Thomas Merton tegen de zusters van Loretto

‘Geborgen in een geheim’

Zou dit Merton op zijn best zijn? Voor de vuist weg sprekend…? Wel voorbereid maar met een kwinkslag en diep oprecht? Ben een recent uitgekomen werkje aan het lezen en kom daarin een paar prachtige alinea’s tegen. Uitgesproken tegen novicen in een nabij gelegen en bevriend vrouwen klooster ‘Loretto’ (1961/2).

Ik heb er een paar vertaald die allemaal eenzelfde ‘geest’ dragen. De foto’s zijn gemakt door Thomas Merton

*

Ik was ingewijd op Hemelvaart donderdag. Ik veronderstel, dat als jullie je gelofte doen op die dag, dat jullie allemaal zullen opstaan met Christus. Maar weet je, jullie hoeven helemaal niet ‘ten hemel op te varen’; je hoeft helemaal nergens heen te gaan. De heilige Paulus zegt: “Wie zal Hem van de hemel doen neerdalen en wie Hem uit de diepten naar boven halen? Nee, het Woord is heel dichtbij. Het is in ons hart.” En dat is de reden waarom je niet hoeft op te klimmen; omdat de hemel op aarde is. Hemel is in je hart omdat Christus in ons hart is. En dat is een geweldig iets wat we ons moeten realiseren; dat je nergens heen hoeft te gaan om onze Heer te vinden. We hoeven Hem niet te vinden omdat Hij komt om ons te vinden, zie je. Dat is het belangrijkste wat we ons moeten realiseren. We vinden Hem door ons door Hem te laten vinden.  …… Het is eigenlijk zijn werk en niet zozeer dat van ons… (10)

*

Die hele onderneming, van het gevoel dat heilig zijn net om de hoek is, is een geweldig verwarrende illusie. Zo zit dat niet in elkaar, zie je. Wij zouden helemaal niet in die dimensie moeten leven. Alsof we langs een horizontale lijn ons voortbewegen, waar we voortdurend op zoek zijn naar zijn wat er nu weer in ons vizier komt en wat we nooit zullen bereiken. Het is als een wortel die de ezel wordt voorgehouden en waarbij de ezel zich alsmaar voortbeweegt maar de wortel nooit krijgt. Sommige mensen zouden willen dat het spirituele leven ook zo is. Maar zo hoort dat niet te zijn. Hierdoor loop je voortduren vooruit op jezelf. Je pakt dan nooit op waar je werkelijk hoort te zijn; namelijk precies daar waar je nu bent, zie je. En je bent daardoor altijd buiten jezelf en dat betekend dat je vervreemd bent van jezelf, weg van waar Christus is. (11)

*

Het gaat er niet om dat we Christus morgen met ons is; we hebben Hem nu met ons. En, omdat we Hem nu met ons hebben, zullen we morgen ook bij Hem zijn en niet omgekeerd. In plaats van te zoeken naar die prachtige dag of moment waarop we dat alles zullen ontvangen, moet je je realiseren dat we niet hoeven te wachten. In een bepaald opzicht zijn we, vanaf het moment dat we ons helemaal hebben overgeven aan Hem ( R. = die ‘vow’), aangekomen, niet in de hemel, maar in de Kerk (R. = dat mystieke lichaam van Christus) We zijn dan aangekomen waar wij thuishoren. Als we zijn waar we horen doet niets anders er meer toe. Als we dan toch nog ergens naartoe moeten zal Hij ons daar brengen. Wij hoeven onze reis niet meer te organiseren; we doen gewoon wat Hij zegt. Als je eenmaal in de trein bent gestapt blijf je daar gewoon tot je op je bestemming bent aangekomen. (11)

Als jullie dus bij jullie gelofte afzien van jullie zelf, zien jullie zeker af van heel jullie zelf. Maar dat doe je in de eerste plaats en vooral van jullie oppervlakkige zelf. Degene die denkt het allemaal opwindend is maar wat dat niet echt is. In het religieuze leven is het heel belangrijk om je bewust te zijn dat we niet zo opgewonden zijn over zoveel dingen aan de oppervlakte omdat diep van binnen we veel meer betrokken zijn op die zaken die veel belangrijker zijn. Maar dat zijn dingen waar niet waar we niet over kunnen spreken. De dingen nu waar we over kunnen spreken, de dingen die we wel kunnen uitleggen, zijn meestal de minst belangrijke zaken in ons leven. En zij leiden ons af van de diepere zaken waar we niets over kunnen zeggen. Je kan ze niet eens goed begrijpen. Dat zijn de echte dingen in ons leven … Deze dingen hoef je niet los te laten; zij zullen nooit van je af worden genomen. Hier gaat het om de Maria-Martha zaak. … Er is een ding dat er werkelijk toe doet, dat niet van je af kan worden genomen. Het gaat hier niet om actie of  contemplatie. Het is wezenlijker, het is je ziel verenigd met God, Gods aanwezigheid in je ziel. Het is Zijn wil in jou. Niemand kan daar aankomen; niemand kan daar iets aan doen; niemand kan daar iets aan beschadigen, zelfs niet in het minste bene – zelfs jijzelf kunt dat op een baalde manier niet…. Zelfs hoewel wij ons leven door ons eigen schuld flink gecompliceerder kunnen maken zal het geen effect hebben op het diepe werk dat God aan het doen is ons hart. (12-13)

