Frits de Lange; een (zich) ‘bekerende’ gereformeerde mysticus

Wat een prachtig interview met hem bij Het Vermoeden. Een man gedoopt in de teksten van Dietrich Bonhoeffer en Simone Weil. De boeken die hij hierover geschreven heeft staan integraal op zijn website! Zijn artikelen over de ‘ouder wordende mens‘ in Trouw, een paar jaar geleden, hadden mij al heel erg aangesproken.

Ik heb vreselijk de neiging te reageren maar ik vind dat je de uitzending gewoon moet zien. Het ‘Godsbeeld‘ maar ook het ‘mensbeeld’ (zijn kijk op het ‘ik’) en wat ‘bekering is’, wat uit dit interview naar voren komt is …. Nee, ik doe het niet; gewoon kijken. Een man die is blijven leren en steeds minder ego heeft gekregen? Dat kom je niet veel tegen. Ja alleen bij mystici… De Heilige Tekst uit dit interview geef ik hier, als smaakmaker, weer.

De oneindigheid van tijd en ruimte scheiden ons van God. Wij kunnen geen stap in de richting van de hemel doen. God komt door de kosmos heen tot ons. Over de eindeloze tijd en ruimte komt Gods nog oneindig eindelozer liefde, om ons aan te raken.
Wij hebben de macht hem toe te laten of de toegang te weigeren. Als wij doof blijven voor zijn komst, dan komt hij, net als een bedelaar, keer op keer terug, maar op een dag komt hij niet meer. God legt een heel klein zaadje in ons en gaat dan heen.
Vanaf dat tijdstip hebben wij noch God, iets anders te doen dan te wachten. Wij moeten alleen maar onze toestemming, ons jawoord, blijven beamen. Dat is moeilijker dan het lijkt, want het groeien van het zaad in ons doet pijn.
Uiteindelijk groeit het zaad uit eigen kracht. Eens komt het ogenblik, dat de ziel God toebehoort, waarop zij niet alleen maar met de liefde instemt, doch werkelijk zelf liefheeft. Het is Gods liefde voor zichzelf, die door de ziel heengaat. Alleen God is in staat God lief te hebben.

Simone Weil – uit: Wachten op God

En aan het eind deelt hij een tekst van Meester Eckhart;

Geef acht op jezelf
en daar waar jij jezelf aantreft
laat jezelf daar los

Zijn nieuwste boek heb ik aan mijn vrouw, die stafmedekster Kwaliteitszorg in een grote zorginstelling  is, cadeau gedaan.

En dit, over een ‘persoonlijk God’, moet je ook lezen. En natuurlijk zijn artikel in Trouw over ‘Compassie‘.

Inmiddels staat de tekst van het interview ook op zijn website.

Thomas Merton; uit zijn dagboeken 2 God en Mens

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

Wat mij hier aanspreekt is de creatieve samenwerking tussen God en ons.

3 Augustus 1958

Altijd hele mooie inzichten te vinden bij Romano Guardini over Voorzienigheid.
Bijvoorbeeld, dat de de wil van God niet een ‘lot’ is waaraan we ons onderwerpen, maar een creatieve handeling, in ons leven; wat iets totaal nieuws realiseert (of daarin faalt). Iets wat tot dan toe totaal niet te voorzien was volgens de gangbare wetmatigheden en schijnbare patronen. Onze samenwerking (het eerst zoeken van het Koninkrijk van God) bestaat niet in het eenvoudigweg gehoorzamen aan wetmatigheden maar bestaat in het openstellen van onze wil voor deze creatieve daad, welke wij moeten zien te hervinden in en door onszelf, van de wil van God.
Dit is mijn ultieme doel – alles opzij zetten. Ik wil niet alleen maar voor en door mijzelf een nieuw leven en een nieuwe wereld creëren, maar ik wil dat God hen in en door mij schept. Dit is cruciaal en fundamenteel – hiermee kun je dus nooit alleen maar simpelweg een Marxistisch communist zijn.
Ik moet een nieuw leven leiden en er moet een nieuwe wereld tot aanzijn worden geroepen. Maar niet door mijn plannen en door mijn rusteloze activiteit.

