Marius Noorloos; en de kerkelijk werkers en predikanten die ons gaan redden?

Een tweede thema waar ik op wil reageren is de mogelijke suggestie die van het artikel uitgaat richting de predikant. Uiteraard wederom in de wetenschap dat ik het artikel zomaar geen recht kan doen. Het artikel begint met de opgebrande kerkelijk werker en eindigt met de zoektocht naar diegenen die de kerk uit het slop trekken? Eerst even wat citaten uit het artikel.

….Daarmee bedoel ik dat ze zich onvoldoende laten voeden door het evangelie. Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen. Anders kun je nog zo veel ondernemen, maar dan ben je als een accu zonder dynamo. Veel predikanten ervaren matheid, vermoeidheid en zelfs frustratie. Ik zeg: geloofsopbouw is belangrijk. Als je dat verzaakt, dan blijft er enkel zorg om organisatorische structuren over.”
De neergang van het ledenaantal van de kerken lijkt onstuitbaar.
“Dat is waar. Ik geloof niet in wondermiddelen, wel in groeikansen. Ik denk dat dit het enige vaccin is tegen de ziekte die secularisatie heet. Er zijn gemeenten die over een dood punt heen zijn gekomen. Daar ging het slecht: de organisatie was belangrijker dan God en mensen. Door dat radicaal te veranderen, kwam er nieuw leven.”
Hoe weet u dat zo zeker? Dat is toch nog nooit systematisch onderzocht?
“Daarom dat doe ik dat nu voor de PKN met twee anderen. (Sake Stoppels, docent kerkopbouw aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en Henk de Roest, hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, red).”
Je zou haast zeggen: nu pas?
“Ja, beter laat dan nooit. We zijn op zoek naar zoveel mogelijk predikanten en kerkelijk werkers die een nieuwe start hebben gemaakt, op welke manier dan ook. Aan de hand van hun ervaringen hopen we in de loop van volgend jaar een boek te publiceren. “Hierin gaat het niet slechts over theologische beschouwingen, daar is al genoeg over geschreven, maar om een praktisch werkboek. Waar het toe leidt, dat zien we wel.”

Ik lees hier twee mogelijk valkuilen. De eerste is de suggestie, die je eruit zou kunnen lezen, dat de redding komt van de predikanten. Volgens mij is dat juist een van de redenen waarom predikanten afknappen en opbranden. Omdat zij (en wij) denken dat het succes en of de leegloop van de kerk van hen afhangt! Van hun initiatieven en activiteiten. Ook dat is een veel te eenvoudige voorstelling van zaken; alsof het niet heel ingewikkeld en alsof er geen God is…. De tweede valkuil is het fenomeen van ‘succesvolle’ gemeentes; alsof er een ‘methode’ is die je zomaar op een andere plek kunt imiteren…. Trouwens, zelfs Jezus was geen echt succes…. “We dachten dat Hij het was….”. Ik ben op zoek naar een heel andere benadering.

Ik wil er twee voorbeelden ‘tegenover’ zetten. Het eerste is een dagboek notitie van Thomas Merton en het tweede is een citaat uit een preek van Meister Eckhart. Beiden vertegenwoordigen een heel specifieke spiritualiteit waarin, m.i., nog de gemeente, noch de predikant degenen zijn die het ‘fenomeen’ van de goddelijke werkelijkheid realiseren. Deze ‘geloofsopbouw’ geeft een m.i. veel ontspannender beeld van God, jezelf en de wereld mee. Het Koninkrijk Gods is… Deze heeft veel meer het karakter van kijken, luisteren, spreken en je mee laten nemen door epifanieën van dat Rijk.

11 December 1961
Gisteren, Dag van Bezinning; realiseerde de voor mij allesbepalende noodzaak van diepgaande ootmoedigheid/nederigheid – vooral in verband met welke inzet dan ook van mij voor de vrede. Deemoed is belangrijker dan ijver (Rinie: zeal=vuur/ambitie). Afdaling in nietigheid en afhankelijkheid van God. Anders ben ik alleen maar bezig de wereld met haar eigen wapens te bestrijden; en op dat punt is de wereld onverslaanbaar. Zeker; het hoeft niet eens terug te vechten: ik zal mezelf uitputten en dat zal het einde zjn van mijn domme inspanningen. 
    Ik moet in God kracht zoeken; in het bijzonder in het Lijden van Christus. 

