Thomas Merton; uit zijn dagboeken 3 Over ons zelf

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

Hier de opening met een prachtige natuurbeschrijving en vervolgens een verhelderende overdenking over ons zelf.

2 Oktober 1958 Feest van de Beschermengelen

Schitterende en verrukkelijke dag, heldere zon, licht briesje die alle blaadjes en het hoge bruine gras doen glanzen. Het zingen van de wind in de cederbomen. Uitbundige dag waarin zelfs een modderpoel in de zwijnenstal blinkt als kostbaar zilver.

foto Thomas Merton

Ik kom uiteindelijk tot de conclusie dat mijn hoogste ambitie is te zijn wat ik allang ben. Dat ik nooit mijn plicht zal vervullen om mijzelf te overstijgen als ik niet eerst mijzelf accepteer. En dat ik zelfs dan, als ik mijzelf volledig op de juiste wijze accepteer, mijzelf al overstegen heb. Want het is mijn niet geaccepteerde zelf wat in de weg staat en zal blijven staan zolang het niet geaccepteerd is. Als het geaccepteerd is – is het mijn opstapje naar wat wat boven mij is. Omdat dit de manier is waarop de mens door God geschapen is. De Oerzonde was de poging zichzelf te overstijgen door “als God”- en dus ongelijk onszelf, te zijn. Maar ons gelijke op God begint thuis. We moeten eerst als onszelf worden en en stoppen met het leven “buiten onszelf”.

11 april 1964

Ik denk dat het nu toch het moment is om terug te komen op alles wat ik heb gezegd over je “echte zelf”, enz., enz.. En dat ik moet zeggen dat er uiteindelijk geen verborgen mysterieus “echt zelf” is, iets anders dan of “verborgen achter” het zelf dat je bent. Het “echte zelf” is geen ding/object. Ik heb dat volledig verkeerd voorgesteld door de schijn van een belofte dat het, op de een of ander wijze, te kennen zou zijn. Soms als beloning voor diepzinnig inzicht en/of oprechte toewijding. In ieder geval als een geestelijk spitsvondige lenigheid om de realiteit een stap voor te blijven. Het empirische zelf moet echter ook niet als volledig “echt” worden gezien. Dit is het punt waarop illusies beginnen.

Mei 1965 (Day of a Stranger)

In een tijd waarin er veel gepraat wordt over het “jezelf zijn”, behoud ik voor mijzelf het recht om mezelf te vergeten, aangezien er maar een hele kleine kans is dat ik iemand anders ben. Ik heb veel meer de indruk dat men, wanneer men zo gefocust is op het “zichzelf zijn”, het risico loopt een schaduw te imiteren.

zie ook deel 1 / deel 2

Marius Noorloos; en de kerkelijk werkers en predikanten die ons gaan redden?

Een tweede thema waar ik op wil reageren is de mogelijke suggestie die van het artikel uitgaat richting de predikant. Uiteraard wederom in de wetenschap dat ik het artikel zomaar geen recht kan doen. Het artikel begint met de opgebrande kerkelijk werker en eindigt met de zoektocht naar diegenen die de kerk uit het slop trekken? Eerst even wat citaten uit het artikel.

….Daarmee bedoel ik dat ze zich onvoldoende laten voeden door het evangelie. Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen. Anders kun je nog zo veel ondernemen, maar dan ben je als een accu zonder dynamo. Veel predikanten ervaren matheid, vermoeidheid en zelfs frustratie. Ik zeg: geloofsopbouw is belangrijk. Als je dat verzaakt, dan blijft er enkel zorg om organisatorische structuren over.”
De neergang van het ledenaantal van de kerken lijkt onstuitbaar.
“Dat is waar. Ik geloof niet in wondermiddelen, wel in groeikansen. Ik denk dat dit het enige vaccin is tegen de ziekte die secularisatie heet. Er zijn gemeenten die over een dood punt heen zijn gekomen. Daar ging het slecht: de organisatie was belangrijker dan God en mensen. Door dat radicaal te veranderen, kwam er nieuw leven.”
Hoe weet u dat zo zeker? Dat is toch nog nooit systematisch onderzocht?
“Daarom dat doe ik dat nu voor de PKN met twee anderen. (Sake Stoppels, docent kerkopbouw aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en Henk de Roest, hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, red).”
Je zou haast zeggen: nu pas?
“Ja, beter laat dan nooit. We zijn op zoek naar zoveel mogelijk predikanten en kerkelijk werkers die een nieuwe start hebben gemaakt, op welke manier dan ook. Aan de hand van hun ervaringen hopen we in de loop van volgend jaar een boek te publiceren. “Hierin gaat het niet slechts over theologische beschouwingen, daar is al genoeg over geschreven, maar om een praktisch werkboek. Waar het toe leidt, dat zien we wel.”

