Mystieke / Contemplatieve antropologie 2

“De omgeving waarin het monastieke gebed gedijt is de woestijn waar de menselijk troost afwezig is en waar de veiligheidsroutines van de menselijke stad geen soulaas bieden….” (Contemplative Prayer, 1)

Direct nadat ik het vorige blog had gemaakt werd ik al onrustig. Dit soort benaderingen wekken de verwachting van vrede, schoonheid en ‘alles is goed’ op. Alsof mystiek iets moois is. Zo mooi is het allemaal niet. Er is ondraaglijk lijden, lelijkheid en kwaad. Een oude man van 94 die zijn dagen slijt in het verzorgingstehuis zonder enige blijk van waardigheid (ik was gisteren bij hem). De dagelijkse wanhopig makende uitzichtloosheid van het Palestijnse volk… De barbarij rondom voetbalvelden… Nee ik ga niet zeggen dat dat er niet bij hoort. Het is alles inclusief of het wordt een vervreemdende spiritualiteit / mystiek. Ja dit is mijn stokpaardje: het Koninkrijk Gods is midden onder ons of het is nergens. In deze wanhoop, in deze puinhoop; Irrsal und Wirrsal.

Om dat een beetje duidelijk te maken ben ik te rade gegaan bij twee boeken van Thomas Merton. Ik weet niet of ik deze zaak in het kort duidelijk kan maken maar ik kwam er ooit op toen ik de vernieuwde vertaling van Contemplatief gebed tegenkwam. In de toelichting zette de vertaler zijn keus uiteen van de vertaling van het woord ‘dread’. Hij kiest voor de ‘vreze des Heren’ wat m.i. een foute keuze is. Heel de spiritualiteit van Merton uit die tijd en in die twee werkjes is doordrongen van de existentiële ervaring zoals die verwoord wordt in Zen en het Existentialisme van Niets, Angst en Leegte. Ik heb daarvoor zelfs de woorden geteld die verwant zijn die ervaring in beide boeken. Deze ervaring is uitermate pijnlijk en ontluisterend. Als hij al verbanden legt dan is dat met het Kruis en de ‘spirituele dood’; de wanhoop van de godverlatenheid. Wij hoeven deze ervaring niet op te zoeken; zij is er. Maar we moeten er niet te snel aan voorbij willen gaan. Zoals volgens mij zeer vaak in spiritualiteit gebeurd. Maar zij is geen doel of eindpunt. We worden niet ‘verzopen’ in de dood van Christus; maar gedoopt…! En die ‘vreze des Heren’ komt veel later pas. De vertaler gaat me te snel.

“Nu snappen we dus dat de doorleefde volwassenheid van het spirituele leven langs geen andere weg bereikt kan worden dan via de verschrikkingen, kwellingen, moeiten en angst die noodzakelijkerwijs de innerlijke crises van de ‘spirituele dood’ vergezellen. Het is de crises waarin we tenslotte onze gehechtheid aan ons uiterlijke zelf achter ons laten en ons volledig toevertrouwen aan Christus. …..

Het doel van de ‘donkere nacht’, zoals Johannes van het Kruis aantoont, is niet simpelweg het hart van de mens te straffen en onrustig te maken, maar is bedoeld om te bevrijden, te louteren en te verlichten in de pure Liefde. Deze weg die door verschrikkingen voert eindigt niet in de wanhoop maar in de volmaakte vreugde. Niet in de hel maar in de hemel.” (CP 88 of 110)

In de geest van Thomas Merton zijn dit geen ervaringen van ‘eens en voor altijd’ maar is dit een voortgaand proces van ervaring die pas in de dood hun (voorlopige?) vervolmaking vinden. Het is de oefening van in elk moment en in elke plaats op de verpletterende werkelijkheid ingaan in een ‘naakt’ geloof.

De ware en heilige benadering van het leven is op geen enkele manier een ontsnapping aan de ‘nietsheid’ die ons overmeesterd als wij aan ons zelf zijn overgeleverd. Integendeel, zij gaat bij die duisternis en dat ‘niets’ naar binnen, dringt daarin door, wetend dat de genade van God onze desolate leegheid heeft getransformeerd tot Zijn tempel. En we geloven dat Zijn licht zich verborgen heeft in onze duisternis. Vandaar dat die heilige grondhouding er een is die niet geschrokken terugdeinst voor onze eigen leegheid maar veelmeer met eerbied en ontzag daar naar binnen gaat in het bewustzijn van dat geheim. (Inner Experience, 53 Vervolg)

Volgens mij gaat het er in deze contemplatieve zijnswijze dus om onze verbijsterende en verpletterende (ervaring van de) ‘werkelijkheid’ binnen te gaan in een vertrouwen op ‘Gods’ verborgen scheppende intimiteit in dit alles. Ook in die werkelijkheid van ons eigen zelf…  Zonder dat wij daarbij ook maar enige ‘grip’ krijgen op deze werkelijkheid. Maar wij kunnen haar dan wel in alle vrijheid binnen optreden. Dat is m.i. de essentie van geestelijke oefeningen en deze grondhouding wordt gaandeweg zich eigen gemaakt. In het begin met veel aarzeling en scepsis. Zien soms even. Het schept op den duur wie weet een bepaalde mate van onverschrokkenheid? Lukt mij dat? Door dit soort literatuur te blijven lezen en niet RTL1/2/3/4/5/6/7/8 te kijken en te geloven; zo nu en dan een klein beetje…

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Thomas Merton over Contemplatie

Ik lees op dit moment het boekje van Thomas Merton met zijn toespraken voor abdissen van contemplatieve kloosters. Toespraken uit 1967 en ’68. Ik zal hieruit meer teksten vertalen. Er wordt hem een vraag gesteld:

“De mensen komen naar ons toe en vragen ons hen onderricht te geven over contemplatief gebed. En dat terwijl het al moeilijk is er iets over te zeggen. Wat zijn jouw ideeën hierover wat we hen zouden kunnen meegeven?

Dat zou helemaal een Zen-achtige aanpak moeten zijn! Als jij aan een Zenmeester vraagt, “Wat is de essentie van Zen?”, kun je een klap voor je kop krijgen, of zoiets. En hij zou je daarna aan je lot overlaten om daar een tijdje over na te denken. Onder geen enkele voorwaarde zal hij je een uiteenzetting geven over Zen. Over iets anders misschien, maar niet over Zen.

