Gerben Heitink; Golfslag van de tijd

Gelezen. Dit stond er in een persbericht over dit boek:

Golfslag van de tijd is een boek over de religieuze wortels van onze (post)moderne samenleving. Mensen zijn op zoek naar hun wortels en vragen zich af: Hoe komt het dat wij denken zoals wij denken, leven zoals wij leven en geloven zoals wij (al dan niet) geloven? Kan dat nog wel, gelovig zijn in een postmoderne cultuur? Wat hebben gelovigen en niet (meer) gelovigen elkaar te zeggen? Dit boek kiest voor een historische interpretatie, die past bij geestesweten-schappen als de theologie en de filosofie. Wat het laatste betreft oriënteert de schrijver zich op het werk van de filosoof Charles Taylor. Wie wij mensen zijn, met onze West-Europese identiteit en hoe wij zo geworden zijn, hangt samen met de cultuur waarin we geworteld zijn. De bronnen zijn te vinden in de klassieke oudheid, het christendom en het humanisme.

Het boek wil een bijdrage leveren aan het levensbeschouwelijk gesprek tussen christenen en andersdenkenden, tussen gelovigen en niet (meer) gelovigen binnen de huidige (post)moderne samenleving.”

Boeiend om te lezen; hoewel ik ook paragrafen oversloeg omdat die al te bekend waren. Er zaten in ieder geval een paar paragrafen bij die ik gemarkeerd heb. Het zette me ook vaak aan het denken over hoe ik dat dan zelf zag. Ja het raakte me omdat het over dat gaat waar ik mij ook bezig hou: leven in God in deze wereld. Zeker een leuk boek om samen te lezen. Maar net als zijn vorige boek inspireerde het mij niet. Het bleef te veel hangen op het niveau van de beschrijving en de analyse. Het is een boeiende beschrijving van de veranderde werkelijkheid van onszelf, God en de wereld op Europees niveau. Maar warm werd ik er niet van. Ik moest denken aan het boekje van Feitse Boerwinkel en later de boekjes van Bernard Rootmensen. Ze verhelderen maar ‘beklijven’ niet? Ze verbinden niet met het hart van de spiritualiteit? De geleefde spiritualiteit en God? Het bied geen nieuw/oud perspectief op de ‘werkelijkheid’ van God, ons zelf en de wereld.

Ik kan dat illusteren aan een belangrijk begrip wat hij gebruik ‘verlangen naar God’ en de metafoor van Psalm 1 in zijn ‘Balans’.

Het begrip ‘verlangen’ is voor mij teveel een woord wat van mij ‘uitgaat’ naar (‘Verlangen voedt zichzelf met zijn eigen honger’, schrijft Emmanuel Levinas (1906-1995) in Ethics and Infinity). Met deze ‘antropologie’ blijven we wat mij betreft gevangen in ons zelf. Zelfs mijn ‘verlangen naar God’ loopt het gevaar daarmee in zichzelf gevangen te blijven; immanent. Voor mij is de visie op wie ‘ik ben’ in de gedachten van Meester Eckhart en het denken van Thomas Merton veel meer immanent en transcendent. Mijn zijn is in God en naar God toe en daarin in en naar deze wereld gericht. In deze kijk op mezelf en de wereld ben ik met al mijn vezels betrokken in de beweging van God (zie ook Ingnace Verhack).

Een tweede moment waarop hij zijn eigen ideeën expliciet inbrengt is het gebruik van het beeld van Psalm 1 waarin hij de boom laat wortelen in de grond. Ook die boom blijft, in mijn beleving, in zichzelf gevangen. En dat terwijl de Psalm de metafoor van ‘stromend water’ inbrengt. Een veel gebruikt woord voor de levengevende werkelijkheid van de Geest-Ziel. Een gemiste kans om ook weer om zijn boom in een veel grotere, dragende, stromende en voedende werkelijkheid te bedden. (ook deze wijze van kijken ontleen ik aan Ignace Verhack)

Die andere wijze van kijken geeft mij de beleving van de verliefde geraaktheid waarmee ik in deze wereld mag leven. Haalt mij uit mijn isolement. Een beeld/werkelijkheid waarin ik me en-theousiast mee mag laten nemen in deze wereld en door mag geven wie en wat ‘ik ben’.

Deze wijze van theologiseren zie ik op dit moment in Nederland eigenlijk alleen bij J.J. Suurmond?

Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Een spiritualiteit van vlees en bloed!

Een prachtig boek gelezen afgelopen twee weken.: Soulful Spirituality van David G. Benner (psychotherapeut en geestelijk begeleider) . Het is een beschrijving van een christelijke spiritualiteit die ‘heel de mens’ en ‘fully alive’  ten dienste wil staan. Hij beschrijft eerst de vaak vervreemdende / vergiftigende werking van spiritualiteit: van het lichaam / van seksualiteit / van gevoelsleven / van jezelf / van de aarde. Hij stelt daar een heel andere spiritualiteit tegenover. Een die in de eerste plaats ‘aards’ is en begint ‘waar en wie je bent’ en waarin je vervolgens mag ‘worden’ wie je ten diepste bent. Maar dit op een zeer open, gezond makende  en authentieke wijze(hij verbind psychologie met christellijke spiritualiteit). Een creatieve verbinding tussen ‘soul’/aarde en ‘spirit'(transcendente). In het laatste deel probeert hij dan de praktijk van deze spiritualiteit uit te werken aan de hand van een aantal sleutelwoorden zoals bewustwording / Hier-en-nu / loslaten.

Maar waarom spreekt mij dit nu zo aan? Vooral de geboden ruimte, levensechtheid, nabijheid en authenticiteit. Het is een spiritualiteit waarin ik de volle ruimte krijgt mijn ‘eigen-zinnig-heid’ te zijn. Maar ook een die dicht op en onder de huid zit. Alles hoort er bij. Er ontbreekt een ‘sjabloon’ christen; en dat is voor een man die uit een evangelisch nest stamt een hele prestatie.

Het mooiste verhaal vind ik wel dat van zijn zoon die eerst zegt dat hij niet meer ‘zo in God gelooft’ en nog weer later zichzelf geen ‘christen’ meer noemt. Toch beschrijft hij hem juist als een voorbeeld van authentieke spiritualiteit.

Een boek met een zeer wijde en inspirerende blik.  Een must voor elke geestelijk begeleider vanwege zijn zeer ‘onderscheidende’ kijk op authentieke en vitale christelijke spiritualiteit.