Mystieke / Contemplatieve antropologie 1

Vanaf mijn studententijd wil ik al weten hoe wij ‘in elkaar steken’. Filosofie, antropologie en psychologie waren mijn ‘hoofdvakken’. Ik wilde de structuur en dynamiek van ons ‘zijn’ in kaart hebben. Vandaar mijn poging om dat weer eens op een rij te zetten. Of ik daarbij met God begin of eindig maakt mij niet zoveel uit. Naar aanleiding van het prachtige boek ‘Dieper dan het diepste zelf’ en mijn verlangen om een serie lezingen over God en ons Zelf te organiseren (met de Hezenberg) ben ik gaan tekenen.

Laat ik beginnen met mijn Godsbeeld. In deze ‘topografie’ probeer ik 4 perspectieven op God in beeld te brengen. Het is vier keer hetzelfde zeggen. God als de scheppende, alles dragende en allesdoordringende liefdevolle werkelijkheid. Hagia Sophia (godheid bij Eckhart?) als oorsprong/bron. De dynamische, kenotische en scheppende werkelijkheid onderling wordt prachtig beschreven door Meister Eckhart:

Zijn is God. God en zijn, zijn het zelfde – of God heeft het zijn van een ander en is dus zelf niet God. Alles wat is, heeft het feit van zijn bestaan door te zijn en uit het zijn. Als daarom Zijn iets anders is dan God, ontleent een ding zijn bestaan aan iets anders dan God. Bovendien is er niets dat aan het zijn voorafgaat, want dat wat het zijn verleent, schept en is schepper. Scheppen is het zijn geven uit niets.

Het NU waarin God de eerste mens schiep en het NU waarin de laatste mens verdwijnt en het NU waarin ik spreek, zijn alle hetzelfde in God waarin alleen HET NU is…

“ What has no essence, does not exist. There is no creature that has essence, because the essence of all is in the presence of God. If God went out of the creatures even for a single moment, they would disappear into nothingness.”

En dan nu naar ons zelf. In allerlei tradities wordt een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen ons ware en onechte zelf. Ik lees hierin twee ‘wijzen van zijn’ in deze wereld. Het valse zelf is daarbij een tegenstelling met het tweede in de zin dat zij niet ziet/weet wat het andere zelf wel ‘weet’. Het valse zelf leeft ‘zonder ziel’ en weet niet dat zij ‘hangt in God’ (Ruusbroek). Het ware zelf neemt de eerste werkelijkheid wel in zich op alleen op een heel andere wijze. Beide wijzen van zijn hebben wel gevolgen voor het dagelijkse leven. Je zou kunnen zeggen dat het tweede door en door aards is maar daar heel anders in leeft. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de eerste wereldvreemd is omdat ze niet door heeft waar ze uit leeft en waar naartoe. Ook hier weer Meister Eckhart:

Fragment uit preek 4 van Meister Eckhart
Zo waar als de Vader in zijn enkelvoudige natuur zijn Zoon natuurlijk baart, zo waar baart hij hem in het binnenste van de geest, en dit is de innerlijke wereld. Hier is Gods grond mijn grond en mijn grond Gods grond. Hier leef ik uit mijn meest eigene, zoals God uit zijn meest eigene leeft. Wie ooit slechts een ogenblik lang in deze grond zou kijken, voor die mens zijn duizend marken rood geslagen goud evenveel als een valse penning. Vanuit deze binnenste grond moet je al je werken verrichten zonder waarom.

De mysticus leeft dus niet in een andere wereld maar beleeft haar volledig anders! Zij weet van haar ‘Grunt’ en hoeft zichzelf niet meer te redden. Zij weet dat ze ‘de geliefde zoon/dochter’ is en leeft dus rijk. Zij gaat zelfs actief deelhebben aan die kenotische en scheppende beweging. Als je dan denkt dat dat ‘geen kruis’ betekent dan heb ik het nog niet voldoende duidelijk gemaakt. In beelden:

Ruusbroek:

Het hoogste van de natuurlijke weg is het wezen van de ziel. Die hangt in God en rust in haar. Zij is hoger dan de hoogste hemel en dieper dan de bodem van de zee en wijdser dan heel de wereld met al haar elementen. (eigen vertaling pagina 114)

Die wezenlijk eenheid van onze geest met God bestaat niet in zichzelf maar zij verblijft in God, zij komt uit God voort, zij hangt in God en zij keert terug in God als haar eeuwig thuis. Zij raakt nooit afgescheiden en blijft trouw aan haar oorsprong. … En deze eenheid is boven tijd en plaats verheven en is een voortdurende scheppend werken van God. (118)

Je hier aan toevertrouwen, dit weten; dan is je leven toch een goddelijk kunstwerk in wording?

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Lex Boot over christelijke meditatie

Hij was al eerder betrokken bij het Handboek over meditatie. Nu heeft hij een ‘kleine gids‘ geschreven over meditatie. Uiteraard gelijk aangeschaft. Ik vind het fantastisch dat zaken als Lectio Divina, loopmeditatie, centering prayer en mantrameditatie tot de vanzelfsprekendheden van de kerk gaan behoren. Erg leuk! Alleen al vanwege zijn handzaamheid een aanrader!. Er worden zelfs mediabestanden mee geleverd! Achter hem staat de beweging van Vacare; een intiatief van de PKN.

In zijn inleiding verteld hij wat het hart is van christelijke meditatieve weg:

de verstilde omgang met God en …het spirituele proces van omvorming in liefde.

