Thomas Merton over Contemplatie

Ik lees op dit moment het boekje van Thomas Merton met zijn toespraken voor abdissen van contemplatieve kloosters. Toespraken uit 1967 en ’68. Ik zal hieruit meer teksten vertalen. Er wordt hem een vraag gesteld:

“De mensen komen naar ons toe en vragen ons hen onderricht te geven over contemplatief gebed. En dat terwijl het al moeilijk is er iets over te zeggen. Wat zijn jouw ideeën hierover wat we hen zouden kunnen meegeven?

Dat zou helemaal een Zen-achtige aanpak moeten zijn! Als jij aan een Zenmeester vraagt, “Wat is de essentie van Zen?”, kun je een klap voor je kop krijgen, of zoiets. En hij zou je daarna aan je lot overlaten om daar een tijdje over na te denken. Onder geen enkele voorwaarde zal hij je een uiteenzetting geven over Zen. Over iets anders misschien, maar niet over Zen.

Die Sufi vriend, waarover ik je vertelde, was hier op bezoek en we hadden een paar bijeenkomsten met hem. Hij is een echte mysticus en heel erg met beide benen op de grond. Een van onze meest serieuze monniken stelde hem de vraag, “Hoe bereik jij de eenheid met God?”. Wat zijn de hulpmiddelen, hoe doe je dat, wat is het systeem? De Sufi lachte alleen maar en zei, “Wij geven geen antwoord op dit soort vragen.” Hij serveerde het af; wilde er niets mee te maken hebben. Je geeft geen antwoord op zulke vragen omdat er maar een antwoord is. En dat is de dynamische eenheid met God.

Zen mensen leggen grote nadruk op het feit dat jij, als je niet zo’n ongelooflijke domoor zou zijn, zou weten dat je verenigd bent met God; dat God allang zo dichtbij is. Oké; iemand komt bij je en vraagt je naar contemplatief gebed. Wat je dan op de een of andere manier moet doen is hem in een positie brengen waarin hij in staat zal kunnen zijn zich bewust te worden hoe dichtbij God is. Daarbij rekening houdend met zijn persoon en zijn achtergrond. Boeddhistisch onderricht zegt dat de enige blokkade hiertoe onwetendheid is. Maar die onwetendheid zit echter wel verweven in alles.

De oorzaak van deze onwetendheid is dat je jezelf te serieus neemt als individu. Je bent te veel bezig met overleven; leven en dood zij zo verschrikkelijk verschillend. Of je levend of dood bent is verschrikkelijk belangrijk omdat je als je als individu sterft alles afgelopen is. Er zijn geen individuen na de dood. Er zijn personen ja maar geen individuen. Ik denk dat dit een heel belangrijk punt is omdat wij Christenen niet geloven in een leven na de dood van het individu. We geloven in een leven na dit leven van de persoon, die vrij is, die allang in God is, die een is met God vanaf het begin. De persoon keert terug naar God en vindt zijn zelf in God op een veel dieper niveau dan een individu ooit zou kunnen. Omdat het individu zichzelf ziet als een kleine geïsoleerde entiteit waarvoor al het andere afgesloten is. Zolang wij individuen zijn kunnen wij nooit een zijn met elkaar. Natuurlijk moeten wij als individuen deze zaak uitwerken. Dus kunnen we indirect wel over de vereniging met God spreken maar er is geen antwoord op de vraag.

Probeer je dan een persoon meer bewust te maken?

The only known photograph of God; Thomas Merton

Bewust van iets wat er al die tijd al is. Natuurlijk, het is er en het is er niet. Het is zeer helder; als je je van “zijn” en “ik ben” gewaar bent en bewust wordt, ben je een ander mens; dat is een revolutie. En ja, dat is heel tegenstrijdig; je moet het op de een of andere wijze omschrijven. Maar als een persoon zich ervan bewust wordt dat God zo intiem is, zo dichtbij dat er geen tussenruimte is, maakt dat een essentieel verschil. Dat is ook zoals je je realiseert dat deze presentie niet afhangt van of je onberispelijk bent of iets wat daarop lijkt. Als het daarvan af zou hangen zouden we allemaal lang moeten wachten op die eenheid met God.” (pag. 114-116)

Ik heb ook een drieluik geschreven; een serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Mystieke / Contemplatieve antropologie 1

Vanaf mijn studententijd wil ik al weten hoe wij ‘in elkaar steken’. Filosofie, antropologie en psychologie waren mijn ‘hoofdvakken’. Ik wilde de structuur en dynamiek van ons ‘zijn’ in kaart hebben. Vandaar mijn poging om dat weer eens op een rij te zetten. Of ik daarbij met God begin of eindig maakt mij niet zoveel uit. Naar aanleiding van het prachtige boek ‘Dieper dan het diepste zelf’ en mijn verlangen om een serie lezingen over God en ons Zelf te organiseren (met de Hezenberg) ben ik gaan tekenen.

Laat ik beginnen met mijn Godsbeeld. In deze ‘topografie’ probeer ik 4 perspectieven op God in beeld te brengen. Het is vier keer hetzelfde zeggen. God als de scheppende, alles dragende en allesdoordringende liefdevolle werkelijkheid. Hagia Sophia (godheid bij Eckhart?) als oorsprong/bron. De dynamische, kenotische en scheppende werkelijkheid onderling wordt prachtig beschreven door Meister Eckhart:

Zijn is God. God en zijn, zijn het zelfde – of God heeft het zijn van een ander en is dus zelf niet God. Alles wat is, heeft het feit van zijn bestaan door te zijn en uit het zijn. Als daarom Zijn iets anders is dan God, ontleent een ding zijn bestaan aan iets anders dan God. Bovendien is er niets dat aan het zijn voorafgaat, want dat wat het zijn verleent, schept en is schepper. Scheppen is het zijn geven uit niets.

Het NU waarin God de eerste mens schiep en het NU waarin de laatste mens verdwijnt en het NU waarin ik spreek, zijn alle hetzelfde in God waarin alleen HET NU is…

“ What has no essence, does not exist. There is no creature that has essence, because the essence of all is in the presence of God. If God went out of the creatures even for a single moment, they would disappear into nothingness.”