Deel 1 Inclusieve Christus Deel 3 Over ons zelf

Thomas Merton: uit zijn dagboeken 1

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

De illustraties heb ik er zelf bij gevonden. De foto komt uit het genoemde boek.
In de onderstaande tekst raakt mij de genadevolle en  inclusieve wijze van kijken. Wij zijn allemaal herschapen ‘in Christus’. Voor mij een mystieke wijze van zien. (zie ook zijn Sophia)

19 maart 1958; Feest van de heilige Jozef

Fantastische boeken voor weinig geld — inclusief ‘The Family of Manvoor 50 cent. Al die fantastische foto’s. Nadere toelichting of uitleg is niet nodig! Sommige mensen zullen gechoqueerd zijn als ik ze zou vertellen dat dit hele boek, voor mij, een foto van Christus is. En toch is dat de waarheid. Daar, daar is Christus ‘in my own Kind’, my own Kind – Kind, waarmeegelijkendbedoeld wordt en wat ook “liefde” betekent en wat “kind” betekent. Mankind. (het lukt mij niet om zijn woordspel met de meerdere betekenissen van ‘Kind’ = soort & aardig & kind in een Nederlands equivalent te vertalen dus heb ik het laten staan) Wij zijn elkaars gelijke, een lieve “Kind” van zondaren verenigd en omarmd in maar één hart, maar één Liefdevolle vriendelijkheid; het Hart en de Liefde van Christus. Ik zoek niet naar de zonde in je, Mankind/mensheid. Ik zie geen zonde meer in je vandaag (hoewel wij allemaal zondaars zin). Er is iets dat oneindig veel meer  werkelijkheid is, om zonde nog langer belangrijk te laten lijken; de schijn van bestaan toe te schrijven. Want zij is verzwolgen, het is vernietigd, het bestaat niet meer en er is alleen het grote geheim dat wij allen één gemeenschap van Gelijken zijn. Wat er toe doet is niet wat de een of die andere in zijn hart gedaan heeft, los van de anderen, maar de liefde die hem terugbrengt bij al die anderen in één Christus. Deze liefde is niet onze liefde maar die van de Hemelse Bruidegom. Het is de Goddelijke Overmacht en de Heilige Vreugde’. God is zichtbaar en openbaart Zichzelf als mensheid, dat wil zeggen, in ons, en er geen andere hoop om wijsheid te vinden dan in God-menszijn: ons eigen menszijn omgevormd in God!

Zie ook Deel 2 & Deel 3

‘Most of the time’; Maar soms is er de wanhoop.

Most of the time
My head is on straight
Most of the time
I’m strong enough not to hate
I don’t build up illusion ’til it makes me sick
I ain’t afraid of confusion no matter how thick
I can smile in the face of mankind
Don’t even remember what her lips felt like on mine
Most of the time

Ja, meestal red ik me redelijk goed. Maar zoals vanochtend is het als een moeras waar ik me doorheen moet werken. Een ‘diepe’ wanhoop omklemt me. Om mezelf gerust te stellen gaan er allerlei diagnoses door mijn hoofd. Nee depressie was het dus niet; angststoornis.. Maar wie weet is het iets borderline-achtigs? Of toch licht bipolair? Soms denk ik aan en vorm van autisme? Een dagelijkse wanhopige ondergrond/afgrond onder me. ‘The blues’. Als ik weet wat het is dan…?

Zou dit hetzelfde zijn als de demonen van vroeger? De aanvechtingen van satan bij Luther? De vrouwen bij de pilaarheilige? Nou hebben ze bij mij niet de vorm van sex…  De ‘demonen van de namiddag’; acedia? Ik weet nog dat ik het boekje van Grun ‘Strijd tegen de demonen’ heel verhelderend vond. Meerdere keren gelezen. Ik blijf er over lezen. De moderne hersenpsychologie heeft ook weer nieuwe inzichten gegeven. Maar veel daarvan blijft toch dicht in de buurt van een fundamenteel ‘gevoel’ van paniek….

Een paar inzichten zijn mij door de tijd heen bijgebleven.