Die Sufi vriend, waarover ik je vertelde, was hier op bezoek en we hadden een paar bijeenkomsten met hem. Hij is een echte mysticus en heel erg met beide benen op de grond. Een van onze meest serieuze monniken stelde hem de vraag, “Hoe bereik jij de eenheid met God?”. Wat zijn de hulpmiddelen, hoe doe je dat, wat is het systeem? De Sufi lachte alleen maar en zei, “Wij geven geen antwoord op dit soort vragen.” Hij serveerde het af; wilde er niets mee te maken hebben. Je geeft geen antwoord op zulke vragen omdat er maar een antwoord is. En dat is de dynamische eenheid met God.

Zen mensen leggen grote nadruk op het feit dat jij, als je niet zo’n ongelooflijke domoor zou zijn, zou weten dat je verenigd bent met God; dat God allang zo dichtbij is. Oké; iemand komt bij je en vraagt je naar contemplatief gebed. Wat je dan op de een of andere manier moet doen is hem in een positie brengen waarin hij in staat zal kunnen zijn zich bewust te worden hoe dichtbij God is. Daarbij rekening houdend met zijn persoon en zijn achtergrond. Boeddhistisch onderricht zegt dat de enige blokkade hiertoe onwetendheid is. Maar die onwetendheid zit echter wel verweven in alles.

De oorzaak van deze onwetendheid is dat je jezelf te serieus neemt als individu. Je bent te veel bezig met overleven; leven en dood zij zo verschrikkelijk verschillend. Of je levend of dood bent is verschrikkelijk belangrijk omdat je als je als individu sterft alles afgelopen is. Er zijn geen individuen na de dood. Er zijn personen ja maar geen individuen. Ik denk dat dit een heel belangrijk punt is omdat wij Christenen niet geloven in een leven na de dood van het individu. We geloven in een leven na dit leven van de persoon, die vrij is, die allang in God is, die een is met God vanaf het begin. De persoon keert terug naar God en vindt zijn zelf in God op een veel dieper niveau dan een individu ooit zou kunnen. Omdat het individu zichzelf ziet als een kleine geïsoleerde entiteit waarvoor al het andere afgesloten is. Zolang wij individuen zijn kunnen wij nooit een zijn met elkaar. Natuurlijk moeten wij als individuen deze zaak uitwerken. Dus kunnen we indirect wel over de vereniging met God spreken maar er is geen antwoord op de vraag.

Probeer je dan een persoon meer bewust te maken?

The only known photograph of God; Thomas Merton

Bewust van iets wat er al die tijd al is. Natuurlijk, het is er en het is er niet. Het is zeer helder; als je je van “zijn” en “ik ben” gewaar bent en bewust wordt, ben je een ander mens; dat is een revolutie. En ja, dat is heel tegenstrijdig; je moet het op de een of andere wijze omschrijven. Maar als een persoon zich ervan bewust wordt dat God zo intiem is, zo dichtbij dat er geen tussenruimte is, maakt dat een essentieel verschil. Dat is ook zoals je je realiseert dat deze presentie niet afhangt van of je onberispelijk bent of iets wat daarop lijkt. Als het daarvan af zou hangen zouden we allemaal lang moeten wachten op die eenheid met God.” (pag. 114-116)

Ik heb ook een drieluik geschreven; een serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Mystieke / Contemplatieve antropologie 1

Vanaf mijn studententijd wil ik al weten hoe wij ‘in elkaar steken’. Filosofie, antropologie en psychologie waren mijn ‘hoofdvakken’. Ik wilde de structuur en dynamiek van ons ‘zijn’ in kaart hebben. Vandaar mijn poging om dat weer eens op een rij te zetten. Of ik daarbij met God begin of eindig maakt mij niet zoveel uit. Naar aanleiding van het prachtige boek ‘Dieper dan het diepste zelf’ en mijn verlangen om een serie lezingen over God en ons Zelf te organiseren (met de Hezenberg) ben ik gaan tekenen.

Laat ik beginnen met mijn Godsbeeld. In deze ‘topografie’ probeer ik 4 perspectieven op God in beeld te brengen. Het is vier keer hetzelfde zeggen. God als de scheppende, alles dragende en allesdoordringende liefdevolle werkelijkheid. Hagia Sophia (godheid bij Eckhart?) als oorsprong/bron. De dynamische, kenotische en scheppende werkelijkheid onderling wordt prachtig beschreven door Meister Eckhart:

Zijn is God. God en zijn, zijn het zelfde – of God heeft het zijn van een ander en is dus zelf niet God. Alles wat is, heeft het feit van zijn bestaan door te zijn en uit het zijn. Als daarom Zijn iets anders is dan God, ontleent een ding zijn bestaan aan iets anders dan God. Bovendien is er niets dat aan het zijn voorafgaat, want dat wat het zijn verleent, schept en is schepper. Scheppen is het zijn geven uit niets.

Het NU waarin God de eerste mens schiep en het NU waarin de laatste mens verdwijnt en het NU waarin ik spreek, zijn alle hetzelfde in God waarin alleen HET NU is…

“ What has no essence, does not exist. There is no creature that has essence, because the essence of all is in the presence of God. If God went out of the creatures even for a single moment, they would disappear into nothingness.”

En dan nu naar ons zelf. In allerlei tradities wordt een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen ons ware en onechte zelf. Ik lees hierin twee ‘wijzen van zijn’ in deze wereld. Het valse zelf is daarbij een tegenstelling met het tweede in de zin dat zij niet ziet/weet wat het andere zelf wel ‘weet’. Het valse zelf leeft ‘zonder ziel’ en weet niet dat zij ‘hangt in God’ (Ruusbroek). Het ware zelf neemt de eerste werkelijkheid wel in zich op alleen op een heel andere wijze. Beide wijzen van zijn hebben wel gevolgen voor het dagelijkse leven. Je zou kunnen zeggen dat het tweede door en door aards is maar daar heel anders in leeft. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de eerste wereldvreemd is omdat ze niet door heeft waar ze uit leeft en waar naartoe. Ook hier weer Meister Eckhart:

Fragment uit preek 4 van Meister Eckhart
Zo waar als de Vader in zijn enkelvoudige natuur zijn Zoon natuurlijk baart, zo waar baart hij hem in het binnenste van de geest, en dit is de innerlijke wereld. Hier is Gods grond mijn grond en mijn grond Gods grond. Hier leef ik uit mijn meest eigene, zoals God uit zijn meest eigene leeft. Wie ooit slechts een ogenblik lang in deze grond zou kijken, voor die mens zijn duizend marken rood geslagen goud evenveel als een valse penning. Vanuit deze binnenste grond moet je al je werken verrichten zonder waarom.

