Joke is overleden

Joke is overleden; 42 jaar. Een prachtige vrouw die nog geen 5 jaar geleden vol plannen aan een volgende fase van haar leven begon. Getrouwd, een verlangen naar kinderen en voor haarzelf begonnen als zzp’ster op het gebied van coachen. Kanker verwoestte alles… Een tijd hoopte ze nog op een vorm van blessuretijd. De een na de andere tegenvaller maakte daar een einde aan.

Ik leerde haar 10 jaar geleden kennen op een schilderretraite in Frankrijk. Een oprechte, gelovige en betrokken vrouw vol van verlangen om echt iets van haar leven te maken. Op zoek naar betekenisvol leven voor zichzelf en anderen. Ja ook een verlangen naar een tot dan toe niet gevonden reisgenoot… Ze werd een geliefd medewerkster van de Spil en een lieve vriendin van… Waarom was ik zo onder de indruk van haar? Was het omdat haar presentie in gezelschap niets teveel had maar ook niets te weinig? Was het de lieve vanzelfsprekendheid van het gewicht van haar bijdrage aan elke ontmoeting? Was het het open vizier waarmee ze de wereld tegemoet trad? Deze tekst op haar website maakte ze helemaal waar:

Overigens, ik raad u aan altijd een oriënterend gesprek aan te vragen, ‘elkaar zien’ zegt in dit vak vaak meer dan geschreven tekst is mijn ervaring.

Niet de methode telt in dit vak maar de persoon! Ik denk niet dat er teleurgestelde klanten waren.

Op haar begrafenis, die een zeer mooi vormgegeven Oud Katholieke liturgie had, geen woord van protest… Geen klacht… Geen schreeuw van wanhoop en boosheid…

Dylan Thomas: “Do not go gentle into that good night, rage, rage against the dying of the light.” 

Leeft er iemand een leven wat/dat er werkelijk ‘toe wil doen’…. De dood; de ergste vijand….

Joke… A Dieu

Heeft God een offer nodig voor zijn vergeving?

Nu wil ik het wel eens weten van mijn theologische familie, vrienden en kennissen… Hoe lezen zij inmiddels, heel persoonlijk, het Paas evangelie? Dit zit me, als gelovige, al heel lang dwars. Ik ben er onrustig over. En toen een zeer goede vriend van mij reageerde op een facebook bericht van mij, op 6 april, over mijn ‘lijden’ op Goede Vrijdag was de beer los. Ik wil het weten.

Ik ‘bekeerde’ mij in de studententijd m.b.v. van de ‘brug illustratie’. Dankzij het sterven van Jezus voor mijn/onze zonden kon ik weer met God verzoend worden. Door Jezus aan te nemen als mijn Redder en Verlosser werd ik verlost. Ik was opgegroeid in de Gereformeerde Bond van de Hervormde Kerk dus was mijn geloofsbelijdenis een logisch vervolg.  Het antwoord op de belijdenis vragen was dan ook ‘Ja’; uiteraard vol aarzeling. Nu, lezend wat toen de vragen waren, kan ik eigenlijk niet vinden dat ik mij hierover (dat offerverhaal) moest uitspreken. Ik verbond mij wel met het belijden van de kerk. En daar was dat offerverhaal wel heel sterk aanwezig via de catechismus (1563).

Zondag 1
Vraag 1: Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord:
Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven1, het eigendom ben, niet van mijzelf2, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus3. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald…..

Ik was gedoopt, opgevoed, gepokt en gemazeld en doordrenkt van deze offer- en bloed-theologie. Maar echt aansprekend vond ik dat niet. Natuurlijk hoorde ik wel van Herman Wiersinga en later Kuitert maar die gingen in hun ‘vrijzinnigheid’ iets te ver voor mij. Maar de twijfel / ambivalentie bleef… Van binnen stond me die ‘God der wrake’ tegen. Maar was dat  de ‘ergernis’ van het Kruis? Er kwamen vragen zoals:

> Die ‘schuldoffercultus’ spreekt die mij aan? Inspireert dat mij?
> ‘Moest’ hij betalen aan God voor mijn/ons leven; wilde God een offer?
> Zo erg waren die zonden toch ook weer niet van mij? Zijn dat doodstraf-zonden?
> Wil/Moet God bloed zien? Wil hij zijn eigen zoon offeren? Heeft Hij dat nodig om mij te vergeven? Hij is toch geen Baal?
> Heb ik dan te weinig zondebesef?