Ik lees hier twee mogelijk valkuilen. De eerste is de suggestie, die je eruit zou kunnen lezen, dat de redding komt van de predikanten. Volgens mij is dat juist een van de redenen waarom predikanten afknappen en opbranden. Omdat zij (en wij) denken dat het succes en of de leegloop van de kerk van hen afhangt! Van hun initiatieven en activiteiten. Ook dat is een veel te eenvoudige voorstelling van zaken; alsof het niet heel ingewikkeld en alsof er geen God is…. De tweede valkuil is het fenomeen van ‘succesvolle’ gemeentes; alsof er een ‘methode’ is die je zomaar op een andere plek kunt imiteren…. Trouwens, zelfs Jezus was geen echt succes…. “We dachten dat Hij het was….”. Ik ben op zoek naar een heel andere benadering.

Ik wil er twee voorbeelden ‘tegenover’ zetten. Het eerste is een dagboek notitie van Thomas Merton en het tweede is een citaat uit een preek van Meister Eckhart. Beiden vertegenwoordigen een heel specifieke spiritualiteit waarin, m.i., nog de gemeente, noch de predikant degenen zijn die het ‘fenomeen’ van de goddelijke werkelijkheid realiseren. Deze ‘geloofsopbouw’ geeft een m.i. veel ontspannender beeld van God, jezelf en de wereld mee. Het Koninkrijk Gods is… Deze heeft veel meer het karakter van kijken, luisteren, spreken en je mee laten nemen door epifanieën van dat Rijk.

11 December 1961
Gisteren, Dag van Bezinning; realiseerde de voor mij allesbepalende noodzaak van diepgaande ootmoedigheid/nederigheid – vooral in verband met welke inzet dan ook van mij voor de vrede. Deemoed is belangrijker dan ijver (Rinie: zeal=vuur/ambitie). Afdaling in nietigheid en afhankelijkheid van God. Anders ben ik alleen maar bezig de wereld met haar eigen wapens te bestrijden; en op dat punt is de wereld onverslaanbaar. Zeker; het hoeft niet eens terug te vechten: ik zal mezelf uitputten en dat zal het einde zjn van mijn domme inspanningen. 
    Ik moet in God kracht zoeken; in het bijzonder in het Lijden van Christus. 

Echt waar, de wetenschap van alle schepselen bij elkaar, noch jouw eigen wijsheid kan je zover brengen dat je God goddelijk kunt weten. Wil je God goddelijk weten, dan moet jouw weten in een louter onweten geraken en in een vergeten van jezelf en alle schepselen. 56

Vraag je daarom hoe nuttig het is om deze bereidheid na te streven en je leeg en ontruimd te maken en die duisternis en dat niet weten op te zoeken en binnen te gaan en daarin te blijven, dan zeg ik: zo is het je mogelijk om Hem, die alle dingen is, te verwerven. En hoe meer je jezelf zo leeg maakt als een woestijn en hoe onwetender, om zo meer nader je Hem. 57  (Rinie: lees voor weten: doen)

Deze ‘benaderingswijze’ wordt getekend door woorden als tederheid / voorzichtigheid / terughoudend / ontvankelijkheid / openheid / kwetsbaarheid / Gelassenheit / prudentie / sensitiviteit. Dat is het tegenovergestelde van de moderne mens zoals die getekend wordt door Zygmunt Bauman in Trouw (28 aug.):

Wat is uw definitie van modern?
De mens is modern sinds hij, vanaf ongeveer de achttiende eeuw, het heft in eigen handen wil nemen. Hij wil niet meer leven in chaos, afhankelijk van God en natuur, hij wil de wereld in orde brengen. Modernisering is de rationele reis naar deze perfecte orde. Een voor een moeten alle problemen worden opgelost.” 

Thomas Merton; uit zijn dagboeken 2 God en Mens

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

Wat mij hier aanspreekt is de creatieve samenwerking tussen God en ons.

3 Augustus 1958

Altijd hele mooie inzichten te vinden bij Romano Guardini over Voorzienigheid.
Bijvoorbeeld, dat de de wil van God niet een ‘lot’ is waaraan we ons onderwerpen, maar een creatieve handeling, in ons leven; wat iets totaal nieuws realiseert (of daarin faalt). Iets wat tot dan toe totaal niet te voorzien was volgens de gangbare wetmatigheden en schijnbare patronen. Onze samenwerking (het eerst zoeken van het Koninkrijk van God) bestaat niet in het eenvoudigweg gehoorzamen aan wetmatigheden maar bestaat in het openstellen van onze wil voor deze creatieve daad, welke wij moeten zien te hervinden in en door onszelf, van de wil van God.
Dit is mijn ultieme doel – alles opzij zetten. Ik wil niet alleen maar voor en door mijzelf een nieuw leven en een nieuwe wereld creëren, maar ik wil dat God hen in en door mij schept. Dit is cruciaal en fundamenteel – hiermee kun je dus nooit alleen maar simpelweg een Marxistisch communist zijn.
Ik moet een nieuw leven leiden en er moet een nieuwe wereld tot aanzijn worden geroepen. Maar niet door mijn plannen en door mijn rusteloze activiteit.

