Ik ben het wel een beetje zat: Inclusief en universeel

Ik merk dat ik helemaal zat ben van ‘stam’ religies en ‘stam’ culturen. Wij christenen, onze god, ‘ons’ land/ Europa, de westerse wereld, rijk, man.., blank….; en de ander is ‘ander’. Wij tegenover zij…. Mijn huis, spullen, land enz. ‘Wat heb je niet wat je niet ontvangen hebt…’ Ik wil naar een godsbeeld wat allesomvattend, inclusief en universeel is; waar alles en iedereen ‘onder’ valt en opgevangen wordt. Maar ook een waarin iedereen op zijn plaats wordt gezet t.o.v. de ander.

De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat,
de wereld en wie er wonen.
(Psalm 24)

Wij zijn van U met al ons kwaad

Er is een oud verhaal over een monnik en een tuinman. De monnik hoorde dat deze tuinman zeer vroom was. Dit sprak de monnik bijzonder aan, hij wilde dit graag met eigen ogen zien. Hij zocht de tuinman op die midden in de stad woonde. De tuinman was bijzonder verrast dat deze man Gods bij hem wilde overnachten. De monnik was juist zeer onder de indruk van de gastvrijheid en liefde waarmee de tuinman hem omringde. Toen zij samen aan tafel zaten drong het geluid van de straat door de open vensters naar binnen: gelal, geschreeuw en gore praat. De monnik vroeg aan de tuinman hoe hij het toch te midden van al dat kwaad uithield. Het antwoord van de tuinman, de Godsman, aan de monnik, die een Godsman wilde worden, geeft te denken: Hij zei op de vraag van de monnik wat in hem omging als hij al die joelende vuilspuiterij hoorde: `Dan denk ik dat zij allen Koningskinderen zijn’. De monnik verwonderde zich en zei: Deze liefde gaat mijn werk van al deze jaren ver te boven. Vergeef me, broeder, deze standaard heb ik nog niet bereikt. En zonder te eten vertrok hij weer naar de woestijn. 

Tracy Chapman: Save Us All

I know Jesus loves me
In my heart I know it’s true
I know Mary’s little baby
Came into the world
Just to save me
But I don’t know about you

My Gods a mighty big God
My God can shake the world up
Plagues and famines
Frogs and locusts
Walking on water
Burning bushes
Rolling the thunder
And parting the waters too

My God is good in the kitchen
Make a good meal from bread and fishes
Feed the hungry pour the wine
Everybodys welcome to have a good time
Sit at his table enjoy the food

I know Jesus loves me
He says I should love you
My neighbor not his wife
Don’t covet steal kill or lie
My Gods got a lot of rules

My God made creation
Six days work one day vacation
Made a garden
Filled it with apples
Adam and Eve walked around natural
Until they are that one piece of bad fruit

I’ve heard that your Gods older
Buddha Allah Krishna
Manifest with many faces
Worshipped the world over in foreign places
I assume your God must love you

I know Jesus loves me
And my God is good and great and true
But if pride goeth before the fall
I hope someones God will save us all
Save us all
And love the sinners too

“Ik bid God iedere dag dat hij mij verlost van “God”
(Ich bitte Gott, dass er mich Gottes quitt mache)

Meister Eckhart

Hoe ver kan je gaan….?

‘Je reinste exhibitionisme….’ zei een goede vriend na een bezoek aan mijn website.

Maar ja wat moet ik dan. Van mijn kinderen kreeg ik op mijn kop dat wat ik op Facebook deed ‘niet maken kan; daar is facebook niet voor…; doe dan een blog’.

Want ja, wat wil ik… Ik wil iets zeggen…; laten zien. Maar ik wil het anders doen dan de meeste mensen op de sociale media. Ik wil echt iets van mezelf laten zien; in al zijn kleinzieligheid maar ook in mijn pogingen iets van mijn leven te maken. Mezelf niet mooier voordoen dan ik ben. Maar ik wil ook iets laten zien van mijn ervaringen en vondsten op het gebied van spiritualiteit.. Een publiek uithangbord. Een ‘Winkel van Sinkel’ van mijn gedachten. Een uitstalling van mijn spiritualiteit op het personale niveau. Toegankelijk en hopelijk leesbaar(kort dus). Een boek/ dagboek/ artikel/ preek daar komt het niet van. Waarom zou ik dit dan niet mogen uitproberen?