Echt waar, de wetenschap van alle schepselen bij elkaar, noch jouw eigen wijsheid kan je zover brengen dat je God goddelijk kunt weten. Wil je God goddelijk weten, dan moet jouw weten in een louter onweten geraken en in een vergeten van jezelf en alle schepselen. 56

Vraag je daarom hoe nuttig het is om deze bereidheid na te streven en je leeg en ontruimd te maken en die duisternis en dat niet weten op te zoeken en binnen te gaan en daarin te blijven, dan zeg ik: zo is het je mogelijk om Hem, die alle dingen is, te verwerven. En hoe meer je jezelf zo leeg maakt als een woestijn en hoe onwetender, om zo meer nader je Hem. 57  (Rinie: lees voor weten: doen)

Deze ‘benaderingswijze’ wordt getekend door woorden als tederheid / voorzichtigheid / terughoudend / ontvankelijkheid / openheid / kwetsbaarheid / Gelassenheit / prudentie / sensitiviteit. Dat is het tegenovergestelde van de moderne mens zoals die getekend wordt door Zygmunt Bauman in Trouw (28 aug.):

Wat is uw definitie van modern?
De mens is modern sinds hij, vanaf ongeveer de achttiende eeuw, het heft in eigen handen wil nemen. Hij wil niet meer leven in chaos, afhankelijk van God en natuur, hij wil de wereld in orde brengen. Modernisering is de rationele reis naar deze perfecte orde. Een voor een moeten alle problemen worden opgelost.” 

Marius Noorloos: Evangelisch-orthodox; de toekomst?

Ik heb me flink opgewonden over het interview met Marius Noorloos in Trouw. Mijn vrouw vindt dat ik het te negatief lees maar ik blijf me storen aan een paar zaken. Zij is juist heel positief over zijn initiatief.

“Veel kerken zijn gevlucht in het activisme. Vooral in de jaren tachtig werd de inhoud van het geloof ingeruild voor protest tegen kernwapens.”

Ingeruild? Was het maar waar. Voor mijn beleving was de laatste werkelijk spannende activiteit van de kerk de Vredesbeweging; waarna het, op dat soort punten, heel stil is geworden. Dat was geen inruil tegen het evangelie… Ik zie nog prof. Berkhof met het ‘Blauwe Boekje’ in zijn hand in Utrecht. Dat was werkelijk evangelische bevlogenheid. (En natuurlijk de strijd tegen de Apartheid.)

‘Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen…… Inzet voor de maatschappij is broodnodig, begrijp me niet verkeerd, maar vergeet het evangelie niet. Dat is olie voor de motor.’

Hij stelt daar, naar het lijkt, het evangelie/Jezus en maatschappelijke inzet toch een beetje tegenover elkaar. Alsof dat een tegenstelling is!? Alsof er in die jaren niet mensen waren als Thomas Merton, Jurjen Beumer en Dorothee Sölle die die twee onlosmakelijk en heel intiem met elkaar geïncarneerd zagen. De leegloop van kerken, het verschijnsel van de burn-out bij predikanten is een veel ingewikkelder probleem dat dat activisme van voorheen! Ik kan me na de jaren tachtig geen ‘activisme’ meer herinneren en toch ging de leegloop (veel harder) door. En het ‘succes‘ van evangelischen en orthodoxen (die elkaar lang niet altijd verdragen!) moet ik op de lange termijn ook nog zien. Kijk naar het fenomeen van de post-orthodoxen en post-evangelischen en de vele scheuringen in evangelische gemeenten. Blinken en verzinken.

Nu kan ik daar wel de uitspraak van Karl Rahner: ‘De vrome van morgen zal “mysticus” zijn, iemand die iets “ervaren” heeft, of hij zal niet meer zijn; 1966’ tegenover zetten. Maar dan ga ik ook weer aan heel veel dingen voorbij. Zoals het verband tussen leeftijdsfasen en geloofsvormen / geloofsverhalen. En het verband tussen kerkgemeenschappen en sociale en maatschappelijke verbanden. Zie en lees wederom Joep de Hart.