Deel 1 Inclusieve Christus Deel 3 Over ons zelf

Thomas Merton: uit zijn dagboeken 1

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

De illustraties heb ik er zelf bij gevonden. De foto komt uit het genoemde boek.
In de onderstaande tekst raakt mij de genadevolle en  inclusieve wijze van kijken. Wij zijn allemaal herschapen ‘in Christus’. Voor mij een mystieke wijze van zien. (zie ook zijn Sophia)

19 maart 1958; Feest van de heilige Jozef

Fantastische boeken voor weinig geld — inclusief ‘The Family of Manvoor 50 cent. Al die fantastische foto’s. Nadere toelichting of uitleg is niet nodig! Sommige mensen zullen gechoqueerd zijn als ik ze zou vertellen dat dit hele boek, voor mij, een foto van Christus is. En toch is dat de waarheid. Daar, daar is Christus ‘in my own Kind’, my own Kind – Kind, waarmeegelijkendbedoeld wordt en wat ook “liefde” betekent en wat “kind” betekent. Mankind. (het lukt mij niet om zijn woordspel met de meerdere betekenissen van ‘Kind’ = soort & aardig & kind in een Nederlands equivalent te vertalen dus heb ik het laten staan) Wij zijn elkaars gelijke, een lieve “Kind” van zondaren verenigd en omarmd in maar één hart, maar één Liefdevolle vriendelijkheid; het Hart en de Liefde van Christus. Ik zoek niet naar de zonde in je, Mankind/mensheid. Ik zie geen zonde meer in je vandaag (hoewel wij allemaal zondaars zin). Er is iets dat oneindig veel meer  werkelijkheid is, om zonde nog langer belangrijk te laten lijken; de schijn van bestaan toe te schrijven. Want zij is verzwolgen, het is vernietigd, het bestaat niet meer en er is alleen het grote geheim dat wij allen één gemeenschap van Gelijken zijn. Wat er toe doet is niet wat de een of die andere in zijn hart gedaan heeft, los van de anderen, maar de liefde die hem terugbrengt bij al die anderen in één Christus. Deze liefde is niet onze liefde maar die van de Hemelse Bruidegom. Het is de Goddelijke Overmacht en de Heilige Vreugde’. God is zichtbaar en openbaart Zichzelf als mensheid, dat wil zeggen, in ons, en er geen andere hoop om wijsheid te vinden dan in God-menszijn: ons eigen menszijn omgevormd in God!

Zie ook Deel 2 & Deel 3

‘Most of the time’; Maar soms is er de wanhoop.

Most of the time
My head is on straight
Most of the time
I’m strong enough not to hate
I don’t build up illusion ’til it makes me sick
I ain’t afraid of confusion no matter how thick
I can smile in the face of mankind
Don’t even remember what her lips felt like on mine
Most of the time

Ja, meestal red ik me redelijk goed. Maar zoals vanochtend is het als een moeras waar ik me doorheen moet werken. Een ‘diepe’ wanhoop omklemt me. Om mezelf gerust te stellen gaan er allerlei diagnoses door mijn hoofd. Nee depressie was het dus niet; angststoornis.. Maar wie weet is het iets borderline-achtigs? Of toch licht bipolair? Soms denk ik aan en vorm van autisme? Een dagelijkse wanhopige ondergrond/afgrond onder me. ‘The blues’. Als ik weet wat het is dan…?

Zou dit hetzelfde zijn als de demonen van vroeger? De aanvechtingen van satan bij Luther? De vrouwen bij de pilaarheilige? Nou hebben ze bij mij niet de vorm van sex…  De ‘demonen van de namiddag’; acedia? Ik weet nog dat ik het boekje van Grun ‘Strijd tegen de demonen’ heel verhelderend vond. Meerdere keren gelezen. Ik blijf er over lezen. De moderne hersenpsychologie heeft ook weer nieuwe inzichten gegeven. Maar veel daarvan blijft toch dicht in de buurt van een fundamenteel ‘gevoel’ van paniek….

Een paar inzichten zijn mij door de tijd heen bijgebleven.