En ja daar maak ik ook iets heel persoonlijke van… Eerlijk; zonder franje. Ook omdat ik denk dat daar God gevonden wordt… Zelfs in het mislukken van vriendschappen? Of iemand daar iets mee kan? Moet blijken.

Jan Greven is gestopt met Trouw!

Ja ik ben een oude man aan het worden. Ik herinner mij de recensies van C. Rijnsdorp in Trouw nog. De laatste jaren kocht ik denk ik wel de helft van de boeken die Jan Greven lovend besprak. Zijn opmerking in een interview recent in Trouw is mij uit het hart gegrepen: “Ik ben er steeds meer van overtuigd dat theologie moet enthousiasmeren en inspireren”. Voor de rest ook een inspirerend interview. Maar dit brengt mij bij een punt. Ik ben van de tijd van inspirerende theologen zoals Buskes, Bert ter Schegget, Herman Wiersinga, F.O. van Gennep, Herman Goudswaard, Okke Jager en Herman Berkhof. Of in ieder geval spraakmakend zoals Kuitert en de radio ‘Hoogtezon’ dominee Visser. Wie schrijven er nu nog inspirende boeken? Jurjen Beumer, Jean-Jacques Suurmond en oké, wel een beetje ‘hoog van de toren’, Klaas Hendriks. Maar dan heb je het wel gehad? Uiteraard is mijn criterium de ‘inspirerende‘ samenhang/verbinding tussen mijzelf, God en deze wereld. Jos Douma en Bodar zijn me te binnenkerkelijk. Eigenlijk ben ik wel een beetje boos op al die betaalde krachten binnen de PKN…. (behalve dan Just van Es en pas ontdekt: Frits de Lange)

Het slot van zijn laatste bijdrage:

Achteraf realiseer ik me dat ik het liefst schreef over boeken waarin nagedacht werd over de positie van de mens tussen grootheid en kleinheid in. Voor mij de plaats om God te zoeken. Laat God zich vinden? Vaak liep het uit op stilte. Op tegenstrijdig-heden. Op manke taal. De Eeuwige laat zich niet in woorden vangen. Zo blijft Hij ons nabij. Heerlijke onrust van het hart. 

verrukkelijk stukjes…. Ik zal ze missen.

(nou blijkt hij intussen een eigen website te hebben!)

Een spiritualiteit waar je niets aan hebt!

“Tijdens een godsdienstles spreekt de leraar over Gods nieuwe wereld. In de les bevindt zich een dove leerling. De leraar wil het kind bevestigen en zegt: “In Gods nieuwe wereld zul jij kunnen horen.” Het kind protesteert: “Nee, in de nieuwe wereld zal God in gebaren spreken.” (Jacqueline Kool)

Jij wilt niet genezen worden hè…? Nou, op een bepaalde manier niet meer nee…

Jij zwelgt in je lijden…!    Wil je met me ruilen? Wil jij die angsten/depressies van me hebben?

En al die genezingen van Jezus dan… Geloof je die niet? … (aarzelend) Het ligt er aan wat je daar dan onder verstaat…

Het lijkt wel een spiritualiteit van de wanhoop.. Ja, zo zou ik het ook zo zeggen… gewan-de hoop…

(dialogen die ik soms echt voer en soms alleen maar in mijn hoofd..)

Alsof ik niet al 50 jaar meedraai in gelovig Nederland… Ja; ik denk dat ik een punt wil en kan maken… Ja ik vind de focus op geluk/succes/genezing van in flinke delen van de christelijke wereld (en daarbuiten!) misleidend en ‘ongezond’. Dat geleur van genezingsdienst naar genezingsdienst… Met soms van die verschrikkelijk triviale ‘successen’ zoals het verlengen van benen… Is dat cynisme…? Ik word er inderdaad alleen maar boos van. En dan komt er toch weer een succesverhaal van… Ik zie het zelfs een beetje als een vorm van ‘ziekmakende‘ spiritualiteit.