De mysticus leeft dus niet in een andere wereld maar beleeft haar volledig anders! Zij weet van haar ‘Grunt’ en hoeft zichzelf niet meer te redden. Zij weet dat ze ‘de geliefde zoon/dochter’ is en leeft dus rijk. Zij gaat zelfs actief deelhebben aan die kenotische en scheppende beweging. Als je dan denkt dat dat ‘geen kruis’ betekent dan heb ik het nog niet voldoende duidelijk gemaakt. In beelden:

Ruusbroek:

Het hoogste van de natuurlijke weg is het wezen van de ziel. Die hangt in God en rust in haar. Zij is hoger dan de hoogste hemel en dieper dan de bodem van de zee en wijdser dan heel de wereld met al haar elementen. (eigen vertaling pagina 114)

Die wezenlijk eenheid van onze geest met God bestaat niet in zichzelf maar zij verblijft in God, zij komt uit God voort, zij hangt in God en zij keert terug in God als haar eeuwig thuis. Zij raakt nooit afgescheiden en blijft trouw aan haar oorsprong. … En deze eenheid is boven tijd en plaats verheven en is een voortdurende scheppend werken van God. (118)

Je hier aan toevertrouwen, dit weten; dan is je leven toch een goddelijk kunstwerk in wording?

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Kees Waaijman over psalm 119 + Vieringen

Ooit bij mijn opleiding tot geestelijk begeleider, aan het Titus Brandsma Instituut, een leergang over de spiritualiteit van de psalmen bij Kees Waaijman mogen doen. Ik zie hem nog staan; wat hij er ook over vertelde: het kwam uit heel zijn lichaam. Ik leerde er dat zelfs dat de witruimtes in de psalmen van essentieel belang waren. Psalmen werden daardoor voor mij kunstwerken, nee mystieke meesterwerken die je hart beroerden en/of omgekeerd. Ik heb dan ook geen moment nagedacht over de aanschaf van zijn nieuwste boek.

Het resultaat is de naar buiten gebrachte buit van een schatgraver in psalm 119. Uiteraard in zijn eigen bijzondere vertaling. Volgens mij is het een resultaat van een levenslange scholing en bestudering van de psalmen.

Voor diegene die onbekend is met zijn vertaalwijze zal het even wennen zijn aan de woorden als Wezer, kommernissen, kerving en schikkingen. Op mij hebben deze vreemde vertalingen een ontregelende werking waardoor de vanzelfsprekendheid wordt beëindigt en ik aan het over- en doordenken wordt gezet. En als je geduldig blijft kauwen en proeven zal het als met slow-food zijn. De effecten op je geestelijke welzijn zullen vele malen groter zijn dat het spirituele junkfood wat niet echt voedt. Koop en mediteer.

Zelf ben ik zo vrij geweest om bij het boek een ePsalter te maken. Dat is een digitaal vieringen boek rond psalm 119. 22 korte vieringen rondom een strofe. Je kan het gebruiken al een meditatieve begeleider die je naast het lezen van het boek deze ervaring je al vierend ook eigen te maken. Een hulp bij het proeven/smaken (ook van de ‘moeilijke woorden’). Ik ben zo vrij geweest om elke viering te illustreren met een mysticus die volgens mij zich heeft laten omvormen door de zegging die het geheim is van psalm 119.

voor Ipad /Iphone / Gewoon pdf / Origineel iBooks versie

Damasio, Charles Taylor, Peter Sloterdijk en Janet Ruffin over ons Zelf

‘Het leven wordt voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen’ 

Søren Kierkegaard (1813-1855)

De anatomie van ons ‘zelf’

Het eerste boek is dat van Antonio Damasio. Een fascinerend relaas over het ontstaan van ons zelf/self door deze zeer beroemde hersenonderzoeker. Ik heb het als een detective gelezen. Een minutieuze analyse vanaf het eencellige bestaan tot ons bewuste zelf. Van ons protozelf, ons kernzelf tot ons autobiografische zelf. Centraal staat de zelfregulering om te overleven en het steeds verder verfijndere spel tussen lichaam en de hersenen die zijn ontstaan. Belangrijke tritsen als ‘wakker zijn, mind/geest en zelf’ en ‘protozelf, kernzelf en het autobiografische zelf’ en ‘emoties, primordiale gevoelens en de gevoelde gevoelens’ en de rol die de hersenstam, de thalamus en de hersenschors in dat alles spelen passeren de revue (Damasio Cultuur is een breinproduct). Al deze elementen in een fascinerende samenspel maken ons bewust zijn mogelijk. Hierdoor hebben wij een reflecterend zelf verkregen die kan nadenken over verleden, heden en toekomst en bewust kan vormgeven aan zijn toekomst. Dat doen wij in ons autobiografische zelf. Daarbij zijn wij diep verankerd in ons lichamelijkheid (=inclusief onze hersenen). Natuurlijk kan ik geen recht doen aan het rijke en evenwichtige boek. Als je tijd hebt een absolute aanrader. En natuurlijk begrijp ik alleen maar de grote lijnen. En dat de vertaler ‘mind’ vertaalde met ‘geest’ was voor mij zeer verwarrend. Ons woord ‘geest’ ligt daarvoor veel te dicht bij ons begrip ‘zelf’; ‘mind’ is toch echt iets anders. (Zie ook) En o ja, onze cultuurgeschiedenis (politiek, kunst en religie) doet hij af in 6 pagina’s. Dat kan ik natuurlijk niet serieus nemen… Daarvoor ga ik verder. Dit boek zegt niets bijzonders over ons verleden en helemaal niet over de toekomst… Alleen veel over het ‘hoe’ van ons bewustzijn.