Ze hebben een gemeenschappelijk thema. Een ‘weten’, dat mij dit gebed ingaf:


Hier ben ik

Dit
Nu
Hier
Zo

In U
U in mij

Scheppend

Zeer goed

Mijn schoonzus van 60 is overleden…

Vergeving en Offer

Meerdere vrienden, familieleden en internet contacten reageerden.. Een enkeling wilde zijn reactie niet online… (webschuw of te onaf..). Ik wil het niet weer beter weten, maar wel zeggen wat het met me heeft gedaan. De reacties zijn mij nu ook weer, na herlezen, zeer dierbaar. Dankbaar dat ze wilden reageren. En het persoonlijke en ‘onaffe’ spreekt mij nog meer aan! Zo hoort het te zijn: bescheiden maar toch recht uit het hart gegrepen!

Eigenlijk heb ik maar 1 reactie gehad die zich nog volluit aan het schuld/bloedoffer wil verbinden. Op deze ‘reformatorische’ visie zal ik later apart ingaan. Een ander vertelde dat hij in het pastoraat bij zeer ernstige schuldgevoelens de waarde ervoer van het ‘liefdevolle plaatsvervangende schuldoffer’ van Jezus. De rest had overduidelijk afstand genomen van deze theologisering  van Anselmus zoals je kunt lezen.. Vooral op persoonlijk niveau hadden deze mensen niets met deze kijk. Soms worden daarbij Wiersinga en andere theologen genoemd. Al vroeg in hun opleiding werden ze niet door deze offertheologie geraakt. Zoals je kunt lezen is een enkeling daar zelfs heel uitgesproken in. Maar niemand doet dat op een triomfantelijke manier…

Ik voel daar wel een een bevestiging in van mijn eigen ervaringen maar vraag me dan wel af waarom daarover in de prediking zo weinig expliciet wordt gepraat? Ik ervaar geen stelligheden in de benadering. Dat spreekt mij zeker aan. En ik weet ook van de gevoeligheid van dit onderwerp. Toch hebben volgens mij velen er behoefte aan dat er openlijk over wordt gesproken (of heb ik daar alleen behoefte aan?). Of durft niemand die gedachte openlijk aan?

Dat brengt me bij de tweede gedachte die een van de mensen heel expliciet aangaf: citaat: “weet niet precies wat er voor in de plaats is gekomen. Dat christenen een gekruisigd mens als God aanbidden – daar zit ‘m het Geheim, dat is zo godsongehoord,…”. Men neemt afscheid van een bepaalde theologie maar men is soms expliciet in andere uitleg en een enkeling weet het nog niet. Niemand gooit zomaar iets weg maar bevraagt de bronnen. Ik verheug me op de studie van degene die ik hier citeerde. Wat dan wel? Wat hebben zij toen geloofd; in die tijd..? En wat mogen wij daarin in deze tijd voor onszelf en onze werkelijkheid lezen?

Prachtig om de zoektocht van de verschillende reacties te lezen.. Maar zette het me echt in brand…? Ja ik beschouw mijzelf zeer nadrukkelijk een volgeling van en gelovige in ‘Jezus Christus en die gekruisigd’. Maar wat zegt dat mij? In mijn dagelijkse en existentiële werkelijkheid? Een van hen zei het zo:
“Wat ik hiermee wil zeggen is dat Pasen als drama, theater, liturgie mij op een heel diepe manier aanspreekt, maar al het geredeneer erover bevredigt mij niet.”
Hier hoor ik het zoeken naar ‘beelden die spreken’; dat spreekt me aan maar ik wil toch ook wel theologiseren / uitleg. Uitleg van het leven en sterven van Jezus in relatie tot mijn eigen en ons aller leven. Wie weet zou het mooi zijn als we eens echt met elkaar in gesprek gaan aan ‘de tafel des Heren’. Staande in onze dagelijkse werkelijkheid & in het gevecht tegen de ‘machten’. Om dat ‘ene’. Het Goddelijke Rijk van liefde.

Dit ene

Dit ene heb ik jou gevraagd:
dat ik mag zijn met jou.

Als jij mijn licht bent vrees ik niemand
als jij mijn rots bent sta ik sterk.

Dit ene heb ik jou gevraagd:
dat ik mag zijn van jou.

[naar Psalm 27]

Bob Dylan en ’11 uitgetekende grafschriften’

Hoe maak je het!? Er klonk een flinke bezorgdheid in haar stem… Lief dat zij mij belde..