Er is geen ontkomen aan. Fundamenteel is de ‘wanhoop‘ een gegeven. Welke namen daaraan ook worden gegeven door filosofen en theologen als Kierkegaard en Merton. Vrees en beven, void/dread/despair/desolation, leegte. Iedereen wordt op een keer geconfronteerd met zijn ‘totalitaire’ machteloosheid, schuld, zinloosheid en vreselijke eenzaamheid. Er is geen ontkomen aan. Oké; er zijn heel veel vluchtroutes zoals een relatie, verdoving en afleiding. Maar dan worden we de volgende ochtend weer wakker: we vallen en er is geen bodem…

Er omheen is een illusie… Dus is er maar een weg? Er doorheen. Voor mij is dat dan ook vaak stap 1 in dit soort situaties.  Naar binnen gaan bij dit vreselijke beest. Nee, dit is geen ‘zwelgen in de wanhoop’ zoals ooit een vriend tegen mij zei. Integendeel. Het is: ‘houdt uw hart in de hel maar wanhoop niet’. Het is gaan zitten en de emotionele stormen over en door je heen laten gaan. Het is de ‘feitelijkheid’ in de ogen zien. Het is zoals het is; hier en nu. Ik denk dat dit ook de ongelooflijke waarde van veel goede zen literatuur is. Ik geloof dat daar, voor mij, onvoorstelbaar veel van te leren is. Voor mij als gelovige is het me laten dopen in de wanhoop van Jezus. Ervaren wat de verbijsterende machteloosheid en godverlatenheid is. Die voor iedereen onontkoombaar is. De nacht van de mystieken? Dan lijkt het me toch nog weer dat het iets ‘positief’ is; en dat wil ik niet. Ik wil het absoluut niet mooier maken als het is…

De tweede dimensie heb ik in het bijzonder van Cynthia Bourgheault geleerd. Zij spreekt dan over ‘verwelkomen‘ een ‘befriending’ zoals ik het zelf zou noemen. Wij hebben het hier over de wereld van ‘centering prayer‘. Zij ziet drie stappen(143):
1. Focus and Sink in
2. Welcome
3. Let Go
Bij  mij heeft dat het karakter gekregen van een ‘begroetingsritueel’ naar mijn stemming. Een afdaling in een diepe gewaarwording/awareness. Diepe ademhaling(en) en zien en voelen dat wat er is aan gedachten/ herinneringen/ angsten en gevoelens in/aan mijn lichaam. Een vriendelijke ontvangst, verwelkoming en aanvaarding van ‘dat wat is’. Bij elkaar op de koffie gaan.. Luisteren en na een groet verder (laten) gaan. Deze wijze van er mee omgaan herken in de compassionate mindfulness; wat gezien de wortels daarvan (in Zen), niet zo verwonderlijk is.

Als je rust wil; aanvaard dan de onrust.
Als je zonder angst wil leven; omarm dan de angst
Als je overvloed wil; wordt dan een vriend van de armoede
Als je vrij wil zijn; verwelkom dan de onvrijheid
Als je vrede wil; aanvaard dan de ‘strijd’
Als je zonder wanhoop wil zijn; ga dan wonen in de wanhoop
Als je alles wil; leer dan in vrede leven met niets
Als je gelukkig wil zijn; sluit dan vriendschap met het ongeluk
Als je wil leven met God; durf dan te leven zonder Hem           (Bron ?)

Haal ik hiermee de angel uit deze werkelijkheid? Dat is in ieder geval niet mijn bedoeling. Dit wil geen ‘oplossing’ en/of ‘genezing’ zijn. Zelfs de beweging rondom de mindfulness maakt er soms toch weer een weg naar geluk van. Nee er is geen ontkomen aan de wanhoop. Maar het heeft ook geen laatste woord…. Je gaat er doorheen en je kunt soms weer gewoon aan het werk.. Hou je er iets goeds aan over? Mooi voor je. Hou je er niets aan over? Beter…. Voor mij heet dat laatste ‘geloven’. Gewoon serieus nemen dat wat is… Wil je iets ontvangen? Wees dan tevreden met niks.

Gerben Heitink; Golfslag van de tijd

Gelezen. Dit stond er in een persbericht over dit boek:

Golfslag van de tijd is een boek over de religieuze wortels van onze (post)moderne samenleving. Mensen zijn op zoek naar hun wortels en vragen zich af: Hoe komt het dat wij denken zoals wij denken, leven zoals wij leven en geloven zoals wij (al dan niet) geloven? Kan dat nog wel, gelovig zijn in een postmoderne cultuur? Wat hebben gelovigen en niet (meer) gelovigen elkaar te zeggen? Dit boek kiest voor een historische interpretatie, die past bij geestesweten-schappen als de theologie en de filosofie. Wat het laatste betreft oriënteert de schrijver zich op het werk van de filosoof Charles Taylor. Wie wij mensen zijn, met onze West-Europese identiteit en hoe wij zo geworden zijn, hangt samen met de cultuur waarin we geworteld zijn. De bronnen zijn te vinden in de klassieke oudheid, het christendom en het humanisme.

Het boek wil een bijdrage leveren aan het levensbeschouwelijk gesprek tussen christenen en andersdenkenden, tussen gelovigen en niet (meer) gelovigen binnen de huidige (post)moderne samenleving.”