Maar als je de rest van mijn blogs leest dan zul je zien dat mijn de impliciete en expliciete  aanwezigheid van het Koninkrijk van God en het verborgen en manifeste lichaam van Christus (in) deze wereld mij het meest inspireert en levend maakt. Me daarin/daardoor mee laten nemen. Dat is geen succes nummer maar veelmeer de weg van de graankorrel. Het effect? Geen idee…. En een kerkelijke gemeente? Dat is als het goed is een oefenplaats in het je laten meenemen in deze werkelijkheid. En een predikant? Die snapt daar een klein beetje van. En is hij/zij dat een beetje kwijt; dan zou een beetje geestelijke begeleiding geen gek idee zijn…

Sorry schat; ook na zes keer lezen kan ik geen vuur vinden in dit krantenartikel. Zelfs het woord secularisatie is een achterhaalde term… En iemand die vroom en radicaal tot twee dingen maakt met het tussenvoegsel ‘en’ wekt in ieder geval de schijn dat dat twee dingen zijn. Jezus was/is de werk-elijkheid van God (in) deze wereld..

En voorbeelden van predikanten van na hun ‘dode punt’ heb ik niet zoveel. Wel voorbeelden  die dat punt nog voor zich hebben of in zich mee dragen: Inger van Nes / Time to Turn / en ikzelf natuurlijk. En, o ja, een voorbeeld van een gereformeerd theoloog die door de tijd heen meer is gaan geloven.

Frits de Lange; een (zich) ‘bekerende’ gereformeerde mysticus

Wat een prachtig interview met hem bij Het Vermoeden. Een man gedoopt in de teksten van Dietrich Bonhoeffer en Simone Weil. De boeken die hij hierover geschreven heeft staan integraal op zijn website! Zijn artikelen over de ‘ouder wordende mens‘ in Trouw, een paar jaar geleden, hadden mij al heel erg aangesproken.

Ik heb vreselijk de neiging te reageren maar ik vind dat je de uitzending gewoon moet zien. Het ‘Godsbeeld‘ maar ook het ‘mensbeeld’ (zijn kijk op het ‘ik’) en wat ‘bekering is’, wat uit dit interview naar voren komt is …. Nee, ik doe het niet; gewoon kijken. Een man die is blijven leren en steeds minder ego heeft gekregen? Dat kom je niet veel tegen. Ja alleen bij mystici… De Heilige Tekst uit dit interview geef ik hier, als smaakmaker, weer.

De oneindigheid van tijd en ruimte scheiden ons van God. Wij kunnen geen stap in de richting van de hemel doen. God komt door de kosmos heen tot ons. Over de eindeloze tijd en ruimte komt Gods nog oneindig eindelozer liefde, om ons aan te raken.
Wij hebben de macht hem toe te laten of de toegang te weigeren. Als wij doof blijven voor zijn komst, dan komt hij, net als een bedelaar, keer op keer terug, maar op een dag komt hij niet meer. God legt een heel klein zaadje in ons en gaat dan heen.
Vanaf dat tijdstip hebben wij noch God, iets anders te doen dan te wachten. Wij moeten alleen maar onze toestemming, ons jawoord, blijven beamen. Dat is moeilijker dan het lijkt, want het groeien van het zaad in ons doet pijn.
Uiteindelijk groeit het zaad uit eigen kracht. Eens komt het ogenblik, dat de ziel God toebehoort, waarop zij niet alleen maar met de liefde instemt, doch werkelijk zelf liefheeft. Het is Gods liefde voor zichzelf, die door de ziel heengaat. Alleen God is in staat God lief te hebben.

Simone Weil – uit: Wachten op God

En aan het eind deelt hij een tekst van Meester Eckhart;

Geef acht op jezelf
en daar waar jij jezelf aantreft
laat jezelf daar los

Zijn nieuwste boek heb ik aan mijn vrouw, die stafmedekster Kwaliteitszorg in een grote zorginstelling  is, cadeau gedaan.

En dit, over een ‘persoonlijk God’, moet je ook lezen. En natuurlijk zijn artikel in Trouw over ‘Compassie‘.

Inmiddels staat de tekst van het interview ook op zijn website.

Thomas Merton; uit zijn dagboeken 2 God en Mens

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

Wat mij hier aanspreekt is de creatieve samenwerking tussen God en ons.