Wat een dikke pil maar wat een fantastisch werk. Hij lag al bijna 2 jaar op de plank. Ik moest en zou hem lezen. Gelukt; tijdens mijn week op de Hezenberg als gastheer voor retraitegangers.. Mijn zoon had hem ooit weten te strikken voor de Ikon/LUX. Ik zou dit boek de anatomie van ons zelf in de morele zin kunnen noemen. De fundering, de reikwijdte en de verantwoording van wie wij willen zijn staat centraal. Een diepzinnige analyse van de  ‘morele’ bouwstenen die ons gemaakt hebben tot wie wij ‘willen’ zijn. Je moet er de tijd voor nemen maar dan krijg je ook iets. Ik ga natuurlijk het boek niet overdoen. Maar elke geestelijke begeleider zou dit boek moeten lezen om tot ‘onderscheiding der geesten’ te kunnen komen. Het gaat hier niet minder dan om de zorg voor ons zelf, voor onze ziel; onze identiteit. Hoe te leven! Wat is het goede leven. En dat is een morele vraag in de breedste zin van het woord! Het boeiende is dat elke Humanistisch raadsman dit boek in zijn opleiding ter bestudering krijgt. (hier een paar verhelderende artikelen: CHARLES TAYLOR /Kunnen we zonder religie /Het mysterie Recensie Taylor /Het project van Charles Taylor)

Was Taylor lastig om te lezen; dit van Peter Sloterdijk was vele malen moeilijker. Ik denk dat ik geen boek ken met zoveel moeilijke woorden. Maar ook dit loont! De schrijver wil een verheldering bieden, en dat doet hij m.i. ook, in de structuur en dynamiek van onze ‘zelfproductie’. Over hoe wij ons zelf individueel en collectief ‘produceren’ vanuit de ‘dwingende eis’ tot veranderen en verbeteren. Hoe steken wij onszelf in elkaar en ‘oefenen’ wij ons daarin. Alle ‘oefenscholen’ passeren de revue. Op den duur werd het boek voor mij een studie in ‘het onderscheiden van de geesten’. Welke bezielingen zetten de mens aan tot het werken aan zichzelf en welke oefeningen worden daarbij gebruikt. Ook dit werk is weer een must voor geestelijk begeleiders! Neem en lees! Zijn ontologische en structurele analyse van ons ‘werken aan ons zelf’ vond ik in ieder geval overtuigend (Je moet je leven veranderen – Peter Sloterdijk). Aan het het eind dichtte ik hem zelfs ‘profetische’ kwaliteiten toe. Daarmee bedoel ik dat hij een scherpe en verhelderende kijk bied op de huidige stand van zaken. Zij slotzinnen, ietwat versleuteld door mij: En als wij de grote catastrofe willen voorkomen zullen we ‘door dagelijkse oefeningen de goede gewoonten van gemeenschappelijk overleven eigen (moeten) maken’ (468). Interview Peter Sloterdijk

Ik herkende veel bij mijzelf als het gaat om de jaren zestig, mijn bekering en de verschillende vormen van spiritualiteit die bij mij de revue zijn gepasseerd. Ik was, n.a.v. Taylor, benieuwd uit welke bronnen deze filosoof put als het gaat om de vormgeving van ons leven. Helaas blijft het bij een spiegel. Het geeft wel inzicht maar opent voor mij geen weg/perspectief. Het inspireert mij niet maar gaf mij wel wel zeer veel te denken.
O.a., naar aanleiding van zijn sleutel metafoor van de ‘training’, de teksten op de sportschool kregen voor mij iets beklemmende… De spiritualiteit van het lichaam terwijl de grote catastrofe ons boven het hoofd hangt….

(Las toevallig vandaag het stukje van J.J. Suurmond over ons zelf; dat inspireerde mij wel..(Suurmond en zelf)

Het vierde boek is een recent boek van Janet K. Ruffing ‘To Tell the Sacred Tale’. Voor mij was het verassend om te zien dat alle vier de boeken de ‘narrativiteit’ van ons zelf een centrale plek geven. Wij zijn zijn, leven en maken mede ons eigen verhaal. Als wij reflecteren op wie, wat en hoe wij willen zijn denken en spreken wij in verhalen (zie o.a. De Praxis als verhaal /Levenskunst en narrativiteit). In dit boek is er echter naast ons zelf ook spraken van een Ander; God. En dat vind ik t.o.v. het boek van Peter Sloterdijk een ‘verademing’. Geestelijke begeleiding bestaat dan bij de gratie dat we ons verhaal vertellen; maar in dit geval omwille van de zoektocht naar de aan/af-wezigheid van God in ons verhaal. In de dialoog tussen die twee krijgt dat verhaal van God en je zelf vorm en inhoud. Zowel het vertellen is daarbij zeer belangrijk: hoe en wat vertel je als het luisteren in de zin waar je naar vraagt en waar je op reageert. Waarbij het naar het verleden en heden geduid wordt tot op God en geleefd naar de toekomst in de zin van passies en roeping. Vooral de theologie van de intieme verbinding tussen ons geleefd verhaal en Gods intieme/verborgen aanwezigheid daarin sprak mij; waarmee elk levensverhaal een ‘Sacred’ dimensie krijgt….

Hoewel…

Thomas Merton tegen de zusters van Loretto

‘Geborgen in een geheim’

Zou dit Merton op zijn best zijn? Voor de vuist weg sprekend…? Wel voorbereid maar met een kwinkslag en diep oprecht? Ben een recent uitgekomen werkje aan het lezen en kom daarin een paar prachtige alinea’s tegen. Uitgesproken tegen novicen in een nabij gelegen en bevriend vrouwen klooster ‘Loretto’ (1961/2).

Ik heb er een paar vertaald die allemaal eenzelfde ‘geest’ dragen. De foto’s zijn gemakt door Thomas Merton

*

Ik was ingewijd op Hemelvaart donderdag. Ik veronderstel, dat als jullie je gelofte doen op die dag, dat jullie allemaal zullen opstaan met Christus. Maar weet je, jullie hoeven helemaal niet ‘ten hemel op te varen’; je hoeft helemaal nergens heen te gaan. De heilige Paulus zegt: “Wie zal Hem van de hemel doen neerdalen en wie Hem uit de diepten naar boven halen? Nee, het Woord is heel dichtbij. Het is in ons hart.” En dat is de reden waarom je niet hoeft op te klimmen; omdat de hemel op aarde is. Hemel is in je hart omdat Christus in ons hart is. En dat is een geweldig iets wat we ons moeten realiseren; dat je nergens heen hoeft te gaan om onze Heer te vinden. We hoeven Hem niet te vinden omdat Hij komt om ons te vinden, zie je. Dat is het belangrijkste wat we ons moeten realiseren. We vinden Hem door ons door Hem te laten vinden.  …… Het is eigenlijk zijn werk en niet zozeer dat van ons… (10)