Er is geen ontkomen aan. Fundamenteel is de ‘wanhoop‘ een gegeven. Welke namen daaraan ook worden gegeven door filosofen en theologen als Kierkegaard en Merton. Vrees en beven, void/dread/despair/desolation, leegte. Iedereen wordt op een keer geconfronteerd met zijn ‘totalitaire’ machteloosheid, schuld, zinloosheid en vreselijke eenzaamheid. Er is geen ontkomen aan. Oké; er zijn heel veel vluchtroutes zoals een relatie, verdoving en afleiding. Maar dan worden we de volgende ochtend weer wakker: we vallen en er is geen bodem…

Er omheen is een illusie… Dus is er maar een weg? Er doorheen. Voor mij is dat dan ook vaak stap 1 in dit soort situaties.  Naar binnen gaan bij dit vreselijke beest. Nee, dit is geen ‘zwelgen in de wanhoop’ zoals ooit een vriend tegen mij zei. Integendeel. Het is: ‘houdt uw hart in de hel maar wanhoop niet’. Het is gaan zitten en de emotionele stormen over en door je heen laten gaan. Het is de ‘feitelijkheid’ in de ogen zien. Het is zoals het is; hier en nu. Ik denk dat dit ook de ongelooflijke waarde van veel goede zen literatuur is. Ik geloof dat daar, voor mij, onvoorstelbaar veel van te leren is. Voor mij als gelovige is het me laten dopen in de wanhoop van Jezus. Ervaren wat de verbijsterende machteloosheid en godverlatenheid is. Die voor iedereen onontkoombaar is. De nacht van de mystieken? Dan lijkt het me toch nog weer dat het iets ‘positief’ is; en dat wil ik niet. Ik wil het absoluut niet mooier maken als het is…

De tweede dimensie heb ik in het bijzonder van Cynthia Bourgheault geleerd. Zij spreekt dan over ‘verwelkomen‘ een ‘befriending’ zoals ik het zelf zou noemen. Wij hebben het hier over de wereld van ‘centering prayer‘. Zij ziet drie stappen(143):
1. Focus and Sink in
2. Welcome
3. Let Go
Bij  mij heeft dat het karakter gekregen van een ‘begroetingsritueel’ naar mijn stemming. Een afdaling in een diepe gewaarwording/awareness. Diepe ademhaling(en) en zien en voelen dat wat er is aan gedachten/ herinneringen/ angsten en gevoelens in/aan mijn lichaam. Een vriendelijke ontvangst, verwelkoming en aanvaarding van ‘dat wat is’. Bij elkaar op de koffie gaan.. Luisteren en na een groet verder (laten) gaan. Deze wijze van er mee omgaan herken in de compassionate mindfulness; wat gezien de wortels daarvan (in Zen), niet zo verwonderlijk is.

Als je rust wil; aanvaard dan de onrust.
Als je zonder angst wil leven; omarm dan de angst
Als je overvloed wil; wordt dan een vriend van de armoede
Als je vrij wil zijn; verwelkom dan de onvrijheid
Als je vrede wil; aanvaard dan de ‘strijd’
Als je zonder wanhoop wil zijn; ga dan wonen in de wanhoop
Als je alles wil; leer dan in vrede leven met niets
Als je gelukkig wil zijn; sluit dan vriendschap met het ongeluk
Als je wil leven met God; durf dan te leven zonder Hem           (Bron ?)

Haal ik hiermee de angel uit deze werkelijkheid? Dat is in ieder geval niet mijn bedoeling. Dit wil geen ‘oplossing’ en/of ‘genezing’ zijn. Zelfs de beweging rondom de mindfulness maakt er soms toch weer een weg naar geluk van. Nee er is geen ontkomen aan de wanhoop. Maar het heeft ook geen laatste woord…. Je gaat er doorheen en je kunt soms weer gewoon aan het werk.. Hou je er iets goeds aan over? Mooi voor je. Hou je er niets aan over? Beter…. Voor mij heet dat laatste ‘geloven’. Gewoon serieus nemen dat wat is… Wil je iets ontvangen? Wees dan tevreden met niks.

Gerben Heitink; Golfslag van de tijd

Gelezen. Dit stond er in een persbericht over dit boek:

Golfslag van de tijd is een boek over de religieuze wortels van onze (post)moderne samenleving. Mensen zijn op zoek naar hun wortels en vragen zich af: Hoe komt het dat wij denken zoals wij denken, leven zoals wij leven en geloven zoals wij (al dan niet) geloven? Kan dat nog wel, gelovig zijn in een postmoderne cultuur? Wat hebben gelovigen en niet (meer) gelovigen elkaar te zeggen? Dit boek kiest voor een historische interpretatie, die past bij geestesweten-schappen als de theologie en de filosofie. Wat het laatste betreft oriënteert de schrijver zich op het werk van de filosoof Charles Taylor. Wie wij mensen zijn, met onze West-Europese identiteit en hoe wij zo geworden zijn, hangt samen met de cultuur waarin we geworteld zijn. De bronnen zijn te vinden in de klassieke oudheid, het christendom en het humanisme.