Boeiend om te lezen; hoewel ik ook paragrafen oversloeg omdat die al te bekend waren. Er zaten in ieder geval een paar paragrafen bij die ik gemarkeerd heb. Het zette me ook vaak aan het denken over hoe ik dat dan zelf zag. Ja het raakte me omdat het over dat gaat waar ik mij ook bezig hou: leven in God in deze wereld. Zeker een leuk boek om samen te lezen. Maar net als zijn vorige boek inspireerde het mij niet. Het bleef te veel hangen op het niveau van de beschrijving en de analyse. Het is een boeiende beschrijving van de veranderde werkelijkheid van onszelf, God en de wereld op Europees niveau. Maar warm werd ik er niet van. Ik moest denken aan het boekje van Feitse Boerwinkel en later de boekjes van Bernard Rootmensen. Ze verhelderen maar ‘beklijven’ niet? Ze verbinden niet met het hart van de spiritualiteit? De geleefde spiritualiteit en God? Het bied geen nieuw/oud perspectief op de ‘werkelijkheid’ van God, ons zelf en de wereld.

Ik kan dat illusteren aan een belangrijk begrip wat hij gebruik ‘verlangen naar God’ en de metafoor van Psalm 1 in zijn ‘Balans’.

Het begrip ‘verlangen’ is voor mij teveel een woord wat van mij ‘uitgaat’ naar (‘Verlangen voedt zichzelf met zijn eigen honger’, schrijft Emmanuel Levinas (1906-1995) in Ethics and Infinity). Met deze ‘antropologie’ blijven we wat mij betreft gevangen in ons zelf. Zelfs mijn ‘verlangen naar God’ loopt het gevaar daarmee in zichzelf gevangen te blijven; immanent. Voor mij is de visie op wie ‘ik ben’ in de gedachten van Meester Eckhart en het denken van Thomas Merton veel meer immanent en transcendent. Mijn zijn is in God en naar God toe en daarin in en naar deze wereld gericht. In deze kijk op mezelf en de wereld ben ik met al mijn vezels betrokken in de beweging van God (zie ook Ingnace Verhack).

Een tweede moment waarop hij zijn eigen ideeën expliciet inbrengt is het gebruik van het beeld van Psalm 1 waarin hij de boom laat wortelen in de grond. Ook die boom blijft, in mijn beleving, in zichzelf gevangen. En dat terwijl de Psalm de metafoor van ‘stromend water’ inbrengt. Een veel gebruikt woord voor de levengevende werkelijkheid van de Geest-Ziel. Een gemiste kans om ook weer om zijn boom in een veel grotere, dragende, stromende en voedende werkelijkheid te bedden. (ook deze wijze van kijken ontleen ik aan Ignace Verhack)

Die andere wijze van kijken geeft mij de beleving van de verliefde geraaktheid waarmee ik in deze wereld mag leven. Haalt mij uit mijn isolement. Een beeld/werkelijkheid waarin ik me en-theousiast mee mag laten nemen in deze wereld en door mag geven wie en wat ‘ik ben’.

Deze wijze van theologiseren zie ik op dit moment in Nederland eigenlijk alleen bij J.J. Suurmond?

Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Welmoed Vlieger en Meester Eckhart

Deze alinea kwam ik tegen in een prachtig artikel van Welmoed Vlieger over Meester Eckhart. Deze vond ik zo mooi dat ik hem hier wilde inlijsten. Ik herken de spiritualiteit van Thomas Merton hierin. Als dit smaakt naar meer dan moet je het hele artikel lezen…

Nu is er wel iets bijzonders met die mystieke eenwording bij Eckhart, namelijk dat deze onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn. God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. Eckharts mystiek draait dus niet zozeer om eenwording ( in de zin van ‘ver-eniging’ van wat daarvoor nog gescheiden was) maar om eenheid, oftewel: om wat ís. En hier blinkt Eckhart uit in eenvoud: we hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.

Een geestelijk gesprek tussen twee geloofswerelden

Onderstaande mailwisseling ontstond n.a.v. een uitspraak van mij over Boeddha en het lijden. Na afloop van de les kwam hij over ander ding naar mij toe maar vertelde ook dat hij mijn opmerking leuk had gevonden… Hij herkende iets van zijn eigen spiritualiteit erin… Tot mijn grote verbazing bleek dat hij zich in de gereformeerde gemeente thuis voelde en  zelfs dat hij Olde Eb kende.. Hij mailde de volgende dag…