*

Die hele onderneming, van het gevoel dat heilig zijn net om de hoek is, is een geweldig verwarrende illusie. Zo zit dat niet in elkaar, zie je. Wij zouden helemaal niet in die dimensie moeten leven. Alsof we langs een horizontale lijn ons voortbewegen, waar we voortdurend op zoek zijn naar zijn wat er nu weer in ons vizier komt en wat we nooit zullen bereiken. Het is als een wortel die de ezel wordt voorgehouden en waarbij de ezel zich alsmaar voortbeweegt maar de wortel nooit krijgt. Sommige mensen zouden willen dat het spirituele leven ook zo is. Maar zo hoort dat niet te zijn. Hierdoor loop je voortduren vooruit op jezelf. Je pakt dan nooit op waar je werkelijk hoort te zijn; namelijk precies daar waar je nu bent, zie je. En je bent daardoor altijd buiten jezelf en dat betekend dat je vervreemd bent van jezelf, weg van waar Christus is. (11)

*

Het gaat er niet om dat we Christus morgen met ons is; we hebben Hem nu met ons. En, omdat we Hem nu met ons hebben, zullen we morgen ook bij Hem zijn en niet omgekeerd. In plaats van te zoeken naar die prachtige dag of moment waarop we dat alles zullen ontvangen, moet je je realiseren dat we niet hoeven te wachten. In een bepaald opzicht zijn we, vanaf het moment dat we ons helemaal hebben overgeven aan Hem ( R. = die ‘vow’), aangekomen, niet in de hemel, maar in de Kerk (R. = dat mystieke lichaam van Christus) We zijn dan aangekomen waar wij thuishoren. Als we zijn waar we horen doet niets anders er meer toe. Als we dan toch nog ergens naartoe moeten zal Hij ons daar brengen. Wij hoeven onze reis niet meer te organiseren; we doen gewoon wat Hij zegt. Als je eenmaal in de trein bent gestapt blijf je daar gewoon tot je op je bestemming bent aangekomen. (11)

Als jullie dus bij jullie gelofte afzien van jullie zelf, zien jullie zeker af van heel jullie zelf. Maar dat doe je in de eerste plaats en vooral van jullie oppervlakkige zelf. Degene die denkt het allemaal opwindend is maar wat dat niet echt is. In het religieuze leven is het heel belangrijk om je bewust te zijn dat we niet zo opgewonden zijn over zoveel dingen aan de oppervlakte omdat diep van binnen we veel meer betrokken zijn op die zaken die veel belangrijker zijn. Maar dat zijn dingen waar niet waar we niet over kunnen spreken. De dingen nu waar we over kunnen spreken, de dingen die we wel kunnen uitleggen, zijn meestal de minst belangrijke zaken in ons leven. En zij leiden ons af van de diepere zaken waar we niets over kunnen zeggen. Je kan ze niet eens goed begrijpen. Dat zijn de echte dingen in ons leven … Deze dingen hoef je niet los te laten; zij zullen nooit van je af worden genomen. Hier gaat het om de Maria-Martha zaak. … Er is een ding dat er werkelijk toe doet, dat niet van je af kan worden genomen. Het gaat hier niet om actie of  contemplatie. Het is wezenlijker, het is je ziel verenigd met God, Gods aanwezigheid in je ziel. Het is Zijn wil in jou. Niemand kan daar aankomen; niemand kan daar iets aan doen; niemand kan daar iets aan beschadigen, zelfs niet in het minste bene – zelfs jijzelf kunt dat op een baalde manier niet…. Zelfs hoewel wij ons leven door ons eigen schuld flink gecompliceerder kunnen maken zal het geen effect hebben op het diepe werk dat God aan het doen is ons hart. (12-13)

Ze hebben een gemeenschappelijk thema. Een ‘weten’, dat mij dit gebed ingaf:


Hier ben ik

Dit
Nu
Hier
Zo

In U
U in mij

Scheppend

Zeer goed

Mijn schoonzus van 60 is overleden…

Kerk als een tegendraadse oefenplaats? Herman Paul en Bart Wallet

Kwam een leuk nieuw boekje tegen. De inleiding pakte gelijk: een zoektocht naar kerk en geloven wat ‘verschil’ maakt / wat ergens toe dient / wat er toe doet: dagelijks / in de buurt / maatschappelijk / de toekomst van de aarde. Kerken als oefenplaatsen in tegendraads gelovig leven.  Negen tegendraads theologen passeren de revue. Maar alleen al deze inleiding deed mijn hart opengaan. Eindelijk weer kerk en politiek in een adem… (W.T. Cavanaugh). Hoe lang is dat geleden….? Dat er zelfs een theoloog als Tim Keller in stond vergroot alleen maar mijn plezier want het maakt mij nieuwsgierig. Ik zal elk interview langs gaan en door de (lees)tijd heen reageren. De beide schrijvers hebben een link naar het tijdschrift Wapenveld. Enkele portretten stonden daar al in. Kijken of ze me raken. Woorden die mij in ieder geval niet aanspreken zijn ‘morele vorming’ en ‘zelfverloochening’. Het laatste en het eerste zijn geen doel: het gaat er, m.i., om dat we ons laten raken door het appel wat aan ons voorligt en gaan handelen/geven uit die betrokkenheid. Het delen en geven van ons leven omdat we ander zien, horen en voelen. Liefde als offergave; opdat het goed wordt. (de rest van de inleiding is een irritant voorsorteren op vragen van de makers; alsof ik zelf niet kan lezen en bedenken…).

1. Richard B. Hayes Centraal thema van deze ontmoeting is de postliberale (Postliberal Theology) bijbeluitleg. Hoe lees je de bijbel zo dat je niet in de valkuil van het sterk historisch en kritisch lezen of van het letterlijk lezen. Dit vraagt een verbeeldende en narratieve lezing(= figuratief?) waarin de eigen werkelijkheid wordt wordt begrepen vanuit de werkelijkheid in het bijbel verhaal(Viervoudig schriftzin). Daarbij moet men wel het verhaal lezen in de context van heel het boek en de andere bijbelboeken. De ijkpunten die hij noemt zijn het Kruis, gemeenschap en nieuwe schepping(37). Waar ‘ik’ blijf in deze benadering zie ik niet? Ik mis de dialoof/interactie…