> is God dus voor de doodstraf?

In mij zijn deze vragen nog steeds niet bevredigend beantwoord. In de kerk zijn er nog zo ontzettend veel liederen, gebeden en preken die ‘impliciet’ of expliciet dit zo vertellen. In ieder geval heeft de PKN in zijn belijden hier nooit afstand van genomen? De evangelisch theoloog Brian Mclaren heeft er wel flink afstand van genomen. En ik? Deze vragen zijn mijn emotionele verwarringen als ik naar God kijk. Wie is hij, hoe kijkt hij naar ons? Wat wil hij van mij? Dat beeld van die God die een mensenoffer eist verward mij. Ik durf niet te kiezen. Er zijn zoveel teksten in de bijbel (OT / Paulus / Hebreen) die deze wijze van kijken ‘bevestigen’ en er zijn zo weinig theologen die deze wijze van kijken expliciet afwijzen. Ik merk dat ik blij zou zijn als het zou blijken een ketterij te zijn…. Ik durf mij voor het eerst zo duidelijk uit te spreken; het beangstigt mij.. Ik wil toch wel heel graag een bijbels / orthodox gelovige zijn… De woorden als schuld/ straf / betaling /  bloed / verzoening / zoenoffer / vergelding / satisfactie / plaatsbekleding gieren door m’n hoofd(= Anselmus?).

Ja; ik wil antwoorden van die vrienden van mij… Maar dan moeten het wel in de eerste plaats existentiële/personale antwoorden zijn. Daarna mogen ze in gesprek gaan met hun eigen gemeenschap / traditie en tenslotte mogen ze ook nog theologen zijn. Ik ben benieuwd. Ik heb ze gevraagd de omvang van een blog aan te houden. En liefst met illustraties.

Reacties: Gerrit / Jeronimo / Ruben / Gerhard / Wim / Harry / Bert / Arend

Meister Theoderich von Prag 1360-1381

Dietrich Bonhoeffer / Een god die er niet is…..; Paastijd

Eerst was er een aangrijpende ontmoeting; de zwarte ziekte.

Het tweede verhaal was een mail van een goede kennis. De zoveelste nederlaag in haar strijd tegen kanker. Een ongelijke strijd die nu al zo’n drie jaar duurt. Een lieve, mooie en vrome vrouw die, op latere leeftijd, net de liefde van haar leven had gevonden.

Een derde verhaal is dat van een bijbelkringgenoot uit mijn studententijd. Hoe aardig en vriendelijk kan iemand zijn? Een slopende MS en de vermoeidheid van zijn vrouw heeft ertoe geleid dat hij tijdelijk in een verpleeghuis zit. Ik denk dat hij wel vier keer ‘genezen’ is; o.a. door Martie Haaijer.

Drie lange nachten van godverlatenheid…. (Voorlopig?) zonder goede afloop. Net als psalm 88. En de laatste woorden van Jezus bij Marcus.. Sterven in de godverlatenheid…

Ik vind dat hier in de kerken veel te weinig bij wordt stilgestaan; de godverlatenheid, de nederlaag, de ervaringen die zonder troost zijn. Maar die ondanks zichzelf wel verbonden zijn ‘in Christus en die gekruisigd’. Waarom; omdat we daar bang voor zijn? Omdat ze cognitief dissonant zijn? Onze mooie verhalen dan niet meer kloppend zijn? Omdat je hiermee geen aanhangers krijgt? Durven wij deze teksten van Dietrich Bonhoeffer (bron) nog steends niet aan?