De aanleiding was een blog over een heftige vloed van wanhoop. Zij dacht dat ik ‘het slecht maakte’..? Het herinnerde mij aan een gedicht van Bob Dylan bijna 50 jaar geleden; ’11 Outlined Epitaphs’. Opgezocht; gevonden(11 Outlined Epitaphs) en ik blijk nog hele delen daarvan in de diepere lagen van mijn emotionele aanwezig te hebben. Ze blijven me diep raken…

In dit deel gaat het over een vraag aan hem(Dylan) over de veronderstelde somberheid die aanwezig zou zijn in zijn gedichten

Al’s wife claimed I cant be happy
as the New Jersey night ran backwards
an vanished behind our rollin ear
“I dig the colors outside, an I’m happy”
“but you sing such depressin songs”
“but you say so on your terms”
“but my terms arent so unreal”
“yes but they’re still your terms”
“but what about others that think
in those same terms”
“Lenny Bruce says they’re no dirty
words…just dirty minds an I say they’re
no depressed words just depressed minds”
“but how’re you happy an when’re you happy”
“Im happy now”
“why?”
“cause I’m calmly lookin outside an watchin
the night unwind”
“what’d yuh mean ‘unwind’?”
“I mean somethin like there’s no end t it
an its so big
that every time I see it it’s like seein
for the first time”
“so what?”
“so anything that ain’t got no end’s
just gotta be poetry in one
way or another”
“yeah but…”
“an poetry makes me feel good”
“but…”
“an it makes me feel happy”
“ok but…”
“for lack of a better word”
“but what about the songs you sing on stage?”
“they’re nothin but the unwindin of
my happiness”

En weer grijpt het me aan, net als andere ‘lines’ zoals deze:

ah where are those forces of yesteryear?
why didn’t they meet me here
an greet me here?

Maar terug naar de vraag, en inherent daaraan, het probleem. Hoe geef je een reëel beeld van jezelf in zo’n website als deze. Hoe doe je verslag van de reële dynamiek in je leven? Een eerlijk en oprecht verhaal van lief en leed, van mislukking en kleine succesjes. Van schuld en lieve momenten. Van wanhoop en iets van vreugde daar doorheen… Ik wil vooral geen schijnvertoning. Maar ik ben absoluut geen zielig mens; integendeel! Ik hoop juist iets weer te geven van een levensadem door alles heen waar ik echter geen vat op heb! En dat dat voor iedereen geld!!

Wie weet is het ‘ernst’ en is mijn ernst wel mijn diepste vreugde!? En lach ik dus ook zoveel…

 

Dietrich Bonhoeffer / Een god die er niet is…..; Paastijd

Eerst was er een aangrijpende ontmoeting; de zwarte ziekte.

Het tweede verhaal was een mail van een goede kennis. De zoveelste nederlaag in haar strijd tegen kanker. Een ongelijke strijd die nu al zo’n drie jaar duurt. Een lieve, mooie en vrome vrouw die, op latere leeftijd, net de liefde van haar leven had gevonden.

Een derde verhaal is dat van een bijbelkringgenoot uit mijn studententijd. Hoe aardig en vriendelijk kan iemand zijn? Een slopende MS en de vermoeidheid van zijn vrouw heeft ertoe geleid dat hij tijdelijk in een verpleeghuis zit. Ik denk dat hij wel vier keer ‘genezen’ is; o.a. door Martie Haaijer.

Drie lange nachten van godverlatenheid…. (Voorlopig?) zonder goede afloop. Net als psalm 88. En de laatste woorden van Jezus bij Marcus.. Sterven in de godverlatenheid…

Ik vind dat hier in de kerken veel te weinig bij wordt stilgestaan; de godverlatenheid, de nederlaag, de ervaringen die zonder troost zijn. Maar die ondanks zichzelf wel verbonden zijn ‘in Christus en die gekruisigd’. Waarom; omdat we daar bang voor zijn? Omdat ze cognitief dissonant zijn? Onze mooie verhalen dan niet meer kloppend zijn? Omdat je hiermee geen aanhangers krijgt? Durven wij deze teksten van Dietrich Bonhoeffer (bron) nog steends niet aan?

Uit een brief van 16 juli 1944

“… We kunnen niet redelijk zijn, als we niet erkennen dat we in de wereld moeten leven, ‘etsi deus non daretur’. En dat erkennen wij voor God! God zelf dwingt ons dit te erkennen. Zo brengt onze mondigheid ons tot de waarachtige kennis van onze situatie tegenover God. God doet ons weten dat wij moeten leven als diegenen, die hun leven inrichten zonder God. De God, die met ons is, is de God die ons verlaat (Mc 15,34 )! De God die ons in de wereld doet leven zonder de werkhypothese God, is de God voor wiens aanschijn wij staan. Voor en met God leven wij zonder God. God laat zich uit de wereld terugdringen tot op het kruis, God is zwak en machteloos in de wereld en juist zo en alleen zo is Hij met ons en helpt Hij ons. In Mt 8,17 staat overduidelijk dat Christus ons niet helpt krachtens zijn almacht, maar krachtens zijn zwakheid, zijn lijden!
Hier ligt het wezenlijke verschil met alle religies. Het religieuze in de mens verwijst hem in zijn nood naar Gods macht in de wereld, God is de deus ex machina. De bijbel verwijst de mens naar Gods onmacht en lijden; alleen de lijdende God kan helpen. In zoverre kan men zeggen dat de geschetste ontwikkeling tot mondigheid, die afrekent met een verkeerde voorstelling van God, de blik vrijmaakt voor de God van de bijbel, die door zijn machteloosheid in de wereld macht en ruimte krijgt.”