2. Stanley Hauerwas “Ik wijdde op 15-jarige leeftijd mijn leven aan de dienst van God, vanuit de gedachte dat als God mij niet wilde redden, ik Hem onder druk kon zetten door dominee te worden“43 Alleen al van zo’n zin wordt ik vrolijk van; een oprecht mens. En even verder..“Ik schaam me naar voor de manier waarop het evangelie (in de VS) wordt misbruikt  voor een programma van patriottisme en individualisme.” Onder invloed van Barth, Yoder en Jezus komt hij tot een radicaal pacifisme. In zijn benadering kwam de kerk als politieke gemeenschap van God met centraal daarin de eucharistie centraal. Een gemeenschap waarin naar alternatieven wordt gezocht voor euthanasie, abortus en oorlog. En niet de seculiere overheid al te zeer naar het zin willen maken. In mijn oren neigt hij nogal naar een ‘superieure’ positie van de gemeente t.o.v. de wereld maar is daar zelf heel dubbel in door zelf geen echt deel uit te maken van een gemeente…… In de rij van God, schrift, gemeente, liturgie en subject is het voor mij niet duidelijk waar hij de ‘autoriteit’ legt…

3. Samuel Wells Een man met het hart van een pastor, een geraakt zijn door de armoede en een goed stel hersenen die hij voor beide wil inzetten. .. een van de armste wijken… 15 betrokken volwassenen …. lag wakker .. foto van de mensen in de wijk in de kerk… het werd een verhaal met God in de hoofdrol.. zoals in de bijbel..60 Voor hem spelen zijn preken een heel belangrijke verbindende rol. Maar naar aanleiding van de keren in de VS zegt hij ook: Het is prachtig iedere zondag voor 1.200 mensen te preken maar je liegt tegen jezelf als je denkt dat het Koningkrijk van God dichterbij is omdat er meer mensen voor je zitten”62. Werkelijke beslissingen over het leven in deze wereld zijn ingebed in een leven van navolging, waarin het karakter wordt gevormd en gekneed”65. Zijn focus is dus de morele karaktervorming in de christelijke gemeente. De kern zit in het handelen en niet in de intellectuele doordenking. In werkelijke handelingen van compassie. Niet het woord maar het leven; sacramenteel handelen. Een ‘dramatisch’ gebeuren noemt hij dat. Een leven dat de ‘verbeelding’ prikkelt en waar ‘verzoening’ gebeurd.

Ik stop er mee. Het wordt teveel. Ik schrijf bij elke theoloog een leuk citaat en daar houd ik het bij. Er komen er nog een paar voorbij wier theologie gegrond is in echte existentiële lijdenservaringen. Het maakt dat het echt ergens om gaat! Van N.T. Wright en Tim Keller snap ik niet dat ze er bij staan? In de maatschappelijke zin absoluut niet inspirerend. Dan had ik Huub Oosterhuis leuker gevonden? Trouw: ‘Red hen’ Oosterhuis

Ik vind het voor een leek veel te moeilijk(vraagt veel kennis / veel onbekende namen en termen voor mij) maar als je daar overheen leest is het een fantastisch boekje wat kerkzijn weer bij/in de tijd wil brengen. En dat is veel meer dan ethiek. En waar dan de autoriteit ligt: God / Traditie / Politiek / Gemeente / Liturgie / Bijbel / Jezus / Geest / Sacramenten / de lijdende / mij? Als het zoden zet aan de dijk van Gods Koninkrijk ben ik blij… (ben wel benieuwd naar wat Frits en Bert hiervan vinden)

4. Oliver O’Donovan

“Je vertelt de ander niet wat jij denkt, maar vraagt hem hoe zij tegen de dingen aankijkt”

5. Bernd Wannenwetsch

“Ik denk dat we een soort seismografische gevoeligheid zouden moeten ontwikkelen, die ons leert in te zien wat in welke tijd de moeite van het signaleren, ontmaskeren of bestrijden waard is.”98

6. Brian Brock

“De vraag is dus niet hoe het met onze christelijke karakter eigenschappen staat, maar of we God ontmoeten, of we zijn stem horen, of we zijn verborgen omgang kennen. (o.a. in het zingen van de PsalmenAlleen zo’n leven de omgang met onze Schepper leert ons hoe te leven, wat voor relaties we kunnen aangaan, hoe we voor onze kinderen kunnen zorgen, welke producten we het best kunnen kopen en tegen welke slechte gewoonten we te strijden hebben.” 115

7. Miroslav Volf

“Het christelijk geloof is niet westers, Amerikaans, kroatisch of Nederlands. Als dit besef verdwijnt, dan wordt het tijd voor een verklaring als de Barmer Thesen – tegen het tribalisme, tegen elk groepsdenken dat zich tooit met christelijke frasen of symbolen.”127

“Instead of reflecting on the kind of society we ought to create in order to accommodate individual or communal heterogeneity, I will explore what kind of selves we need the be in order to live in harmony with others” 129

8. Tom Wright

“Ik raakte in het onderzoek gefascineerd door karaktervorming en transformatie. (zijn bestudering van Paulus) En daaruit kwam duidelijk naar voren dat je wordt wat je aanbidt.” ( zijn laatste twee boeken zijn wel een echte aanrader!)

9. Tim Keller

En ter relativering: ‘Als je het begrijpt, dan is het niet God’ (Augustinus)

Zie ook: Ronald van den Oever en Jos Douma maar bij hen mis ik volledig de politieke en maatschappelijke dimensie van de oefenplaats. Wat juist bij deze denkers heel centraal staat. Zij associëren het begrip oefenplaats met spiritualiteit en daarmee lijkt de maatschappelijke dimensie van het tegendraadse uit het beeld te verdwijnen..?

Hoe meer ik van hun leeswijze lees hoe geschokter ik ben. Maar mischien ben ik degene die de verkeerde bril op heb….? Eerst heet het ‘tegendraadse theologen over kerk en ethiek’ (ondertitel). In hun reactie pakken ze het woord oefenplaats en tegendraads en verbinden dat met spiritualiteit. Vervolgens gaat het helemaal niet meer over bijbeluitleg en de maatschappelijke werkelijkheid (zie Cavanaugh). Het woord spiritualiteit ben ik nauwelijks tegengekomen in het boek. Bijna manipulatie….?

Heeft God een offer nodig voor zijn vergeving?

Nu wil ik het wel eens weten van mijn theologische familie, vrienden en kennissen… Hoe lezen zij inmiddels, heel persoonlijk, het Paas evangelie? Dit zit me, als gelovige, al heel lang dwars. Ik ben er onrustig over. En toen een zeer goede vriend van mij reageerde op een facebook bericht van mij, op 6 april, over mijn ‘lijden’ op Goede Vrijdag was de beer los. Ik wil het weten.