Uit een brief van 16 juli 1944

“… We kunnen niet redelijk zijn, als we niet erkennen dat we in de wereld moeten leven, ‘etsi deus non daretur’. En dat erkennen wij voor God! God zelf dwingt ons dit te erkennen. Zo brengt onze mondigheid ons tot de waarachtige kennis van onze situatie tegenover God. God doet ons weten dat wij moeten leven als diegenen, die hun leven inrichten zonder God. De God, die met ons is, is de God die ons verlaat (Mc 15,34 )! De God die ons in de wereld doet leven zonder de werkhypothese God, is de God voor wiens aanschijn wij staan. Voor en met God leven wij zonder God. God laat zich uit de wereld terugdringen tot op het kruis, God is zwak en machteloos in de wereld en juist zo en alleen zo is Hij met ons en helpt Hij ons. In Mt 8,17 staat overduidelijk dat Christus ons niet helpt krachtens zijn almacht, maar krachtens zijn zwakheid, zijn lijden!
Hier ligt het wezenlijke verschil met alle religies. Het religieuze in de mens verwijst hem in zijn nood naar Gods macht in de wereld, God is de deus ex machina. De bijbel verwijst de mens naar Gods onmacht en lijden; alleen de lijdende God kan helpen. In zoverre kan men zeggen dat de geschetste ontwikkeling tot mondigheid, die afrekent met een verkeerde voorstelling van God, de blik vrijmaakt voor de God van de bijbel, die door zijn machteloosheid in de wereld macht en ruimte krijgt.”

Brief van 21 juli 1944

“Beste Eberhard,

Ik moet denken aan een gesprek met een jonge Franse predikant, dertien jaar geleden in Amerika. We hadden ons eenvoudig de vraag gesteld wat we eigenlijk wilden met ons leven. Hij zei: ik zou een heilige willen worden (en ik acht het niet onmogelijk dat hij het geworden is). Dat maakte indruk op me. Toch kwam ik met een andere mening en zei ongeveer: ik zou willen leren geloven. Lange tijd heb ik niet beseft hoe diep deze tegenstelling is.
Mijn ‘Navolging’ schreef ik als afsluiting van die periode. Ik zie op dit ogenblik duidelijk de gevaren van dat boek, maar blijf er desondanks achterstaan.
Later heb ik ervaren en ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat; (…) als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan God, dan neem je niet meer je eigen lijden, maar Gods lijden in de wereld au sérieux, dan waak je met Christus in Ghetsemane. Dat is, meen ik, geloof ik, dat is ‘metanoia’; zo word je een mens, een christen.

Je Dietrich”

Peter ter Velde, Karen Armstrong en Mary Johnson; wat hebben ze gemeen?

Over de perverterende werking van een religieuze omgeving/regime.

De machteloze strijd van Karen Armstrong om deel te krijgen aan de religieuze ervaring in het klooster is beschreven in haar autobiografische boeken:Through the Narrow Gate (1981) en The Spiral Staircase (2004). Het verhaal is al heel lang bekend. Toch wordt er maar weinig over geschreven? Recent kwam ik weer twee andere voorbeelden tegen van zo’n machteloze strijd.

Het eerste is het verhaal van een volgelinge van Moeder Teresa Mary Johnson. In haar autobiografie ‘An Unquenchable Thirst‘ doet ze verslag van haar overgave aan de Zusters van Liefde en vertrek na 20 jaar. Het derde voorbeeld kwam ik tegen in de persoon van Peter ter Velde in een interview in Trouw. Drie ingrijpende en aangrijpende verhalen van een ‘mislukte’ zoektocht naar god.

Natuurlijk raakt het me omdat ik zelf een toegewijd lid ben geweest van een evangelisatie beweging. Maar ik beschouw mezelf als nog steeds ‘gelovig’. Ik ken meerdere verhalen om mij heen van mensen die er helemaal ‘into’ waren en er nu bijna geen tijd/woord meer aan besteden. Ik ken echter weinig of geen onderzoek naar geloofsverlies/mislukking en wat het dan is wat de trigger is van de vervreemding en/of mislukking. Ik vind het zelf een essentiële vraag wat hetgeen is wat spirituele vorming tot misvorming maakt. Waar gaat het mis? ‘Het bederf van het beste is het slechtste’. Het boek ‘Ooit Evangelisch’ doet wel een poging maar vind ik godsdienstpsychologisch niet erg diepgravend. Zij lijken het te zoeken in te autoritair leiderschap. Dat lijkt me iets te simpel. En de verklaring van binnenuit de traditie: toevallige missers / geloofsafval / ‘zonden’ wantrouw ik nog veel meer. Ik begrijp natuurlijk dat analyses die alleen van ‘buitenaf’ plaatsvinden geen bevredigend antwoord kunnen geven die binnen die geestelijke stroming overtuigen. Goedgelovig is een ‘light’ journalistiek medium wat veel hypocrisie en bedrog aan het licht brengt maar analyseert ook niet echt (en heeft geen traceerbare namen).