Rinie Altena,

Zoals gezegd (afgelopen donderdagavond, na college) heb ik uw site bezocht en met stijgende interesse bekeken/gelezen.
U leest een repertoire boeken waar ik niet heel bekend mee ben.
U hebt iets van mijn achtergronden gehoord en ik vond het interessant om van u te horen dat u ook een tamelijk orthodoxe achtergrond hebt. Nog bedankt voor het gesprek.
Van uw site heb ik het volgende zinnetje gepikt:
“Ik ben op zoek naar een spiritualiteit waarin wij recht overeind worden gezet zonder ons te overvragen.”
Dat is uw zoektocht. Mooi. U vindt die spiritualiteit in het christelijk geloof en in de Bijbel, maar u kijkt daarbij heel breed en orienterend om u heen. Ik probeer die spiritualiteit ook te zoeken en te vinden, en dan wel (misschien tot uw verrassing) in de traditie van de Gereformeerde Gemeenten. Ik kijk daarbij minder breed en orienterend om me heen (wellicht uit vrucht van mijn opvoeding). De spiritualiteit die u bedoelt, is (naar mijn mening) te vinden voor het aangezicht van God. In mijn traditie (gereformeerde bevindelijkheid) is dat een persoonlijke ontmoeting met de Heere, onze Schepper. In de Bijbel heb ik gelezen dat we als mens God ontrouw zijn geworden en gevallen in onze ellendestaat. In onze traditie kennen we dan ook geen positief mensbeeld, alsof wij nog iets zouden kunnen betekenen voor God. Daartegenover staat een heerlijk Godsbeeld. Want God kwam ons toch opzoeken. Hij heeft de zonde en de schuld niet door de vingers gezien, maar heeft een heerlijker gerechtigheid aangebracht in het offer van Zijn Zoon. En in die gerechtigheid worden wij recht overeind gezet en worden wij niet meer overvraagd, maar leren we leven van en uit louter genade. Dat klinkt als een theologisch rechtzinnig verhaaltje, maar het wordt geleerd langs een weg van totale afbraak van al ons eigen kunnen en willen, een weg van loutering van leven en lijden; ja, de weg van de Heere Jezus (van kleiner en minder worden – door de crisis heen – naar de opstanding ten leven) moet worden ingeleefd in ons eigen leven. En de grote levens- en geloofsstrijd is (in mijn leven) om die gerechtigheid van Christus te mogen leren kennen en toegepast te krijgen voor mijn eigen hart en leven door het werk van Gods Geest. Herkent u die strijd en zoektocht? Gelovig aannemen en al Gods beloften mezelf toeeigenen is voor mij als gevallen Adamskind een onmogelijkheid. God als Zaligmaker openbaart Zich aan ons als we als een compleet ellendig mens bij Hem terecht komen voor redding. Alleen dan kan God waarde voor ons hebben (door de crisis heen). Dit is voor mij geen kloppend theologisch betoog, maar een levensstrijd: om mezelf aan de kant te zetten en zoekend te luisteren en te bidden om Gods komst in mijn hart en leven.

Ik dacht: u hebt duidelijk belangstelling voor spiritualiteit; misschien wilt u wat meer weten van de traditie van Gereformeerde bevindelijkheid. Bij deze.
Heeft u ook nog aanbevelingen qua literatuur voor mij? Ben benieuwd.

————

Beste ……,

Echte spiritualiteit herkent zich; zo ook in jouw benadering. Er zijn echter een paar woorden waar ik mij tegen ‘verzet:

En in die gerechtigheid worden wij recht overeind gezet en worden wij niet meer overvraagd, maar leren we leven van en uit louter genade. Dat klinkt als een theologisch rechtzinnig verhaaltje, maar het wordt geleerd langs een weg van totale afbraak (hier zou ik zeggen: falen..) van al ons eigen kunnen en willen, een weg van loutering van leven en lijden; ja, de weg van de Heere Jezus (van kleiner en minder worden – door de crisis heen – naar de opstanding ten leven) moet worden ingeleefd (mooi woord! wij worden in zijn leven lijden en opstanding ‘gedoopt’) in ons eigen leven.

En de grote levens- en geloofsstrijd is (in mijn leven) om die gerechtigheid van Christus te mogen leren kennen en toegepast te krijgen voor mijn eigen hart en leven door het werk van Gods Geest. Herkent u die strijd en zoektocht? Gelovig aannemen en al Gods beloften mezelf toeeigenen is voor mij als gevallen Adamskind een onmogelijkheid. 

Hier wil ik wel op reageren (die ‘toe-eigening’): Op deze wijze wordt ook de toe-eigening weer ons werk: hoeft niet! Het is ons gegeven; wij eigenen niet toe: wij ‘onderwerpen’ ons aan zijn werk:
> denk aan de psalm: van uwentwege zegt mijn hart: zoek zijn aangezicht
> en Paulus: Hij die het willen en het werken in ons werkt…

Johannes van het Kruis: Karmel

Dat zie ik in je schrijven!

en voor mij was dat de ervaring: wanhoop / wat doe je als niet werkt…

Maar dat is geen ervaring van gearriveerd zijn!

Een schrijver die je zou kunnen aanspreken is Arie de Reuver: Bedelen bij de Bron en Verborgen omgang

Met een hartelijke groet, Rinie

———–

Rinie,

Dank voor uw reactie.

Arie de Reuver is inderdaad een goeie aanrader voor me, goeie inschatting. Ik ken zijn werk.