En dan nu naar ons zelf. In allerlei tradities wordt een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen ons ware en onechte zelf. Ik lees hierin twee ‘wijzen van zijn’ in deze wereld. Het valse zelf is daarbij een tegenstelling met het tweede in de zin dat zij niet ziet/weet wat het andere zelf wel ‘weet’. Het valse zelf leeft ‘zonder ziel’ en weet niet dat zij ‘hangt in God’ (Ruusbroek). Het ware zelf neemt de eerste werkelijkheid wel in zich op alleen op een heel andere wijze. Beide wijzen van zijn hebben wel gevolgen voor het dagelijkse leven. Je zou kunnen zeggen dat het tweede door en door aards is maar daar heel anders in leeft. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de eerste wereldvreemd is omdat ze niet door heeft waar ze uit leeft en waar naartoe. Ook hier weer Meister Eckhart:

Fragment uit preek 4 van Meister Eckhart
Zo waar als de Vader in zijn enkelvoudige natuur zijn Zoon natuurlijk baart, zo waar baart hij hem in het binnenste van de geest, en dit is de innerlijke wereld. Hier is Gods grond mijn grond en mijn grond Gods grond. Hier leef ik uit mijn meest eigene, zoals God uit zijn meest eigene leeft. Wie ooit slechts een ogenblik lang in deze grond zou kijken, voor die mens zijn duizend marken rood geslagen goud evenveel als een valse penning. Vanuit deze binnenste grond moet je al je werken verrichten zonder waarom.

De mysticus leeft dus niet in een andere wereld maar beleeft haar volledig anders! Zij weet van haar ‘Grunt’ en hoeft zichzelf niet meer te redden. Zij weet dat ze ‘de geliefde zoon/dochter’ is en leeft dus rijk. Zij gaat zelfs actief deelhebben aan die kenotische en scheppende beweging. Als je dan denkt dat dat ‘geen kruis’ betekent dan heb ik het nog niet voldoende duidelijk gemaakt. In beelden:

Ruusbroek:

Het hoogste van de natuurlijke weg is het wezen van de ziel. Die hangt in God en rust in haar. Zij is hoger dan de hoogste hemel en dieper dan de bodem van de zee en wijdser dan heel de wereld met al haar elementen. (eigen vertaling pagina 114)

Die wezenlijk eenheid van onze geest met God bestaat niet in zichzelf maar zij verblijft in God, zij komt uit God voort, zij hangt in God en zij keert terug in God als haar eeuwig thuis. Zij raakt nooit afgescheiden en blijft trouw aan haar oorsprong. … En deze eenheid is boven tijd en plaats verheven en is een voortdurende scheppend werken van God. (118)

Je hier aan toevertrouwen, dit weten; dan is je leven toch een goddelijk kunstwerk in wording?

Ja het is een drieluik geworden; deze serie over mystieke antropologie. Over de Bron (+), ons zelf (+) en de wereld(+).

Thomas Merton over Stilte

Wie weet ga ik dat wel doen… Een aparte website: ‘Thomas Merton over….’ Al lezend en studerend kom ik zoveel mooie dingen van hem (of over hem) tegen dat ik steeds vaker aan het vertalen sla. Zo ben ik nu in ‘The Springs of Contemplation” begonnen. Een verzameling conferenties uit 1967 en 1968 gehouden voor een kleine verzameling abdissen van contemplatieve vrouwenkloosters. Om samen met hen zich te bezinnen op de toekomst van hun ordes.

De eerste conferentie is al gelijk raak. Hier stelt hij de vraag naar de bedoeling van het zwijgen / de stilte van en klooster. Het raakt onmiddellijk aan mijn blogs over de stilte en meditatie. Stilte is populair. Maar Merton maakt mij attent op de essentie hiervan. Althans hij geeft er een inhoud aan waarvan ik zeg ‘ja dit herken ik’. Ik weet nog dat ik een stilte weekend volgde en me er hardop over verwonderde dat mijn groepsgenoten als gevolg daarvan het niet nodig vonden een vorm van groet te betrachten op het moment van zien van elkaar. Ik merkte dat ik mij daar zeer aan stoorde. In plaats van een oefening in ‘verstilling’ werd het een oefening in autisme…

Hij spreekt hier tot mensen die zich bezinnen op de toekomst van het contemplatieve kloosterleven. Voor Merton is dat geen ‘uitzonderlijk’ leven maar leven in zijn diepste en meest essentiële vorm. Ons leven is dus niet iets anders! Iedere plek en elk leven is ten diepste contemplatief leven in gemeenschap.

Ik vertaal integraal het eerste deel van zijn conferentie: “Presence, Silence, Communication”