Vervolgens zegt hij:

Daarover hebben we geen beschikking, en een geestelijk proces kunnen wij niet oproepen. Meditatiemethoden leren je echter wel je open te stellen voor wat je mag ontvangen.

Al de daarop volgende manieren van mediteren in het boekje helpen je om deze grondhouding van ontvankelijkheid te voeden. In het zitten, lopen, stilte, zingen; vormen die de eeuwen van spirituele vorming hebben doorstaan. Juweeltjes dus. Maar net als bij het Handboek ga ik weer een klein beetje op een andere positie staan? Ik aarzel daarbij. Ik voel nu al de hete adem van mijn vrouw in mijn nek…”waarom moet jij het weer beter weten”… En daar heeft ze helemaal gelijk aan, maar ik hoop dat ik het belang van de ‘subtiele nuance’ kan aantonen….

Ik wil dat doen a.d.h.v. een paar citaten van Thomas Merton als hij het heeft over meditatie en gebed. De eerste drie komen uit een conferentie met de Zusters van Loretto(15 mei 1963) en het andere is een Thomas Merton antwoord op de steeds weerkerende vraag van zijn vriend Abdul Aziz naar zijn methode van bidden.

“Als je bid/mediteert meet dat dan niet af aan je eigen verwachtingen als je er mee begint… Je moet heel realistisch zijn in het spirituele leven – over alles – maar vooral als gaat om gebed.
Laat je gebed geen gevecht tegen de werkelijkheid. En de eerste werkelijkheid die er is ben jijzelf, en dat is de plaats waar gebed begint. Het begint met jou, en je hoeft niet van jezelf naar God te gaan, want God is in je. Alles wat je hoeft te doen is blijven waar je bent. Je hoeft dit ‘ basaal aards zijnde’ welke je bent, niet te ontvluchten en de ladder van Jacob op te klimmen helemaal naar de hemel waar God is. Want als je dat doet, zul je nooit bidden. Je zou niet kunnen bidden daar.
Je moet beginnen waar je bent en daar trouw aan zijn. Want God is in je zoals je bent, en verwacht niet van dat je iemand anders bent dan dat je bent. Aanvaard dat God een omvorming zal scheppen in je leven. Maar jij moet leren gewoon zo samen met God te zijn in je eigen leven zoals het is zodat Hij deze omvorming kan geven.” (54)

“Als we oplettend zijn voor dat wat is zijn we oplettend voor God en God raakt ons aan in dat wat is (werkelijkheid). Als met God bent zie je God in alles en iedereen …. Heel de schepping is de plaats waar God liefde zich manifesteert…”(56)

“God is in ons diepste innerlijk (true) zelf wat blijft zelfs als alles van ons is afgenomen. Alles kan verdwenen zijn maar God is in ons innerlijke midden en dat blijft als wij sterven. Echte vrijheid is in staat zijn om naar dat midden te kunnen gaan en daar te blijven.”(57)

“… Je vraagt me naar mijn manier van mediteren. Strikt genomen is mijn gebed heel eenvoudig. Het concentreert zich helemaal op de aandacht voor de aanwezigheid van God en op Zijn wil en Zijn liefde. Het is dus geconcentreerd op geloof, want dat is het enige waardoor wij Gods aanwezigheid kunnen kennen. Je zou kunnen zeggen dat dit aan meditate het karakter geeft dat door de profeten wordt omschreven als ‘voor God staan alsof je Hem zag’. Toch betekent het niet dat ik mij dingen verbeeld of me een bepaalde voorstelling van God maak, want dit zou volgens mij een soort afgoderij zijn. Integendeel, ik aanbid Hem als de Onzichtbare, die ons begrip oneindig te boven gaat. Ik word mij van Hem bewust als degene die alles is. Mijn gebed neigt heel sterk naar wat jullie fana noemen. In mijn hart is die grote dorst de nietigheid te erkennen van alles wat niet God is. Mijn gebed is dan een soort lofprijzing die oprijst uit die kern van Niets en Stilte. Het feit dat ik nog ‘zelf’ aanwezig ben, erken ik als een obstakel, waartegen ik niets kan doen tenzij Hijzelf het obstakel wil  wegnemen. Als Hij het wil, kan Hij dan het Niets herscheppen in totale klaarheid. Als Hij dat niet wil, lijkt het Niets voor zichzelf een object te zijn en blijft het een obstakel. Dat is mijn gewone manier van bidden of mediteren. Het is niet ‘over iets nadenken’, maar een zoeken, zonder omwegen, naar het gelaat van de Onzichtbare, dat je niet kunt ontdekken, tenzij je jezelf verliest in Hem die onzichtbaar is. Ik schrijf normaal gesproken niet over deze dingen en ik vraag je daarom hier discreet mee om te gaan. Maar ik schrijf dit als een bewijs van mijn vertrouwen in je en van onze vriendschap. …. “(349, 2 januari 1966)

Tot zover Thomas Merton. (vertalingen van mij en Dirk Doms)

Christelijke meditatie (en wie weet wel alle meditatie), of je nu ademt, loopt, zit, staat, ligt en/of stil bent, wil in verbinding brengen met deze werkelijkheid die is. Alle oefeningen willen een hulpmiddel zijn om ons te bevrijden uit de afleiding en verstrooiing en ons terugbrengen naar dat wat er allang is; God!!

De tweede geciteerde opmerking uit het boekje geeft mij de zorg dat mensen iets gaan zoeken en gaan zitten wachten op een ontmoeting/ervaring terwijl die er allang is! Nee en dat is geen spectaculaire ervaring. Oefenen in meditatie wil ons juist bevrijden uit de illusie dat het ergens anders is! Als je zit, ademt, loopt, kijkt, luistert, werkt, speelt is het er. Het was er zelfs allang.. Merk je het niet?