De inhoud, structuur en dynamiek van de spirituele vorming zijn wat mij betreft de drie invalshoeken van waaruit er naar die verhalen zou kunnen worden gekeken. Zonder een ‘wetenschappelijk’ pretentie wil ik in de hypothetische zin er wel iets zeggen vanuit het structurele perspectief. Er is in de spirituele zin sprake van drie actoren/betrokkenen. De persoon met zijn eigen intieme / personale verhaal, de religieuze gemeenschap met hun interpersonale traditie en de goddelijk inspiratie als bron van beiden. In de geestelijke begeleiding vraagt het de grootst mogelijke tederheid om het eerste personale verhaal de ruimte laten krijgen. Zonder de volledige respectvolle en aanvaardende openheid voor dat ‘innerlijke’ verhaal in zijn volle complexiteit kan er nooit sprake zijn van spirituele vorming. Alleen in dat personale verhaal kan de dynamische relatie worden gevonden met die goddelijke werkelijkheid en die specifieke traditie. Gaat men aan die dimensie van het personale voorbij dan treed onmiddellijk de vervreemding/vereenzaming in… Daar raakt de persoon in zijn verhaal de innige verbinding ‘met’ het goddelijke en de gemeenschap kwijt…. Zonder echte dialoog kan er nooit sprake zijn van authentieke spirituele vorming. Heilig respect voor de individualiteit. Maar ook liefdevolle kritische bejegening van het Ego.Van de spirituele gemeenschap vraagt dat een echte luisterbereidheid en bescheidenheid over haar eigen positie t.o.v. die persoon en de goddelijke werkelijkheid.

Wordt vervolgd…. Dit is maar een kleine analyse vanuit een enkel perspectief.

Als ik het over de ‘inhoud’ zouden hebben van spiritualiteit zou het gaan over de ‘leefbaarheid’ van de mens-, wereld- en godsbeelden van die traditie.

Als ik het over ‘structuur’ zouden hebben zou ik iets kunnen zeggen over de verhouding en de onderlinge dynamiek van de verschillende elementen in die spiritualiteit.

Bij de ‘dynamiek’ zou het gaan over de ontwikkelingsstructuur van de wording/ontwording. Is er spraken van volwassenwording maar ook van de overgave van het ego in liefde… Hier gaat het ook om een kritische omgang met de geestelijke oefeningen.

In mijn zoektocht en kritische benadering zou de vraag steeds zijn: is hier sprake van een weg naar geestelijke gezondheid en levenskunst!!

Thomas Merton; uit zijn dagboeken 3 Over ons zelf

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

Hier de opening met een prachtige natuurbeschrijving en vervolgens een verhelderende overdenking over ons zelf.

2 Oktober 1958 Feest van de Beschermengelen

Schitterende en verrukkelijke dag, heldere zon, licht briesje die alle blaadjes en het hoge bruine gras doen glanzen. Het zingen van de wind in de cederbomen. Uitbundige dag waarin zelfs een modderpoel in de zwijnenstal blinkt als kostbaar zilver.

foto Thomas Merton

Ik kom uiteindelijk tot de conclusie dat mijn hoogste ambitie is te zijn wat ik allang ben. Dat ik nooit mijn plicht zal vervullen om mijzelf te overstijgen als ik niet eerst mijzelf accepteer. En dat ik zelfs dan, als ik mijzelf volledig op de juiste wijze accepteer, mijzelf al overstegen heb. Want het is mijn niet geaccepteerde zelf wat in de weg staat en zal blijven staan zolang het niet geaccepteerd is. Als het geaccepteerd is – is het mijn opstapje naar wat wat boven mij is. Omdat dit de manier is waarop de mens door God geschapen is. De Oerzonde was de poging zichzelf te overstijgen door “als God”- en dus ongelijk onszelf, te zijn. Maar ons gelijke op God begint thuis. We moeten eerst als onszelf worden en en stoppen met het leven “buiten onszelf”.