Nee, mijn spiritualiteit heeft een ander karakter..; niet die van het verzet tegen: deze ziekte/ deze plek/ deze werkelijkheid/ deze gegevenheid/ mezelf/ dit levensverhaal… Maar meer iets van de ‘opstand’ temidden van… Niet een ‘willen hebben wat je niet hebt’: dat andere karakter/die andere man/ die (andere) vrouw/ vakantiehuisje… Meer iets van het unieke/verassende/wonderlijke zien van je eigen werkelijkheid. Hetzelfde anders zien. Ogen die gaan ‘zien’; oren die gaan ‘horen’ en dan iets doen: ‘hier ben ik’. Zonder oplossingen… Temidden van.. Ja een spiritualiteit van de wan-hoop. Midden in de dood staan we in het leven… God is hier en nu; en ik heb het niet geweten/gezien… Aan deze plaats en niet ergens anders! (Natuurlijk is die bovenstaande ambivalentie mij niet vreemd..: jonger/ slanker/ vrienden../ soms een andere vrouw..)

Gun ik die mensen dan niet…? Zie ik dat verschrikkelijke lijden dan niet? Juist omdat ik dat zie en weet dat veel niet ‘opgelost’ wordt; veel niet ‘verbetert’.. Is er een heilige van de hopeloze gevallen? ‘Zichzelf verlossen kan hij niet…‘ Is dat nou juist Jezus niet? Maar dan niet als de oplosser…(Dietrich Bonhoeffer) maar wel volluit handelend, levend en liefhebbend.

Ik ben op zoek naar een verwoording en verbeelding van een kwetsbare christelijke spiritualiteit waar je niets aan hebt. Een spiritualiteit waarmee je ‘op kunt gaan staan’ zonder je rolstoel kwijt te raken. Een leefbaarheid in onleefbare situaties. Geen vervreemding van mijn realiteit maar juist er een van vruchtbaarheid van de onvruchtbaarheid. De moed vinden om te zijn waar je niet kunt zijn; om te gaan waar je niet kunt gaan. Tsja; je zult daar maar zitten.. Maar dan toch: in verbinding met… dat wat is. Moed vinden om in te gaan op dat wat is! De nacht / de ‘godverlatenheid‘. Zou dat dan niet de navolging van Christus zijn? Christelijke spiritualiteit begint daar waar je bent en niet ‘straks’ of ‘als.. dan..’ Het is leren leven met dat wat is.., je laten raken en dan verder. Verbinding en dynamiek… Compassie; daar gebeurt iets.. Ook met jezelf…

Kome wat komen moet

God woont in de Focke Simonszstraat

Ik hoorde het van een zeereerwaarde
en hoogbejaarde dominee:
de Here wou met onze aarde
niet één dag langer meer in zee.

Al zouden wij Hem overstelpen
met eredienst en dankgebed,
het zou geen ene moer meer helpen:
er werd een punt achter gezet.

Maar zie daar was diezelfde morgen
zo’n rotjoch in de grote stad
een doodziek duiffie aan ’t verzorgen
dat-ie op straat gevonden had.

“Kristus”, wat mot je dan? Wat wil je?
Ja, kijk me maar es effe an.
Godsallejeisis, beest wat tril je.
Leg nou toch effe rustig, man.”

Toen heeft de Heer Zijn toorn bedwongen,
want Hij kreeg schik in het geval.
Hij spaarde dus de kleine jongen,
de zieke duif en het heelal.

WillemWilmink

Ik hou niet van ‘succes’verhalen en ‘genezingen’

Een paar (recente) observaties die met elkaar conflicteerden..

1. In Trouw een artikel over Mathieu van der Steen; ‘geef je helemaal over aan god en het komt helemaal goed’…
2. Een opmerking van een non in de film ‘No Greater Love’ over haar ervaring met ‘de donkere nacht van de ziel’: “Vreselijk”… Een anderen non in dezelfde film: “18 jaar heeft die nacht geduurd…”.
3. In mij persoonlijk omgeving, al veel langer geleden, het overlijden van een jongen van 6 jaar aan een hersentumor (gebedsdienst voor genezing..) en in een ander geval een huwelijk wat na vele ‘genezing’ nog steeds een ramp is… En wat te zeggen van de levens van de ‘heiligen’ Etty Hillesum, Dietrich Bonhoeffer en Titus Brandsma?