3 Augustus 1958

Altijd hele mooie inzichten te vinden bij Romano Guardini over Voorzienigheid.
Bijvoorbeeld, dat de de wil van God niet een ‘lot’ is waaraan we ons onderwerpen, maar een creatieve handeling, in ons leven; wat iets totaal nieuws realiseert (of daarin faalt). Iets wat tot dan toe totaal niet te voorzien was volgens de gangbare wetmatigheden en schijnbare patronen. Onze samenwerking (het eerst zoeken van het Koninkrijk van God) bestaat niet in het eenvoudigweg gehoorzamen aan wetmatigheden maar bestaat in het openstellen van onze wil voor deze creatieve daad, welke wij moeten zien te hervinden in en door onszelf, van de wil van God.
Dit is mijn ultieme doel – alles opzij zetten. Ik wil niet alleen maar voor en door mijzelf een nieuw leven en een nieuwe wereld creëren, maar ik wil dat God hen in en door mij schept. Dit is cruciaal en fundamenteel – hiermee kun je dus nooit alleen maar simpelweg een Marxistisch communist zijn.
Ik moet een nieuw leven leiden en er moet een nieuwe wereld tot aanzijn worden geroepen. Maar niet door mijn plannen en door mijn rusteloze activiteit.

Deel 1 Inclusieve Christus Deel 3 Over ons zelf

Thomas Merton: uit zijn dagboeken 1

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

De illustraties heb ik er zelf bij gevonden. De foto komt uit het genoemde boek.
In de onderstaande tekst raakt mij de genadevolle en  inclusieve wijze van kijken. Wij zijn allemaal herschapen ‘in Christus’. Voor mij een mystieke wijze van zien. (zie ook zijn Sophia)

19 maart 1958; Feest van de heilige Jozef

Fantastische boeken voor weinig geld — inclusief ‘The Family of Manvoor 50 cent. Al die fantastische foto’s. Nadere toelichting of uitleg is niet nodig! Sommige mensen zullen gechoqueerd zijn als ik ze zou vertellen dat dit hele boek, voor mij, een foto van Christus is. En toch is dat de waarheid. Daar, daar is Christus ‘in my own Kind’, my own Kind – Kind, waarmeegelijkendbedoeld wordt en wat ook “liefde” betekent en wat “kind” betekent. Mankind. (het lukt mij niet om zijn woordspel met de meerdere betekenissen van ‘Kind’ = soort & aardig & kind in een Nederlands equivalent te vertalen dus heb ik het laten staan) Wij zijn elkaars gelijke, een lieve “Kind” van zondaren verenigd en omarmd in maar één hart, maar één Liefdevolle vriendelijkheid; het Hart en de Liefde van Christus. Ik zoek niet naar de zonde in je, Mankind/mensheid. Ik zie geen zonde meer in je vandaag (hoewel wij allemaal zondaars zin). Er is iets dat oneindig veel meer  werkelijkheid is, om zonde nog langer belangrijk te laten lijken; de schijn van bestaan toe te schrijven. Want zij is verzwolgen, het is vernietigd, het bestaat niet meer en er is alleen het grote geheim dat wij allen één gemeenschap van Gelijken zijn. Wat er toe doet is niet wat de een of die andere in zijn hart gedaan heeft, los van de anderen, maar de liefde die hem terugbrengt bij al die anderen in één Christus. Deze liefde is niet onze liefde maar die van de Hemelse Bruidegom. Het is de Goddelijke Overmacht en de Heilige Vreugde’. God is zichtbaar en openbaart Zichzelf als mensheid, dat wil zeggen, in ons, en er geen andere hoop om wijsheid te vinden dan in God-menszijn: ons eigen menszijn omgevormd in God!

Zie ook Deel 2 & Deel 3

Brian Mclaren; en een beetje ‘beter weten’

Brian D. Mclaren is een ondernemend ‘evangelisch’ theoloog. Hij schrijft veel en geeft lezingen over heel de wereld. En hij deelt veel van zijn inzichten gratis. Hetgeen ik heel sympathiek vind. Drie boeken van hem gelezen. Waarvan 1 in 1 adem. Vanwege mijn eigen evangelische wortels ben ik best wel een beetje geboeid door ‘bekeerde’ evangelische theologen. Post-evangelisch wordt hij wel genoemd en hij wordt gerekend tot de wereld van de Emerging Church. In deze blog van hem zegt hij een paar voor mij herkenbare en aansprekende dingen. Hij geeft hier antwoord op een aan hem gestelde vraag.