Ik ‘bekeerde’ mij in de studententijd m.b.v. van de ‘brug illustratie’. Dankzij het sterven van Jezus voor mijn/onze zonden kon ik weer met God verzoend worden. Door Jezus aan te nemen als mijn Redder en Verlosser werd ik verlost. Ik was opgegroeid in de Gereformeerde Bond van de Hervormde Kerk dus was mijn geloofsbelijdenis een logisch vervolg.  Het antwoord op de belijdenis vragen was dan ook ‘Ja’; uiteraard vol aarzeling. Nu, lezend wat toen de vragen waren, kan ik eigenlijk niet vinden dat ik mij hierover (dat offerverhaal) moest uitspreken. Ik verbond mij wel met het belijden van de kerk. En daar was dat offerverhaal wel heel sterk aanwezig via de catechismus (1563).

Zondag 1
Vraag 1: Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord:
Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven1, het eigendom ben, niet van mijzelf2, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus3. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald…..

Ik was gedoopt, opgevoed, gepokt en gemazeld en doordrenkt van deze offer- en bloed-theologie. Maar echt aansprekend vond ik dat niet. Natuurlijk hoorde ik wel van Herman Wiersinga en later Kuitert maar die gingen in hun ‘vrijzinnigheid’ iets te ver voor mij. Maar de twijfel / ambivalentie bleef… Van binnen stond me die ‘God der wrake’ tegen. Maar was dat  de ‘ergernis’ van het Kruis? Er kwamen vragen zoals:

> Die ‘schuldoffercultus’ spreekt die mij aan? Inspireert dat mij?
> ‘Moest’ hij betalen aan God voor mijn/ons leven; wilde God een offer?
> Zo erg waren die zonden toch ook weer niet van mij? Zijn dat doodstraf-zonden?
> Wil/Moet God bloed zien? Wil hij zijn eigen zoon offeren? Heeft Hij dat nodig om mij te vergeven? Hij is toch geen Baal?
> Heb ik dan te weinig zondebesef?

> is God dus voor de doodstraf?

In mij zijn deze vragen nog steeds niet bevredigend beantwoord. In de kerk zijn er nog zo ontzettend veel liederen, gebeden en preken die ‘impliciet’ of expliciet dit zo vertellen. In ieder geval heeft de PKN in zijn belijden hier nooit afstand van genomen? De evangelisch theoloog Brian Mclaren heeft er wel flink afstand van genomen. En ik? Deze vragen zijn mijn emotionele verwarringen als ik naar God kijk. Wie is hij, hoe kijkt hij naar ons? Wat wil hij van mij? Dat beeld van die God die een mensenoffer eist verward mij. Ik durf niet te kiezen. Er zijn zoveel teksten in de bijbel (OT / Paulus / Hebreen) die deze wijze van kijken ‘bevestigen’ en er zijn zo weinig theologen die deze wijze van kijken expliciet afwijzen. Ik merk dat ik blij zou zijn als het zou blijken een ketterij te zijn…. Ik durf mij voor het eerst zo duidelijk uit te spreken; het beangstigt mij.. Ik wil toch wel heel graag een bijbels / orthodox gelovige zijn… De woorden als schuld/ straf / betaling /  bloed / verzoening / zoenoffer / vergelding / satisfactie / plaatsbekleding gieren door m’n hoofd(= Anselmus?).

Ja; ik wil antwoorden van die vrienden van mij… Maar dan moeten het wel in de eerste plaats existentiële/personale antwoorden zijn. Daarna mogen ze in gesprek gaan met hun eigen gemeenschap / traditie en tenslotte mogen ze ook nog theologen zijn. Ik ben benieuwd. Ik heb ze gevraagd de omvang van een blog aan te houden. En liefst met illustraties.

Reacties: Gerrit / Jeronimo / Ruben / Gerhard / Wim / Harry / Bert / Arend

Meister Theoderich von Prag 1360-1381

Dietrich Bonhoeffer / Een god die er niet is…..; Paastijd

Eerst was er een aangrijpende ontmoeting; de zwarte ziekte.

Het tweede verhaal was een mail van een goede kennis. De zoveelste nederlaag in haar strijd tegen kanker. Een ongelijke strijd die nu al zo’n drie jaar duurt. Een lieve, mooie en vrome vrouw die, op latere leeftijd, net de liefde van haar leven had gevonden.

Een derde verhaal is dat van een bijbelkringgenoot uit mijn studententijd. Hoe aardig en vriendelijk kan iemand zijn? Een slopende MS en de vermoeidheid van zijn vrouw heeft ertoe geleid dat hij tijdelijk in een verpleeghuis zit. Ik denk dat hij wel vier keer ‘genezen’ is; o.a. door Martie Haaijer.

Drie lange nachten van godverlatenheid…. (Voorlopig?) zonder goede afloop. Net als psalm 88. En de laatste woorden van Jezus bij Marcus.. Sterven in de godverlatenheid…

Ik vind dat hier in de kerken veel te weinig bij wordt stilgestaan; de godverlatenheid, de nederlaag, de ervaringen die zonder troost zijn. Maar die ondanks zichzelf wel verbonden zijn ‘in Christus en die gekruisigd’. Waarom; omdat we daar bang voor zijn? Omdat ze cognitief dissonant zijn? Onze mooie verhalen dan niet meer kloppend zijn? Omdat je hiermee geen aanhangers krijgt? Durven wij deze teksten van Dietrich Bonhoeffer (bron) nog steends niet aan?

Uit een brief van 16 juli 1944

“… We kunnen niet redelijk zijn, als we niet erkennen dat we in de wereld moeten leven, ‘etsi deus non daretur’. En dat erkennen wij voor God! God zelf dwingt ons dit te erkennen. Zo brengt onze mondigheid ons tot de waarachtige kennis van onze situatie tegenover God. God doet ons weten dat wij moeten leven als diegenen, die hun leven inrichten zonder God. De God, die met ons is, is de God die ons verlaat (Mc 15,34 )! De God die ons in de wereld doet leven zonder de werkhypothese God, is de God voor wiens aanschijn wij staan. Voor en met God leven wij zonder God. God laat zich uit de wereld terugdringen tot op het kruis, God is zwak en machteloos in de wereld en juist zo en alleen zo is Hij met ons en helpt Hij ons. In Mt 8,17 staat overduidelijk dat Christus ons niet helpt krachtens zijn almacht, maar krachtens zijn zwakheid, zijn lijden!
Hier ligt het wezenlijke verschil met alle religies. Het religieuze in de mens verwijst hem in zijn nood naar Gods macht in de wereld, God is de deus ex machina. De bijbel verwijst de mens naar Gods onmacht en lijden; alleen de lijdende God kan helpen. In zoverre kan men zeggen dat de geschetste ontwikkeling tot mondigheid, die afrekent met een verkeerde voorstelling van God, de blik vrijmaakt voor de God van de bijbel, die door zijn machteloosheid in de wereld macht en ruimte krijgt.”