Brief van 21 juli 1944

“Beste Eberhard,

Ik moet denken aan een gesprek met een jonge Franse predikant, dertien jaar geleden in Amerika. We hadden ons eenvoudig de vraag gesteld wat we eigenlijk wilden met ons leven. Hij zei: ik zou een heilige willen worden (en ik acht het niet onmogelijk dat hij het geworden is). Dat maakte indruk op me. Toch kwam ik met een andere mening en zei ongeveer: ik zou willen leren geloven. Lange tijd heb ik niet beseft hoe diep deze tegenstelling is.
Mijn ‘Navolging’ schreef ik als afsluiting van die periode. Ik zie op dit ogenblik duidelijk de gevaren van dat boek, maar blijf er desondanks achterstaan.
Later heb ik ervaren en ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat; (…) als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan God, dan neem je niet meer je eigen lijden, maar Gods lijden in de wereld au sérieux, dan waak je met Christus in Ghetsemane. Dat is, meen ik, geloof ik, dat is ‘metanoia’; zo word je een mens, een christen.

Je Dietrich”

Eenzaam, alleen en individualiteit; Paastijd

Geeft me iets om voor te sterven‐!
     Die Mauern stehen
     sprachlos und kalt, die Fahnen
     klirren im Winde.
Niet dit maakt de eenzaamheid tot een kwelling:
dat er niemand is die mijn last deelt,
maar dit:
dat ik alleen mijn eigen last te dragen heb.             Dag H.

Niet eens zo lang geleden zei een vriend van mij: ‘wij staan er er helemaal alleen voor; het is ieder voor zich’. In zijn schets hoorde ik een bedreigende vorm van eenzaamheid… Het beangstigde mij. Zo ‘verschrikkelijk’ op eigen benen moeten staan vond ik geen aantrekkelijk mensbeeld (eenzaamlijden). Ben ik niet meer van de ‘verbinding’; het samen ergens voor gaan? In een huwelijk, woongroep of vriendschap? Mij beangstigd die eenzaamheid die ik ook bij Dag Hammarskjold lees..

Een centraal thema uit het werk van Thomas Merton, maar meer nog in dat van Henri Nouwen, is dat subtiele verschil tussen eenzaamheid (loneleyness) en alleen (alone) zijn. Je kunt alleen zijn zonder eenzaam te te zijn (en omgekeerd natuurlijk). Ik vind dit ook terug in de brieven van Dietrich Bonhoeffer. Zijn hartstochtelijk pleidooi, in de gevangenis, voor een volwassen christendom heeft hele scherpe analyses opgeleverd. Die ‘individualiteit’ zie ik ook het boek van Dag Hammarskjold. Zou het zo kunnen zijn dat lijden en verzet/inzet je loutert tot op je ware zelf / je ware individualiteit? Maar dat blijkt dan tegelijkertijd de plaats te zijn van de ware verbondenheid met allen/alles/de werkelijkheid.

Die dubbelzinnigheid herken ik bij hen ook in het thema van de stilte en het zwijgen. De stilte die op een prachtige wijze doorwrocht is in het briljante boek over de stilte van Sara Maitland. Ook hierin weer dat loslaten en alleen zijn die uitgroet tot verbondenheid. Hoe meer Thomas Merton zijn hermitage vond hoe dieper zijn verbondenheid over alle grenzen zich ontwikkelde.

Is dit de overgaven aan de ver-niet-iging? Kenosis? De durf om alles te verliezen? Niets te zoeken, niets te willen? En langs die weg vinden/gevonden worden? Als dat zo is vind ik dat niet makkelijk…; zacht uitgedrukt. Dromen, vrienden, doelen en zelfbeelden verliezen is dat de weg die er ook gegaan moet worden? Of is dit een typische oude mannen blues?

De ‘mystieke ervaring’. Altijd ‐ hier en nu ‐ in de vrijheid
die één is met distantie, in de stilte die geboren wordt
uit zwijgen. Maar ‐ deze vrijheid is een vrijheid in daden,
deze stilte een stilte onder mensen. Voor hem die, in de
wereld staande, vrij is van zichzelf, is het mysterie
voortdurende werkelijkheid, een werkelijkheid in de
rustige rijpheid die geschonken wordt door de
ontvankelijke opmerkzaamheid van de aanvaarding.
De weg naar heiliging gaat in onze dagen noodzakelijk
via daden.
Men moet alles voor alles geven.                  

Dag H.

