Tokio. Een bijzonder angstaanjagende, veeleisende, egocentrische en onaangename seigneur..; zonder humor. Met was geen leven; zonder was de hel…. Ik was mij bewust van het levensbelang maar er iets mee kunnen? En dan de corrumpering daarvan door mijn karakter/ opvoeding/ genen/ cultuur/…. Angst… ‘Verwerping’. Ik las Kohlbrugge, Karl Barth, Miskotte en luisterde naar ds. Kool; de laatste hielp echt. Ik las alles van de evangelischen maar het hielp niet echt. ‘Niets hielp op langere termijn’. Het moest anders zijn dan ik dacht. Leerde iets van Job, Jakob, de godsverlatenheid van Jezus; het niet gered worden! Voor mij is door de tijd heen het geloof in God iets geworden van een gevecht om.. / tegen beter weten in… Het me niet neerleggen bij de ‘feiten’ van… Maar ook van niets hebben / niets weten / niets kunnen..

Pas veel later kreeg het trekken van tederheid en liefde . Is die ‘God’ nu hiermee alleen maar iets tobberigs? Nee, daar is wel iets in veranderd; vooral door Merton.  Nu lees ik het liefst iets van/over Eckart, Zen, Julian van Norwich (ligt klaar om te lezen); de ‘Wolk van niet weten…’ Een theologie van niet weten en toch! En hopelijk ook een beetje humor.

Deze teksten van Huub Oosterhuis gaven mij lucht in die tijd; hier leefde ik van…. Soms dachk ik van: ‘kom ik ooit verder dan dit?’ Maar ze raken me in essentie nog steeds!

Om antwoord

Ik zal mijn mond niet houden tegen u
– waarom zou ik?
Onrustig, droef,  opstandig, schamper
is mijn hart in mij

Wie zijt gij dat ik u belangrijk vind
dat ik aan u denk iedere dag
dat ik mij toets aan u?

Draai toch eindelijk je ogen
van hem af, zeggen ze tegen mij
– maar dan heb ik geen antwoord

Nooit heb ik niets met u

Tegen bijna beter weten in
stel ik mijn hoop op u
Mijn lot is levenslang
wachten op u

Leven met een dode, zelfbedachte,
onzichtbare geliefde –
waarom zou ik
u niet opgeven?

Maar ik kan niet anders
dan roepen: heb mij lief

(Gebeden en Psalmen; 224)

Hebt mij lief

Hoelang nog?
Heb je mij uit je gedachten gebannen?
Je ontloopt. Doet niet open.

Moet dat nog lang,
die tweespalt in mijn ziel:
ooit nog-nee nooit-of toch?

En die me kennen,
en zelfs mijn vrienden,zeggen:
ach hij met zijn god.

Maar van jou geen woord.
En dan
komt de dag:

over mij heengelopen
zal die ene staan,
de doodsvijand. Ik zal

zijn adem voelen in mijn gezicht,
en nog net hoor ik hem zeggen:
eindelijk.

Dan nog klamp ik mij vast aan jou,
of je wil of niet,
op ongenade of genade.

Ik zal ‘red mij’ roepen
of zoiets als
heb mij lief.

(Gebeden en Psalmen; 225)

Mijn spirituele bibliografie

Op hoofdlijnen mijn spirituele bibliografie af. Wat was dat leuk om te doen. De meeste boekjes die mij echt raakten zijn wel langs gekomen. Lang niet alles wat ik gelezen heb staat erin maar toch? Ja; een beetje trots ben ik wel op mijn boekenverzameling.

In ieder geval zijn de meeste thema’s nu wel aan bod gekomen. Ook de lijnen door de tijd heen al zal er zeker wat vergeten zijn. Wie weet ga ik mijn dagboeken ook zo nog eens doorlopen…

Wat ook leuk was om gaandeweg allerlei dwarslijn te trekken tussen de verschillende pagina’s. Ik weet uiteraard niet of de links voor de lezer leuk zijn?

Ja en hoe verder; de kwestie God blijft mij natuurlijk bezighouden. Daar wordt de laatste tijd ook weer vel over geschreven; pro, contra en verhelderend. Een boeiende schrijfster in die zin is natuurlijk Karen Armstrong; met veel plezier haar ‘kwestie’ gelezen.

Een andere vraag die er bij mij ligt is de verhouding tussen de verschillende godsdiensten. Hoe God daarin te denken… en wat betekent dat voor die exclusieve claims van mijn jeugd. Nee dat geloof ik niet meer maar dan wel?