11 april 1964

Ik denk dat het nu toch het moment is om terug te komen op alles wat ik heb gezegd over je “echte zelf”, enz., enz.. En dat ik moet zeggen dat er uiteindelijk geen verborgen mysterieus “echt zelf” is, iets anders dan of “verborgen achter” het zelf dat je bent. Het “echte zelf” is geen ding/object. Ik heb dat volledig verkeerd voorgesteld door de schijn van een belofte dat het, op de een of ander wijze, te kennen zou zijn. Soms als beloning voor diepzinnig inzicht en/of oprechte toewijding. In ieder geval als een geestelijk spitsvondige lenigheid om de realiteit een stap voor te blijven. Het empirische zelf moet echter ook niet als volledig “echt” worden gezien. Dit is het punt waarop illusies beginnen.

Mei 1965 (Day of a Stranger)

In een tijd waarin er veel gepraat wordt over het “jezelf zijn”, behoud ik voor mijzelf het recht om mezelf te vergeten, aangezien er maar een hele kleine kans is dat ik iemand anders ben. Ik heb veel meer de indruk dat men, wanneer men zo gefocust is op het “zichzelf zijn”, het risico loopt een schaduw te imiteren.

zie ook deel 1 / deel 2

Marius Noorloos: Evangelisch-orthodox; de toekomst?

Ik heb me flink opgewonden over het interview met Marius Noorloos in Trouw. Mijn vrouw vindt dat ik het te negatief lees maar ik blijf me storen aan een paar zaken. Zij is juist heel positief over zijn initiatief.

“Veel kerken zijn gevlucht in het activisme. Vooral in de jaren tachtig werd de inhoud van het geloof ingeruild voor protest tegen kernwapens.”

Ingeruild? Was het maar waar. Voor mijn beleving was de laatste werkelijk spannende activiteit van de kerk de Vredesbeweging; waarna het, op dat soort punten, heel stil is geworden. Dat was geen inruil tegen het evangelie… Ik zie nog prof. Berkhof met het ‘Blauwe Boekje’ in zijn hand in Utrecht. Dat was werkelijk evangelische bevlogenheid. (En natuurlijk de strijd tegen de Apartheid.)

‘Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen…… Inzet voor de maatschappij is broodnodig, begrijp me niet verkeerd, maar vergeet het evangelie niet. Dat is olie voor de motor.’

Hij stelt daar, naar het lijkt, het evangelie/Jezus en maatschappelijke inzet toch een beetje tegenover elkaar. Alsof dat een tegenstelling is!? Alsof er in die jaren niet mensen waren als Thomas Merton, Jurjen Beumer en Dorothee Sölle die die twee onlosmakelijk en heel intiem met elkaar geïncarneerd zagen. De leegloop van kerken, het verschijnsel van de burn-out bij predikanten is een veel ingewikkelder probleem dat dat activisme van voorheen! Ik kan me na de jaren tachtig geen ‘activisme’ meer herinneren en toch ging de leegloop (veel harder) door. En het ‘succes‘ van evangelischen en orthodoxen (die elkaar lang niet altijd verdragen!) moet ik op de lange termijn ook nog zien. Kijk naar het fenomeen van de post-orthodoxen en post-evangelischen en de vele scheuringen in evangelische gemeenten. Blinken en verzinken.

Nu kan ik daar wel de uitspraak van Karl Rahner: ‘De vrome van morgen zal “mysticus” zijn, iemand die iets “ervaren” heeft, of hij zal niet meer zijn; 1966’ tegenover zetten. Maar dan ga ik ook weer aan heel veel dingen voorbij. Zoals het verband tussen leeftijdsfasen en geloofsvormen / geloofsverhalen. En het verband tussen kerkgemeenschappen en sociale en maatschappelijke verbanden. Zie en lees wederom Joep de Hart.