Maar misschien zeur ik wel vreselijk…

Kees Waaijman over psalm 119 + Vieringen

Ooit bij mijn opleiding tot geestelijk begeleider, aan het Titus Brandsma Instituut, een leergang over de spiritualiteit van de psalmen bij Kees Waaijman mogen doen. Ik zie hem nog staan; wat hij er ook over vertelde: het kwam uit heel zijn lichaam. Ik leerde er dat zelfs dat de witruimtes in de psalmen van essentieel belang waren. Psalmen werden daardoor voor mij kunstwerken, nee mystieke meesterwerken die je hart beroerden en/of omgekeerd. Ik heb dan ook geen moment nagedacht over de aanschaf van zijn nieuwste boek.

Het resultaat is de naar buiten gebrachte buit van een schatgraver in psalm 119. Uiteraard in zijn eigen bijzondere vertaling. Volgens mij is het een resultaat van een levenslange scholing en bestudering van de psalmen.

Voor diegene die onbekend is met zijn vertaalwijze zal het even wennen zijn aan de woorden als Wezer, kommernissen, kerving en schikkingen. Op mij hebben deze vreemde vertalingen een ontregelende werking waardoor de vanzelfsprekendheid wordt beëindigt en ik aan het over- en doordenken wordt gezet. En als je geduldig blijft kauwen en proeven zal het als met slow-food zijn. De effecten op je geestelijke welzijn zullen vele malen groter zijn dat het spirituele junkfood wat niet echt voedt. Koop en mediteer.

Zelf ben ik zo vrij geweest om bij het boek een ePsalter te maken. Dat is een digitaal vieringen boek rond psalm 119. 22 korte vieringen rondom een strofe. Je kan het gebruiken al een meditatieve begeleider die je naast het lezen van het boek deze ervaring je al vierend ook eigen te maken. Een hulp bij het proeven/smaken (ook van de ‘moeilijke woorden’). Ik ben zo vrij geweest om elke viering te illustreren met een mysticus die volgens mij zich heeft laten omvormen door de zegging die het geheim is van psalm 119.

voor Ipad /Iphone / Gewoon pdf / Origineel iBooks versie

Damasio, Charles Taylor, Peter Sloterdijk en Janet Ruffin over ons Zelf

‘Het leven wordt voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen’ 

Søren Kierkegaard (1813-1855)

De anatomie van ons ‘zelf’

Het eerste boek is dat van Antonio Damasio. Een fascinerend relaas over het ontstaan van ons zelf/self door deze zeer beroemde hersenonderzoeker. Ik heb het als een detective gelezen. Een minutieuze analyse vanaf het eencellige bestaan tot ons bewuste zelf. Van ons protozelf, ons kernzelf tot ons autobiografische zelf. Centraal staat de zelfregulering om te overleven en het steeds verder verfijndere spel tussen lichaam en de hersenen die zijn ontstaan. Belangrijke tritsen als ‘wakker zijn, mind/geest en zelf’ en ‘protozelf, kernzelf en het autobiografische zelf’ en ‘emoties, primordiale gevoelens en de gevoelde gevoelens’ en de rol die de hersenstam, de thalamus en de hersenschors in dat alles spelen passeren de revue (Damasio Cultuur is een breinproduct). Al deze elementen in een fascinerende samenspel maken ons bewust zijn mogelijk. Hierdoor hebben wij een reflecterend zelf verkregen die kan nadenken over verleden, heden en toekomst en bewust kan vormgeven aan zijn toekomst. Dat doen wij in ons autobiografische zelf. Daarbij zijn wij diep verankerd in ons lichamelijkheid (=inclusief onze hersenen). Natuurlijk kan ik geen recht doen aan het rijke en evenwichtige boek. Als je tijd hebt een absolute aanrader. En natuurlijk begrijp ik alleen maar de grote lijnen. En dat de vertaler ‘mind’ vertaalde met ‘geest’ was voor mij zeer verwarrend. Ons woord ‘geest’ ligt daarvoor veel te dicht bij ons begrip ‘zelf’; ‘mind’ is toch echt iets anders. (Zie ook) En o ja, onze cultuurgeschiedenis (politiek, kunst en religie) doet hij af in 6 pagina’s. Dat kan ik natuurlijk niet serieus nemen… Daarvoor ga ik verder. Dit boek zegt niets bijzonders over ons verleden en helemaal niet over de toekomst… Alleen veel over het ‘hoe’ van ons bewustzijn.

Wat een dikke pil maar wat een fantastisch werk. Hij lag al bijna 2 jaar op de plank. Ik moest en zou hem lezen. Gelukt; tijdens mijn week op de Hezenberg als gastheer voor retraitegangers.. Mijn zoon had hem ooit weten te strikken voor de Ikon/LUX. Ik zou dit boek de anatomie van ons zelf in de morele zin kunnen noemen. De fundering, de reikwijdte en de verantwoording van wie wij willen zijn staat centraal. Een diepzinnige analyse van de  ‘morele’ bouwstenen die ons gemaakt hebben tot wie wij ‘willen’ zijn. Je moet er de tijd voor nemen maar dan krijg je ook iets. Ik ga natuurlijk het boek niet overdoen. Maar elke geestelijke begeleider zou dit boek moeten lezen om tot ‘onderscheiding der geesten’ te kunnen komen. Het gaat hier niet minder dan om de zorg voor ons zelf, voor onze ziel; onze identiteit. Hoe te leven! Wat is het goede leven. En dat is een morele vraag in de breedste zin van het woord! Het boeiende is dat elke Humanistisch raadsman dit boek in zijn opleiding ter bestudering krijgt. (hier een paar verhelderende artikelen: CHARLES TAYLOR /Kunnen we zonder religie /Het mysterie Recensie Taylor /Het project van Charles Taylor)