Jean Jacques Suurmond; God, werkelijkheid en nog veel meer

Een overdenking bij een column JJS

Dinsdag; een beetje opwinding…. Hij (J.J.S.) staat er weer in. Nou ja; een keer in de veertien dagen. Natuurlijk is het niet altijd ‘mijn ding’, maar vanmorgen was het weer helemaal raak. Ik durf het niet helemaal over te nemen maar een paar zinnen wel:

… God is geen toevoeging maar het hart van de wereld. 
… Hij is er al, zowel bij gelovigen als ongelovigen. 
… Eckhart zegt: “Echt, wanneer je meent in diepe overgave, vrome stemming, zoete extase en wonderlijke ervaringen meer van God te krijgen dan bij de tv of in de garage, dan doe je niets anders dan God nemen, een krant om zijn hoofd wikkelen en onder de sofa schuiven”. Als we hem tot bijzondere ervaringen beperken, raakt hij uit het zicht. God wordt irrelevant voor het gewone leven – een mogelijke toevoeging of hypothese.

Nee… (en deze tekst weer ‘van mij’)

God is de werkelijkheid

God is de innerlijke bron van alle werkelijkheid

God is zwanger van onze werkelijkheid

Als kind zei ik dan: ontelbaar keer ontelbaar… Ja hoe maak je oneindig keer oneindig duidelijk? Hoe werkelijk is werkelijk…. Gewoon lezen die column. En die van Jan Greven trouwens ook..

Peter ter Velde, Karen Armstrong en Mary Johnson; wat hebben ze gemeen?

Over de perverterende werking van een religieuze omgeving/regime.

De machteloze strijd van Karen Armstrong om deel te krijgen aan de religieuze ervaring in het klooster is beschreven in haar autobiografische boeken:Through the Narrow Gate (1981) en The Spiral Staircase (2004). Het verhaal is al heel lang bekend. Toch wordt er maar weinig over geschreven? Recent kwam ik weer twee andere voorbeelden tegen van zo’n machteloze strijd.

Het eerste is het verhaal van een volgelinge van Moeder Teresa Mary Johnson. In haar autobiografie ‘An Unquenchable Thirst‘ doet ze verslag van haar overgave aan de Zusters van Liefde en vertrek na 20 jaar. Het derde voorbeeld kwam ik tegen in de persoon van Peter ter Velde in een interview in Trouw. Drie ingrijpende en aangrijpende verhalen van een ‘mislukte’ zoektocht naar god.

Natuurlijk raakt het me omdat ik zelf een toegewijd lid ben geweest van een evangelisatie beweging. Maar ik beschouw mezelf als nog steeds ‘gelovig’. Ik ken meerdere verhalen om mij heen van mensen die er helemaal ‘into’ waren en er nu bijna geen tijd/woord meer aan besteden. Ik ken echter weinig of geen onderzoek naar geloofsverlies/mislukking en wat het dan is wat de trigger is van de vervreemding en/of mislukking. Ik vind het zelf een essentiële vraag wat hetgeen is wat spirituele vorming tot misvorming maakt. Waar gaat het mis? ‘Het bederf van het beste is het slechtste’. Het boek ‘Ooit Evangelisch’ doet wel een poging maar vind ik godsdienstpsychologisch niet erg diepgravend. Zij lijken het te zoeken in te autoritair leiderschap. Dat lijkt me iets te simpel. En de verklaring van binnenuit de traditie: toevallige missers / geloofsafval / ‘zonden’ wantrouw ik nog veel meer. Ik begrijp natuurlijk dat analyses die alleen van ‘buitenaf’ plaatsvinden geen bevredigend antwoord kunnen geven die binnen die geestelijke stroming overtuigen. Goedgelovig is een ‘light’ journalistiek medium wat veel hypocrisie en bedrog aan het licht brengt maar analyseert ook niet echt (en heeft geen traceerbare namen).

De inhoud, structuur en dynamiek van de spirituele vorming zijn wat mij betreft de drie invalshoeken van waaruit er naar die verhalen zou kunnen worden gekeken. Zonder een ‘wetenschappelijk’ pretentie wil ik in de hypothetische zin er wel iets zeggen vanuit het structurele perspectief. Er is in de spirituele zin sprake van drie actoren/betrokkenen. De persoon met zijn eigen intieme / personale verhaal, de religieuze gemeenschap met hun interpersonale traditie en de goddelijk inspiratie als bron van beiden. In de geestelijke begeleiding vraagt het de grootst mogelijke tederheid om het eerste personale verhaal de ruimte laten krijgen. Zonder de volledige respectvolle en aanvaardende openheid voor dat ‘innerlijke’ verhaal in zijn volle complexiteit kan er nooit sprake zijn van spirituele vorming. Alleen in dat personale verhaal kan de dynamische relatie worden gevonden met die goddelijke werkelijkheid en die specifieke traditie. Gaat men aan die dimensie van het personale voorbij dan treed onmiddellijk de vervreemding/vereenzaming in… Daar raakt de persoon in zijn verhaal de innige verbinding ‘met’ het goddelijke en de gemeenschap kwijt…. Zonder echte dialoog kan er nooit sprake zijn van authentieke spirituele vorming. Heilig respect voor de individualiteit. Maar ook liefdevolle kritische bejegening van het Ego.Van de spirituele gemeenschap vraagt dat een echte luisterbereidheid en bescheidenheid over haar eigen positie t.o.v. die persoon en de goddelijke werkelijkheid.