“In het contemplatieve leven staan we allemaal voor de vraag “Wat moeten we doen?”. Een van de dingen die we kunnen doen is bij elkaar komen zoals we dat nu doen; als zusters en broeders in Christus en laten gebeuren wat nooit eerder gebeurt is, deze vorm vorm van zoekende retraite.
    Natuurlijk is wat we nu doen, dat wat we verondersteld worden te doen: samen komen op een rustige plek, waar we kunnen praten nadenken en bidden. Een belangrijk sleutel woord is presence (Rinie: ik zal dat meestal onvertaald laten maar vormt wel een kern de latere spiritualiteit van Thomas Merton).  We willen gewoon aanwezig bij elkaar zijn en ons toevertrouwen aan dat wat gebeurt. Als je mijn boeken gelezen hebt ken je mij niet echt. Kijk maar eens goed wat en wie ik echt ben. Prensence daar gaat het echt om. Het is belangrijk je te realiseren dat de Kerk zelf presence (= bewust geworden aanwezigheid?) is en dat geld ook voor het contemplatieve leven. Samen leven (in het klooster) is presentie; niet een instituut. We hebben er op vertrouwd dat een instituut een vervanging kon zijn voor de realiteit van de presentie; en zo werkt het dus gewoon niet!
    Er is sprake van een Pinksteren in het klein daar waar Kerk is (Rinie: hij bedoeld hier de groep die hier bij elkaar is). Pinksteren betekent nieuw leven, en dat betekent veranderingen in ons leven. Maar veranderingen zijn niet gemakkelijk; nieuw leven is verontrustend en verwarrend. De basis ervaring van religieuzen in deze tijd is de strijd, in hun hart weten zij dat er iets van hen gevraagd wordt door God, en dat ze op de een of andere wijze verhinderd worden dat te doen. Het is waar dat veel jonge mensen die het religieuze leven kwamen opzoeken het gevoel hebben dat het zelfs moeten verlaten om God te vinden. Voor sommigen van hen is dat misschien waar; voor anderen zou dat wel eens een illusie kunnen zijn. Wij zijn allemaal bezig voor ons zelf die zaken op een rijtje te zetten. En dat gaat lang duren; de antwoorden liggen niet zomaar voorhanden.
Laten we in dat verband de stilte , onze specialiteit hier in dit Trappistenklooster,  als voorbeeld nemen. Stilte kan een groot probleem of een diepe genade zijn. Als het te geformaliseerd wordt houdt het op een bron te zijn van genade en wordt het een probleem omdat het niet meer een dienende presentie is. Gedurende veel te lange tijd is stilte een vorm van afwezig zijn aan elkaar geweest. Daarmee wordt het een contradictie, en gaan mensen aan haar lijden. Een gemeenschap kan niet op deze basis bestaan. Contradictie is een deel van het leven maar als een systematische bron van frustratie van basale culturele waarden dan wordt het iets anders. Een mens moet in staat zijn om om zich te verhouden tot heel veel verwarrende zaken in de cultuur, dat is vanzelfsprekend, maar dat betekent nog niet dat we nooit muziek mogen horen. Wij trappisten hebben een heel slechte reputatie op dat gebied. Onze stilte heeft de neiging dat mechanische effect te hebben. Zo was het schijnbaar de bedoeling dat stilte betekende dat je moest doen alsof er niemand in je buurt was. Je was stil omdat je de ander min of meer wilde buitensluiten.
Als mensen bij elkaar komen is er altijd een vorm van aanwezig zijn bij elkaar, zelfs als je dat een maagzweer bezorgt (Rinie: daar had Merton nogal eens last van..) We zullen die zaken zo moeten arrangeren dat de aanwezigheid een positieve en niet een negatieve ervaring is. Hetgeen betekent dat we misschien wel meer moeten praten om te leren hoe we in stilte op een positieve wijze present aan elkaar kunnen zijn. Er moet genoeg communicatie zijn zodat stilte een zegen wordt. Die stilte vergt een diepere liefde en pas tot die liefde voldoende gegroeid is, heeft het geen enkele zin te doen net alsof die er wel is. Stilte in ons leven is pas gerechtvaardigd als we elkaar voldoende liefhebben om ook in stilte bij elkaar te zijn. Pas als we die diepte van het gemeenschappelijk leven bereikt hebben zullen we pas de bijzondere roeping en zegen van het samen stil zijn gaan ontdekken. Maar we zullen dat nooit bereiken door elkaar buiten te sluiten en elkaar als object te behandelen. Dit zullen we geleidelijk aan vinden als we elkaar leren lief te hebben.” pag.3-5

Rinie:
Hier krijgt de stilte (als geestelijke oefening) dus een plaats in het samen zijn. Zonder verbinding en ontmoeting dus geen stilte!! De stilte is geen doel in zich maar wordt geboren in en uit de dialoog. De Lectio Divina eindigt in de stilte. Ze begint er dus niet mee! Daarmee wordt de contemplatie en de stilte een overvloedige leegt en een oorverdovende stilte! Deze stilte is dus een heel diepe verbinding! Met alles en iedereen!

Kees Waaijman over psalm 119 + Vieringen

Ooit bij mijn opleiding tot geestelijk begeleider, aan het Titus Brandsma Instituut, een leergang over de spiritualiteit van de psalmen bij Kees Waaijman mogen doen. Ik zie hem nog staan; wat hij er ook over vertelde: het kwam uit heel zijn lichaam. Ik leerde er dat zelfs dat de witruimtes in de psalmen van essentieel belang waren. Psalmen werden daardoor voor mij kunstwerken, nee mystieke meesterwerken die je hart beroerden en/of omgekeerd. Ik heb dan ook geen moment nagedacht over de aanschaf van zijn nieuwste boek.

Het resultaat is de naar buiten gebrachte buit van een schatgraver in psalm 119. Uiteraard in zijn eigen bijzondere vertaling. Volgens mij is het een resultaat van een levenslange scholing en bestudering van de psalmen.

Voor diegene die onbekend is met zijn vertaalwijze zal het even wennen zijn aan de woorden als Wezer, kommernissen, kerving en schikkingen. Op mij hebben deze vreemde vertalingen een ontregelende werking waardoor de vanzelfsprekendheid wordt beëindigt en ik aan het over- en doordenken wordt gezet. En als je geduldig blijft kauwen en proeven zal het als met slow-food zijn. De effecten op je geestelijke welzijn zullen vele malen groter zijn dat het spirituele junkfood wat niet echt voedt. Koop en mediteer.