Maar als je de rest van mijn blogs leest dan zul je zien dat mijn de impliciete en expliciete  aanwezigheid van het Koninkrijk van God en het verborgen en manifeste lichaam van Christus (in) deze wereld mij het meest inspireert en levend maakt. Me daarin/daardoor mee laten nemen. Dat is geen succes nummer maar veelmeer de weg van de graankorrel. Het effect? Geen idee…. En een kerkelijke gemeente? Dat is als het goed is een oefenplaats in het je laten meenemen in deze werkelijkheid. En een predikant? Die snapt daar een klein beetje van. En is hij/zij dat een beetje kwijt; dan zou een beetje geestelijke begeleiding geen gek idee zijn…

Sorry schat; ook na zes keer lezen kan ik geen vuur vinden in dit krantenartikel. Zelfs het woord secularisatie is een achterhaalde term… En iemand die vroom en radicaal tot twee dingen maakt met het tussenvoegsel ‘en’ wekt in ieder geval de schijn dat dat twee dingen zijn. Jezus was/is de werk-elijkheid van God (in) deze wereld..

En voorbeelden van predikanten van na hun ‘dode punt’ heb ik niet zoveel. Wel voorbeelden  die dat punt nog voor zich hebben of in zich mee dragen: Inger van Nes / Time to Turn / en ikzelf natuurlijk. En, o ja, een voorbeeld van een gereformeerd theoloog die door de tijd heen meer is gaan geloven.

Frits de Lange; een (zich) ‘bekerende’ gereformeerde mysticus

Wat een prachtig interview met hem bij Het Vermoeden. Een man gedoopt in de teksten van Dietrich Bonhoeffer en Simone Weil. De boeken die hij hierover geschreven heeft staan integraal op zijn website! Zijn artikelen over de ‘ouder wordende mens‘ in Trouw, een paar jaar geleden, hadden mij al heel erg aangesproken.

Ik heb vreselijk de neiging te reageren maar ik vind dat je de uitzending gewoon moet zien. Het ‘Godsbeeld‘ maar ook het ‘mensbeeld’ (zijn kijk op het ‘ik’) en wat ‘bekering is’, wat uit dit interview naar voren komt is …. Nee, ik doe het niet; gewoon kijken. Een man die is blijven leren en steeds minder ego heeft gekregen? Dat kom je niet veel tegen. Ja alleen bij mystici… De Heilige Tekst uit dit interview geef ik hier, als smaakmaker, weer.

De oneindigheid van tijd en ruimte scheiden ons van God. Wij kunnen geen stap in de richting van de hemel doen. God komt door de kosmos heen tot ons. Over de eindeloze tijd en ruimte komt Gods nog oneindig eindelozer liefde, om ons aan te raken.
Wij hebben de macht hem toe te laten of de toegang te weigeren. Als wij doof blijven voor zijn komst, dan komt hij, net als een bedelaar, keer op keer terug, maar op een dag komt hij niet meer. God legt een heel klein zaadje in ons en gaat dan heen.
Vanaf dat tijdstip hebben wij noch God, iets anders te doen dan te wachten. Wij moeten alleen maar onze toestemming, ons jawoord, blijven beamen. Dat is moeilijker dan het lijkt, want het groeien van het zaad in ons doet pijn.
Uiteindelijk groeit het zaad uit eigen kracht. Eens komt het ogenblik, dat de ziel God toebehoort, waarop zij niet alleen maar met de liefde instemt, doch werkelijk zelf liefheeft. Het is Gods liefde voor zichzelf, die door de ziel heengaat. Alleen God is in staat God lief te hebben.

Simone Weil – uit: Wachten op God

En aan het eind deelt hij een tekst van Meester Eckhart;

Geef acht op jezelf
en daar waar jij jezelf aantreft
laat jezelf daar los

Zijn nieuwste boek heb ik aan mijn vrouw, die stafmedekster Kwaliteitszorg in een grote zorginstelling  is, cadeau gedaan.

En dit, over een ‘persoonlijk God’, moet je ook lezen. En natuurlijk zijn artikel in Trouw over ‘Compassie‘.

Inmiddels staat de tekst van het interview ook op zijn website.

Thomas Merton; uit zijn dagboeken 2 God en Mens

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

Wat mij hier aanspreekt is de creatieve samenwerking tussen God en ons.