Wordt vervolgd…. Dit is maar een kleine analyse vanuit een enkel perspectief.

Als ik het over de ‘inhoud’ zouden hebben van spiritualiteit zou het gaan over de ‘leefbaarheid’ van de mens-, wereld- en godsbeelden van die traditie.

Als ik het over ‘structuur’ zouden hebben zou ik iets kunnen zeggen over de verhouding en de onderlinge dynamiek van de verschillende elementen in die spiritualiteit.

Bij de ‘dynamiek’ zou het gaan over de ontwikkelingsstructuur van de wording/ontwording. Is er spraken van volwassenwording maar ook van de overgave van het ego in liefde… Hier gaat het ook om een kritische omgang met de geestelijke oefeningen.

In mijn zoektocht en kritische benadering zou de vraag steeds zijn: is hier sprake van een weg naar geestelijke gezondheid en levenskunst!!

Wanhoop; kan het teveel zijn?

De afgelopen tijd was er sprake van twee zelfdodingen in mijn (in)directe omgeving. De eerste was een jonge vrouw van 26; het werd me door C. in een vergadering verteld… Het was haar “mooie en lieve nicht”. Geen idee had ze van wat haar ontzielde. De ander; een vrouw van 43; de partner van mijn zus…. In dit geval een voor de buitenwereld schijnbaar onvermijdelijke afloop van zeer ernstige levenspijn en vlucht in ‘zelfdestructie’.

Hoe wanhopig kun je zijn…..

Naast de verschrikkelijke afgrond die dit aan het licht brengt en creëert bij de hen dierbaren, is er bij mij ook een onrust. Ik schrijf redelijk veel over wanhoop op deze site en maak er geen geheim van dat ik geen vreemde ben in dat land. Ik heb er zelfs door mijn leven heen een wijze van ‘omgang’ mee opgebouwd die bijna iets heeft van vertrouwelijkheid. Maar praat ik daar niet te ‘te makkelijk’ over? Hoe dodelijk kan wanhoop zijn. Waarom ik, in die tijd, geen zelfmoord pleegde? Heel eenvoudig; dat was geen oplossing…. Het mag vreemd klinken maar voor mij was zelfmoord de directe weg naar de hel. Hetgeen mij een nog verschrikkelijker vooruitzicht scheen… (Zie dat nu natuurlijk heel anders; maar toen…) Maar wanhoop, schuld en angst zijn, zonder zicht op een uitgang, hel…

Ieder die in die ‘bodemloze afgrond’ valt heeft een ander vaak heel persoonlijk verhaal van duisternis (Zelfdoding in Trouw). Niet zelden is er sprake van echte depressies en/0f stemmen. Soms zelfs een motief van woede en wraak… Ik herinner me nu uit die tijd een prachtig pastoraal boekje van Govert Bach.

Nee ik heb geen oplossing… Ik zie wel de verschrikkelijk en levensgevaarlijke spirituele cultuur van dat ‘angst, schuld en depressie’ op te lossen valt. Dat er een leven mogelijk is dat vrij is van…. Datzelfde geld voor de schijn wereld van succes en geluk in zelfhulp boeken, op tv. Op facebook is vaak alleen de mooie kant te zien. De illusie van maakbaar gemak, geluk en schoonheid. Een andere dimensie werd mij duidelijk aan de hand van een commentaar van Willem Schoonen die van de individualisering / het geïsoleerde individu. Maar een mens leeft en sterft niet alleen …

Ik denk dat het lijden en de wanhoop ‘geleerd’ moet worden. Ook inde opvoeding en op school. Er is geen ontkomen aan: er is lijden…Volgens mij is dit een van de belangrijkste geestelijke oefeningen: er is geen ontkomen aan: wanhoop, lelijkheid, tekort, lijden, gemis, schuld, pijn, angst en verlies is er… Er is er alleen maar een weg er doorheen. Is dat niet hetgeen de lijdenstijd ons leert? Er doorheen! Niet onze successen zouden voor onze kinderen ten voorbeeld moeten zijn maar de moed om te verliezen; de confrontaties met het ontbrekende niet te vermijden! Voor mij betekent dat de focus op compassie en betrokkenheid; je iets gelegen laten liggen aan het lijden van van mensen en jezelf. Het lijden niet vermijden; je hoeft het niet op te zoeken. Het is er. Met bakken. (lees daarover de rijke reactie van Diana!)

Of ben ik nu te verward…?

Marcus 8: 31-33  Naardense Bijbel

En hij vangt aan
hen te onderrichten
dat de mensenzoon veel móet lijden,
verworpen moet worden door de oudsten,
de overpriesters en de schriftgeleerden
en ter dood gebracht zal worden
en na drie dagen opstaan;
openhartig heeft hij dit woord gesproken.
Petrus neemt hem terzijde
en vangt aan hem te bestraffen.
Maar hij keert zich om,
ziet zijn leerlingen aan, bestraft Petrus
en zegt: ga weg, achter mij, satan,
want je zint niet op de dingen van God
maar op die van de mensen!