Was Taylor lastig om te lezen; dit van Peter Sloterdijk was vele malen moeilijker. Ik denk dat ik geen boek ken met zoveel moeilijke woorden. Maar ook dit loont! De schrijver wil een verheldering bieden, en dat doet hij m.i. ook, in de structuur en dynamiek van onze ‘zelfproductie’. Over hoe wij ons zelf individueel en collectief ‘produceren’ vanuit de ‘dwingende eis’ tot veranderen en verbeteren. Hoe steken wij onszelf in elkaar en ‘oefenen’ wij ons daarin. Alle ‘oefenscholen’ passeren de revue. Op den duur werd het boek voor mij een studie in ‘het onderscheiden van de geesten’. Welke bezielingen zetten de mens aan tot het werken aan zichzelf en welke oefeningen worden daarbij gebruikt. Ook dit werk is weer een must voor geestelijk begeleiders! Neem en lees! Zijn ontologische en structurele analyse van ons ‘werken aan ons zelf’ vond ik in ieder geval overtuigend (Je moet je leven veranderen – Peter Sloterdijk). Aan het het eind dichtte ik hem zelfs ‘profetische’ kwaliteiten toe. Daarmee bedoel ik dat hij een scherpe en verhelderende kijk bied op de huidige stand van zaken. Zij slotzinnen, ietwat versleuteld door mij: En als wij de grote catastrofe willen voorkomen zullen we ‘door dagelijkse oefeningen de goede gewoonten van gemeenschappelijk overleven eigen (moeten) maken’ (468). Interview Peter Sloterdijk

Ik herkende veel bij mijzelf als het gaat om de jaren zestig, mijn bekering en de verschillende vormen van spiritualiteit die bij mij de revue zijn gepasseerd. Ik was, n.a.v. Taylor, benieuwd uit welke bronnen deze filosoof put als het gaat om de vormgeving van ons leven. Helaas blijft het bij een spiegel. Het geeft wel inzicht maar opent voor mij geen weg/perspectief. Het inspireert mij niet maar gaf mij wel wel zeer veel te denken.
O.a., naar aanleiding van zijn sleutel metafoor van de ‘training’, de teksten op de sportschool kregen voor mij iets beklemmende… De spiritualiteit van het lichaam terwijl de grote catastrofe ons boven het hoofd hangt….

(Las toevallig vandaag het stukje van J.J. Suurmond over ons zelf; dat inspireerde mij wel..(Suurmond en zelf)

Het vierde boek is een recent boek van Janet K. Ruffing ‘To Tell the Sacred Tale’. Voor mij was het verassend om te zien dat alle vier de boeken de ‘narrativiteit’ van ons zelf een centrale plek geven. Wij zijn zijn, leven en maken mede ons eigen verhaal. Als wij reflecteren op wie, wat en hoe wij willen zijn denken en spreken wij in verhalen (zie o.a. De Praxis als verhaal /Levenskunst en narrativiteit). In dit boek is er echter naast ons zelf ook spraken van een Ander; God. En dat vind ik t.o.v. het boek van Peter Sloterdijk een ‘verademing’. Geestelijke begeleiding bestaat dan bij de gratie dat we ons verhaal vertellen; maar in dit geval omwille van de zoektocht naar de aan/af-wezigheid van God in ons verhaal. In de dialoog tussen die twee krijgt dat verhaal van God en je zelf vorm en inhoud. Zowel het vertellen is daarbij zeer belangrijk: hoe en wat vertel je als het luisteren in de zin waar je naar vraagt en waar je op reageert. Waarbij het naar het verleden en heden geduid wordt tot op God en geleefd naar de toekomst in de zin van passies en roeping. Vooral de theologie van de intieme verbinding tussen ons geleefd verhaal en Gods intieme/verborgen aanwezigheid daarin sprak mij; waarmee elk levensverhaal een ‘Sacred’ dimensie krijgt….

Hoewel…

Thomas Merton tegen de zusters van Loretto

‘Geborgen in een geheim’

Zou dit Merton op zijn best zijn? Voor de vuist weg sprekend…? Wel voorbereid maar met een kwinkslag en diep oprecht? Ben een recent uitgekomen werkje aan het lezen en kom daarin een paar prachtige alinea’s tegen. Uitgesproken tegen novicen in een nabij gelegen en bevriend vrouwen klooster ‘Loretto’ (1961/2).

Ik heb er een paar vertaald die allemaal eenzelfde ‘geest’ dragen. De foto’s zijn gemakt door Thomas Merton

*

Ik was ingewijd op Hemelvaart donderdag. Ik veronderstel, dat als jullie je gelofte doen op die dag, dat jullie allemaal zullen opstaan met Christus. Maar weet je, jullie hoeven helemaal niet ‘ten hemel op te varen’; je hoeft helemaal nergens heen te gaan. De heilige Paulus zegt: “Wie zal Hem van de hemel doen neerdalen en wie Hem uit de diepten naar boven halen? Nee, het Woord is heel dichtbij. Het is in ons hart.” En dat is de reden waarom je niet hoeft op te klimmen; omdat de hemel op aarde is. Hemel is in je hart omdat Christus in ons hart is. En dat is een geweldig iets wat we ons moeten realiseren; dat je nergens heen hoeft te gaan om onze Heer te vinden. We hoeven Hem niet te vinden omdat Hij komt om ons te vinden, zie je. Dat is het belangrijkste wat we ons moeten realiseren. We vinden Hem door ons door Hem te laten vinden.  …… Het is eigenlijk zijn werk en niet zozeer dat van ons… (10)