Zelf ben ik zo vrij geweest om bij het boek een ePsalter te maken. Dat is een digitaal vieringen boek rond psalm 119. 22 korte vieringen rondom een strofe. Je kan het gebruiken al een meditatieve begeleider die je naast het lezen van het boek deze ervaring je al vierend ook eigen te maken. Een hulp bij het proeven/smaken (ook van de ‘moeilijke woorden’). Ik ben zo vrij geweest om elke viering te illustreren met een mysticus die volgens mij zich heeft laten omvormen door de zegging die het geheim is van psalm 119.

voor Ipad /Iphone / Gewoon pdf / Origineel iBooks versie

Damasio, Charles Taylor, Peter Sloterdijk en Janet Ruffin over ons Zelf

‘Het leven wordt voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen’ 

Søren Kierkegaard (1813-1855)

De anatomie van ons ‘zelf’

Het eerste boek is dat van Antonio Damasio. Een fascinerend relaas over het ontstaan van ons zelf/self door deze zeer beroemde hersenonderzoeker. Ik heb het als een detective gelezen. Een minutieuze analyse vanaf het eencellige bestaan tot ons bewuste zelf. Van ons protozelf, ons kernzelf tot ons autobiografische zelf. Centraal staat de zelfregulering om te overleven en het steeds verder verfijndere spel tussen lichaam en de hersenen die zijn ontstaan. Belangrijke tritsen als ‘wakker zijn, mind/geest en zelf’ en ‘protozelf, kernzelf en het autobiografische zelf’ en ‘emoties, primordiale gevoelens en de gevoelde gevoelens’ en de rol die de hersenstam, de thalamus en de hersenschors in dat alles spelen passeren de revue (Damasio Cultuur is een breinproduct). Al deze elementen in een fascinerende samenspel maken ons bewust zijn mogelijk. Hierdoor hebben wij een reflecterend zelf verkregen die kan nadenken over verleden, heden en toekomst en bewust kan vormgeven aan zijn toekomst. Dat doen wij in ons autobiografische zelf. Daarbij zijn wij diep verankerd in ons lichamelijkheid (=inclusief onze hersenen). Natuurlijk kan ik geen recht doen aan het rijke en evenwichtige boek. Als je tijd hebt een absolute aanrader. En natuurlijk begrijp ik alleen maar de grote lijnen. En dat de vertaler ‘mind’ vertaalde met ‘geest’ was voor mij zeer verwarrend. Ons woord ‘geest’ ligt daarvoor veel te dicht bij ons begrip ‘zelf’; ‘mind’ is toch echt iets anders. (Zie ook) En o ja, onze cultuurgeschiedenis (politiek, kunst en religie) doet hij af in 6 pagina’s. Dat kan ik natuurlijk niet serieus nemen… Daarvoor ga ik verder. Dit boek zegt niets bijzonders over ons verleden en helemaal niet over de toekomst… Alleen veel over het ‘hoe’ van ons bewustzijn.

Wat een dikke pil maar wat een fantastisch werk. Hij lag al bijna 2 jaar op de plank. Ik moest en zou hem lezen. Gelukt; tijdens mijn week op de Hezenberg als gastheer voor retraitegangers.. Mijn zoon had hem ooit weten te strikken voor de Ikon/LUX. Ik zou dit boek de anatomie van ons zelf in de morele zin kunnen noemen. De fundering, de reikwijdte en de verantwoording van wie wij willen zijn staat centraal. Een diepzinnige analyse van de  ‘morele’ bouwstenen die ons gemaakt hebben tot wie wij ‘willen’ zijn. Je moet er de tijd voor nemen maar dan krijg je ook iets. Ik ga natuurlijk het boek niet overdoen. Maar elke geestelijke begeleider zou dit boek moeten lezen om tot ‘onderscheiding der geesten’ te kunnen komen. Het gaat hier niet minder dan om de zorg voor ons zelf, voor onze ziel; onze identiteit. Hoe te leven! Wat is het goede leven. En dat is een morele vraag in de breedste zin van het woord! Het boeiende is dat elke Humanistisch raadsman dit boek in zijn opleiding ter bestudering krijgt. (hier een paar verhelderende artikelen: CHARLES TAYLOR /Kunnen we zonder religie /Het mysterie Recensie Taylor /Het project van Charles Taylor)

Was Taylor lastig om te lezen; dit van Peter Sloterdijk was vele malen moeilijker. Ik denk dat ik geen boek ken met zoveel moeilijke woorden. Maar ook dit loont! De schrijver wil een verheldering bieden, en dat doet hij m.i. ook, in de structuur en dynamiek van onze ‘zelfproductie’. Over hoe wij ons zelf individueel en collectief ‘produceren’ vanuit de ‘dwingende eis’ tot veranderen en verbeteren. Hoe steken wij onszelf in elkaar en ‘oefenen’ wij ons daarin. Alle ‘oefenscholen’ passeren de revue. Op den duur werd het boek voor mij een studie in ‘het onderscheiden van de geesten’. Welke bezielingen zetten de mens aan tot het werken aan zichzelf en welke oefeningen worden daarbij gebruikt. Ook dit werk is weer een must voor geestelijk begeleiders! Neem en lees! Zijn ontologische en structurele analyse van ons ‘werken aan ons zelf’ vond ik in ieder geval overtuigend (Je moet je leven veranderen – Peter Sloterdijk). Aan het het eind dichtte ik hem zelfs ‘profetische’ kwaliteiten toe. Daarmee bedoel ik dat hij een scherpe en verhelderende kijk bied op de huidige stand van zaken. Zij slotzinnen, ietwat versleuteld door mij: En als wij de grote catastrofe willen voorkomen zullen we ‘door dagelijkse oefeningen de goede gewoonten van gemeenschappelijk overleven eigen (moeten) maken’ (468). Interview Peter Sloterdijk

Ik herkende veel bij mijzelf als het gaat om de jaren zestig, mijn bekering en de verschillende vormen van spiritualiteit die bij mij de revue zijn gepasseerd. Ik was, n.a.v. Taylor, benieuwd uit welke bronnen deze filosoof put als het gaat om de vormgeving van ons leven. Helaas blijft het bij een spiegel. Het geeft wel inzicht maar opent voor mij geen weg/perspectief. Het inspireert mij niet maar gaf mij wel wel zeer veel te denken.
O.a., naar aanleiding van zijn sleutel metafoor van de ‘training’, de teksten op de sportschool kregen voor mij iets beklemmende… De spiritualiteit van het lichaam terwijl de grote catastrofe ons boven het hoofd hangt….

