Marius Noorloos: Evangelisch-orthodox; de toekomst?

Ik heb me flink opgewonden over het interview met Marius Noorloos in Trouw. Mijn vrouw vindt dat ik het te negatief lees maar ik blijf me storen aan een paar zaken. Zij is juist heel positief over zijn initiatief.

“Veel kerken zijn gevlucht in het activisme. Vooral in de jaren tachtig werd de inhoud van het geloof ingeruild voor protest tegen kernwapens.”

Ingeruild? Was het maar waar. Voor mijn beleving was de laatste werkelijk spannende activiteit van de kerk de Vredesbeweging; waarna het, op dat soort punten, heel stil is geworden. Dat was geen inruil tegen het evangelie… Ik zie nog prof. Berkhof met het ‘Blauwe Boekje’ in zijn hand in Utrecht. Dat was werkelijk evangelische bevlogenheid. (En natuurlijk de strijd tegen de Apartheid.)

‘Als kerk moet je Jezus Christus centraal stellen…… Inzet voor de maatschappij is broodnodig, begrijp me niet verkeerd, maar vergeet het evangelie niet. Dat is olie voor de motor.’

Hij stelt daar, naar het lijkt, het evangelie/Jezus en maatschappelijke inzet toch een beetje tegenover elkaar. Alsof dat een tegenstelling is!? Alsof er in die jaren niet mensen waren als Thomas Merton, Jurjen Beumer en Dorothee Sölle die die twee onlosmakelijk en heel intiem met elkaar geïncarneerd zagen. De leegloop van kerken, het verschijnsel van de burn-out bij predikanten is een veel ingewikkelder probleem dat dat activisme van voorheen! Ik kan me na de jaren tachtig geen ‘activisme’ meer herinneren en toch ging de leegloop (veel harder) door. En het ‘succes‘ van evangelischen en orthodoxen (die elkaar lang niet altijd verdragen!) moet ik op de lange termijn ook nog zien. Kijk naar het fenomeen van de post-orthodoxen en post-evangelischen en de vele scheuringen in evangelische gemeenten. Blinken en verzinken.

Nu kan ik daar wel de uitspraak van Karl Rahner: ‘De vrome van morgen zal “mysticus” zijn, iemand die iets “ervaren” heeft, of hij zal niet meer zijn; 1966’ tegenover zetten. Maar dan ga ik ook weer aan heel veel dingen voorbij. Zoals het verband tussen leeftijdsfasen en geloofsvormen / geloofsverhalen. En het verband tussen kerkgemeenschappen en sociale en maatschappelijke verbanden. Zie en lees wederom Joep de Hart.

Maar als je de rest van mijn blogs leest dan zul je zien dat mijn de impliciete en expliciete  aanwezigheid van het Koninkrijk van God en het verborgen en manifeste lichaam van Christus (in) deze wereld mij het meest inspireert en levend maakt. Me daarin/daardoor mee laten nemen. Dat is geen succes nummer maar veelmeer de weg van de graankorrel. Het effect? Geen idee…. En een kerkelijke gemeente? Dat is als het goed is een oefenplaats in het je laten meenemen in deze werkelijkheid. En een predikant? Die snapt daar een klein beetje van. En is hij/zij dat een beetje kwijt; dan zou een beetje geestelijke begeleiding geen gek idee zijn…

Sorry schat; ook na zes keer lezen kan ik geen vuur vinden in dit krantenartikel. Zelfs het woord secularisatie is een achterhaalde term… En iemand die vroom en radicaal tot twee dingen maakt met het tussenvoegsel ‘en’ wekt in ieder geval de schijn dat dat twee dingen zijn. Jezus was/is de werk-elijkheid van God (in) deze wereld..

En voorbeelden van predikanten van na hun ‘dode punt’ heb ik niet zoveel. Wel voorbeelden  die dat punt nog voor zich hebben of in zich mee dragen: Inger van Nes / Time to Turn / en ikzelf natuurlijk. En, o ja, een voorbeeld van een gereformeerd theoloog die door de tijd heen meer is gaan geloven.

2 gedachten over “Marius Noorloos: Evangelisch-orthodox; de toekomst?

  1. Ik was ook een stuk positiever over het interview met Noorloos dan jij. Ik las het als een pleidooi voor authentieke spiritualiteit. Natuurlijk zijn er genoeg voorbeelden van activisten die spiritueel geïnspireerd zijn gebleven (jij, Jurjen Beumer, Huub Oosterhuis), maar het zou weleens zo kunnen zijn dat voor veel gewoon kerkvolk die spirituele kant niet zo duidelijk was, waardoor de spiritualiteit ongemerkt uit het activisme verdween en de kerk eigenlijk overbodig raakte. Ik heb in elk geval de indruk dat dit voor een grote groep mensen het geval geweest is. Ik zie bij een jonge generatie, die ik bijvoorbeeld bij Time to Turn tegen kom, dat mensen hun startpunt vinden in hun geloof in Jezus en dat hun activisme daardoor gevoed wordt. Ik denk dat die persoonlijke spiritualiteit die een actieve houding in de wereld voedt duurzamer is dan goede dingen doen omdat dat nu eenmaal moet van God, om het chargerend te zeggen. Ik hoorde in Dresden Fulbert Steffensky (http://ranfar.blogspot.com/2009/05/kirchentag-2-fulbert-steffensky-over.html), iemand die eerst vooral spiritueel bezig was (monnik), toen activist werd (organiseerde samen met zijn vrouw Dorothee Sölle politieke avondgebeden) en later in zijn leven niet zijn idealen verloor, maar wel zijn spirituele kant ging herontdekken.

    Ik vind de metafoor van Noorloos van het evangelie als olie van de motor een mooie. Het gelovig handelen in de wereld wordt niet op de tweede plaats gezet, maar is juist het doel van het geloof. Dat handelen komt echter tot stand door de voeding van de olie. De gerichtheid op Christus is het startpunt, maar niet het einde (zoals het dat in veel piëtistische spiritualiteit (die je vaak ziet in reformatorische en evangelische kringen) wel is). Ik lees in het werk van Bonhoeffer ook een dergelijke beweging van persoonlijke spiritualiteit die handelen in de wereld voortbrengt.

  2. Pingback: Marius Noorloos; en de kerkelijk werkers en predikanten die ons gaan redden? | Rinie Altena

Laat een reactie achter op Ruben Altena Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s