Brief van 21 juli 1944

“Beste Eberhard,

Ik moet denken aan een gesprek met een jonge Franse predikant, dertien jaar geleden in Amerika. We hadden ons eenvoudig de vraag gesteld wat we eigenlijk wilden met ons leven. Hij zei: ik zou een heilige willen worden (en ik acht het niet onmogelijk dat hij het geworden is). Dat maakte indruk op me. Toch kwam ik met een andere mening en zei ongeveer: ik zou willen leren geloven. Lange tijd heb ik niet beseft hoe diep deze tegenstelling is.
Mijn ‘Navolging’ schreef ik als afsluiting van die periode. Ik zie op dit ogenblik duidelijk de gevaren van dat boek, maar blijf er desondanks achterstaan.
Later heb ik ervaren en ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat; (…) als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan God, dan neem je niet meer je eigen lijden, maar Gods lijden in de wereld au sérieux, dan waak je met Christus in Ghetsemane. Dat is, meen ik, geloof ik, dat is ‘metanoia’; zo word je een mens, een christen.

Je Dietrich”

Peter ter Velde, Karen Armstrong en Mary Johnson; wat hebben ze gemeen?

Over de perverterende werking van een religieuze omgeving/regime.

De machteloze strijd van Karen Armstrong om deel te krijgen aan de religieuze ervaring in het klooster is beschreven in haar autobiografische boeken:Through the Narrow Gate (1981) en The Spiral Staircase (2004). Het verhaal is al heel lang bekend. Toch wordt er maar weinig over geschreven? Recent kwam ik weer twee andere voorbeelden tegen van zo’n machteloze strijd.

Het eerste is het verhaal van een volgelinge van Moeder Teresa Mary Johnson. In haar autobiografie ‘An Unquenchable Thirst‘ doet ze verslag van haar overgave aan de Zusters van Liefde en vertrek na 20 jaar. Het derde voorbeeld kwam ik tegen in de persoon van Peter ter Velde in een interview in Trouw. Drie ingrijpende en aangrijpende verhalen van een ‘mislukte’ zoektocht naar god.

Natuurlijk raakt het me omdat ik zelf een toegewijd lid ben geweest van een evangelisatie beweging. Maar ik beschouw mezelf als nog steeds ‘gelovig’. Ik ken meerdere verhalen om mij heen van mensen die er helemaal ‘into’ waren en er nu bijna geen tijd/woord meer aan besteden. Ik ken echter weinig of geen onderzoek naar geloofsverlies/mislukking en wat het dan is wat de trigger is van de vervreemding en/of mislukking. Ik vind het zelf een essentiële vraag wat hetgeen is wat spirituele vorming tot misvorming maakt. Waar gaat het mis? ‘Het bederf van het beste is het slechtste’. Het boek ‘Ooit Evangelisch’ doet wel een poging maar vind ik godsdienstpsychologisch niet erg diepgravend. Zij lijken het te zoeken in te autoritair leiderschap. Dat lijkt me iets te simpel. En de verklaring van binnenuit de traditie: toevallige missers / geloofsafval / ‘zonden’ wantrouw ik nog veel meer. Ik begrijp natuurlijk dat analyses die alleen van ‘buitenaf’ plaatsvinden geen bevredigend antwoord kunnen geven die binnen die geestelijke stroming overtuigen. Goedgelovig is een ‘light’ journalistiek medium wat veel hypocrisie en bedrog aan het licht brengt maar analyseert ook niet echt (en heeft geen traceerbare namen).

De inhoud, structuur en dynamiek van de spirituele vorming zijn wat mij betreft de drie invalshoeken van waaruit er naar die verhalen zou kunnen worden gekeken. Zonder een ‘wetenschappelijk’ pretentie wil ik in de hypothetische zin er wel iets zeggen vanuit het structurele perspectief. Er is in de spirituele zin sprake van drie actoren/betrokkenen. De persoon met zijn eigen intieme / personale verhaal, de religieuze gemeenschap met hun interpersonale traditie en de goddelijk inspiratie als bron van beiden. In de geestelijke begeleiding vraagt het de grootst mogelijke tederheid om het eerste personale verhaal de ruimte laten krijgen. Zonder de volledige respectvolle en aanvaardende openheid voor dat ‘innerlijke’ verhaal in zijn volle complexiteit kan er nooit sprake zijn van spirituele vorming. Alleen in dat personale verhaal kan de dynamische relatie worden gevonden met die goddelijke werkelijkheid en die specifieke traditie. Gaat men aan die dimensie van het personale voorbij dan treed onmiddellijk de vervreemding/vereenzaming in… Daar raakt de persoon in zijn verhaal de innige verbinding ‘met’ het goddelijke en de gemeenschap kwijt…. Zonder echte dialoog kan er nooit sprake zijn van authentieke spirituele vorming. Heilig respect voor de individualiteit. Maar ook liefdevolle kritische bejegening van het Ego.Van de spirituele gemeenschap vraagt dat een echte luisterbereidheid en bescheidenheid over haar eigen positie t.o.v. die persoon en de goddelijke werkelijkheid.

Wordt vervolgd…. Dit is maar een kleine analyse vanuit een enkel perspectief.

Als ik het over de ‘inhoud’ zouden hebben van spiritualiteit zou het gaan over de ‘leefbaarheid’ van de mens-, wereld- en godsbeelden van die traditie.

Als ik het over ‘structuur’ zouden hebben zou ik iets kunnen zeggen over de verhouding en de onderlinge dynamiek van de verschillende elementen in die spiritualiteit.

Bij de ‘dynamiek’ zou het gaan over de ontwikkelingsstructuur van de wording/ontwording. Is er spraken van volwassenwording maar ook van de overgave van het ego in liefde… Hier gaat het ook om een kritische omgang met de geestelijke oefeningen.

In mijn zoektocht en kritische benadering zou de vraag steeds zijn: is hier sprake van een weg naar geestelijke gezondheid en levenskunst!!