(Las toevallig vandaag het stukje van J.J. Suurmond over ons zelf; dat inspireerde mij wel..(Suurmond en zelf)

Het vierde boek is een recent boek van Janet K. Ruffing ‘To Tell the Sacred Tale’. Voor mij was het verassend om te zien dat alle vier de boeken de ‘narrativiteit’ van ons zelf een centrale plek geven. Wij zijn zijn, leven en maken mede ons eigen verhaal. Als wij reflecteren op wie, wat en hoe wij willen zijn denken en spreken wij in verhalen (zie o.a. De Praxis als verhaal /Levenskunst en narrativiteit). In dit boek is er echter naast ons zelf ook spraken van een Ander; God. En dat vind ik t.o.v. het boek van Peter Sloterdijk een ‘verademing’. Geestelijke begeleiding bestaat dan bij de gratie dat we ons verhaal vertellen; maar in dit geval omwille van de zoektocht naar de aan/af-wezigheid van God in ons verhaal. In de dialoog tussen die twee krijgt dat verhaal van God en je zelf vorm en inhoud. Zowel het vertellen is daarbij zeer belangrijk: hoe en wat vertel je als het luisteren in de zin waar je naar vraagt en waar je op reageert. Waarbij het naar het verleden en heden geduid wordt tot op God en geleefd naar de toekomst in de zin van passies en roeping. Vooral de theologie van de intieme verbinding tussen ons geleefd verhaal en Gods intieme/verborgen aanwezigheid daarin sprak mij; waarmee elk levensverhaal een ‘Sacred’ dimensie krijgt….

Hoewel…

Thomas Merton tegen de zusters van Loretto

‘Geborgen in een geheim’

Zou dit Merton op zijn best zijn? Voor de vuist weg sprekend…? Wel voorbereid maar met een kwinkslag en diep oprecht? Ben een recent uitgekomen werkje aan het lezen en kom daarin een paar prachtige alinea’s tegen. Uitgesproken tegen novicen in een nabij gelegen en bevriend vrouwen klooster ‘Loretto’ (1961/2).

Ik heb er een paar vertaald die allemaal eenzelfde ‘geest’ dragen. De foto’s zijn gemakt door Thomas Merton

*

Ik was ingewijd op Hemelvaart donderdag. Ik veronderstel, dat als jullie je gelofte doen op die dag, dat jullie allemaal zullen opstaan met Christus. Maar weet je, jullie hoeven helemaal niet ‘ten hemel op te varen’; je hoeft helemaal nergens heen te gaan. De heilige Paulus zegt: “Wie zal Hem van de hemel doen neerdalen en wie Hem uit de diepten naar boven halen? Nee, het Woord is heel dichtbij. Het is in ons hart.” En dat is de reden waarom je niet hoeft op te klimmen; omdat de hemel op aarde is. Hemel is in je hart omdat Christus in ons hart is. En dat is een geweldig iets wat we ons moeten realiseren; dat je nergens heen hoeft te gaan om onze Heer te vinden. We hoeven Hem niet te vinden omdat Hij komt om ons te vinden, zie je. Dat is het belangrijkste wat we ons moeten realiseren. We vinden Hem door ons door Hem te laten vinden.  …… Het is eigenlijk zijn werk en niet zozeer dat van ons… (10)

*

Die hele onderneming, van het gevoel dat heilig zijn net om de hoek is, is een geweldig verwarrende illusie. Zo zit dat niet in elkaar, zie je. Wij zouden helemaal niet in die dimensie moeten leven. Alsof we langs een horizontale lijn ons voortbewegen, waar we voortdurend op zoek zijn naar zijn wat er nu weer in ons vizier komt en wat we nooit zullen bereiken. Het is als een wortel die de ezel wordt voorgehouden en waarbij de ezel zich alsmaar voortbeweegt maar de wortel nooit krijgt. Sommige mensen zouden willen dat het spirituele leven ook zo is. Maar zo hoort dat niet te zijn. Hierdoor loop je voortduren vooruit op jezelf. Je pakt dan nooit op waar je werkelijk hoort te zijn; namelijk precies daar waar je nu bent, zie je. En je bent daardoor altijd buiten jezelf en dat betekend dat je vervreemd bent van jezelf, weg van waar Christus is. (11)

*

Het gaat er niet om dat we Christus morgen met ons is; we hebben Hem nu met ons. En, omdat we Hem nu met ons hebben, zullen we morgen ook bij Hem zijn en niet omgekeerd. In plaats van te zoeken naar die prachtige dag of moment waarop we dat alles zullen ontvangen, moet je je realiseren dat we niet hoeven te wachten. In een bepaald opzicht zijn we, vanaf het moment dat we ons helemaal hebben overgeven aan Hem ( R. = die ‘vow’), aangekomen, niet in de hemel, maar in de Kerk (R. = dat mystieke lichaam van Christus) We zijn dan aangekomen waar wij thuishoren. Als we zijn waar we horen doet niets anders er meer toe. Als we dan toch nog ergens naartoe moeten zal Hij ons daar brengen. Wij hoeven onze reis niet meer te organiseren; we doen gewoon wat Hij zegt. Als je eenmaal in de trein bent gestapt blijf je daar gewoon tot je op je bestemming bent aangekomen. (11)

Als jullie dus bij jullie gelofte afzien van jullie zelf, zien jullie zeker af van heel jullie zelf. Maar dat doe je in de eerste plaats en vooral van jullie oppervlakkige zelf. Degene die denkt het allemaal opwindend is maar wat dat niet echt is. In het religieuze leven is het heel belangrijk om je bewust te zijn dat we niet zo opgewonden zijn over zoveel dingen aan de oppervlakte omdat diep van binnen we veel meer betrokken zijn op die zaken die veel belangrijker zijn. Maar dat zijn dingen waar niet waar we niet over kunnen spreken. De dingen nu waar we over kunnen spreken, de dingen die we wel kunnen uitleggen, zijn meestal de minst belangrijke zaken in ons leven. En zij leiden ons af van de diepere zaken waar we niets over kunnen zeggen. Je kan ze niet eens goed begrijpen. Dat zijn de echte dingen in ons leven … Deze dingen hoef je niet los te laten; zij zullen nooit van je af worden genomen. Hier gaat het om de Maria-Martha zaak. … Er is een ding dat er werkelijk toe doet, dat niet van je af kan worden genomen. Het gaat hier niet om actie of  contemplatie. Het is wezenlijker, het is je ziel verenigd met God, Gods aanwezigheid in je ziel. Het is Zijn wil in jou. Niemand kan daar aankomen; niemand kan daar iets aan doen; niemand kan daar iets aan beschadigen, zelfs niet in het minste bene – zelfs jijzelf kunt dat op een baalde manier niet…. Zelfs hoewel wij ons leven door ons eigen schuld flink gecompliceerder kunnen maken zal het geen effect hebben op het diepe werk dat God aan het doen is ons hart. (12-13)