*

Die hele onderneming, van het gevoel dat heilig zijn net om de hoek is, is een geweldig verwarrende illusie. Zo zit dat niet in elkaar, zie je. Wij zouden helemaal niet in die dimensie moeten leven. Alsof we langs een horizontale lijn ons voortbewegen, waar we voortdurend op zoek zijn naar zijn wat er nu weer in ons vizier komt en wat we nooit zullen bereiken. Het is als een wortel die de ezel wordt voorgehouden en waarbij de ezel zich alsmaar voortbeweegt maar de wortel nooit krijgt. Sommige mensen zouden willen dat het spirituele leven ook zo is. Maar zo hoort dat niet te zijn. Hierdoor loop je voortduren vooruit op jezelf. Je pakt dan nooit op waar je werkelijk hoort te zijn; namelijk precies daar waar je nu bent, zie je. En je bent daardoor altijd buiten jezelf en dat betekend dat je vervreemd bent van jezelf, weg van waar Christus is. (11)

*

Het gaat er niet om dat we Christus morgen met ons is; we hebben Hem nu met ons. En, omdat we Hem nu met ons hebben, zullen we morgen ook bij Hem zijn en niet omgekeerd. In plaats van te zoeken naar die prachtige dag of moment waarop we dat alles zullen ontvangen, moet je je realiseren dat we niet hoeven te wachten. In een bepaald opzicht zijn we, vanaf het moment dat we ons helemaal hebben overgeven aan Hem ( R. = die ‘vow’), aangekomen, niet in de hemel, maar in de Kerk (R. = dat mystieke lichaam van Christus) We zijn dan aangekomen waar wij thuishoren. Als we zijn waar we horen doet niets anders er meer toe. Als we dan toch nog ergens naartoe moeten zal Hij ons daar brengen. Wij hoeven onze reis niet meer te organiseren; we doen gewoon wat Hij zegt. Als je eenmaal in de trein bent gestapt blijf je daar gewoon tot je op je bestemming bent aangekomen. (11)

Als jullie dus bij jullie gelofte afzien van jullie zelf, zien jullie zeker af van heel jullie zelf. Maar dat doe je in de eerste plaats en vooral van jullie oppervlakkige zelf. Degene die denkt het allemaal opwindend is maar wat dat niet echt is. In het religieuze leven is het heel belangrijk om je bewust te zijn dat we niet zo opgewonden zijn over zoveel dingen aan de oppervlakte omdat diep van binnen we veel meer betrokken zijn op die zaken die veel belangrijker zijn. Maar dat zijn dingen waar niet waar we niet over kunnen spreken. De dingen nu waar we over kunnen spreken, de dingen die we wel kunnen uitleggen, zijn meestal de minst belangrijke zaken in ons leven. En zij leiden ons af van de diepere zaken waar we niets over kunnen zeggen. Je kan ze niet eens goed begrijpen. Dat zijn de echte dingen in ons leven … Deze dingen hoef je niet los te laten; zij zullen nooit van je af worden genomen. Hier gaat het om de Maria-Martha zaak. … Er is een ding dat er werkelijk toe doet, dat niet van je af kan worden genomen. Het gaat hier niet om actie of  contemplatie. Het is wezenlijker, het is je ziel verenigd met God, Gods aanwezigheid in je ziel. Het is Zijn wil in jou. Niemand kan daar aankomen; niemand kan daar iets aan doen; niemand kan daar iets aan beschadigen, zelfs niet in het minste bene – zelfs jijzelf kunt dat op een baalde manier niet…. Zelfs hoewel wij ons leven door ons eigen schuld flink gecompliceerder kunnen maken zal het geen effect hebben op het diepe werk dat God aan het doen is ons hart. (12-13)

Ze hebben een gemeenschappelijk thema. Een ‘weten’, dat mij dit gebed ingaf:


Hier ben ik

Dit
Nu
Hier
Zo

In U
U in mij

Scheppend

Zeer goed

Mijn schoonzus van 60 is overleden…

Vergeving en Offer

Meerdere vrienden, familieleden en internet contacten reageerden.. Een enkeling wilde zijn reactie niet online… (webschuw of te onaf..). Ik wil het niet weer beter weten, maar wel zeggen wat het met me heeft gedaan. De reacties zijn mij nu ook weer, na herlezen, zeer dierbaar. Dankbaar dat ze wilden reageren. En het persoonlijke en ‘onaffe’ spreekt mij nog meer aan! Zo hoort het te zijn: bescheiden maar toch recht uit het hart gegrepen!

Eigenlijk heb ik maar 1 reactie gehad die zich nog volluit aan het schuld/bloedoffer wil verbinden. Op deze ‘reformatorische’ visie zal ik later apart ingaan. Een ander vertelde dat hij in het pastoraat bij zeer ernstige schuldgevoelens de waarde ervoer van het ‘liefdevolle plaatsvervangende schuldoffer’ van Jezus. De rest had overduidelijk afstand genomen van deze theologisering  van Anselmus zoals je kunt lezen.. Vooral op persoonlijk niveau hadden deze mensen niets met deze kijk. Soms worden daarbij Wiersinga en andere theologen genoemd. Al vroeg in hun opleiding werden ze niet door deze offertheologie geraakt. Zoals je kunt lezen is een enkeling daar zelfs heel uitgesproken in. Maar niemand doet dat op een triomfantelijke manier…

Ik voel daar wel een een bevestiging in van mijn eigen ervaringen maar vraag me dan wel af waarom daarover in de prediking zo weinig expliciet wordt gepraat? Ik ervaar geen stelligheden in de benadering. Dat spreekt mij zeker aan. En ik weet ook van de gevoeligheid van dit onderwerp. Toch hebben volgens mij velen er behoefte aan dat er openlijk over wordt gesproken (of heb ik daar alleen behoefte aan?). Of durft niemand die gedachte openlijk aan?