3 Augustus 1958

Altijd hele mooie inzichten te vinden bij Romano Guardini over Voorzienigheid.
Bijvoorbeeld, dat de de wil van God niet een ‘lot’ is waaraan we ons onderwerpen, maar een creatieve handeling, in ons leven; wat iets totaal nieuws realiseert (of daarin faalt). Iets wat tot dan toe totaal niet te voorzien was volgens de gangbare wetmatigheden en schijnbare patronen. Onze samenwerking (het eerst zoeken van het Koninkrijk van God) bestaat niet in het eenvoudigweg gehoorzamen aan wetmatigheden maar bestaat in het openstellen van onze wil voor deze creatieve daad, welke wij moeten zien te hervinden in en door onszelf, van de wil van God.
Dit is mijn ultieme doel – alles opzij zetten. Ik wil niet alleen maar voor en door mijzelf een nieuw leven en een nieuwe wereld creëren, maar ik wil dat God hen in en door mij schept. Dit is cruciaal en fundamenteel – hiermee kun je dus nooit alleen maar simpelweg een Marxistisch communist zijn.
Ik moet een nieuw leven leiden en er moet een nieuwe wereld tot aanzijn worden geroepen. Maar niet door mijn plannen en door mijn rusteloze activiteit.

Deel 1 Inclusieve Christus Deel 3 Over ons zelf

Thomas Merton: uit zijn dagboeken 1

Een van de meest bekende teksten van Thomas Merton is zijn ‘Louisville‘ ervaring.  Maar lezend in zijn dagboek kwam ik nog een paar teksten van hem tegen, uit dezelfde tijd (1958), die ook iets weergeven van de fundamentele doorbraak naar heel nieuwe perspectieven in zijn theologie. Deze teksten geven blijk van een, voor mij, heel ‘andere’ kijk op God, onszelf en de wereld om ons heen. Voor mij werkt deze wijze van theologiseren genadevol verbindend en dynamiserend. Ik heb ze vertaald. Vertalen is overigens een prachtige vorm van geestelijke lezing.

De illustraties heb ik er zelf bij gevonden. De foto komt uit het genoemde boek.
In de onderstaande tekst raakt mij de genadevolle en  inclusieve wijze van kijken. Wij zijn allemaal herschapen ‘in Christus’. Voor mij een mystieke wijze van zien. (zie ook zijn Sophia)

19 maart 1958; Feest van de heilige Jozef

Fantastische boeken voor weinig geld — inclusief ‘The Family of Manvoor 50 cent. Al die fantastische foto’s. Nadere toelichting of uitleg is niet nodig! Sommige mensen zullen gechoqueerd zijn als ik ze zou vertellen dat dit hele boek, voor mij, een foto van Christus is. En toch is dat de waarheid. Daar, daar is Christus ‘in my own Kind’, my own Kind – Kind, waarmeegelijkendbedoeld wordt en wat ook “liefde” betekent en wat “kind” betekent. Mankind. (het lukt mij niet om zijn woordspel met de meerdere betekenissen van ‘Kind’ = soort & aardig & kind in een Nederlands equivalent te vertalen dus heb ik het laten staan) Wij zijn elkaars gelijke, een lieve “Kind” van zondaren verenigd en omarmd in maar één hart, maar één Liefdevolle vriendelijkheid; het Hart en de Liefde van Christus. Ik zoek niet naar de zonde in je, Mankind/mensheid. Ik zie geen zonde meer in je vandaag (hoewel wij allemaal zondaars zin). Er is iets dat oneindig veel meer  werkelijkheid is, om zonde nog langer belangrijk te laten lijken; de schijn van bestaan toe te schrijven. Want zij is verzwolgen, het is vernietigd, het bestaat niet meer en er is alleen het grote geheim dat wij allen één gemeenschap van Gelijken zijn. Wat er toe doet is niet wat de een of die andere in zijn hart gedaan heeft, los van de anderen, maar de liefde die hem terugbrengt bij al die anderen in één Christus. Deze liefde is niet onze liefde maar die van de Hemelse Bruidegom. Het is de Goddelijke Overmacht en de Heilige Vreugde’. God is zichtbaar en openbaart Zichzelf als mensheid, dat wil zeggen, in ons, en er geen andere hoop om wijsheid te vinden dan in God-menszijn: ons eigen menszijn omgevormd in God!