—-

“Ik houd van deze vraag – in het bijzonder de volgende woorden: “… het begrijpen van de ware aard en het zijn van God zelf.”..   Ze herinneren mij eraan hoeveel gevoel voor humor er voor nodig is, als ‘kleine mensen’ een poging doen om over God te spreken!…

…. G. K. Chesterton verwoorde dit prachtig in zijn boek Orthodoxy:

Poetry is sane because it floats easily in an infinite sea; reason seeks to cross the infinite seam and so make it finite. The result is mental exhaustion, like the physical exhaustion of Mr. Holbein. To accept everything is an exercise, to understand everything a strain. The poet only desires exaltation and expansion, a world to stretch himself in. The poet only asks to get his head into the heavens. It is the logician who seeks to get heaven into his head. And it is his head that splits.

Dus… als wij ten poging doen grip te krijgen op “de ware aard en en het zijn van God zelf” dan moeten we dat doen als een dichter; ootmoedig en vol ontzag – vooral niet arrogant en als een alles bepalende logisticus.”

En op de vraag naar pan-en-theisme antwoord hij..

“Op het moment dat Jezus “het koninkrijk Gods” proclameert …… nodigt Hij ons uit om de werkelijkheid zo voor te stellen dat het God en de schepping met elkaar verbind in een geheel. “Het Koninkrijk Gods” verenigt God en scheppig … er is sprake van een relatie, integraal verbonden en interactief. De koning is aanwezig in het koninkrijk maar het koninkrijk is niet hetzelfde als de koning….

Dit ‘integrale beeld’ raakt de kern van onze gesprekken over pantheism, het traditionele dualistische theisme en pan-en-theisme. We doen een poging om de schepping in zijn verbondenheid met God te zien en niet als iets losstaand. We doen ten poging om – in de nadagen van, Grieks dualisme, modern consumisme en kolonialisme, reductionistisch rationalisme en nog veel meer; de poëzie van Genesis 1 te herwinnen: dat heel de schepping op de een of andere wijze een manifestatie is van God, een uiting van God, een beweging die is geboren uit Gods adem (en bedenk dat dit poëzie is!!)”

“Let there be light … and there was light.” We can’t get it into our heads, but maybe we can get our heads (Rinie: heart) into it?

—-

Om deze laatste zin gaat het mij! Wij moeten weer met ons hart en niet alleen met ons hoofd leren lezen. De bijbels verhalen zijn een poëtische/beeldende poging de Goddelijke en menselijk dynamiek, die ons dagelijks leven vervuld en tot leven wekt, te laten zien en voelen en ons mee te laten nemen. Het is vol leven om en door ons heen. Zie je het niet: sluit je aan en doe mee! Hier en daar; gebeurt iets! Die manier van ‘Theo’logie bedrijven spreekt mij aan. Een theologie waarin God en mens samen betrokken zijn op scheppen, verlossen en bevrijden. Tegen de verdrukking in…

Blijf niet staren op wat vroeger was
Sta niet stil in het verleden
Ik, zegt hij, ga iets nieuws beginnen
Het is al begonnen, merk je het niet?

Huub Oosterhuis

‘Most of the time’; Maar soms is er de wanhoop.

Most of the time
My head is on straight
Most of the time
I’m strong enough not to hate
I don’t build up illusion ’til it makes me sick
I ain’t afraid of confusion no matter how thick
I can smile in the face of mankind
Don’t even remember what her lips felt like on mine
Most of the time

Ja, meestal red ik me redelijk goed. Maar zoals vanochtend is het als een moeras waar ik me doorheen moet werken. Een ‘diepe’ wanhoop omklemt me. Om mezelf gerust te stellen gaan er allerlei diagnoses door mijn hoofd. Nee depressie was het dus niet; angststoornis.. Maar wie weet is het iets borderline-achtigs? Of toch licht bipolair? Soms denk ik aan en vorm van autisme? Een dagelijkse wanhopige ondergrond/afgrond onder me. ‘The blues’. Als ik weet wat het is dan…?