Dat brengt me bij de tweede gedachte die een van de mensen heel expliciet aangaf: citaat: “weet niet precies wat er voor in de plaats is gekomen. Dat christenen een gekruisigd mens als God aanbidden – daar zit ‘m het Geheim, dat is zo godsongehoord,…”. Men neemt afscheid van een bepaalde theologie maar men is soms expliciet in andere uitleg en een enkeling weet het nog niet. Niemand gooit zomaar iets weg maar bevraagt de bronnen. Ik verheug me op de studie van degene die ik hier citeerde. Wat dan wel? Wat hebben zij toen geloofd; in die tijd..? En wat mogen wij daarin in deze tijd voor onszelf en onze werkelijkheid lezen?

Prachtig om de zoektocht van de verschillende reacties te lezen.. Maar zette het me echt in brand…? Ja ik beschouw mijzelf zeer nadrukkelijk een volgeling van en gelovige in ‘Jezus Christus en die gekruisigd’. Maar wat zegt dat mij? In mijn dagelijkse en existentiële werkelijkheid? Een van hen zei het zo:
“Wat ik hiermee wil zeggen is dat Pasen als drama, theater, liturgie mij op een heel diepe manier aanspreekt, maar al het geredeneer erover bevredigt mij niet.”
Hier hoor ik het zoeken naar ‘beelden die spreken’; dat spreekt me aan maar ik wil toch ook wel theologiseren / uitleg. Uitleg van het leven en sterven van Jezus in relatie tot mijn eigen en ons aller leven. Wie weet zou het mooi zijn als we eens echt met elkaar in gesprek gaan aan ‘de tafel des Heren’. Staande in onze dagelijkse werkelijkheid & in het gevecht tegen de ‘machten’. Om dat ‘ene’. Het Goddelijke Rijk van liefde.

Dit ene

Dit ene heb ik jou gevraagd:
dat ik mag zijn met jou.

Als jij mijn licht bent vrees ik niemand
als jij mijn rots bent sta ik sterk.

Dit ene heb ik jou gevraagd:
dat ik mag zijn van jou.

[naar Psalm 27]

Jean Jacques Suurmond; God, werkelijkheid en nog veel meer

Een overdenking bij een column JJS

Dinsdag; een beetje opwinding…. Hij (J.J.S.) staat er weer in. Nou ja; een keer in de veertien dagen. Natuurlijk is het niet altijd ‘mijn ding’, maar vanmorgen was het weer helemaal raak. Ik durf het niet helemaal over te nemen maar een paar zinnen wel:

… God is geen toevoeging maar het hart van de wereld. 
… Hij is er al, zowel bij gelovigen als ongelovigen. 
… Eckhart zegt: “Echt, wanneer je meent in diepe overgave, vrome stemming, zoete extase en wonderlijke ervaringen meer van God te krijgen dan bij de tv of in de garage, dan doe je niets anders dan God nemen, een krant om zijn hoofd wikkelen en onder de sofa schuiven”. Als we hem tot bijzondere ervaringen beperken, raakt hij uit het zicht. God wordt irrelevant voor het gewone leven – een mogelijke toevoeging of hypothese.

Nee… (en deze tekst weer ‘van mij’)

God is de werkelijkheid

God is de innerlijke bron van alle werkelijkheid

God is zwanger van onze werkelijkheid

Als kind zei ik dan: ontelbaar keer ontelbaar… Ja hoe maak je oneindig keer oneindig duidelijk? Hoe werkelijk is werkelijk…. Gewoon lezen die column. En die van Jan Greven trouwens ook..

Thomas Merton; uit zijn dagboeken 3 Over ons zelf

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

Hier de opening met een prachtige natuurbeschrijving en vervolgens een verhelderende overdenking over ons zelf.

2 Oktober 1958 Feest van de Beschermengelen

Schitterende en verrukkelijke dag, heldere zon, licht briesje die alle blaadjes en het hoge bruine gras doen glanzen. Het zingen van de wind in de cederbomen. Uitbundige dag waarin zelfs een modderpoel in de zwijnenstal blinkt als kostbaar zilver.

foto Thomas Merton

Ik kom uiteindelijk tot de conclusie dat mijn hoogste ambitie is te zijn wat ik allang ben. Dat ik nooit mijn plicht zal vervullen om mijzelf te overstijgen als ik niet eerst mijzelf accepteer. En dat ik zelfs dan, als ik mijzelf volledig op de juiste wijze accepteer, mijzelf al overstegen heb. Want het is mijn niet geaccepteerde zelf wat in de weg staat en zal blijven staan zolang het niet geaccepteerd is. Als het geaccepteerd is – is het mijn opstapje naar wat wat boven mij is. Omdat dit de manier is waarop de mens door God geschapen is. De Oerzonde was de poging zichzelf te overstijgen door “als God”- en dus ongelijk onszelf, te zijn. Maar ons gelijke op God begint thuis. We moeten eerst als onszelf worden en en stoppen met het leven “buiten onszelf”.