Het gaat in al die ervaringen om de vraag naar de relatie tussen een geloofsleven en succes/geluk… Die positieve relatie tussen een christenleven en succes en genezing ervaar ik als een een bedrieglijke reclame.. Vooral in evangelische kringen hebben ze daar een handje van… Een volksverlakkerij… Ik herinner mij nog het verhaal van een evangelist(moet ik de naam noemen?) uit een evangelische gemeente(moet ik de naam noemen?) die zei dat als je aan een aantal (7-10?) principes van de bijbel zou houden dat dan de zegen gegarandeerd zou zijn. Binnen een jaar was hij zwaar overspannen en werd hij nog weer later uit de gemeente gezet… Als we de werkelijke successcore van de christenlevens op een rij zouden zetten zou niemand meer op basis daarvan christen worden!

Ik zou graag ingeschakeld willen worden in de vorming van jonge bekeerlingen die van plan zijn op weg te gaan als expliciet gelovige. Ik zou ze waarschuwen voor de weg van ‘loutering’ en de nacht van de afbraak van allerlei illusie over jezelf, het leven en God. De twee/drie benen van spiritualiteit. Die afbraak/kruis/dood/einde/verlies van en die van opbouw/bevestiging/zegen/geluk/opstandig. Soms duurt zo’n duisternis een leven lang (Moeder Theresa). Slechts bij momenten komt het tot een ‘dans’.. ‘Zien soms even’…

Een paar titels wil ik hier zeker noemen:
Gerald G. May: ‘The dark night of the soul’
Kathleen Norris: ‘Acedia & me’
John Tarrant: ‘The light inside the dark’ Dit is een prachtig boek van een Zen man.Ik zal later zeker nog een keer iets zeggen over de spiritualiteit van de ‘imperfectie’/de gebrokenheid/de losers en sukkels…. Waar ik persoonlijk veel meer mee op heb.

Ik ben dus Radicaal Orthodox….?

Deze column stond 29 maart 2001 in Trouw.

Fantastisch zo over God durven praten…

RADICALE ORTHODOXIE
Jean-Jacques Suurmond

Is een geestelijke die een stuk brood heft met de woorden: ‘Dit is mijn lichaam’ niet even gek als iemand die een Edammerkaas omhooghoudt en zegt: ‘Dit is de maan’? Dat vraagt Graham Ward die behoort tot de ‘Radicale Orthodoxie’, eigenlijk de enige interessante nieuwe theologische beweging. Deze ontstond in de jaren negentig in Cambridge en zet brutale stappen die veel vragen oproepen. Een theologie met ballen.

Als Christus een brood neemt en zegt: ‘Dit is mijn lichaam’ gebeurt er inderdaad iets geks. Ons begrip van zijn lichaam wordt enorm uitgerekt. Als het een brood kan zijn, kan het van alles zijn: de kerk, ja zelfs ‘alles in de hemel en op aarde’, zegt de Bijbel. Het lichaam van Christus kan dat van Burt Reynolds zijn, de eerste filmster die zijn gespierde lijf ‘hard als een erectie’ showde in een vrouwenblad, maar ook dat van de zieken en gehandicapten, van homo’s die sterven aan aids, van eenzame ouderen en kinderen die worden misbruikt.

‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt,’zegt Jezus voluit bij het laatste avondmaal. Een lichaam stelt in staat om te geven en te ontvangen. Daarmee neem ik bijvoorbeeld eten tot me, ontvang de liefkozing of kritiek van een ander, geef mijzelf in deze columns, in mijn werk of in de liefde, of vul mijn opgave voor de belastingdienst in. En als mijn lichaam ergens ook dat van Christus is, is er steeds weer verrijzenis, een inspirerend nieuw begin mogelijk.

Ward illustreert dit aan de hand van de film The Full Monty. Die gaat over een groep fabrieksarbeiders die door werkloosheid in sociaal, politiek en fysiek opzicht impotent zijn gemaakt. Om wat geld te verdienen, besluiten ze een avond te gaan strippen in het plaatselijke café. Ze krijgen voor hun naakte lijven groot applaus dat hen zichtbaar goed doet. Ze zijn geen losers meer maar ‘er vindt een opstanding van het mannelijke lichaam plaats, een verlossing’. Bij de aftiteling klinkt het lied ’I Believe in Miracles’.