Zou dit hetzelfde zijn als de demonen van vroeger? De aanvechtingen van satan bij Luther? De vrouwen bij de pilaarheilige? Nou hebben ze bij mij niet de vorm van sex…  De ‘demonen van de namiddag’; acedia? Ik weet nog dat ik het boekje van Grun ‘Strijd tegen de demonen’ heel verhelderend vond. Meerdere keren gelezen. Ik blijf er over lezen. De moderne hersenpsychologie heeft ook weer nieuwe inzichten gegeven. Maar veel daarvan blijft toch dicht in de buurt van een fundamenteel ‘gevoel’ van paniek….

Een paar inzichten zijn mij door de tijd heen bijgebleven.

Er is geen ontkomen aan. Fundamenteel is de ‘wanhoop‘ een gegeven. Welke namen daaraan ook worden gegeven door filosofen en theologen als Kierkegaard en Merton. Vrees en beven, void/dread/despair/desolation, leegte. Iedereen wordt op een keer geconfronteerd met zijn ‘totalitaire’ machteloosheid, schuld, zinloosheid en vreselijke eenzaamheid. Er is geen ontkomen aan. Oké; er zijn heel veel vluchtroutes zoals een relatie, verdoving en afleiding. Maar dan worden we de volgende ochtend weer wakker: we vallen en er is geen bodem…

Er omheen is een illusie… Dus is er maar een weg? Er doorheen. Voor mij is dat dan ook vaak stap 1 in dit soort situaties.  Naar binnen gaan bij dit vreselijke beest. Nee, dit is geen ‘zwelgen in de wanhoop’ zoals ooit een vriend tegen mij zei. Integendeel. Het is: ‘houdt uw hart in de hel maar wanhoop niet’. Het is gaan zitten en de emotionele stormen over en door je heen laten gaan. Het is de ‘feitelijkheid’ in de ogen zien. Het is zoals het is; hier en nu. Ik denk dat dit ook de ongelooflijke waarde van veel goede zen literatuur is. Ik geloof dat daar, voor mij, onvoorstelbaar veel van te leren is. Voor mij als gelovige is het me laten dopen in de wanhoop van Jezus. Ervaren wat de verbijsterende machteloosheid en godverlatenheid is. Die voor iedereen onontkoombaar is. De nacht van de mystieken? Dan lijkt het me toch nog weer dat het iets ‘positief’ is; en dat wil ik niet. Ik wil het absoluut niet mooier maken als het is…

De tweede dimensie heb ik in het bijzonder van Cynthia Bourgheault geleerd. Zij spreekt dan over ‘verwelkomen‘ een ‘befriending’ zoals ik het zelf zou noemen. Wij hebben het hier over de wereld van ‘centering prayer‘. Zij ziet drie stappen(143):
1. Focus and Sink in
2. Welcome
3. Let Go
Bij  mij heeft dat het karakter gekregen van een ‘begroetingsritueel’ naar mijn stemming. Een afdaling in een diepe gewaarwording/awareness. Diepe ademhaling(en) en zien en voelen dat wat er is aan gedachten/ herinneringen/ angsten en gevoelens in/aan mijn lichaam. Een vriendelijke ontvangst, verwelkoming en aanvaarding van ‘dat wat is’. Bij elkaar op de koffie gaan.. Luisteren en na een groet verder (laten) gaan. Deze wijze van er mee omgaan herken in de compassionate mindfulness; wat gezien de wortels daarvan (in Zen), niet zo verwonderlijk is.

Als je rust wil; aanvaard dan de onrust.
Als je zonder angst wil leven; omarm dan de angst
Als je overvloed wil; wordt dan een vriend van de armoede
Als je vrij wil zijn; verwelkom dan de onvrijheid
Als je vrede wil; aanvaard dan de ‘strijd’
Als je zonder wanhoop wil zijn; ga dan wonen in de wanhoop
Als je alles wil; leer dan in vrede leven met niets
Als je gelukkig wil zijn; sluit dan vriendschap met het ongeluk
Als je wil leven met God; durf dan te leven zonder Hem           (Bron ?)