Ondertussen ben ik druk doende om u in een theologisch vakje te plaatsen; dat lukt nog niet echt……………

Wellicht is dat precies uw bedoeling… Theologie en spiritualiteit is er ook niet voor bedoeld om elkaar in hokjes en vakjes te plaatsen. Spirituele herkenning stapt daar overheen. Ik ben wel erg benieuwd naar uw visie op de Bijbel, geloof, hoop en liefde.

Ik wilde u nog wel Wulfert Floor aanbevelen – zware, doch eenvoudige kost.

Het zou misschien een goeie herorientatie zijn op uw roots……., of een thuiskomst (Henri Nouwen).

Oke, ik hou uw site belangstellend in de gaten.

Groeten,

————

Beste ……,

Ik zou graag dit ‘geestelijke gesprek’ met jou op mijn website willlen zetten (of mag ik dat proberen?)

Ik beschouw mezelf als radicaal orthodox & iemand die niets weet/heeft/kan/is en toch lekker mag aanklooien…

En het boek van Henri Nouwen is een meesterwerk wat ik drie keer heb gelezen. Het boekje van Anselm Grun: spiritualiteit van beneden is ook heel mooi. En het volledige werk van Thomas Merton (lees zijn: ‘Brief van een contemplatief’ op mijn website.

Met een vriendelijke groet, Rinie

——–

Rinie,

kHeb er geen bezwaar tegen dat je het op je site publiceert. Het staat er letterlijk op zoals we het hebben becommuniceerd.
Ga je Wulfert Floor lezen?
Dan ga ik Merton lezen.

Vr.gr.

——

……,

‘ Don’t push the limit.’

Ga zeker navraag doen….

En Merton hoef je niet te lezen. Wie weet moet je het zelfs niet doen. Je hebt een goede koers en bent fijnbesnaard genoeg om te onderscheiden.

Rinie Altena

Spirituele vorming van studenten en Thomas Merton

The only known picture of God. Thomas Merton

Het is onze taak Christus te zoeken en te vinden in de wereld zoals hij is, niet zoals hij zou kunnen zijn. Het feit dat de wereld er anders uitziet dan zou moeten, verandert niets aan de waarheid dat Christus erin aanwezig is. Zijn plan wordt er geenszins door veranderd of verijdeld: alles zal geschieden zoals Hij het wil. Onze advent is de viering van die hoop. Niet de komst van Christus is onzeker maar onze ontvangst, ons antwoord aan Hem, onze bereidheid en capaciteit om ‘uit te trekken, Hem tegemoet’. Wij moeten bereid zijn, zoals Johannes de Doper, Hem te zien en toe te juichen, zelfs op het moment dat ons hele levenswerk ineen schijnt te storten.”

Thomas Merton. Seasons of Celebration, p.93-94. vertaling: Dirk Doms

Verbijsterd was ik….. Geven jullie deze ‘uitrusting’ mee aan jullie studenten? We waren in gesprek over zingeving / levensbeschouwing en de vorming van studenten. Een van de gesprekspartners van onverdacht christelijk huize schetste de problematiek en de mogelijke ondersteuning voor zijn studenten hiervoor in het beroepenveld. Met welke bagage sturen zij hun studenten op weg….

Ik ben nog steeds van slag. Gedegen Algemene Vorming wilde hij ze meegeven met daarin een flink stuk religieuze geschiedenis van onze samenleving,   ethische vorming en dat toegespitst op hun beroepenveld. Geloof verworden tot een ‘hoofd’zaak in de vorm van gedegen kennis. En vaardigheden; misschien wel competenties….

Natuurlijk heeft hij dat niet gezegd en al helemaal niet zo bedoeld; maar bij mij gingen alle alarmbellen rinkelen. En natuurlijk schep ik nu even een karikatuur. Maar toch haakten die associaties ergens aan. Zo herinner ik mij mijn eigen evangelische vorming. Ik met mijn ‘geestelijke wapenrusting’ tegen de boze buitenwereld. Teksten leerde ik uit mijn hoofd en heel veel bijbelstudie. Met god boven mij de wereld in..

Ik mag dan volgens sommigen vrijzinnig heten maar ik vond het een bijna geseculariseerd verhaal. Een wereld waaruit Gods Presentie is weggelopen. Deze studenten worden, voor mijn gevoel, letterlijk de woestijn ingestuurd. Ik kreeg met die studenten te doen. Aan hun eigen geloof zijn ze overgelaten. Niet meer dan een paraplu tegen het slechte weer buiten? Vind je het gek dat ze enclaves met ‘mede christenen’ om hen heen opzoeken…