Ze hebben een gemeenschappelijk thema. Een ‘weten’, dat mij dit gebed ingaf:


Hier ben ik

Dit
Nu
Hier
Zo

In U
U in mij

Scheppend

Zeer goed

Mijn schoonzus van 60 is overleden…

Kerk als een tegendraadse oefenplaats? Herman Paul en Bart Wallet

Kwam een leuk nieuw boekje tegen. De inleiding pakte gelijk: een zoektocht naar kerk en geloven wat ‘verschil’ maakt / wat ergens toe dient / wat er toe doet: dagelijks / in de buurt / maatschappelijk / de toekomst van de aarde. Kerken als oefenplaatsen in tegendraads gelovig leven.  Negen tegendraads theologen passeren de revue. Maar alleen al deze inleiding deed mijn hart opengaan. Eindelijk weer kerk en politiek in een adem… (W.T. Cavanaugh). Hoe lang is dat geleden….? Dat er zelfs een theoloog als Tim Keller in stond vergroot alleen maar mijn plezier want het maakt mij nieuwsgierig. Ik zal elk interview langs gaan en door de (lees)tijd heen reageren. De beide schrijvers hebben een link naar het tijdschrift Wapenveld. Enkele portretten stonden daar al in. Kijken of ze me raken. Woorden die mij in ieder geval niet aanspreken zijn ‘morele vorming’ en ‘zelfverloochening’. Het laatste en het eerste zijn geen doel: het gaat er, m.i., om dat we ons laten raken door het appel wat aan ons voorligt en gaan handelen/geven uit die betrokkenheid. Het delen en geven van ons leven omdat we ander zien, horen en voelen. Liefde als offergave; opdat het goed wordt. (de rest van de inleiding is een irritant voorsorteren op vragen van de makers; alsof ik zelf niet kan lezen en bedenken…).

1. Richard B. Hayes Centraal thema van deze ontmoeting is de postliberale (Postliberal Theology) bijbeluitleg. Hoe lees je de bijbel zo dat je niet in de valkuil van het sterk historisch en kritisch lezen of van het letterlijk lezen. Dit vraagt een verbeeldende en narratieve lezing(= figuratief?) waarin de eigen werkelijkheid wordt wordt begrepen vanuit de werkelijkheid in het bijbel verhaal(Viervoudig schriftzin). Daarbij moet men wel het verhaal lezen in de context van heel het boek en de andere bijbelboeken. De ijkpunten die hij noemt zijn het Kruis, gemeenschap en nieuwe schepping(37). Waar ‘ik’ blijf in deze benadering zie ik niet? Ik mis de dialoof/interactie…

2. Stanley Hauerwas “Ik wijdde op 15-jarige leeftijd mijn leven aan de dienst van God, vanuit de gedachte dat als God mij niet wilde redden, ik Hem onder druk kon zetten door dominee te worden“43 Alleen al van zo’n zin wordt ik vrolijk van; een oprecht mens. En even verder..“Ik schaam me naar voor de manier waarop het evangelie (in de VS) wordt misbruikt  voor een programma van patriottisme en individualisme.” Onder invloed van Barth, Yoder en Jezus komt hij tot een radicaal pacifisme. In zijn benadering kwam de kerk als politieke gemeenschap van God met centraal daarin de eucharistie centraal. Een gemeenschap waarin naar alternatieven wordt gezocht voor euthanasie, abortus en oorlog. En niet de seculiere overheid al te zeer naar het zin willen maken. In mijn oren neigt hij nogal naar een ‘superieure’ positie van de gemeente t.o.v. de wereld maar is daar zelf heel dubbel in door zelf geen echt deel uit te maken van een gemeente…… In de rij van God, schrift, gemeente, liturgie en subject is het voor mij niet duidelijk waar hij de ‘autoriteit’ legt…

3. Samuel Wells Een man met het hart van een pastor, een geraakt zijn door de armoede en een goed stel hersenen die hij voor beide wil inzetten. .. een van de armste wijken… 15 betrokken volwassenen …. lag wakker .. foto van de mensen in de wijk in de kerk… het werd een verhaal met God in de hoofdrol.. zoals in de bijbel..60 Voor hem spelen zijn preken een heel belangrijke verbindende rol. Maar naar aanleiding van de keren in de VS zegt hij ook: Het is prachtig iedere zondag voor 1.200 mensen te preken maar je liegt tegen jezelf als je denkt dat het Koningkrijk van God dichterbij is omdat er meer mensen voor je zitten”62. Werkelijke beslissingen over het leven in deze wereld zijn ingebed in een leven van navolging, waarin het karakter wordt gevormd en gekneed”65. Zijn focus is dus de morele karaktervorming in de christelijke gemeente. De kern zit in het handelen en niet in de intellectuele doordenking. In werkelijke handelingen van compassie. Niet het woord maar het leven; sacramenteel handelen. Een ‘dramatisch’ gebeuren noemt hij dat. Een leven dat de ‘verbeelding’ prikkelt en waar ‘verzoening’ gebeurd.