Haal ik hiermee de angel uit deze werkelijkheid? Dat is in ieder geval niet mijn bedoeling. Dit wil geen ‘oplossing’ en/of ‘genezing’ zijn. Zelfs de beweging rondom de mindfulness maakt er soms toch weer een weg naar geluk van. Nee er is geen ontkomen aan de wanhoop. Maar het heeft ook geen laatste woord…. Je gaat er doorheen en je kunt soms weer gewoon aan het werk.. Hou je er iets goeds aan over? Mooi voor je. Hou je er niets aan over? Beter…. Voor mij heet dat laatste ‘geloven’. Gewoon serieus nemen dat wat is… Wil je iets ontvangen? Wees dan tevreden met niks.

Erik Borgman; een relevante en inspirerend theoloog!

Ik noem J.J. Suurmond steeds als een, voor mij, inspirerende theoloog maar dan moet ik Erik Borgman ook noemen. Hij is een ‘leerling‘ van Edward Schillebeeckxs. Wat Jean Jacques is op het gebied van spiritualiteit is Erik Borgman voor mij op het gebeid van maatschappelijk relevante spiritualiteit. Vandaag ook weer in Trouw (Het kwaad). Een prachtig interview door Wilfred van der Poll (doet leuke dingen!) Een mooi citaat:
“Maar als ik in die verontwaardiging (over seksueel misbruik in de kerk) blijf hangen, kan dat ook een manier zijn om mijzelf buiten schot te houden. Want ik die verontwaardigd ben, ik hoor natuurlijk aan de goede kant. Ik splits de mensen op in kwaden en in goeden, en houd het probleem van me af. Het kwaad is elders en goddank niet in mij. Daarmee zou ik, paradoxaal genoeg, een patroon voortzetten dat nu juist zo problematisch is gebleken.”

Het kwaad moet niet alleen aan de ander worden toegeschreven maar slaat ook altijd op mijzelf terug. Moet mij aan het denken zetten over (bijvoorbeeld) datgene waar ik deel aan hen en/of wat ik verborgen houd en niet aan het licht breng bij mezelf.

Ik heb twee boeken van hem die ik nog steeds moet lezen. Een prachtig en inspirerend ‘voorgerecht’ van zijn wijze van inspireren vond ik in deze toespraak voor het Christelijke Sociaal Congres van 2010. (Boekbespreking Metamorfosen) Hier een prachtig interview met hem in ‘Het Vermoeden‘. ‘Wij hoeven niet sterk te zijn..’

Twee citaten uit een andere bespreking in Trouw:

“In het publieke debat vragen sommigen of je religie niet zou moeten afschaffen. Maar dat is de vraag niet. Je kunt religie niet afschaffen. Religie is ook niet een probleem. Het verschaft hartstocht om ons in te zetten voor het goede leven…… Het christendom leert ons de wereld te zien als een gave. Het kan ons zo helpen, een stuk minder bang te zijn. Dan komt er ruimte voor het ontvangen van mogelijkheden die toekomst schenken.”

En drie citaten uit een gesprek met hem in Beweging 1 uit 2005. Ik schreef ze toen al op!

“Augustinus zei het al: ik zoek God en in dat zoeken is God al aanwezig. En Paulus zegt hetzelfde: God werkt het willen en werken. God is de dragende grond van ons bestaan. Ook in de totstandkoming is religie niet van zichzelf”

“De echte vraag is: hoe bljven we antwoorden op Gods presentie? Niet wat is het antwoord? Religie is omgang; omgang met het heilige,omgang met God-de-gevende, de genadige God. Religie is een toegang tot de ontologie.”

“Genade is de ultieme omgeving van het menselijke bestaan. Alles is in Christus geschapen. De schepping is genade.”

Als ik dit soort dingen lees kan ik weer ademhalen en geïnspireerd de klas ingaan. Het heeft allemaal echt zin!!! Ik ben gered / We zijn gered. Ik heb er weer zin in…

Welmoed Vlieger en Meester Eckhart

Deze alinea kwam ik tegen in een prachtig artikel van Welmoed Vlieger over Meester Eckhart. Deze vond ik zo mooi dat ik hem hier wilde inlijsten. Ik herken de spiritualiteit van Thomas Merton hierin. Als dit smaakt naar meer dan moet je het hele artikel lezen…

Nu is er wel iets bijzonders met die mystieke eenwording bij Eckhart, namelijk dat deze onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn. God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. Eckharts mystiek draait dus niet zozeer om eenwording ( in de zin van ‘ver-eniging’ van wat daarvoor nog gescheiden was) maar om eenheid, oftewel: om wat ís. En hier blinkt Eckhart uit in eenvoud: we hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.