Marius Noorloos; en de kerkelijk werkers en predikanten die ons gaan redden?

Een tweede thema waar ik op wil reageren is de mogelijke suggestie die van het artikel uitgaat richting de predikant. Uiteraard wederom in de wetenschap dat ik het artikel zomaar geen recht kan doen. Het artikel begint met de opgebrande kerkelijk werker en eindigt met de zoektocht naar diegenen die de kerk uit het slop trekken? Eerst even wat citaten uit het artikel.

….Daarmee bedoel ik dat ze zich onvoldoende laten voeden door het evangelie. Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen. Anders kun je nog zo veel ondernemen, maar dan ben je als een accu zonder dynamo. Veel predikanten ervaren matheid, vermoeidheid en zelfs frustratie. Ik zeg: geloofsopbouw is belangrijk. Als je dat verzaakt, dan blijft er enkel zorg om organisatorische structuren over.”
De neergang van het ledenaantal van de kerken lijkt onstuitbaar.
“Dat is waar. Ik geloof niet in wondermiddelen, wel in groeikansen. Ik denk dat dit het enige vaccin is tegen de ziekte die secularisatie heet. Er zijn gemeenten die over een dood punt heen zijn gekomen. Daar ging het slecht: de organisatie was belangrijker dan God en mensen. Door dat radicaal te veranderen, kwam er nieuw leven.”
Hoe weet u dat zo zeker? Dat is toch nog nooit systematisch onderzocht?
“Daarom dat doe ik dat nu voor de PKN met twee anderen. (Sake Stoppels, docent kerkopbouw aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en Henk de Roest, hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, red).”
Je zou haast zeggen: nu pas?
“Ja, beter laat dan nooit. We zijn op zoek naar zoveel mogelijk predikanten en kerkelijk werkers die een nieuwe start hebben gemaakt, op welke manier dan ook. Aan de hand van hun ervaringen hopen we in de loop van volgend jaar een boek te publiceren. “Hierin gaat het niet slechts over theologische beschouwingen, daar is al genoeg over geschreven, maar om een praktisch werkboek. Waar het toe leidt, dat zien we wel.”

Ik lees hier twee mogelijk valkuilen. De eerste is de suggestie, die je eruit zou kunnen lezen, dat de redding komt van de predikanten. Volgens mij is dat juist een van de redenen waarom predikanten afknappen en opbranden. Omdat zij (en wij) denken dat het succes en of de leegloop van de kerk van hen afhangt! Van hun initiatieven en activiteiten. Ook dat is een veel te eenvoudige voorstelling van zaken; alsof het niet heel ingewikkeld en alsof er geen God is…. De tweede valkuil is het fenomeen van ‘succesvolle’ gemeentes; alsof er een ‘methode’ is die je zomaar op een andere plek kunt imiteren…. Trouwens, zelfs Jezus was geen echt succes…. “We dachten dat Hij het was….”. Ik ben op zoek naar een heel andere benadering.

Ik wil er twee voorbeelden ‘tegenover’ zetten. Het eerste is een dagboek notitie van Thomas Merton en het tweede is een citaat uit een preek van Meister Eckhart. Beiden vertegenwoordigen een heel specifieke spiritualiteit waarin, m.i., nog de gemeente, noch de predikant degenen zijn die het ‘fenomeen’ van de goddelijke werkelijkheid realiseren. Deze ‘geloofsopbouw’ geeft een m.i. veel ontspannender beeld van God, jezelf en de wereld mee. Het Koninkrijk Gods is… Deze heeft veel meer het karakter van kijken, luisteren, spreken en je mee laten nemen door epifanieën van dat Rijk.

11 December 1961
Gisteren, Dag van Bezinning; realiseerde de voor mij allesbepalende noodzaak van diepgaande ootmoedigheid/nederigheid – vooral in verband met welke inzet dan ook van mij voor de vrede. Deemoed is belangrijker dan ijver (Rinie: zeal=vuur/ambitie). Afdaling in nietigheid en afhankelijkheid van God. Anders ben ik alleen maar bezig de wereld met haar eigen wapens te bestrijden; en op dat punt is de wereld onverslaanbaar. Zeker; het hoeft niet eens terug te vechten: ik zal mezelf uitputten en dat zal het einde zjn van mijn domme inspanningen. 
    Ik moet in God kracht zoeken; in het bijzonder in het Lijden van Christus. 