Ik stop er mee. Het wordt teveel. Ik schrijf bij elke theoloog een leuk citaat en daar houd ik het bij. Er komen er nog een paar voorbij wier theologie gegrond is in echte existentiële lijdenservaringen. Het maakt dat het echt ergens om gaat! Van N.T. Wright en Tim Keller snap ik niet dat ze er bij staan? In de maatschappelijke zin absoluut niet inspirerend. Dan had ik Huub Oosterhuis leuker gevonden? Trouw: ‘Red hen’ Oosterhuis

Ik vind het voor een leek veel te moeilijk(vraagt veel kennis / veel onbekende namen en termen voor mij) maar als je daar overheen leest is het een fantastisch boekje wat kerkzijn weer bij/in de tijd wil brengen. En dat is veel meer dan ethiek. En waar dan de autoriteit ligt: God / Traditie / Politiek / Gemeente / Liturgie / Bijbel / Jezus / Geest / Sacramenten / de lijdende / mij? Als het zoden zet aan de dijk van Gods Koninkrijk ben ik blij… (ben wel benieuwd naar wat Frits en Bert hiervan vinden)

4. Oliver O’Donovan

“Je vertelt de ander niet wat jij denkt, maar vraagt hem hoe zij tegen de dingen aankijkt”

5. Bernd Wannenwetsch

“Ik denk dat we een soort seismografische gevoeligheid zouden moeten ontwikkelen, die ons leert in te zien wat in welke tijd de moeite van het signaleren, ontmaskeren of bestrijden waard is.”98

6. Brian Brock

“De vraag is dus niet hoe het met onze christelijke karakter eigenschappen staat, maar of we God ontmoeten, of we zijn stem horen, of we zijn verborgen omgang kennen. (o.a. in het zingen van de PsalmenAlleen zo’n leven de omgang met onze Schepper leert ons hoe te leven, wat voor relaties we kunnen aangaan, hoe we voor onze kinderen kunnen zorgen, welke producten we het best kunnen kopen en tegen welke slechte gewoonten we te strijden hebben.” 115

7. Miroslav Volf

“Het christelijk geloof is niet westers, Amerikaans, kroatisch of Nederlands. Als dit besef verdwijnt, dan wordt het tijd voor een verklaring als de Barmer Thesen – tegen het tribalisme, tegen elk groepsdenken dat zich tooit met christelijke frasen of symbolen.”127

“Instead of reflecting on the kind of society we ought to create in order to accommodate individual or communal heterogeneity, I will explore what kind of selves we need the be in order to live in harmony with others” 129

8. Tom Wright

“Ik raakte in het onderzoek gefascineerd door karaktervorming en transformatie. (zijn bestudering van Paulus) En daaruit kwam duidelijk naar voren dat je wordt wat je aanbidt.” ( zijn laatste twee boeken zijn wel een echte aanrader!)

9. Tim Keller

En ter relativering: ‘Als je het begrijpt, dan is het niet God’ (Augustinus)

Zie ook: Ronald van den Oever en Jos Douma maar bij hen mis ik volledig de politieke en maatschappelijke dimensie van de oefenplaats. Wat juist bij deze denkers heel centraal staat. Zij associëren het begrip oefenplaats met spiritualiteit en daarmee lijkt de maatschappelijke dimensie van het tegendraadse uit het beeld te verdwijnen..?

Hoe meer ik van hun leeswijze lees hoe geschokter ik ben. Maar mischien ben ik degene die de verkeerde bril op heb….? Eerst heet het ‘tegendraadse theologen over kerk en ethiek’ (ondertitel). In hun reactie pakken ze het woord oefenplaats en tegendraads en verbinden dat met spiritualiteit. Vervolgens gaat het helemaal niet meer over bijbeluitleg en de maatschappelijke werkelijkheid (zie Cavanaugh). Het woord spiritualiteit ben ik nauwelijks tegengekomen in het boek. Bijna manipulatie….?

Kruimels van Diana

Diana is een lieve vriendin die erg veel mooie boeken leest. Zo nu en dan zet ze vondsten daarvan op facebook. Deze vind ik vaak zo mooi dat ik ze wil gaan verzamelen. Dat ga ik doen onder de kop ‘Kruimels van Diana’.

Wenswoorden

Er zijn woorden die niet bestaan, omdat er werkelijkheden zijn die niet bestaan. Er worden soms woorden uitgevonden voor wenselijkheden. Zo kan iemand intens verlangen om geen last meer te hebben van de ‘rouwkou’, die tot in de diepste vezels van je lijf kan kruipen.
Of je zou het ‘rouwhemd’ willen uittrekken, maar er zijn geen handen die dat kunnen; het zou je ontvellen.
Ook ‘ontrouwen’ is geen bestaand woord. De hoofdpersoon in het nieuwe boek van Vonne v.d. Meer, ‘De vrouw met de sleutel’, vindt het woord uit. Maar er is geen sleutel, geen techniek waarmee je in één keer de mensen achter je kunt laten die zo belangrijk waren.

‘Voltooid leven’ lijkt ook zo’n begrip. Het schuurt aan tegen een leeg geworden leven, dat zich echter niet laat ontrouwen. Je zou op een zachte wijze uit het leven moeten kunnen verdwijnen als je er buitenstaanders – wie dat ook mogen zijn – geen schade mee berokkent. Kan dat wel of is dat een wens in de zin van wishfull thinking? Is er vrijwillig sterven mogelijk dat niemand beschadigt? Het is een vreemde paradox waarmee we het soms moeilijk kunnen uithouden. Een prikkelende gedache van senator Hellen Dupuis. Om over door te denken.

Uit: Bruggen naar morgen van Marinus v.d. Berg

>>>

We moeten die Bijbelse verhalen niet letterlijk nemen, maar woordelijk.
Willem Barnard

>>>

Citaat van W. Barnard: ‘Iedereen die een beetje eerlijk is, geeft toe dat zieke, bezochte, wanhopige mensen ons irriteren. Een beschaafde hoeveelheid leed, dat is tot daar aantoe, maar als het niet meer in balans te houden is, stoort het ons evenwicht. Wij worden dan hardhandig herinnerd aan de onhoudbaarheid van onze illusies (…) Als het er op aankomt, zijn we gewetenloos. En iemand die schreeuwt van ellende, vormt een bedreiging voor onze gemoedsrust. Wij ontdoen ons van hem. Wij kijken de andere kant uit, wij zorgen dat we het druk hebben… of wij spreken er schande van dat hij zo’n burengerucht gemaakt.’