4 x kerk van de Toekomst; Joep de Hart

Mijn eerste ervaring was van een paar maand geleden. We hadden een gemeentevergadering over de toekomst van onze gemeente (Gereformeerd/PKN). Ik denk dat er toch wel een 200 gemeenteleden aanwezig waren en de boodschap was dat we binnen tien jaar 2o% minder inkomsten zouden hebben. Toen ik om mij heen keek dacht ik… Whoow… dat zal precies andersom zijn: we hebben dan nog 20% van deze mensen over en de rest zal uitgestorven zijn. Ik denk dat de gemiddelde leeftijd van de aanwezigen boven de 70 lag?

Lijkt er op

De tweede ervaring was een Vrije Evangeliegemeente waar in een sporthal wel 1500 jongeren en ouderen aanwezig waren. Een preek van een zekere ‘Achter de Molen’ waar ik als vrij zinnige gelovige me erg in kon vonden. Ik vond het zowaar leuk. Een stevige band en makkelijke meezingers waarin ‘God op de troon’ werd gezet. En we moesten zo zingen dat God zich welkom voelde… Het was rond Sinterklaas dus je kan mijn associatie raden…

De derde ervaring was een bezoek aan een predikant van volgens mij  ‘confessioneel/evangelisch’ signatuur. Zij ‘actuele’ toepassing van de uitleg van het begin van het Johannes evangelie was een opwekking van een paar honderd jaar geleden. Niets over het rapport over het seksuele misbruik in de Katholieke kerk of de storm in de Pilipijnen. Verder een taalgebruik van 45 jaar terug. Zelfs de bijbellezing was uit de NBG vertaling (wat klonk dat ineens als de Statenvertaling). Een appel om bekering zonder dat er iemand reageerde… Alsof het om een hypothetische vraag ging.

1. een uitstervende kerk?

2. ‘booming business’

3. een enclave van rust (nee het was geen Urk!)

En dan de inaugurele rede (Maak het nieuw) van Joep de Hart van het SCP: Kerken moeten, zegt hij, durven experimenteren met nieuwe vormen, bijvoorbeeld op internet of bijeenkomsten met kunst, sketches, muziek en debat. “De wereld van moderne Nederlanders is zoveel groter en rijker geschakeerd dan het kerkplein of de activiteitenkalender van de buurtvereniging. Het is een dynamische wereld, waar dingen voortdurend in beweging zijn.” De voorbeelden die hij geeft spreken mij aan maar zullen in weinig van de gemeentes worden toegepast. O ja wel in de evangelische kerken; daar zie je veel theater en ook veel internet. Maar kunst en debat zie je daar dan weer niet. Veel van de (oude) vormen hebben soms zelfs een ‘heilig’ karakter zoals bij de Bonders en de ‘Hoog-Liturgen’. Een heel sympathieke rede en al eerder een goed boek. Het boekje ‘Maak het nieuw’ is een prachtig godsdienstsociologisch essay wat zeer prettig leest en wat je een briljant overzicht geeft van de ‘stand van zaken’. Zoals ik het begrijp (en zelf ervaar) moeten we de toekomst van de kerkvorming zoeken in losse netwerken van geïnspireerden die een tijdje samen optrekken: en ‘nomadische spiritualiteit’.

Zelf voel ik nog het meest voor een pluriform aanbod van traditioneel, evangelisch, liturgisch en de basisgemeente in elke plaats. De PKN structuur leent zich m.i. daarvoor. (Niet zoeken naar de ‘gemene deler mix’ maar een aanbod in de volle breedte, met ruimte voor creativiteit. Die gemeene deler dienst ‘voor iedereen’ herinner ik mij uit een Samen Op Weg gemeente: ‘de gemeenschap van grijze muizen’.) En dan twee keer per jaar een gemeenschappelijk ‘festival’. Zelf zal dan denk ik kiezen voor de basisgemeente variant.