Dit zijn geen intellectuele theologische vragen. Het is iets heel existentieels. Het gaat om een leefbare geleefde spiritualiteit waarin heel veel God is; binnen en buiten. Hij/zij is overal en nergens / is betrokken op deze en gene / verschijnt hier en daar / is immanent en transcendent / liefde door alles heen / verborgen en aanwezig. Uitermate intiem maar niet te grijpen… In de eerste plaats solidair met mijn ander.. Zo’n God maakt het leven spannend en verassend. Er is geen plek/mens die buiten God valt. Je weet van tevoren alleen niet wat je aan hem/haar hebt, maar geeft zichzelf volledig. Is nooit mijn bezit geweest; integendeel. Ik denk dat God heult met alles en iedereen, behalve even niet met diegeen die de ander uitspeelt en buitenspel zet. Zij zouden geen algemeen vorming mee moeten krijgen maar mystieke vorming (Karl Rahner: ‘De vrome van morgen zal “mysticus” zijn, iemand die iets “ ervaren” heeft, of hij zal niet meer zijn..’ 1966)

Wat is dat leuk dat ik in zo’n groep mag zitten en hierover, deze vragen over wat we studenten meegeven, mag meedenken.

Deze ‘mystieke/spirituele’ leef- en kijkwijze heb ik zelf van Thomas Merton geleerd. Ik ben hem daar heel dankbaar voor. Elke student van die school zou vier jaar lang op psalm 139 en deze tekst van Thomas Merton moeten mediteren? Het gaat hier om een ‘bevindelijkheid’ die binnen en buitenwereld als vindplaats van God ziet.

Aan zo’n God heb je m.i. veel meer, voor onderweg, dan aan een cognitief en moreel goed doortimmerd verhaal.

Epiphany Experience

In Louisville, at the corner of Fourth and Walnut, in the center
of the shopping district, I was suddenly overwhelmed with the realization that I loved all those people, that they were mine and I theirs, that we could not be alien to one another even though we were total strangers.
It is a glorious destiny to be a member of the human race … there is no way of telling people that they are all walking around shining like the sun.

I suddenly saw the secret beauty of their hearts, the depths of their hearts where neither sin nor desire nor self-knowledge can reach,
the core of their reality, the person that each one is in God’s eyes.
If only they could all see themselves as they really are.
If only we could see each other that way all of the time.
There would be no more war, no more hatred,
no more cruelty, no more greed…

Conjectures of a Guilty Bystander, New York: Doubleday, 1996 

Buitenkant en binnenkant

De dagen onzer jaren, daarin gaan zeventig jaar,
tachtig jaar als we sterk zijn
en het meeste daarvan is móeite en verdríet, 

Psalm 90 vers 10 en dan moet ik het falen en de schuld daar nog aan toevoegen.

Dat is iets wat me altijd al heeft beziggehouden. Als ik ergens en hekel aan heb dan is het de ‘vrome schijn’. Mooimakerij; window dressing… Al in het begin van ons huwelijk bleek, als we wat dieper ingingen op onze teleurstellingen en moeizame momenten, dat het bij anderen niet veel beter was. Iemand noemde een bekend echtpaar eens als een mooi voorbeeld van ‘onafhankelijkheid’. Niet lang daarna bleek dat ze al een hele tijd apart sliepen….

Zo kon het me, in de jaren van de Haiku, soms benauwen hoe idealiserend mensen naar de buitenkant van ons als woongroep keken. Terwijl aan de binnenkant er maar moeizaam iets van ‘samen’ bereikt werd.

Zo ook nu weer met deze website. Hoe kijkt een lezer er tegenaan? Wat denkt en voelt hij of zij?

Nee; dingen zijn lang niet altijd hoe ze er aan de buitenkant uitzien. Maar wil ik daarmee zeggen dat het allemaal niet zo mooi is/was..? Integendeel; net als de verhalen van Kerst en Pasen juist aan de buitenkant als trieste en tragische gebeurtenissen maar ten diepste heilzame verhalen blijken te zijn zo geloof ik dat ook t.a.v. onze soms uiterst tragische en moeizame levens.

Voor mij is geloven een dagelijkse oefening in kijken en niet zien. En dan nog een keer kijken …. Voor mij heeft Thomas Merton dat heel mooi gezegd in een gebed aan het eind van ‘Het teken van Jona’.

Zo klinkt Gods stem in het paradijs: wat lelijk was is kostbaar geworden. Wat nu kostbaar is was nooit lelijk. Ik heb steeds geweten dat het lelijke kostbaar was, want wat lelijk is dat ken ik niet. Wat vreselijk was is goedertieren geworden. Wat nu goedertieren is was nooit vreselijk. Ik heb Jona steeds overschaduwd met mijn genade, wreedheid ken ik helemaal niet. Hebt jij Mij wel gezien Jona, mijn kind? Genade op genade op genade… Ik heb vergeven zonder einde, omdat Ik nooit de zonde heb gekend.

Dauwdruppels schitteren als safieren in het gras van zodra de volle zon verschijnt en bladeren ritselen bij het opvliegen van een verdwaalde duif.

Brush drawing by Thomas Merton