Het boek wil een bijdrage leveren aan het levensbeschouwelijk gesprek tussen christenen en andersdenkenden, tussen gelovigen en niet (meer) gelovigen binnen de huidige (post)moderne samenleving.”

Boeiend om te lezen; hoewel ik ook paragrafen oversloeg omdat die al te bekend waren. Er zaten in ieder geval een paar paragrafen bij die ik gemarkeerd heb. Het zette me ook vaak aan het denken over hoe ik dat dan zelf zag. Ja het raakte me omdat het over dat gaat waar ik mij ook bezig hou: leven in God in deze wereld. Zeker een leuk boek om samen te lezen. Maar net als zijn vorige boek inspireerde het mij niet. Het bleef te veel hangen op het niveau van de beschrijving en de analyse. Het is een boeiende beschrijving van de veranderde werkelijkheid van onszelf, God en de wereld op Europees niveau. Maar warm werd ik er niet van. Ik moest denken aan het boekje van Feitse Boerwinkel en later de boekjes van Bernard Rootmensen. Ze verhelderen maar ‘beklijven’ niet? Ze verbinden niet met het hart van de spiritualiteit? De geleefde spiritualiteit en God? Het bied geen nieuw/oud perspectief op de ‘werkelijkheid’ van God, ons zelf en de wereld.

Ik kan dat illusteren aan een belangrijk begrip wat hij gebruik ‘verlangen naar God’ en de metafoor van Psalm 1 in zijn ‘Balans’.

Het begrip ‘verlangen’ is voor mij teveel een woord wat van mij ‘uitgaat’ naar (‘Verlangen voedt zichzelf met zijn eigen honger’, schrijft Emmanuel Levinas (1906-1995) in Ethics and Infinity). Met deze ‘antropologie’ blijven we wat mij betreft gevangen in ons zelf. Zelfs mijn ‘verlangen naar God’ loopt het gevaar daarmee in zichzelf gevangen te blijven; immanent. Voor mij is de visie op wie ‘ik ben’ in de gedachten van Meester Eckhart en het denken van Thomas Merton veel meer immanent en transcendent. Mijn zijn is in God en naar God toe en daarin in en naar deze wereld gericht. In deze kijk op mezelf en de wereld ben ik met al mijn vezels betrokken in de beweging van God (zie ook Ingnace Verhack).

Een tweede moment waarop hij zijn eigen ideeën expliciet inbrengt is het gebruik van het beeld van Psalm 1 waarin hij de boom laat wortelen in de grond. Ook die boom blijft, in mijn beleving, in zichzelf gevangen. En dat terwijl de Psalm de metafoor van ‘stromend water’ inbrengt. Een veel gebruikt woord voor de levengevende werkelijkheid van de Geest-Ziel. Een gemiste kans om ook weer om zijn boom in een veel grotere, dragende, stromende en voedende werkelijkheid te bedden. (ook deze wijze van kijken ontleen ik aan Ignace Verhack)

Die andere wijze van kijken geeft mij de beleving van de verliefde geraaktheid waarmee ik in deze wereld mag leven. Haalt mij uit mijn isolement. Een beeld/werkelijkheid waarin ik me en-theousiast mee mag laten nemen in deze wereld en door mag geven wie en wat ‘ik ben’.

Deze wijze van theologiseren zie ik op dit moment in Nederland eigenlijk alleen bij J.J. Suurmond?

Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Welmoed Vlieger en Meester Eckhart

Deze alinea kwam ik tegen in een prachtig artikel van Welmoed Vlieger over Meester Eckhart. Deze vond ik zo mooi dat ik hem hier wilde inlijsten. Ik herken de spiritualiteit van Thomas Merton hierin. Als dit smaakt naar meer dan moet je het hele artikel lezen…

Nu is er wel iets bijzonders met die mystieke eenwording bij Eckhart, namelijk dat deze onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn. God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. Eckharts mystiek draait dus niet zozeer om eenwording ( in de zin van ‘ver-eniging’ van wat daarvoor nog gescheiden was) maar om eenheid, oftewel: om wat ís. En hier blinkt Eckhart uit in eenvoud: we hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.