11 april 1964

Ik denk dat het nu toch het moment is om terug te komen op alles wat ik heb gezegd over je “echte zelf”, enz., enz.. En dat ik moet zeggen dat er uiteindelijk geen verborgen mysterieus “echt zelf” is, iets anders dan of “verborgen achter” het zelf dat je bent. Het “echte zelf” is geen ding/object. Ik heb dat volledig verkeerd voorgesteld door de schijn van een belofte dat het, op de een of ander wijze, te kennen zou zijn. Soms als beloning voor diepzinnig inzicht en/of oprechte toewijding. In ieder geval als een geestelijk spitsvondige lenigheid om de realiteit een stap voor te blijven. Het empirische zelf moet echter ook niet als volledig “echt” worden gezien. Dit is het punt waarop illusies beginnen.

Mei 1965 (Day of a Stranger)

In een tijd waarin er veel gepraat wordt over het “jezelf zijn”, behoud ik voor mijzelf het recht om mezelf te vergeten, aangezien er maar een hele kleine kans is dat ik iemand anders ben. Ik heb veel meer de indruk dat men, wanneer men zo gefocust is op het “zichzelf zijn”, het risico loopt een schaduw te imiteren.

zie ook deel 1 / deel 2

Marius Noorloos; en de kerkelijk werkers en predikanten die ons gaan redden?

Een tweede thema waar ik op wil reageren is de mogelijke suggestie die van het artikel uitgaat richting de predikant. Uiteraard wederom in de wetenschap dat ik het artikel zomaar geen recht kan doen. Het artikel begint met de opgebrande kerkelijk werker en eindigt met de zoektocht naar diegenen die de kerk uit het slop trekken? Eerst even wat citaten uit het artikel.

….Daarmee bedoel ik dat ze zich onvoldoende laten voeden door het evangelie. Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen. Anders kun je nog zo veel ondernemen, maar dan ben je als een accu zonder dynamo. Veel predikanten ervaren matheid, vermoeidheid en zelfs frustratie. Ik zeg: geloofsopbouw is belangrijk. Als je dat verzaakt, dan blijft er enkel zorg om organisatorische structuren over.”
De neergang van het ledenaantal van de kerken lijkt onstuitbaar.
“Dat is waar. Ik geloof niet in wondermiddelen, wel in groeikansen. Ik denk dat dit het enige vaccin is tegen de ziekte die secularisatie heet. Er zijn gemeenten die over een dood punt heen zijn gekomen. Daar ging het slecht: de organisatie was belangrijker dan God en mensen. Door dat radicaal te veranderen, kwam er nieuw leven.”
Hoe weet u dat zo zeker? Dat is toch nog nooit systematisch onderzocht?
“Daarom dat doe ik dat nu voor de PKN met twee anderen. (Sake Stoppels, docent kerkopbouw aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en Henk de Roest, hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, red).”
Je zou haast zeggen: nu pas?
“Ja, beter laat dan nooit. We zijn op zoek naar zoveel mogelijk predikanten en kerkelijk werkers die een nieuwe start hebben gemaakt, op welke manier dan ook. Aan de hand van hun ervaringen hopen we in de loop van volgend jaar een boek te publiceren. “Hierin gaat het niet slechts over theologische beschouwingen, daar is al genoeg over geschreven, maar om een praktisch werkboek. Waar het toe leidt, dat zien we wel.”

Ik lees hier twee mogelijk valkuilen. De eerste is de suggestie, die je eruit zou kunnen lezen, dat de redding komt van de predikanten. Volgens mij is dat juist een van de redenen waarom predikanten afknappen en opbranden. Omdat zij (en wij) denken dat het succes en of de leegloop van de kerk van hen afhangt! Van hun initiatieven en activiteiten. Ook dat is een veel te eenvoudige voorstelling van zaken; alsof het niet heel ingewikkeld en alsof er geen God is…. De tweede valkuil is het fenomeen van ‘succesvolle’ gemeentes; alsof er een ‘methode’ is die je zomaar op een andere plek kunt imiteren…. Trouwens, zelfs Jezus was geen echt succes…. “We dachten dat Hij het was….”. Ik ben op zoek naar een heel andere benadering.

Ik wil er twee voorbeelden ‘tegenover’ zetten. Het eerste is een dagboek notitie van Thomas Merton en het tweede is een citaat uit een preek van Meister Eckhart. Beiden vertegenwoordigen een heel specifieke spiritualiteit waarin, m.i., nog de gemeente, noch de predikant degenen zijn die het ‘fenomeen’ van de goddelijke werkelijkheid realiseren. Deze ‘geloofsopbouw’ geeft een m.i. veel ontspannender beeld van God, jezelf en de wereld mee. Het Koninkrijk Gods is… Deze heeft veel meer het karakter van kijken, luisteren, spreken en je mee laten nemen door epifanieën van dat Rijk.

11 December 1961
Gisteren, Dag van Bezinning; realiseerde de voor mij allesbepalende noodzaak van diepgaande ootmoedigheid/nederigheid – vooral in verband met welke inzet dan ook van mij voor de vrede. Deemoed is belangrijker dan ijver (Rinie: zeal=vuur/ambitie). Afdaling in nietigheid en afhankelijkheid van God. Anders ben ik alleen maar bezig de wereld met haar eigen wapens te bestrijden; en op dat punt is de wereld onverslaanbaar. Zeker; het hoeft niet eens terug te vechten: ik zal mezelf uitputten en dat zal het einde zjn van mijn domme inspanningen. 
    Ik moet in God kracht zoeken; in het bijzonder in het Lijden van Christus. 