>>>

Als iemand van je houdt en je bent van hem gescheiden, kan niets de leegte van zijn afwezigheid vullen; je moet dat niet proberen, je moet eenvoudig aanvaarden en volharden. Dat klinkt erg hard, maar het is ook een grote troost; want zolang die leegte werkelijk leeg blijft, blijf je daardoor met elkaar verbonden.
D. Bonhoeffer

>>>

Er is een bekend joods verhaal. Een jochie zegt uitdagend tegen de rabbi: ‘ik geef u een stuiver als u me kunt laten zien waar God is’. De rabbi kijkt hem vrolijk aan en antwoordt: ‘en ik geef je een tientje als je mij kunt laten zien waar God niet is’.

>>>

Niet alleen in de economie, op alle terreinen van de maatschappij worden processen steeds meer versneld. Wijze mensen houden het daarentegen op onthaasting. Daarachter gaat het inzicht schuil dat de mens ziek wordt wanneer zijn leven steeds sneller gaat. De profeet Jesaja heeft al 2700 jaar geleden onderkend dat de basis van alle versnelling en alle haast een gebrek aan vertrouwen is. Wie vertrouwen heeft, Iaat de dingen zoals ze zijn. Hij vertrouwt op de groei die in alle dingen besloten ligt. Een plant groeit volgens een innerlijke wetmatigheid.

Ook de mens heeft een ritme dat bij zijn leven past. Wanneer dit ritme steeds sneller wordt, kan zijn ziel het niet bijbenen. Zijn ziel raakt in verwarring. Wie denkt dat hij steeds sneller moet worden, wordt uiteindelijk door angst voortgedreven. Angst is de drijfveer van de verhaasting. Wie bang is, kan niet stil blijven staan. Hij kan niet wachten. Hij kan niet toekijken. Hij moet alles zelf krampachtig vasthouden, omdat hij denkt dat hij anders alle controle verliest. Hij wantrouwt alles wat hij niet zelf doet. En hij is bang voor de kleine pauzes in het leven van alledag. Dan wordt hij immers geconfronteerd met zichzelf: Maar dat kan hij niet verdragen, dus moet hij altijd bezig zijn, altijd iets te doen hebben. Om zijn hart niet te hoeven voelen. Om de angst en de onrust van zijn hart niet waar te nemen.
(Anselm Grün)

Gewoon een beetje heilig…; Heilig. Gewoon nu

Zo las ik eerst de titel van het boek. Iets wat ik wel een beetje zou willen zijn. Dus gelijk lezen…. De vormgeving was onmiddellijk een van de dingen die mij raakte… Gewoon een mooi boek! Met prachtig vormgegeven ‘fotocollages’. Vervolgens het ‘concept’. Elk hoofdstuk een ‘heilige beweging/beweger’ kort beschreven en vervolgens de impact daarvan in Nederland. In beeld gebracht door interviews met geïnspireerden. Taize, Oudezijds 100 en een Franciscaanse zijn maar drie van de 12 stammen die de revue passeren. Ik heb het gelijk cadeau gegeven…  Als je op zoek bent om je leven net een beetje meer inhoud en betekenis te geven dan is dit boek een mosterdzaadje. Zelfs mijn vrouw, meestal ietwat kritisch: “…maar dit heb je al in zoveel varianten….?”, was gelijk enthousiast. Het eindigt in 10 tips om (een beetje) heilig te worden zoals ‘sta open’ en ‘durf los te laten’. Nee; echt leuk.

Omdat ik op mijn vrouw moest wachten ging ik in de boekhandel al wat zitten lezen…. Het maakte me weemoedig.. Beetje depri zelfs. Natuurlijk wil(de) ik dat ook: ‘een beetje heilig worden’. Heb dat, zo nu een dan, ook wel geprobeerd. Zeker niet alleen.. Het werd geen echt succes… Teveel idealisme? Teveel verschillen? Was het mijn gebrek aan flexibiliteit? Ben nu het dagboek van Thomas Merton aan het lezen.. Hoe hij bij tijd en wijlen over zijn kloostergemeenschap schrijft….

Vooral een bedding vinden om je heen van een groep / van vrienden… waarmee je samen… Het kan zijn dat we te vaak zijn verhuisd. Ik blijf onrustig..

Getijdenboek of Psalmen brevier? ….. ePsalter

Wat is dit leuk..! Naast het vertalen van teksten van Thomas Merton heb ik nog een hobby gevonden. Het maken van een digitaal psalmen & gebeden boek. Ik ben halverwege maar weet nog niet hoe ik het moet noemen.

Getijdengebed? / Brevier? / Vieringen voor thuis / ePsalmvieringen / PsalmenApp Ik denk nu: Psalterium in e. Maar het wordt: ePsalter.

Laat ik bij het begin beginnen. Medewerkers van de Spil kwamen n.a.v. bezoekers aan het retraitecentrum op het idee om een eenvoudige viering voor thuisgebruik te ontwerpen aan de hand van de 150 psalmen. Een prachtig monnikenwerk. Alle betrokkenen hadden ervaringen hiermee als liturg in de kapel. Begin 2007 zijn we daarmee begonnen en we waren augustus 2011 klaar. Zelf liep ik al veel langer met het idee om er een eBook van te maken maar ja hoe doe je dat? En toen was er de iBooks app plus de Author versie… En nu ben ik klaar!!! Mijn bedoeling is om het gratis te verspreiden. Dat betekent dat mensen het volledige werk op hun iPhone, iPod en/of iPad kunnen zetten. Uiteraard moeten ze dan wel de iBooks 2 app hebben. Ik ga er van uit dat je hem ook op je computer kunt zetten.  In mijn fantasie is hij in ‘no time’ verspreid en gaan mensen er hun eigen psalm en gebeden boek van maken.

Ben inmiddels op onderzoek gegaan in welke digitale vorm ik het moet gieten: ePub /Kindle /iBooks of…? Ik heb nu twee versies: ePub(=iBooks) en Pdf. De verspreiding via Dropbox geeft nog een probleem. En een eigen website: ePsalter.com. (Het wachtwoord is ePsalter) En ze zijn klaar…