Deze aandacht voor het lichaam en andere aspecten van het dagelijks leven, geeft de Radicale Orthodoxie iets verfrissends. Religie leeft volgens Ward ‘in commerciële bedrijven, in ‘gothic’ en sciencefiction fantasieën, in fitness clubs, in bars voor doelgroepen en in architecturale design, onder ‘happy hour’ drinkers, tatoeëerders, milieu activisten en cyberpunks.’

Vandaag zien we in de samenleving echter een scheiding tussen religieus en seculier. Het geloof is naar de privésfeer gedrongen. Politici willen religieuze uitingen in het openbaar weren (moet omgekeerd de kerk dan seculiere symbolen, zoals een lintje, in de kerkdienst verbieden?). Geloven is een hobby geworden, zoals vliegtuigen spotten: zinvol voor jezelf maar zonder betekenis voor de rest van de wereld.

Deze splitsing tussen religieus en seculier is het gevolg van een theologisch bedrijfsongeval in de middeleeuwen. God werd op oneindige afstand van de wereld geplaatst, die zo in haar seculiere uppie kwam te staan. De Radicale Orthodoxie grijpt daaroverheen terug naar de vroege christelijke visie van de wereld als de voortgaande schepping van God. Die staat niet los van hem maar is van moment tot moment zijn gave. Door ons lijf nemen we deel aan deze dynamiek van geven en ontvangen. We zijn een bezield lichaam en een belichaamde geest.

De seculiere maatschappij – inclusief de scheiding tussen lichaam en geest – is de vrucht van een ‘slechte theologie’. Goede theologie is geen wetenschap naast de andere. Wetenschappers willen ‘alles van iets’ weten: van de platte slijkgaper tot de planeet Saturnus. Theologen willen daarentegen ‘iets van alles’ begrijpen – namelijk hoe de wetenschappen maar ook de kunsten, cultuur en politiek betrokken zijn op de gevende God. Nu snapt u waarom een bundel van deze columns verdacht veel op een vlooienmarkt lijkt.

Door de scheiding tussen religieus en seculier is de theologie een kwijnende, binnenkerkelijke zaak geworden. Ze lijdt aan ‘valse bescheidenheid’ zegt John Milbank, de pionier van de Radicale Orthodoxie. In de berm van de maatschappij spreekt ze over krakeeltjes en korenbloempjes hemelsblauw.

Anderzijds is de samenleving afgesneden van haar religieuze bronnen en wantrouwig naar binnen gekeerd. In de steden verdringen zich de geseculariseerde lichamen, zwaaiend met een spandoek of woekerpolis, werkzoekend of beroofd van passend onderwijs, scheldend op homo’s of hoofddoekjes, gestrest of depressief, zinzoekend in aroma therapie of met 130 kilometer per uur wegscheurend van de leegte. Ach, laat mij een geïnspireerd, bezield lichaam zien en ik druk het de hand.

Laatst riep een actiebrief predikanten op tot meer maatschappelijke betrokkenheid. Het is tijd voor verrijzenis. Tijd dat het lichaam van Christus in de samenleving opgewekt wordt. Tijd dat gekke theologen met een stuk brood de straat opgaan, het hoog boven de winkelende massa houden en roepen: ‘Jullie zijn mijn lichaam dat voor de wereld gegeven wordt’.

God.. Ja ‘God’ is ‘mijn ding’….

Mijn ziekte zijt Gij (Huub Oosterhuis)

Het oudste en het langste blok van mij boeken kast gaat over God/god/. Whatever that may be… Ik kan me niet herinneren of ik was daar mee bezig. Maar dan wel als een vanzelfsprekende aan/afwezigheid. De eerste jaren een Lastpak van hier tot Tokio. Een bijzonder angstaanjagende, veeleisende, egocentrische en onaangename seigneur..; zonder humor. Met was geen leven; zonder was de hel…. Ik was mij bewust van het levensbelang maar er iets mee kunnen? En dan de corrumpering daarvan door mijn karakter/ opvoeding/ genen/ cultuur/…. Angst… ‘Verwerping’. Ik las Kohlbrugge, Karl Barth, Miskotte en luisterde naar ds. Kool; de laatste hielp echt. Ik las alles van de evangelischen maar het hielp niet echt. ‘Niets hielp op langere termijn’. Het moest anders zijn dan ik dacht. Leerde iets van Job, Jakob, de godsverlatenheid van Jezus; het niet gered worden! Voor mij is door de tijd heen het geloof in God iets geworden van een gevecht om.. / tegen beter weten in… Het me niet neerleggen bij de ‘feiten’ van… Maar ook van niets hebben / niets weten / niets kunnen..