Een vraag die mij de komende jaren gaat bezighouden is de relatie tussen onderwijs/ondernemen en spiritualiteit. Op school stellen we zelfs daar een lector over aan. Maar de zoektocht naar een ‘gezonde christelijke spiritualiteit’ voor mezelf en anderen is nog steeds mijn diepste drijfveer..

Kortom er blijft genoeg stof tot nadenken.

Over het belang van tradities: Frits de Lange

Bij toeval vond ik dit interview met Frits de Lange op Zinweb. Hij zegt veel zinnige dingen!

Een paar citaten:

Waarom ziet u in leeglopende kerken en een gebrek aan christelijke kennis een negatieve leegte? 
“Religieuze symboliek maakt onze wereld al eeuwenlang bewoonbaar. De wereld, die eigenlijk koud is en leeg, stofferen wij met ons verbeeldingsvermogen: we putten dus uit innerlijke rijkdom.”

“Als we niet meer in een gemeenschap de levenskunst willen aanleren, bedrijven en overdragen aan volgende generaties – iets wat we binnen religieuze instituten of gemeenschappen leerden – dan wordt levenskunst alleen iets van het geïsoleerde individu. En juist daar waar het vrije spel van geven en ontvangen ontbreekt, ontstaat geestelijke armoede.”

“Je open stellen voor anderen of voor het Andere, ontvankelijk en aandachtig zijn, dat is de ethische voedingsbodem van de mystiek. Moraal is iets anders, een afgeleide, een manier om de wereld leefbaar te houden. Daar heb je niet veel spiritualiteit voor nodig, maar vooral boerenverstand. Maar zonder die fundamentele openheid voor het Andere verkommert uiteindelijk ook de moraal.”

Prompt gedroomd…

Mijn vrouw vond de vorige kop wel een beetje…  puberaal? Zo van ‘durf ik even..’. Prompt droomde ik vannacht over een heel progressieve gemeente, katholieke bisschop en een boeddhistische lezing en geen van allen gunde de ander het licht in de ogen/oren/mond. Iereen vond zichzelf ‘de beste’. Iedereen had het alleenrecht; exclusiviteit. Ik moest vreselijk huilen maar de bischop vond dat mijn tranen geen echte tranen waren…..

Natuurlijk tekent deze droom hetgeen bij mijzelf onderhuids speelt. Angst en onzekerheid. Vanochtend werd er zelfs toevallig de tekst uit de bijbel/Handelingen gelezen ‘dat er geen andere naam onder hemel was gegeven waardoor mensen behouden konden worden dan alleen Jezus Christus’…

Ben ik dan zelf geen christen meer? Natuurlijk wel; maar ik wil geen exclusiviteit meer. Geen traditie meer die het op voorhand beter meent te weten dan de ander. Of die god als aanhanger van de eigen ‘stam’ ziet. Is er dan geen ‘inclusieve’ mogelijkheid? Iets in de richting van een van de laatste liedjes van Tracy Chapman ‘Save Us All’?

I know Jesus loves me
And my God is good and great and true
But if pride goeth before the fall
I hope someones God will save us all
Save us all
And love the sinners too

‘God is geen christen’

Aan deze uitdagende titel van een boek (was de titel van een toespraak van hem) van Desmond Tutu moest ik denken toen een vriendin reageerde op deze website. Ze vond hem wel leuk ….. Deel twee van opmerking kwam er naar veel aarzeling uit… maar wel erg christelijk.. Zij had meer met energie..e.d. Ja; vind je het gek. Opgegroeid in een reformatorisch nest, evangelisch bekeerd, ouderling in de PKN en altijd met christelijke spiritualiteit bezig geweest..  Dat maakt dat ik het grootste deel van mijn spel op deze site in dat taalveld speel. Ik hoop later een meer universeel woordenspel te spelen maar of mij dat zal lukken? Het ‘mijne’ is in ieder geval niet normatief bedoeld!! Hiermee is gelijk het probleem van het gesprek over spiritualiteit getekend. Twee personale werkelijkheden die elkaar ontmoeten. Minstens zo problematisch als een interreligieuze dialoog. En dat meen ik. Probleem van taal en levensweg vooral. Zelf zoek ik juist naar taal en vormen die ons in ontmoetingen in een dialogisch spel brengen van ontmoeten en verstaan.