Echt waar, de wetenschap van alle schepselen bij elkaar, noch jouw eigen wijsheid kan je zover brengen dat je God goddelijk kunt weten. Wil je God goddelijk weten, dan moet jouw weten in een louter onweten geraken en in een vergeten van jezelf en alle schepselen. 56

Vraag je daarom hoe nuttig het is om deze bereidheid na te streven en je leeg en ontruimd te maken en die duisternis en dat niet weten op te zoeken en binnen te gaan en daarin te blijven, dan zeg ik: zo is het je mogelijk om Hem, die alle dingen is, te verwerven. En hoe meer je jezelf zo leeg maakt als een woestijn en hoe onwetender, om zo meer nader je Hem. 57  (Rinie: lees voor weten: doen)

Deze ‘benaderingswijze’ wordt getekend door woorden als tederheid / voorzichtigheid / terughoudend / ontvankelijkheid / openheid / kwetsbaarheid / Gelassenheit / prudentie / sensitiviteit. Dat is het tegenovergestelde van de moderne mens zoals die getekend wordt door Zygmunt Bauman in Trouw (28 aug.):

Wat is uw definitie van modern?
De mens is modern sinds hij, vanaf ongeveer de achttiende eeuw, het heft in eigen handen wil nemen. Hij wil niet meer leven in chaos, afhankelijk van God en natuur, hij wil de wereld in orde brengen. Modernisering is de rationele reis naar deze perfecte orde. Een voor een moeten alle problemen worden opgelost.” 

Marius Noorloos: Evangelisch-orthodox; de toekomst?

Ik heb me flink opgewonden over het interview met Marius Noorloos in Trouw. Mijn vrouw vindt dat ik het te negatief lees maar ik blijf me storen aan een paar zaken. Zij is juist heel positief over zijn initiatief.

“Veel kerken zijn gevlucht in het activisme. Vooral in de jaren tachtig werd de inhoud van het geloof ingeruild voor protest tegen kernwapens.”

Ingeruild? Was het maar waar. Voor mijn beleving was de laatste werkelijk spannende activiteit van de kerk de Vredesbeweging; waarna het, op dat soort punten, heel stil is geworden. Dat was geen inruil tegen het evangelie… Ik zie nog prof. Berkhof met het ‘Blauwe Boekje’ in zijn hand in Utrecht. Dat was werkelijk evangelische bevlogenheid. (En natuurlijk de strijd tegen de Apartheid.)

‘Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen…… Inzet voor de maatschappij is broodnodig, begrijp me niet verkeerd, maar vergeet het evangelie niet. Dat is olie voor de motor.’

Hij stelt daar, naar het lijkt, het evangelie/Jezus en maatschappelijke inzet toch een beetje tegenover elkaar. Alsof dat een tegenstelling is!? Alsof er in die jaren niet mensen waren als Thomas Merton, Jurjen Beumer en Dorothee Sölle die die twee onlosmakelijk en heel intiem met elkaar geïncarneerd zagen. De leegloop van kerken, het verschijnsel van de burn-out bij predikanten is een veel ingewikkelder probleem dat dat activisme van voorheen! Ik kan me na de jaren tachtig geen ‘activisme’ meer herinneren en toch ging de leegloop (veel harder) door. En het ‘succes‘ van evangelischen en orthodoxen (die elkaar lang niet altijd verdragen!) moet ik op de lange termijn ook nog zien. Kijk naar het fenomeen van de post-orthodoxen en post-evangelischen en de vele scheuringen in evangelische gemeenten. Blinken en verzinken.

Nu kan ik daar wel de uitspraak van Karl Rahner: ‘De vrome van morgen zal “mysticus” zijn, iemand die iets “ervaren” heeft, of hij zal niet meer zijn; 1966’ tegenover zetten. Maar dan ga ik ook weer aan heel veel dingen voorbij. Zoals het verband tussen leeftijdsfasen en geloofsvormen / geloofsverhalen. En het verband tussen kerkgemeenschappen en sociale en maatschappelijke verbanden. Zie en lees wederom Joep de Hart.

Maar als je de rest van mijn blogs leest dan zul je zien dat mijn de impliciete en expliciete  aanwezigheid van het Koninkrijk van God en het verborgen en manifeste lichaam van Christus (in) deze wereld mij het meest inspireert en levend maakt. Me daarin/daardoor mee laten nemen. Dat is geen succes nummer maar veelmeer de weg van de graankorrel. Het effect? Geen idee…. En een kerkelijke gemeente? Dat is als het goed is een oefenplaats in het je laten meenemen in deze werkelijkheid. En een predikant? Die snapt daar een klein beetje van. En is hij/zij dat een beetje kwijt; dan zou een beetje geestelijke begeleiding geen gek idee zijn…

Sorry schat; ook na zes keer lezen kan ik geen vuur vinden in dit krantenartikel. Zelfs het woord secularisatie is een achterhaalde term… En iemand die vroom en radicaal tot twee dingen maakt met het tussenvoegsel ‘en’ wekt in ieder geval de schijn dat dat twee dingen zijn. Jezus was/is de werk-elijkheid van God (in) deze wereld..

En voorbeelden van predikanten van na hun ‘dode punt’ heb ik niet zoveel. Wel voorbeelden  die dat punt nog voor zich hebben of in zich mee dragen: Inger van Nes / Time to Turn / en ikzelf natuurlijk. En, o ja, een voorbeeld van een gereformeerd theoloog die door de tijd heen meer is gaan geloven.