Pas veel later kreeg het trekken van tederheid en liefde . Is die ‘God’ nu hiermee alleen maar iets tobberigs? Nee, daar is wel iets in veranderd; vooral door Merton.  Nu lees ik het liefst iets van/over Eckart, Zen, Julian van Norwich (ligt klaar om te lezen); de ‘Wolk van niet weten…’ Een theologie van niet weten en toch! En hopelijk ook een beetje humor.

Deze teksten van Huub Oosterhuis gaven mij lucht in die tijd; hier leefde ik van…. Soms dachk ik van: ‘kom ik ooit verder dan dit?’ Maar ze raken me in essentie nog steeds!

Om antwoord

Ik zal mijn mond niet houden tegen u
– waarom zou ik?
Onrustig, droef,  opstandig, schamper
is mijn hart in mij

Wie zijt gij dat ik u belangrijk vind
dat ik aan u denk iedere dag
dat ik mij toets aan u?

Draai toch eindelijk je ogen
van hem af, zeggen ze tegen mij
– maar dan heb ik geen antwoord

Nooit heb ik niets met u

Tegen bijna beter weten in
stel ik mijn hoop op u
Mijn lot is levenslang
wachten op u

Leven met een dode, zelfbedachte,
onzichtbare geliefde –
waarom zou ik
u niet opgeven?

Maar ik kan niet anders
dan roepen: heb mij lief

(Gebeden en Psalmen; 224)

Hebt mij lief

Hoelang nog?
Heb je mij uit je gedachten gebannen?
Je ontloopt. Doet niet open.

Moet dat nog lang,
die tweespalt in mijn ziel:
ooit nog-nee nooit-of toch?

En die me kennen,
en zelfs mijn vrienden,zeggen:
ach hij met zijn god.

Maar van jou geen woord.
En dan
komt de dag:

over mij heengelopen
zal die ene staan,
de doodsvijand. Ik zal

zijn adem voelen in mijn gezicht,
en nog net hoor ik hem zeggen:
eindelijk.

Dan nog klamp ik mij vast aan jou,
of je wil of niet,
op ongenade of genade.

Ik zal ‘red mij’ roepen
of zoiets als
heb mij lief.

(Gebeden en Psalmen; 225)

Mijn spirituele bibliografie

Op hoofdlijnen mijn spirituele bibliografie af. Wat was dat leuk om te doen. De meeste boekjes die mij echt raakten zijn wel langs gekomen. Lang niet alles wat ik gelezen heb staat erin maar toch? Ja; een beetje trots ben ik wel op mijn boekenverzameling.

In ieder geval zijn de meeste thema’s nu wel aan bod gekomen. Ook de lijnen door de tijd heen al zal er zeker wat vergeten zijn. Wie weet ga ik mijn dagboeken ook zo nog eens doorlopen…

Wat ook leuk was om gaandeweg allerlei dwarslijn te trekken tussen de verschillende pagina’s. Ik weet uiteraard niet of de links voor de lezer leuk zijn?

Ja en hoe verder; de kwestie God blijft mij natuurlijk bezighouden. Daar wordt de laatste tijd ook weer vel over geschreven; pro, contra en verhelderend. Een boeiende schrijfster in die zin is natuurlijk Karen Armstrong; met veel plezier haar ‘kwestie’ gelezen.

Een andere vraag die er bij mij ligt is de verhouding tussen de verschillende godsdiensten. Hoe God daarin te denken… en wat betekent dat voor die exclusieve claims van mijn jeugd. Nee dat geloof ik niet meer maar dan wel?

Een vraag die mij de komende jaren gaat bezighouden is de relatie tussen onderwijs/ondernemen en spiritualiteit. Op school stellen we zelfs daar een lector over aan. Maar de zoektocht naar een ‘gezonde christelijke spiritualiteit’ voor mezelf en anderen is nog steeds mijn diepste drijfveer..

Kortom er blijft genoeg stof tot nadenken.