Echt waar, de wetenschap van alle schepselen bij elkaar, noch jouw eigen wijsheid kan je zover brengen dat je God goddelijk kunt weten. Wil je God goddelijk weten, dan moet jouw weten in een louter onweten geraken en in een vergeten van jezelf en alle schepselen. 56

Vraag je daarom hoe nuttig het is om deze bereidheid na te streven en je leeg en ontruimd te maken en die duisternis en dat niet weten op te zoeken en binnen te gaan en daarin te blijven, dan zeg ik: zo is het je mogelijk om Hem, die alle dingen is, te verwerven. En hoe meer je jezelf zo leeg maakt als een woestijn en hoe onwetender, om zo meer nader je Hem. 57  (Rinie: lees voor weten: doen)

Deze ‘benaderingswijze’ wordt getekend door woorden als tederheid / voorzichtigheid / terughoudend / ontvankelijkheid / openheid / kwetsbaarheid / Gelassenheit / prudentie / sensitiviteit. Dat is het tegenovergestelde van de moderne mens zoals die getekend wordt door Zygmunt Bauman in Trouw (28 aug.):

Wat is uw definitie van modern?
De mens is modern sinds hij, vanaf ongeveer de achttiende eeuw, het heft in eigen handen wil nemen. Hij wil niet meer leven in chaos, afhankelijk van God en natuur, hij wil de wereld in orde brengen. Modernisering is de rationele reis naar deze perfecte orde. Een voor een moeten alle problemen worden opgelost.” 

Marius Noorloos: Evangelisch-orthodox; de toekomst?

Ik heb me flink opgewonden over het interview met Marius Noorloos in Trouw. Mijn vrouw vindt dat ik het te negatief lees maar ik blijf me storen aan een paar zaken. Zij is juist heel positief over zijn initiatief.

“Veel kerken zijn gevlucht in het activisme. Vooral in de jaren tachtig werd de inhoud van het geloof ingeruild voor protest tegen kernwapens.”

Ingeruild? Was het maar waar. Voor mijn beleving was de laatste werkelijk spannende activiteit van de kerk de Vredesbeweging; waarna het, op dat soort punten, heel stil is geworden. Dat was geen inruil tegen het evangelie… Ik zie nog prof. Berkhof met het ‘Blauwe Boekje’ in zijn hand in Utrecht. Dat was werkelijk evangelische bevlogenheid. (En natuurlijk de strijd tegen de Apartheid.)

‘Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen…… Inzet voor de maatschappij is broodnodig, begrijp me niet verkeerd, maar vergeet het evangelie niet. Dat is olie voor de motor.’

Hij stelt daar, naar het lijkt, het evangelie/Jezus en maatschappelijke inzet toch een beetje tegenover elkaar. Alsof dat een tegenstelling is!? Alsof er in die jaren niet mensen waren als Thomas Merton, Jurjen Beumer en Dorothee Sölle die die twee onlosmakelijk en heel intiem met elkaar geïncarneerd zagen. De leegloop van kerken, het verschijnsel van de burn-out bij predikanten is een veel ingewikkelder probleem dat dat activisme van voorheen! Ik kan me na de jaren tachtig geen ‘activisme’ meer herinneren en toch ging de leegloop (veel harder) door. En het ‘succes‘ van evangelischen en orthodoxen (die elkaar lang niet altijd verdragen!) moet ik op de lange termijn ook nog zien. Kijk naar het fenomeen van de post-orthodoxen en post-evangelischen en de vele scheuringen in evangelische gemeenten. Blinken en verzinken.

Nu kan ik daar wel de uitspraak van Karl Rahner: ‘De vrome van morgen zal “mysticus” zijn, iemand die iets “ervaren” heeft, of hij zal niet meer zijn; 1966’ tegenover zetten. Maar dan ga ik ook weer aan heel veel dingen voorbij. Zoals het verband tussen leeftijdsfasen en geloofsvormen / geloofsverhalen. En het verband tussen kerkgemeenschappen en sociale en maatschappelijke verbanden. Zie en lees wederom Joep de Hart.

Maar als je de rest van mijn blogs leest dan zul je zien dat mijn de impliciete en expliciete  aanwezigheid van het Koninkrijk van God en het verborgen en manifeste lichaam van Christus (in) deze wereld mij het meest inspireert en levend maakt. Me daarin/daardoor mee laten nemen. Dat is geen succes nummer maar veelmeer de weg van de graankorrel. Het effect? Geen idee…. En een kerkelijke gemeente? Dat is als het goed is een oefenplaats in het je laten meenemen in deze werkelijkheid. En een predikant? Die snapt daar een klein beetje van. En is hij/zij dat een beetje kwijt; dan zou een beetje geestelijke begeleiding geen gek idee zijn…

Sorry schat; ook na zes keer lezen kan ik geen vuur vinden in dit krantenartikel. Zelfs het woord secularisatie is een achterhaalde term… En iemand die vroom en radicaal tot twee dingen maakt met het tussenvoegsel ‘en’ wekt in ieder geval de schijn dat dat twee dingen zijn. Jezus was/is de werk-elijkheid van God (in) deze wereld..

En voorbeelden van predikanten van na hun ‘dode punt’ heb ik niet zoveel. Wel voorbeelden  die dat punt nog voor zich hebben of in zich mee dragen: Inger van Nes / Time to Turn / en ikzelf natuurlijk. En, o ja, een voorbeeld van een gereformeerd theoloog die door de tijd heen meer is gaan geloven.