Zie ook Deel 2 & Deel 3

Brian Mclaren; en een beetje ‘beter weten’

Brian D. Mclaren is een ondernemend ‘evangelisch’ theoloog. Hij schrijft veel en geeft lezingen over heel de wereld. En hij deelt veel van zijn inzichten gratis. Hetgeen ik heel sympathiek vind. Drie boeken van hem gelezen. Waarvan 1 in 1 adem. Vanwege mijn eigen evangelische wortels ben ik best wel een beetje geboeid door ‘bekeerde’ evangelische theologen. Post-evangelisch wordt hij wel genoemd en hij wordt gerekend tot de wereld van de Emerging Church. In deze blog van hem zegt hij een paar voor mij herkenbare en aansprekende dingen. Hij geeft hier antwoord op een aan hem gestelde vraag.

—-

“Ik houd van deze vraag – in het bijzonder de volgende woorden: “… het begrijpen van de ware aard en het zijn van God zelf.”..   Ze herinneren mij eraan hoeveel gevoel voor humor er voor nodig is, als ‘kleine mensen’ een poging doen om over God te spreken!…

…. G. K. Chesterton verwoorde dit prachtig in zijn boek Orthodoxy:

Poetry is sane because it floats easily in an infinite sea; reason seeks to cross the infinite seam and so make it finite. The result is mental exhaustion, like the physical exhaustion of Mr. Holbein. To accept everything is an exercise, to understand everything a strain. The poet only desires exaltation and expansion, a world to stretch himself in. The poet only asks to get his head into the heavens. It is the logician who seeks to get heaven into his head. And it is his head that splits.

Dus… als wij ten poging doen grip te krijgen op “de ware aard en en het zijn van God zelf” dan moeten we dat doen als een dichter; ootmoedig en vol ontzag – vooral niet arrogant en als een alles bepalende logisticus.”

En op de vraag naar pan-en-theisme antwoord hij..

“Op het moment dat Jezus “het koninkrijk Gods” proclameert …… nodigt Hij ons uit om de werkelijkheid zo voor te stellen dat het God en de schepping met elkaar verbind in een geheel. “Het Koninkrijk Gods” verenigt God en scheppig … er is sprake van een relatie, integraal verbonden en interactief. De koning is aanwezig in het koninkrijk maar het koninkrijk is niet hetzelfde als de koning….

Dit ‘integrale beeld’ raakt de kern van onze gesprekken over pantheism, het traditionele dualistische theisme en pan-en-theisme. We doen een poging om de schepping in zijn verbondenheid met God te zien en niet als iets losstaand. We doen ten poging om – in de nadagen van, Grieks dualisme, modern consumisme en kolonialisme, reductionistisch rationalisme en nog veel meer; de poëzie van Genesis 1 te herwinnen: dat heel de schepping op de een of andere wijze een manifestatie is van God, een uiting van God, een beweging die is geboren uit Gods adem (en bedenk dat dit poëzie is!!)”

“Let there be light … and there was light.” We can’t get it into our heads, but maybe we can get our heads (Rinie: heart) into it?

—-

Om deze laatste zin gaat het mij! Wij moeten weer met ons hart en niet alleen met ons hoofd leren lezen. De bijbels verhalen zijn een poëtische/beeldende poging de Goddelijke en menselijk dynamiek, die ons dagelijks leven vervuld en tot leven wekt, te laten zien en voelen en ons mee te laten nemen. Het is vol leven om en door ons heen. Zie je het niet: sluit je aan en doe mee! Hier en daar; gebeurt iets! Die manier van ‘Theo’logie bedrijven spreekt mij aan. Een theologie waarin God en mens samen betrokken zijn op scheppen, verlossen en bevrijden. Tegen de verdrukking in…

Blijf niet staren op wat vroeger was
Sta niet stil in het verleden
Ik, zegt hij, ga iets nieuws beginnen
Het is al begonnen, merk je het niet?

Huub Oosterhuis